15.7 C
Amsterdam

Als baby gestolen of verkocht: ‘Niets in mijn adoptiedossier is waar’

Kaja Bouman
Journalist gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Lees meer

Geboren op een babyfarm, weggestolen bij je moeder of verhandeld door criminelen. Dat is het verleden van veel adoptiekinderen uit het buitenland. De Nederlandse overheid wist ervan, maar een vergoeding om de waarheid te achterhalen blijft uit. Sommige geadopteerden zijn het zat en trekken alles uit de kast om antwoorden te vinden.


Een groep geadopteerden heeft een statement opgestuurd, waarin zij het Ministerie van Justitie en Veiligheid aansprakelijk stelt voor schade door onrechtmatige adoptieprocedures van kinderen uit het buitenland. De adoptiekinderen hopen op een financiële tegemoetkoming. Daarmee willen zij onder meer de zoektochten naar hun biologische families betalen.

De commissie-Joustra publiceerde in februari een rapport waaruit bleek dat de Nederlandse overheid wist dat er misstanden plaatsvonden bij adopties uit het buitenland tussen 1967 en 1998. De overheid bood toen – tot verbazing van veel adoptiekinderen – haar excuses aan. Juriste Dewi Deijle, zelf geadopteerd uit Indonesië, maakt zich al jarenlang hard voor de rechten van geadopteerden in Nederland. ‘Ik heb wel een traantje gelaten die dag’, zegt Deijle.

Maar toen kwam de volgende stap. ‘Als je je excuses aanbiedt, moet je ook verantwoordelijkheid nemen.’ En dat moet volgens Deijle in de vorm van een vergoeding voor alle geadopteerden. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) wil een kenniscentrum opzetten en kwam met een subsidieregeling voor organisaties die adoptiekinderen steunt, maar financiële ondersteuning voor alle individuele geadopteerden blijft vooralsnog uit.

Deijle ging in gesprek met Dekker: ‘Hij vindt dat de Nederlandse belastingbetaler hier niet voor op hoeft te draaien. Terwijl ik juist denk dat Nederland draait om solidariteit. Ik weet niet wie mijn biologische moeder is, maar ik ben hoogstwaarschijnlijk verhandeld door criminelen. We zijn misdaden aan het oplossen, waarom moeten we dat zelf betalen?’

Namens de stichting Mijn Roots, een organisatie die zich inzet voor geadopteerden uit Indonesië, stelde Deijle in 2017 de Nederlandse staat al aansprakelijk. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wees de aanklacht toen echter van de hand. Daarom besloot de juriste nu de verhalen van Nederlandse geadopteerden uit verschillende landen te verzamelen en op te sturen naar het ministerie, in de hoop zo toch de overheid te bewegen tot een vergoeding. Deijle verwacht binnen vier weken iets te horen.

Mirjam (rechts) en Doriet (links) (Beeld: Bsharp Media)

‘Niets was waar’

Een van de verhalen die is meegestuurd met de claim van Deijle is het verhaal van Doriet Begemann (41). Doriet begon ruim twintig jaar geleden met haar zoektocht. Ze werd in 1979 geadopteerd als baby uit Indonesië, samen met haar anderhalf jaar oude zus Mirjam. Het Nederlandse echtpaar dat hen in huis nam geloofde dat de twee biologische zusjes waren. Maar Doriet heeft dat nooit geloofd.

‘Als ik naar Mirjam keek, dan had ik het gevoel dat ze mijn zus niet was. Het gekke is dat ik eigenlijk helemaal niet weet hoe een biologische zus dan wel voelt, maar ik wist gewoon dat zij niet mijn echte zus was.’

‘Als ik naar Mirjam keek, dan had ik het gevoel dat ze mijn zus niet was’

In 2004 schakelde Doriet het programma Spoorloos in. Met de adoptiedocumenten ging het team op zoek naar haar biologische familie, maar vond niets. ‘Toen werd duidelijk: er klopt niets van mijn adoptiedossier. De handtekeningen op de geboorteakte en de overdrachtsakte kwamen niet overeen, de adressen klopten niet, mijn geboortemelding was gedaan door een vroedvrouw in plaats van mijn biologische moeder. Niets was waar.’

‘Ik was bang voor wat ik zou vinden’

Doriet wilde na het onderzoek van Spoorloos een DNA-test doen om te kijken of Mirjam haar echte zus was, maar Mirjam weigerde. ‘Ik ben zelf op zoek gegaan naar antwoorden en overwoog naar Indonesië te gaan, maar uiteindelijk besloot ik van dat geld te gaan studeren’, zegt Doriet. ‘Wat ook meespeelde is dat mensen zeiden: ‘Je bent met een reden afgestaan, wie weet willen jouw ouders je helemaal niet zien. Ga je dan duizenden euro’s uitgeven om erachter te komen dat je helemaal niet gewenst bent?’ Ik was ook bang voor wat ik zou vinden.’

