Vrijwilligers hebben in de Soedanese stad Bara meer dan zeshonderd lichamen begraven, zo schrijft Middle East Eye. De lijken lagen maandenlang op straat of in woningen. De berging van de doden volgt op zware gevechten tussen het Soedanese leger (SAF) en de rebellen van de Rapid Support Forces (RSF).
Volgens lokale activisten en hulpverleners zijn de meeste doden gewone burgers. Daarnaast bevinden zich onder de doden trijders van zowel het regeringsleger als de RSF. Honderden andere lichamen zouden nog altijd niet zijn geborgen.
De vrijwilligers troffen de doden aan in massagraven, op pleinen en langs wegen. Sommige lichamen waren al vergaand ontbonden of tot skeletten vergaan. Ongeveer vijftig vrijwilligers waren betrokken bij de operatie om de doden fatsoenlijk te begraven. Zij werkten met beschermende kleding en mondkapjes, om besmetting te voorkomen.
De grote hoeveelheid onbegraven lichamen heeft geleid tot ernstige gezondheidsrisico’s in het gebied. Lokale bronnen melden dat ziektes zich snel verspreiden. Vrijwilligers zijn daarom niet alleen bezig met het begraven van slachtoffers, maar ook met schoonmaak- en ontsmettingswerkzaamheden. Volgens hen is er een tekort aan brandstof, handschoenen, mondkapjes en andere hulpmiddelen.
Lokale groepen beschuldigen de rebellenbeweging RSF van grootschalige vergeldingsaanvallen in en rond Bara. De paramilitaire organisatie wordt door de Verenigde Naties en de Verenigde Staten al langer beschuldigd van ernstige oorlogsmisdaden en genocide in delen van Darfur. De RSF ontkent dergelijke beschuldigingen.
De oorlog in Soedan is in april 2023 begonnen en heeft aan tenminste 15.000 mensen het leven gekost, aldus schattingen. Meer dan elf miljoen mensen zijn bovendien op de vlucht geslagen. Tot dusverre hebben diplomatieke pogingen om het conflict op te lossen nog geen positief resultaat opgeleverd.


