Historicus: ‘Amerikareis Columbus ingegeven door anti-moslimsentiment’

Lees meer

Volgens de Amerikaanse historicus Alan Mikhail liet de Italiaanse ontdekkingsreiziger Christopher Columbus zich leiden door een ‘anti-moslimsentiment’ en de ‘geest van de kruistochten’. Columbus wilde het Ottomaanse Rijk in de rug aanvallen, zo vertelt hij aan het Amerikaanse online medium Slate.

Mikhail heeft een boek geschreven over de Ottomaanse sultan Selim, een tijdgenoot van Columbus. Volgens Mikhail was het een belangrijke motivatie van Columbus om zijn wereldreis te maken dat hij op zoek was naar een bondgenoot in het oosten, die de christelijke naties kon helpen bij de oorlog tegen de Ottomanen.

In 1453 had sultan Mehmet II Constantinopel veroverd, de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Columbus, zo vertelt Mikhail, sprak op een reis naar het Griekse eiland Chios met Griekse soldaten, die tegen de Turken hadden gevochten tijdens het beleg van Constantinopel. En Columbus was er in 1492 bij, toen koningin Isabella van Castilië en koning Ferdinand van Aragon Granada veroverden, het laatste moslimbolwerk in Spanje. Columbus overtuigde het koninklijke echtpaar ervan zijn reis te financieren.

Het verhaal van Marco Polo in China, die aan het hof van de Mongoolse leider Koeblai Khan verbleef, sprak volgens de historicus erg tot de verbeelding van Columbus. Uit Columbus’ dagboek blijkt dat hij op zoek was naar de mythische grootkan, een figuur die Marco Polo beschrijft in zijn eigen verhalen.

De grootkan zou een groot rijk ver weg in Azie zou leiden en bovendien wel interesse hebben om christen te worden, schreef Polo. De grootkan moest daadwerkelijk tot het christendom bekeerd  worden en de Ottomanen in de rug aanvallen, zo luidde Columbus’ plan volgens Mikhail.

Hoewel hij in Amerika aankwam, meende Columbus een nieuw deel van Azië te hebben ontdekt. Tot vlak voor zijn dood bleef Columbus naar de grootkan op zoek.

Columbus liet zich volgens Mikhail leiden door een ‘anti-moslimsentiment’ en een ‘kruistochtmentaliteit’, evenals de conquistadores (veroveraars) die met geweld de Azteken, Maya’s en Inca’s onderwierpen aan de Spaanse kroon en de Katholieke Kerk. Zo noemde veroveraar Hernán Cortés de Azteekse tempelpiramides moskeeën en omschreef hij Montezuma, de vorst van Azteken, als een sultan.

‘Er is een reden dat Columbus en Cortés taal gebruikten die naar de islam refereerde toen ze de Nieuwe Wereld betraden, en niet de taal van het anti-judaïsme’, zegt Mikhail. ‘Daar zijn bijzondere redenen voor die moeten worden uitgelegd.’

In de Verenigde Staten en Mexico ligt Columbus nu zwaar onder vuur, omdat hij in de ogen van activisten mede verantwoordelijk is voor een genocide op de Indianen.

- Advertentie -