Het Europees Parlement heeft gisteren een nieuwe versie van de terugkeerregeling uit het Migratiepact goedgekeurd. Mensen van wie de asielaanvraag in Europa is afgewezen, kunnen worden vastgezet en uitgezet, ook naar landen waar ze nooit zijn geweest.
Een trieste dag noemde Europarlementariër (Pro) Tineke Strik het gisteren. Het parlement had met grote meerderheid – 418 stemmen voor en 218 tegen – gestemd voor de wijzigingen in de terugkeerverordening. Dat niet alleen. De overwinning resulteerde in het luid scanderen van de woorden ‘send them back‘, zo schrijft de progressieve politica op LinkedIn. ‘Ik ben wel wat gewend, maar dit heeft me geraakt.’
Hoewel Strik zich al maanden fel uitspreekt tegen de voorstellen die door de Europese instituties zijn gesluisd, werd de stemming op woensdag door een meerderheid gezien als een overwinning. ‘Hier heb ik me hard voor gemaakt. En vandaag, na bijna twintig jaar stilstand, is het gelukt. Terugkeer is het sluitstuk van het Europese migratiesysteem: het laatste puzzelstukje is gelegd. Europa levert’, aldus Europarlementariër Malik Azmani (VVD en Renew).
Wat is er gebeurd?
Met de nieuwe regels zijn de voorwaarden voor het deporteren van afgewezen asielzoekers op Europees niveau versoepeld. Zo wordt het mogelijk om mensen die niet meewerken aan hun uitzetting tot 2 jaar lang in hechtenis te houden. Bovendien kunnen zij worden uitgezet naar zogenoemde terugkeerhubs – deportatiecentra in derde landen buiten Europa waar de persoon in kwestie geen binding mee heeft. Hier mogen zij tot 2,5 jaar worden vastgehouden. Dit geldt niet alleen voor volwassenen, maar ook voor hun kinderen, mits zij niet onbegeleid zijn.
Vooral de deportatiehubs leiden al maanden tot hevige kritiek. Nederland en Italië namen hierin het voortouw, maar uit de plannen die tot nu toe werden gemaakt bleek dat mensenrechtenschendingen al snel op de loer lagen. Zo had het vorige kabinet gesprekken met Oeganda over een mogelijke ’terugkeerhub’, terwijl Oeganda geen goede reputatie heeft op het gebied van mensenrechten. De vraag is bovendien of het een derde land uiteindelijk wel lukt om mensen terug te sturen naar hun eigen land, als dat in Nederland al niet lukte. In veel gevallen is er geen sprake van onwil, maar kunnen asielzoekers simpelweg niet terug naar het land dat ze zijn ontvlucht.
Hoewel er met de nieuwe wetgeving een maximale termijn is afgesproken, is nog weinig duidelijk over de vraag wat hierna dient te gebeuren. In de wettekst staat bovendien dat overeenkomsten alleen gesloten mogen worden met derde landen die de mensenrechten, het internationaal recht en het beginsel van non-refoulement eerbiedigen. Wie dit zal monitoren, is eveneens onduidelijk.
Het huidige kabinet zette de plannen voor een deportatiehub in Oeganda on hold, maar haalde ze niet van de plank. Inmiddels zingen er nieuwe namen rond; Kenia en Rwanda zouden mogelijk dienst kunnen doen als derde land voor afgewezen asielzoekers uit Nederland.
Minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) is blij met het nieuwe akkoord. Hij ziet de huidige onmacht om afgewezen asielzoekers het land uit te zetten als het fundamentele probleem en een van de redenen waarom mensen naar Nederland blijven komen, zei hij tegen NRC.


