D66 en identiteit: slaapt daar de duivel tussen?

Jaime Donata
Jaime Donata
Journalist gespecialiseerd in kunst & cultuur en politiek.

Lees meer

Vandaag organiseert Opfrissing, een club van betrokken D66’ers die de partij met praktische voorstellen scherp wil houden, een debat over migratie en identiteit. De Kanttekening vroeg drie Democraten naar hun mening over de huidige koers van de partij op deze thema’s.

Gert Jan Geling, voorzitter van de D66’s thema-afdeling Samenleven, Migratie en Asiel en betrokken bij Opfrissing

‘Opfrissing is een initiatief van D66-leden die ontevreden zijn over de manier waarop D66 haar eigen politieke kroonjuweel, het referendum, heeft afgeserveerd. Eind vorig jaar kwam het idee op om integratie en immigratie te bespreken. Wanneer D66 zich met deze onderwerpen bezighoudt gaat het vaak over hele praktische en beleidsmatige zaken, zoals oplossingen voor vluchtelingen die de taal moeten leren en een eerlijke kans moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Migratie was vooral een belangrijk thema voor D66 tijdens de vluchtelingencrisis, toen er heel concreet problemen moesten worden opgelost. Maar een hele duidelijke visie op de toekomst van immigratie en integratie is er eigenlijk niet binnen de partij. Dat kun je zien aan het feit dat er in de afgelopen beleidsperiodes vijf verschillende woordvoerders integratie zijn geweest in de Kamer. Geen continuïteit.

Het onderwerp is belangrijk genoeg is om een echte lijn uit te zetten waarmee D66 zich onderscheidt. Je hebt het rechtse verhaal over migratie, waarin je niet mee wil gaan omdat het uitgaat van angst en wantrouwen – maar wat dan? Want de uitdagingen en soms ook problemen die immigratie met zich meebrengt worden niet vanzelf opgelost. Migranten en hun kinderen zijn hier nog het meest de dupe van. Een lid van Opfrissing vond dit ook. Hij heeft zelf een migratieachtergrond en werkt met vluchtelingen. Hij wordt regelmatig geconfronteerd met de praktijk: wat doe je met een man die in Nederland woont en die zijn vrouw dwingt om binnen te blijven? Wij gaan als liberalen graag uit van ‘eigen keuzes’ en ‘de vrijheid van het individu’, maar door je blind te staren op dat wereldbeeld ga je voorbij aan de dagelijkse realiteit binnen bepaalde migrantengroepen. Een kritisch perspectief daarin is soms lastig voor D66’ers, omdat stereotypering al snel op de loer ligt en we willen niet in de buurt daarvan komen.

Foto: Gert Jan Geling

‘Veel D66’ers komen niet uit de meest diverse omgeving’

Soms denk ik weleens: zijn wij D66’ers niet te reactief tegenover de populistische houding over immigratie en integratie? Wij moeten juist heel duidelijk een eigen D66-verhaal vertellen. Eén van de onderwerpen waar we over moeten nadenken: hoe verhouden we ons tot nationalisme? Er is behoefte aan een nationale identiteit. Wat doen we daarmee als progressief-liberale partij? Is er ook iets als ‘inclusief nationalisme’, zoals dat zo mooi wordt omschreven in Nederland mijn Vaderland?, het boek van voormalig GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil? Het idee van ‘inclusief nationalisme’ is nog niet vertaald door een politieke partij. Ik wil graag praten over de vraag: past Özdils verhaal bij een partij als D66? En zo ja, hoe vullen we dat dan politiek in?

Nationale identiteit is een te actueel thema om links te laten liggen. Er zijn best veel mensen die niks hebben met het rechtse, antiliberale nationalisme, maar wel blij zijn met Nederland. Binnen D66 zijn inclusie en diversiteit belangrijke thema’s. Maar als je eerlijk bent komen veel D66’ers niet uit de meest diverse omgeving. Dat komt door de segregatie die door de hele samenleving heen loopt. Echt divers zijn, ook als partij, vraagt soms net iets meer dan zeggen: we staan open. Zelf woon ik de Schilderswijk in Den Haag en ben ik actief in de buurt. Ik geef ook les op de kleurrijke Haagse Hogeschool en heb daardoor op verschillende niveaus wel enige feeling met de diverse samenleving. Ook mijn vriendenkring is heel divers, maar de uitdaging voor de samenleving is: groepen goed integreren. Wat bindt mensen?

