17.9 C
Amsterdam

Nederland voert gesprekken over ’terugkeerhub’ in Rwanda

Lees meer

Niet Oeganda, maar Rwanda zou wel eens het eerste Afrikaanse land kunnen worden waar Nederland afspraken mee maakt over de oprichting van een terugkeerhub.

Nederland voert samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland gesprekken over de mogelijke oprichting van een terugkeerhub in Rwanda, zo meldden de Duitse media Der Spiegel en Report Mainz deze week. NRC poogde het nieuws bevestigd te krijgen, maar een woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wilde de gesprekken bevestigen noch ontkennen, aldus de krant.

De naam van Rwanda klonk echter al langer in de wandelgangen van Den Haag als potentieel gastland voor een terugkeerhub. Vanuit zo’n centrum zouden afgewezen asielzoekers naar Rwanda kunnen worden overgebracht, in plaats van naar hun land van herkomst, als ze om wat voor reden dan ook niet naar dat land kunnen terugkeren. De EU maakte onlangs afspraken die deze constructie juridisch mogelijk maken.

Het idee is echter niet nieuw. Onder het vorige kabinet werden ook al gesprekken gevoerd over mogelijke terugkeerhubs in derde landen. Toen werd vooral naar Oeganda gekeken als mogelijke locatie. De kritiek op deze plannen was fors. Oeganda zou zelf weinig op hebben met mensenrechten. Het nieuwe kabinet zette de plannen daarom on hold.

In de tussentijd werd op EU-niveau de juridische basis voor de terugkeerhub gelegd. In juni bereikten de Europese Raad en het Europees Parlement een akkoord over nieuwe terugkeerregels. Die maken het mogelijk om mensen zonder verblijfsrecht onder bepaalde voorwaarden naar een derde land te brengen. Dat land hoeft dus niet het land van herkomst te zijn. Een terugkeerhub kan daarbij dienen als eindbestemming, maar ook als tussenstation van waaruit iemand verder wordt teruggestuurd.

Voorwaarde is wel dat het betreffende derde land de internationale mensenrechten en het non-refoulementbeginsel respecteert. Dat laatste betekent dat iemand niet mag worden teruggestuurd naar een land waar die persoon gevaar loopt op vervolging, marteling of andere ernstige mensenrechtenschendingen. Ook niet-begeleide minderjarigen zijn uitgesloten van dergelijke afspraken.

Juist daar begint de discussie over Rwanda. Rwanda staat internationaal bekend als een relatief stabiel en goed georganiseerd land, maar tegelijkertijd als een autoritair bestuurde staat waarin politieke oppositie en kritische stemmen weinig ruimte krijgen. Volgens Human Rights Watch worden critici van de regering regelmatig gearresteerd of bedreigd en komen willekeurige detentie, mishandeling en marteling voor. Ook de onafhankelijkheid van de rechtspraak staat onder druk.

Rwanda is daarmee een opmerkelijke kandidaat voor een Europees migratiebeleid dat nadrukkelijk zou moeten voldoen aan mensenrechtelijke waarborgen.

Mensenrechten

Dat was ook een van de belangrijkste bezwaren die deskundigen in het eerdere debat over terugkeerhubs naar voren brachten. In het artikel van de Kanttekening uit december 2025 wees universitair docent Mark Klaassen erop dat het juridisch mogelijk maken van terugkeer naar een derde land nog niet betekent dat zo’n constructie in de praktijk ook rechtmatig kan worden uitgevoerd. Er moet volgens hem kunnen worden gegarandeerd dat de mensenrechten van terugkeerders daar niet in het geding komen.

Bovendien is de vraag wie er toezicht houdt op wat er in zo’n hub gebeurt. Bij de eerdere plannen voor Oeganda bleef bijvoorbeeld onduidelijk hoe lang mensen daar zouden mogen worden vastgehouden, wat er gebeurt wanneer terugkeer naar het land van herkomst alsnog onmogelijk blijkt en wie verantwoordelijk is voor de monitoring van de omstandigheden. Ook bleef onduidelijk welke concrete rechtsbescherming mensen in zo’n centrum zouden hebben.

Die vragen verdwijnen niet omdat de beoogde bestemming nu Rwanda heet. Rwanda sloot eerder een overeenkomst met de Verenigde Staten om onder bepaalde voorwaarden mensen uit derde landen op te nemen. Human Rights Watch uitte daarbij zorgen over de rechten van deze groep.

Britse Rwanda-plan

Ook het eerdere Britse Rwanda-plan ligt nog vers in het geheugen. Het Verenigd Koninkrijk wilde asielzoekers die via irreguliere routes waren aangekomen naar Rwanda sturen. Uiteindelijk werden onder dat beleid geen mensen gedwongen naar Rwanda overgebracht en werd het akkoord in maart 2026 formeel beëindigd.

Dat maakt de huidige Europese interesse in Rwanda opvallend. Een constructie die in het Verenigd Koninkrijk jarenlang juridisch en politiek omstreden was, lijkt nu in een andere vorm terug te keren op Europees niveau.

Europese landen worstelen al jaren met het terugsturen van mensen die geen verblijfsrecht hebben, maar die om praktische of diplomatieke redenen niet naar hun land van herkomst kunnen worden uitgezet. Niet alle landen werken mee aan terugkeer en mensen beschikken niet altijd over de benodigde reisdocumenten. De EU heeft de terugkeer van afgewezen asielzoekers hoog op de agenda geplaatst.

Toch lijkt het er nu op dat Europese landen een deel van hun verantwoordelijkheid letterlijk buiten de eigen grenzen plaatsen. Dat is ook de kritiek van GroenLinks-PvdA-Europarlementariër Tineke Strik. Zij stelt dat Europese landen met dergelijke deals het probleem naar buiten proberen te verplaatsen. Volgens haar blijft onduidelijk hoe de hubs precies zouden functioneren en wie verantwoordelijk zou zijn wanneer het daar misgaat.

- Advertentie -