Doriet en haar adoptievader (Beeld: Bsharp Media)


Hulp vanuit de Nederlandse overheid of instanties kon Doriet tijdens haar zoektocht wel vergeten. Een Nederlandse rechter heeft de adoptie goedgekeurd, maar vervolgens weigerde de burgerlijke stand in Den Haag haar geboorteakte om te zetten naar een Nederlands certificaat. De reden voor de weigering was dat de vroedvrouw melding had gedaan van haar geboorte, terwijl dit door de biologische moeder had moeten worden gedaan.

Waarom de rechter hier niet opnieuw naar heeft gekeken weet Doriet nog steeds niet. ‘Ik geloof niet dat de rechter kwade bedoelingen heeft gehad. Het idee was toen echt: ‘Die kinderen zijn zielig en die moeten we helpen.’

‘Ik heb geprobeerd de Nederlandse rechtbank te bellen, maar je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Er is waarschijnlijk gekeken naar de handtekening van de rechter in Indonesië en de notaris in Indonesië, maar niet naar de handtekeningen van mijn biologische ouders. Iedereen kan zien dat op het geboortecertificaat een heel andere handtekening staat dan op de overdrachtsakte, terwijl ze beide van mijn biologische ouders zouden moeten zijn’, zegt Doriet.

De DNA-test

Zestien jaar na het onderzoek van Spoorloos stemde Doriets zus Mirjam wel in met een DNA-test. In januari van dit jaar kwam de uitslag binnen: Doriet en Mirjam zijn inderdaad geen biologische zussen. ‘We hadden helemaal geen match. Ik ging er al vanuit dat we geen echte zussen waren, maar ik hoopte nog dat we misschien halfzussen of nichtjes waren. Het is alsof toen pas echt het kwartje viel. Alles is gelogen.’

De klap was vooral hard voor de moeder van Doriet en Mirjam. ‘Zij dacht echt dat wij biologische zussen waren’, vertelt Doriet. ‘Nu moest ook zij concluderen dat de adoptie waarschijnlijk illegaal is geweest. Dat wil je natuurlijk niet. Mijn moeder was huisvrouw en wist niet beter. Mijn vader heeft de hele adoptie geregeld.’ De vader van Doriet stierf toen zij veertien was. ‘Ik heb hem hier nooit iets over kunnen vragen.’

Kinderen

Doriet twijfelde door haar adoptieverleden of ze zelf wel kinderen wilde. ‘Ik was bang dat ik ze dan misschien zou willen afstaan’, legt ze uit. ‘Maar als je dat kindje eenmaal in je armen hebt dan denk je: wat een stomme gedachte.’

Wel gaf het moederschap Doriet een nieuw inzicht, waarmee ze op een andere manier naar haar eigen adoptie kon kijken. ‘Ik besefte ineens hoe wanhopig een moeder moet zijn geweest om vrijwillig haar kind weg te geven. Ik weet natuurlijk niet of ik ben meegenomen of dat mijn biologische moeder mij niet wilde, maar als ze mij heeft weggeven, moet dat heel moeilijk voor haar zijn geweest.’

‘Ik besefte ineens hoe wanhopig een moeder moet zijn geweest om vrijwillig haar kind weg te geven’

Ook een bijzondere ervaring was dat Doriet voor het eerst iemand zag die op haar leek. ‘Dat was best bizar, mijn oudste zoon leek zo erg op mij. Zoiets had ik nog nooit gezien. En niet alleen qua uiterlijk maar ook qua karakter, zelfs mijn slechte eigenschappen!’

Laatste poging

Als laatste poging om haar biologische familie te vinden, maakte Doriet een documentaire. Het eerste deel van de documentaire verscheen onlangs online.

‘Ik hoop dat de film de grens overgaat en dat iemand in Indonesië mij herkent. Ik ga ervanuit dat er niets te vinden valt, maar mocht ik op een nieuw spoor komen, dan volgen er misschien nog wel delen 4 en 5.’

In de eerste aflevering interviewt Doriet haar moeder en zus Mirjam, ze bladert door het adoptiedossier, wijst de fouten aan en belt met Nederlandse instanties. Ook laat ze regelmatig babyfoto’s zien, in de hoop dat iemand in Indonesië haar zal herkennen.

‘Als mijn kleinkinderen later vragen of ik heb geprobeerd mijn familie te vinden, dan wil ik kunnen zeggen dat ik alles heb gedaan. Ik wil geen burn-out of depressie en ik weet dat ik ergens een grens moet trekken, maar ik moet dit nog proberen. Ik wil niet later denken: wat als ik nou dit had gedaan of daar had gezocht? Ik wil weten: ik heb alles gedaan wat ik kon.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -