De voormalige Kosovaarse president Hashim Thaçi is woensdag door het Kosovotribunaal in Den Haag veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, wegens oorlogsmisdaden tijdens en na de Kosovo-oorlog van 1998-1999.
De rechtbank achtte Thaçi strafrechtelijk verantwoordelijk voor onder meer moord, marteling, wrede behandeling en willekeurige detentie. Volgens de rechters waren 96 moorden, 303 gevallen van marteling en 385 gevallen van onrechtmatige detentie bewezen.
Ook drie andere voormalige leiders van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK/KLA) werden veroordeeld. Jakup Krasniqi kreeg 25 jaar, Kadri Veseli 18 jaar en Rexhep Selimi 13 jaar gevangenisstraf. De rechtbank sprak de vier verdachten daarentegen vrij van de ten laste gelegde misdaden tegen de menselijkheid, omdat daarvoor volgens de rechters onvoldoende bewijs was.
Thaçi heeft altijd ontkend schuldig te zijn en zal naar verwachting in beroep gaan. In Kosovo leidde het vonnis tot woede en protesten. Veel Kosovaren beschouwen Thaçi, die een belangrijke rol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd tegen Servië, als een nationale held. Ook in Den Haag werd geprotesteerd door Kosovaren in de diaspora. Deze demonstratie liep gedeeltelijk uit de hand, de ME moest ingrijpen.
Er is ook kritiek op de rechtsgang. Die kritiek komt niet alleen uit Kosovo. Een onafhankelijke voorlopige beoordeling door de Britse mensenrechtenorganisatie Bar Human Rights Committee wees eerder op vragen rond onder meer de behandeling van bewijs, het vrijgeven van materiaal aan de verdediging, langdurige voorlopige hechtenis en de gelijkheid van procespartijen. Het Kosovotribunaal benadrukte echter dat deze beoordeling niet betekent dat de rechten van de verdachten daadwerkelijk zijn geschonden.
Een bredere kritiek betreft het mandaat van de rechtbank. Het in Den Haag gevestigde tribunaal is specifiek opgezet om vermeende misdrijven van leden van de UÇK te vervolgen. Servische oorlogsmisdaden vallen niet onder deze zaak. Die zijn eerder uitgebreid behandeld door het Joegoslaviëtribunaal, dat verschillende hooggeplaatste Servische en Joegoslavische functionarissen veroordeelde. Volgens critici liggen de straffen die in beide zaken zijn opgelegd veel te dicht bij elkaar, terwijl de Servische misdaden tot veel meer slachtoffers hebben geleid.
Het vonnis betekent daarmee niet dat de rechtbank heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van de Kosovaarse onafhankelijkheidsstrijd als geheel. De rechters benadrukken dat het om individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid gaat.
De staat Kosovo wordt overigens niet door alle landen erkend. Binnen de Europese Unie erkennen 22 van de 27 lidstaten Kosovo; de vijf landen die dat niet doen zijn Spanje, Griekenland, Roemenië, Slowakije en Cyprus. De EU zelf heeft geen formele positie waarmee zij Kosovo als geheel als onafhankelijke staat erkent.
De uitspraak is nog niet definitief: Thaçi en de andere veroordeelden kunnen in beroep.


