‘Discriminatie is als een heroïneverslaving’

Foto: AP
Nederlandse moslims voelen zich vaker gediscrimineerd dan moslims in bijna alle andere Europese landen, blijkt uit een recent onderzoek. De Kanttekening sprak daarover een anti-discriminatie-expert, een socioloog en een politicus.

Nederland komt er slecht vanaf in het eind vorige maand gepubliceerde onderzoek van het Bureau voor de Grondrechten van de Europese Unie naar de discriminatiebeleving van moslims. Van de landen in Europa met een grote moslimpopulatie voelt alleen de Griekse moslim zich meer gediscrimineerd. Zo zegt ruim dertig procent van de respondenten de afgelopen vijf jaar te maken hebben gehad met discriminatie in ons land. Meer dan zeventig procent gelooft dat discriminatie op grond van geloofsovertuiging, etniciteit en huidskleur wijdverspreid is in Nederland. In vergelijking met andere landen is het vertrouwen van moslims in de politie laag. Ze worden vaker aangehouden en voelen zich het minst verbonden met het land waarin ze wonen.

Cyriel Triesscheijn, directeur van het anti-discriminatie-bureau Radar (Regionale Anti-Discriminatie Actieraad), kijkt niet op van de uitkomsten van het onderzoek. ‘Het komt overeen met conclusies van eerdere onderzoeken. Moslims hebben over het algemeen weinig vertrouwen in de Nederlandse instanties.’ Volgens Triesscheijn is de politieke belangstelling voor moslimdiscriminatie gering in vergelijking met andere vormen van discriminatie. ‘De bestrijding van antisemitisme wordt al sinds de jaren tachtig serieus genomen gezien de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Racistisch geweld neemt sinds een aantal jaar af en geweld tegen moslims neemt toe. Als je kijkt naar de cijfers is er reden voor bezorgdheid. Moslims hebben het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. Ze vinden dat je tegen moslims van alles kunt roepen zonder dat er wordt opgetreden, terwijl dat bij de belediging van andere minderheidsgroepen wel gebeurt. Denk aan de demonstrant op de Dam in Amsterdam in 2008. Hij droeg een pamflet bij zich met uitspraken van Wilders. De woorden moslim en islam had hij veranderd in jood en jodendom, hij werd prompt gearresteerd voor discriminatie.’

Dan zijn er nog de feiten over discriminatie op de Nederlandse werkvloer. ‘Werkzoekenden met een Arabische of een Turkse naam worden minder vaak uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en vinden uiteindelijk minder vaak een passende baan’, zegt Lieselotte Blommaert, socioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘De kans dat het cv van een autochtone sollicitant wordt bekeken is vijftig procent groter, de kans dat een autochtoon wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek is zestig procent groter. Stereotypebeelden die werkgevers hebben van bepaalde groepen sollicitanten spelen bewust en onbewust een rol. Werkgevers nemen snel een beslissing op basis van beperkte informatie, bijvoorbeeld van een cv. Onbewust houden ze bij die beoordeling rekening met wat ze weten of denken te weten over de groep waartoe ze denken dat de sollicitant behoort. Zo’n aanname is bijvoorbeeld het beeld dat autochtone sollicitanten minder goed de taal beheersen. Veel mensen die discrimineren doen dat niet vanuit een sterke antipathie voor een bepaalde groep, ze laten zich leiden door vooroordelen zonder dat ze dit in de gaten hebben.’ De uitkomst blijft: moslims in Nederland voelen zich vaker gediscrimineerd dan moslims uit andere Europese landen. ‘Een andere verklaring daarvoor is de constante stroom van anti-islam-uitspraken van Wilders’, denkt Triesscheijn. ‘De nadruk op de islam in de politiek is hier veel sterker dan in andere Europese landen. Er is geen partij in Europa die de islam zo sterk agendeert als de PVV. Maar ook voormalig VVD-leider Bolkestein waarschuwde al in de jaren negentig in toespraken voor de islam. Afgelopen maand is het extreem-rechtse AfD de derde partij van Duitsland geworden. Het AfD legt de nadruk op immigratie, vluchtelingenstromen en bovengrenzen, het onderwerp islam is pas vrij laat een rol gaan spelen in de verkiezingscampagne van de partij.’

Sandra Doevendans, Statenlid voor de PvdA in Noord-Holland, noemt discriminatie door instituties ‘extra schrijnend’. ‘Gediscrimineerd worden door medeburgers is vervelend, maar discriminatie door instituties komt nog harder aan. Het tast je gevoel van veiligheid aan. Dat geldt voor jongeren die etnisch worden geprofileerd, maar ook voor burgers die te maken hebben met discriminatie binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt.’ Volgens Doevendans moet de ervaren discriminatie van moslims in een breder licht worden bekeken. ‘De Zwarte Piet-discussie wordt op het scherp van de snede gevoerd, zelfs politieke partijen spreken zich erover uit. Er is steeds weer discussie over de Nederlandse identiteit waarbij een ‘wij-zij-situatie’ wordt gecreëerd. Kijk bijvoorbeeld naar de coalitieonderhandelingen waarin is gesproken over het verplicht leren van het Wilhelmus en een bezoek aan het Rijksmuseum.’ Maar volgens Doevendans is ‘de laatste tijd iets gaan kantelen’. ‘Moslimdiscriminatie wordt serieuzer genomen. Zo worden bijeenkomsten georganiseerd over islamofobie, anti-discriminatie-bureaus houden meldingen bij en er is meer bewustwording bij de politie. Aan de andere kant zie je echter dat veel mensen het onderwerp discriminatie een beetje zat zijn. Ik denk dat dat komt omdat het zo gevoelig ligt. Het tast hun zelfbeeld aan. Ze vinden dat ze niet discrimineren en überhaupt dat het wel meevalt met die discriminatie. Discriminatie is als een heroïneverslaving, je kunt het pas bestrijden als je het erkent.’

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie, filosofie en integratievraagstukken.