In Ankara staat de oppositie nu op een kruispunt

turks-parlement-reuters.jpg
Foto: © Reuters

Voor het eerst sinds lange tijd is er eindelijk eens goed politiek nieuws uit Turkije. De AKP van president Erdogan heeft conform de voorspellingen duidelijk verloren – niet alleen in zeteltal, dankzij de sprong van de linkse pro-Koerdische HDP over de verkiezingsdrempel van 10 procent, maar ook in percentages, zowel vergeleken met de presidentsverkiezingen van vorig jaar als de parlementsverkiezingen van 2011. Zeker, de AKP is met afstand de grootste partij gebleven – iets anders werd ook niet verwacht – maar de absolute meerderheid is ze kwijt.

Het plan van Erdogan – en dat was zíjn inzet deze keer – om van het sterk ceremoniële ‘Duitse’ presidentschap door wetswijziging een inhoudelijk ‘Frans’ te maken, kan daardoor niet doorgang vinden, tenzij Erdogan 1 van de 3 grootste oppositiepartijen met een deal tot instemming weet te bewegen. Volledig uit te sluiten valt dat niet, maar voorlopig heeft de Turkse kiezer – en dan toch vermoedelijk, volgens opinieonderzoek, vooral de Turkse kiezer in Turkije zelf, en niet de in Europa levende, die wèl grotendeels de AKP trouw is gebleven – een forse streep door Erdogan s politieke rekening gehaald. Zijn in z’n soort van Poetin afgekeken, maar dan omgekeerde switch – in Ankara na 11 jaar van premier tot president promoveren, maar zonder de touwtjes uit handen te willen geven – is mislukt.

Daarin schuilt een hoopvol verschil met Rusland, die andere grote buurstaat van de Europese Unie die de laatste jaren in steeds autocratischer vaarwater terecht is gekomen. Poetin wisselde na 8 jaar presidentschap in 2008 stuivertje met zijn premier Medvedev, omdat er een grondwettelijk maximum van 2 termijnen gold. In de praktijk bleef Poetin ook in het formeel ondergeschikte premierambt aan de leiding. Nadat Medvedev zijn presidentszetel 4 jaar warm gehouden had, keerde Poetin er weer op terug. Door die tijdelijke wissel stond de teller echter weer op 0, en kan Poetin opnieuw voor vele jaren over het hoogste staatsambt beschikken. Ook Erdogan blijft nu weliswaar president, maar zonder het presidentiële bestel te kunnen invoeren dat hem bij zíjn switch voor ogen stond.

Erdogan heeft niet alleen een duidelijke nederlaag geleden, hij heeft die ook erkend. Kom daar bij Poetin maar eens om. Mocht er bij de stembus wat gesjoemeld zijn, dan in elk geval onvoldoende om zijn meerderheid te redden. Ook zijn enorme dominantie in de media – grote parallel met de Russische situatie – heeft, daarin meteen anders dan in Rusland, electoraal onvoldoende uitgehaald. Overigens was ook vóór de verkiezingen van zondag die parlementaire oppositie in Turkije al aanzienlijk serieuzer en sterker dan in Rusland, waar ze eigenlijk geen rol van betekenis speelt.

Het belangrijkste en meest hoopgevende is echter dat Erdogan deze verkiezingen inderdaad blijkt te hebben kunnen verliezen. Dat is in Rusland onmogelijk: daar zal Poetin het altijd zo weten te regelen dat hij ze wint. En ook ten aanzien van Egypte, waarvan de nieuwe militaire dictatuur in Nederland inmiddels al door de VVD als “stabiel” en “westers” aan het hart is gedrukt, hoeven we ons weinig illusies te maken. Sisi zorgt er, nadat hij zijn staatsgreep bij de stembus heeft laten goedkeuren, voorlopig wel voor dat hij met percentages van boven de 90 procent op gezette tijden zijn macht herbevestigen kan. Aan het fabriceren van zulke getallen durft zelfs Poetin zich niet te wagen, van het schertsreferendum over de Krim afgezien. Op zijn beurt zal Sisi weer met jaloezie naar de Kims in Noord-Korea kijken, waar met minder dan 99,9 procent geen genoegen hoeft te worden genomen. Ook Assad was dol op hoge cijfers, alleen heeft Damascus – mede dankzij zulke massale fraude, die verzet opriep – intussen aanzienlijk minder grip op de politieke situatie in eigen land dan Pyongyang.

In Ankara staat de oppositie, die zich de afgelopen jaren fel tegen Erdogan s autoritaire optreden heeft gekeerd, nu op een kruispunt. Is 1 van de 3 oppositiepartijen misschien toch bereid het met de AKP op een akkoordje te gooien, in ruil voor deelname aan de macht? Zal 1 van de 3 er geen been in zien om de nu in de verkiezingsstrijd beleden democratische principes (toch weer) voor leukbetaalde baantjes in te ruilen? De seculiere regeringen die aan de AKP voorafgingen, hadden op het terrein van corruptie en cliëntelisme, democratie en rechtsstaat, nu ook niet bepaald een smetteloos blazoen. Het beleid van mevrouw Çiller als premier werd midden jaren 90 vooral bepaald door haar wens uit de gevangenis te blijven – een wens waarbij men zich, gezien de wantoestanden in de Turkse gevangenissen, op zich ook wel best iets voorstellen kan.

De hamvraag is dus of de oppositiepartijen in Turkije hun leven gebeterd hebben, of hun verzet tegen Erdogan autocratische bestuur uit principiële opvattingen voortvloeide dan wel uit opportunisme. In teveel buurlanden van Europa hebben we in de afgelopen decennia gezien dat, mede teneinde bij het Westen in het gevlei te komen, de oppositie verheven democratische kreten slaakt zolang ze in de oppositie zit, om zich, zodra ze dan uiteindelijk toch een keertje aan de macht gekomen is, precies dezelfde autocratische tendensen te vertonen als haar verslagen tegenstander.

Het jongste dramatische voorbeeld biedt Irak, waar de tirannie van Saddam helemaal niet voor rechtstaat en democratie plaats heeft gemaakt, maar de sjiieten onder de vorige premier Maliki nu vooral de kans schoon zagen om revanche op de soennieten te nemen, onder het motto: nu zijn wij eens aan de beurt. De uitkomst van dit sektarisme vormt IS, die inmiddels al half Irak en Syrië in handen heeft, waardoor beide staten de facto hebben opgehouden te bestaan.

Thomas von der Dunk is publicist en cultuurhistoricus. Hij promoveerde in 1994 op een proefschrift over de politieke en ideologische aspecten van de monumentencultus in het Heilige Roomse Rijk. Daarna was hij onderzoeker aan de universiteiten van Utrecht, Leiden en Amsterdam.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.