Biden wil op 24 april Armeense Genocide erkennen

Lees meer

De Amerikaanse president Joe Biden is van plan om op 24 april de Armeense Genocide te erkennen, schrijft the New York Times.


In het Armeense collectieve geheugen is 24 april een bijzondere dag. Op die dag werden honderden vooraanstaande Armeniërs in Istanbul opgepakt, om niet lang daarna vermoord te worden door de Ottomaanse autoriteiten.

Deze massa-arrestatie op 24 april werd lange tijd gezien als het startschot van de Armeense Genocide. Het besluit om de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk uit te roeien werd ruim een maand eerder genomen, zo laat onderzoek van de Turkse historicus en genocide-expert Taner Akcam zien.

In 1915 en de jaren daarna werden ongeveer anderhalf miljoen Armeniërs, en ongeveer 300.000 Assyriërs en andere christenen, vermoord in het Ottomaanse Rijk, de voorloper van Turkije. Tot op de dag van vandaag ontkent Turkije dat er sprake was van genocide.


De Turkse minister Mevlüt Cavusoglu (Buitenlandse Zaken) had de Amerikaanse erkenning al verwacht. In een interview eerder deze week uitte hij zich ontstemd over een dergelijke stap van Biden: ‘Als de Verenigde Staten de betrekkingen nog verder willen verslechteren, is de keuze aan hen.’

De meeste genocidewetenschappers zijn het met elkaar over eens dat de gebeurtenissen van 1915 en daarna een genocide waren tegen het Armeense volk. De Turkse historicus Taner Akcam vond een serie telegrammen van de Ottomaanse leider Talaat Pasja met het bevel om alle Armeniërs, inclusief vrouwen en kinderen, te vermoorden.

Ook heeft hij Akcam de authenticiteit aangetoond van een beruchte brief uit maart 1915 van de Ottomaanse leider Bahattin Sakir waarin hij aan een lokale functionaris in Adana onomwonden vertelt over het besluit om ‘alle Armeniërs die in Turkije leven te vernietigen’.

De Nederlandse genocidewetenschapper Ugur Ümit Üngör vindt het tijdverspilling om op argumenten van genocideontkenners in te gaan, zei hij in 2018 tegen de Kanttekening. Het Turkse verhaal van de ‘gesloten Armeense archieven’ is volgens hem een drogreden. ‘Alsof de Holocaust niet heeft plaatsgevonden als we de archieven van het getto van Warschau niet mogen inzien.’

De meest belastende documenten over de Armeense genocide zijn volgens Üngör de telegrammen die Talaat Pasja naar zijn ondergeschikten stuurde. ‘Ik heb er tientallen bestudeerd. Als Talaat Pasja van een regionale bestuurder het bericht krijgt dat de Armeniërs in zijn provincie worden vermoord, reageert hij door nog meer Armeniërs die kant op te sturen.’

- Advertentie -