Niet-westerse migrant blijft achter op arbeidsmarkt, mede door discriminatie

Lees meer

Niet-westerse Nederlanders hebben minder vaak een baan, moeten vaker een beroep doen op een uitkering en verdienen minder dan mensen zonder migratieachtergrond. Dit blijkt uit een nieuw rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau.

69 procent van de mensen zonder migratieachtergrond heeft werk, tegenover 60,9 procent van de mensen met een niet-westerse achtergrond. Hoewel de overheid veel verschillende pogingen heeft gedaan om niet-westerse migrantengroepen meer aan het werk te krijgen, blijven ze sociaaleconomisch achter.

In de afgelopen jaren was er sprake van een inhaalslag, omdat het economisch goed ging en er meer mensen aan het werk konden gaan. De coronacrisis gooide echter roet in het eten en treft mensen met een niet-westerse achtergrond harder.

Onder de vier grootste niet-westerse migrantengroepen – Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders – is de werkloosheid het hoogst. Ook krijgen zij gemiddeld genomen een lager salaris.

Dat deze groepen slecht scoren komt, aldus het rapport, mede door discriminatie. Vooroordelen spelen deze etnische groepen parten tijdens het selectieproces. Oost-Europeanen doen het net zo goed als ‘autochtone’ Nederlanders, Oost-Aziaten doen het gemiddeld genomen zelfs beter.

- Advertentie -