President Noord-Cyprus: ‘Erdogan bedreigt mij’

Lees meer

Mustafa Akinci, de president van niet-erkende Turkse Republiek Noord-Cyprus, beweert dat hij wordt bedreigd door mensen die voor de Turkse president Erdogan werken. Ze zouden tegen Akinci hebben gezegd dat hij zich moet terugtrekken als presidentskandidaat.

‘Het zou beter voor u, uw gezin en uw dierbaren zijn als u geen kandidaat was’, zouden ze tegen de president hebben gezegd. Akinci wijst op ‘agenten die verantwoordelijk zijn voor het verzamelen van inlichtingen voor Turkije’ als de bron van de dreiging. Ook beschuldigt Akinci de Turkse ambassade van bemoeienis met de verkiezingen.

De presidentsverkiezingen van afgelopen zondag leverden geen duidelijk winnaar op, zodat komende zondag oktober een tweede ronde komt. Akinci kreeg 29,8 procent van de stemmen, minister-president Ersin Tatar 32,2 procent.

Tatar is voorstander van nauwere banden met Turkije, terwijl Akinci hernieuwde vredesbesprekingen met Cyprus wil met als doel dat Noord-Cyprus en Cyprus weer worden herenigd.

Analisten registreerden vorige week een verkiezingsstunt van Tatar, toen hij het strand van Varosha heropende voor het publiek. Varosha werd in 1974 een ‘spookstad’, toen de Turken Cyprus binnenvielen en het noorden van dit eiland veroverden. Het Griekse deel van Cyprus en Griekenland beschouwen de actie als een provocatie van Turkije.

- Advertentie -