Politiek richt zich vaak op het beleid voor de korte termijn. Maar als je naar de toekomst kijkt zie dat je thema’s als ontwikkelingen in Afrika en klimaatverandering van belang zijn – hoe gaan wij D66’ers daarmee om vanuit onze sociaalliberale waarden? Ik vind echt dat er een langetermijnvisie nodig is en ben fan van ontwikkelingseconoom Paul Collier, hoogleraar aan de Universiteit van Oxford, die veel heeft geschreven over refugee cities. Misschien is dat een idee, om een veel bredere menswaardige opvang te garanderen voor grote groepen vluchtelingen. Want de manier waarop we het nu doen werkt eigenlijk niet. De volgende vraag is dan: waar zet je die refugee cities neer? In Europa of in de regio? Wat is het beste voor iedereen? Je moet daar ook pragmatisch in zijn. Daarvoor is het wel nodig om een visie te hebben op de toekomst – en niet alleen hier en daar een miljoen extra te investeren waar het nodig is.’

Zouhair Saddiki, filosoof en lid van de D66-werkgroep Religie & Levensbeschouwing

‘Qua integratie zit het D66-verhaal redelijk snor, zeker als je kijkt naar het beleid: taal, arbeidsdeelname, scholing. Dat zijn stuk voor stuk goede middelen om integratie te bevorderen. Maar als het gaat om waarden, al dan niet gedeeld, dan zie ik dat dit onderwerp een beetje vermeden wordt. Ik weet niet of dat de bekende D66-nuanceringsreflex is op het volstrekt gepolariseerde debat in Nederland. Pas wanneer een D66-lid intern, op een congres bijvoorbeeld, weigert om een hand te geven op basis van religieuze overtuiging, dan hebben we opeens wél een mening over andermans waarden. Het rijmt gewoon niet met hoe wij kijken naar de gelijkheid tussen man en vrouw. Wat dat betreft vertonen D66’ers af en toe een politieke cognitieve dissonantie.

Zelf heb ik een Joods-Marokkaanse-Algerijnse achtergrond. Ook ben ik islamitisch opgevoed, maar ik ben niet praktiserend. Wel sta ik pal voor onze democratische rechtsstaat, dus ook voor religieuze vrijheid en het recht op zelfbeschikking. Maar ook ik zie dat de waarden van onze democratische rechtsstaat soms botsen met de waarden van bepaalde migranten. Als de sharia je moreel-politieke ijkpunt is, dan denk je echt anders over de afspraken die we hier hebben over hoe we met elkaar omgaan. Daar moet D66 iets mee. De geschiedenis van Algerije toont hoe ondemocratische krachten gebruik kunnen maken van de democratie om hem vervolgens af te willen schaffen. Ook in Europa zag je dit bij fascistoïde stromingen die ‘nu’ steeds meer vaste voet aan de grond krijgen.

Die werkelijkheid schuurt – en binnen D66 moet je enorme ballen hebben om de discussie over de ‘strijdbare democratie’ te openen. We moeten bij D66 allemaal heel erg lief doen tegen iedereen. Dan denk ik weleens: donder op, ik wil sociaalliberale waarden uitdragen.

Foto: Zouhair Saddiki

‘We moeten bij D66 allemaal heel erg lief doen tegen iedereen’

Mijn vader is een etnisch Joodse Marokkaan, moslim en van de harde autoritaire lijn. Maar hij is geen dictator. We hebben felle discussies, maar we kunnen toch door één deur. De generatie van mijn vader heeft gezond verstand. Die mannen zijn in armoede opgegroeid en naar Nederland gekomen. Vanuit hun spirituele levenswijsheid en het harde leven dat ze hebben geleid zijn het hele pragmatische figuren. Ze eten halal, maar als het een keer niet lukt? Geen man overboord. Mijn vader heeft ons geleerd om gewoon je hoofd te gebruiken en niet alles letterlijk te nemen. Maar, net zoals overal, heb je onder moslims mensen van de Openbaring – dogmatisme – en mensen van de ratio. De huidige generatie orthodoxe moslims? Mijn vader begrijpt er niks van. Hij vindt ook dat die Marokkaanse extremisten, die die Deense meisje hebben onthoofd, de doodstraf verdienen. Het salafisme, een extreem-dogmatische stroming, zie je ook steeds meer in Europa. Het begint steeds meer ontreddering teweeg te brengen bij de generatie van mijn vader. Het staat haaks op alle Marokkaanse waarden waar zij mee zijn opgegroeid. Ze vragen zich af: ‘Wat hebben we laten gebeuren?’ Ik loop al wat langer rond bij D66 en ja, we zijn echt naïef. Ik kijk soms met verbazing naar het gebrek aan besef van wat er speelt binnen de islamitische gemeenschap.

Ja, verschillen opzoeken is soms lastig. Maar als politici moeten we toch nadenken over burgerschap en verbinding? Wat is de basis van onze verbinding? Nee, we kunnen niet alle waarden met elkaar delen en dat hoeft ook niet, maar welke waarden delen we wel? En welke waarden zijn ononderhandelbaar?

