Het Israël Producten Centrum (IPC) heeft een kort geding verloren, schrijft de Volkskrant. De winkel in Nijkerk tekende protest aan tegen het importverbod uit illegale Israëlische nederzettingen op gestolen Palestijns land.
De rechter stelde de aan Christenen voor Israël gelieerde winkel op alle punten in het ongelijk. Dat betekent dat de sancties die de Nederlandse regering heeft ingesteld om de handel met Israëlische kolonisten te verbieden per 22 september van kracht zullen worden.
Het IPC meende dat het importverbod een Europese zaak is, geen Nederlandse, en dat het dat het verbod daarom van tafel moet. Maar volgens de rechter mag het kabinet een beroep doen op een uitzonderingclausule. De Israëlische bezetting is volgens de rechter een ‘ernstige bedreiging van een fundamenteel maatschappelijk belang.’
Terwijl de lidstaten van de Europese Unie economische maatregelen tegen andere landen normaal gesproken moeten overlaten aan Brussel kan de regering zich in dit geval beroepen op de openbare orde, zo oordeelde de rechter. Volgens het IPC vormde het kopen van producten uit de nederzettingen echter geen gevaar voor de openbare orde. De rechter was het met deze tegenwerping niet eens en stelde dat het Israëlische optreden in de bezette Palestijnse gebieden ‘een ernstige bedreiging van de internationale rechtsorde’ vormt. Dit rechtvaardigt een beroep op de openbare orde.
Hoewel Nederland als sinds 2006 een ‘ontmoedigingsbeleid’ voert met betrekking tot economische activiteiten in de bezette gebieden, vinden linkse activisten en NGO’s als BDS Nederland en The Rights Forum dit niet voldoende. Zij proberen de Nederlandse regering al jaren te bewegen tot strengere economische maatregelen.
De kwestie leidde vorig jaar tot de val van het kabinet. Terwijl toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp het noodzakelijk vond om strengere maatregelen in te stellen tegen Israël, weigerden de VVD en de BBB om extra maatregelen te nemen.
In juli 2024 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat landen met hun handel en investeringen niet mogen bijdragen aan de ‘bestendiging van een onrechtmatige situatie.’ Dat betekent dat Nederland niet medeplichtig mag zijn aan het in stand houden van de Israëlische bezetting van Palestijns land. Het initiatief van Veldkamp volgde uit dat oordeel.
Onlangs schreef The Rights Forum dat de VVD toch wilde morrelen aan de sancties tegen de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Hoewel de VVD het sanctiebesluit formeel steunt wilde de partij weten of het bezette Oost-Jeruzalem en de bezette Golanhoogten van de sancties uitgesloten konden worden.