Shirin Musa, die met Femmes for Freedom strijdt tegen huwelijksdwang en vrouwenbesnijdenis, betekent veel voor de emancipatie van de moslimvrouwen. Waarom staan we als D66’ers niet vierkant achter zo iemand? Mijn partij laat het achterwege om haar volledig te steunen, alleen omdat er binnen de partij krachten zijn die haar emancipatiestrijd framen als islamofoob. Terwijl dat haar strijd helemaal niet is. Huwelijksdwang en vrouwenbesnijdenis zijn namelijk niet eens islamitisch, maar een cultureel verschijnsel. D66 zou daar echt tegen moeten optreden.

Vroeger ging het verhaal dat D66’ers atheïstische christenbashers zijn, maar dat is nooit zo geweest, denk ik. Je kunt best christen, moslim of jood zijn bij D66. Wel zijn we voor de scheiding tussen kerk en staat en tegen dogmatiek in de politiek – al dan niet religieus. Want je kunt op allerlei manieren dogmatisch zijn. Maar religieus dogmatisme verschilt toch net van andere vormen van dogmatisme, want je plaatst je dogma buiten deze wereld, waardoor er praktisch niet eens over te discussiëren valt.’

Een D66-lid en student Antropologie (naam bij redactie bekend), wil graag anoniem blijven vanwege zijn Turkse achtergrond

‘Ik hoor D66 tot nu toe te weinig over de veranderende Nederlandse samenleving. Als liberaal met een Turkse achtergrond en geboren en getogen in Nederland vind ik het vreemd om te zien hoe het publieke debat in Nederland de laatste twintig jaar steeds meer wordt vormgegeven in de meest karikaturale, eentonige en starre sociale categorieën. Dit wordt gedaan zowel door extreme nationalisten als door extreme religieuzen – en ook middenpartijen komen hier nauwelijks structureel tegen in verweer met een krachtig tegenverhaal. Ik vind het jammer dat liberale progressieven al die starre sociale categorieën niet op een structurele en nadrukkelijke manier problematiseren. Hoezo ‘de’ traditionele autochtone Nederlandse cultuur? Hoezo ‘de’ islam? Hoezo ‘de’ moslims? Hoezo ‘de’ allochtonen? Hoezo ‘de’ ‘linkse’ wegkijkers? Hoezo ‘de’ patriottistische realisten? Als men een beetje goed kijkt en deze sociale categorieën echt analyseert, dan is de enige conclusie dat deze categorieën helemaal niet bestaan. Er is eenvoudigweg te veel diversiteit, ook binnen groepen en gemeenschappen zelf.

 ‘D66 zou de verdeeldheid binnen culturele groepen beter moeten benoemen’

Binnen de ‘Turkse’ gemeenschap in Nederland zijn er verschillende groepen. Religieuze groepen als soennieten, Alevieten en christenen, en daarnaast etnische groepen als Turken, Koerden, Armeniërs, Lazen, Arabieren, de Roma, de Assyriërs, enzovoorts. Etnische minderheden in Turkije, zoals de Koerden en Armeniërs, maar ook religieuze minderheden als de Alevieten, worden nog steeds gediscrimineerd, buitengesloten en vaak regelrecht onderdrukt door de Turks soennitische meerderheid. Dat weet ik omdat ik zelf uit een linkse, Alevitische familie kom. En dan heb ik het niet eens over de opkomst van de politieke islam in Turkije, met alle ellende die die starre fanatiekelingen en extremistische conservatieven hebben veroorzaakt.

Ook binnen andere etnische groepen in Nederland, zoals bij ‘Marokkanen’, ‘Surinamers’ en tegenwoordig ook ‘Syriërs’ bestaat er een soortgelijke sociale problematiek tussen de verschillende subgroepen. En laten we vooral niet de ongelijkheid over het hoofd zien binnen de ‘autochtone’ bevolking, zowel qua sociale positie als qua normen en waarden.

Een progressief-liberale partij als D66 zou de onderlinge verdeeldheid binnen verschillende culturele groepen beter en nadrukkelijker moeten benoemen. Net zoals de partij in het verleden de ‘vastgeroeste’, ‘autochtone’ identiteiten heeft geproblematiseerd. Nederland was tot na de Tweede Wereldoorlog een verzuild, christelijk land, door en door conservatief. Nu doen we met zijn allen alsof ‘de’ Nederlandse cultuur doordesemd is van progressieve liberale waarden, maar dat is een mythe. De grote politieke partijen aan de rechterkant, CDA en VVD, proberen het populistische en nationalistische geluid in te kapselen, om zo controle te houden over hun electoraat. D66 zou met een intelligenter verhaal moeten komen over al die zogenaamd homogene categorieën in Nederland – en vooral ook over het progressieve clichébeeld van de Nederlandse cultuur.’

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here