13.9 C
Amsterdam

Essay | Lafjes legaliseren, drugsboefjes demoniseren: poldermaffia gedijt erbij

Yarin Eski
Criminoloog. Universitair docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Lees meer

Maar natuurlijk heeft de Nederlandse overheid niet gewild dat misdaadverslaggever Peter R. de Vries werd neergeschoten. Of dat advocaat Derk Wiersum hetzelfde overkwam. Of dat de Telegraaf werd aangevallen. Niemand wílde dat, behalve de georganiseerde misdaad zelf. Ik vraag me af of de aanslagplegers zelf wel echt de aanslagen wilden uitvoeren of niet.


Zowel dat laatste als de titel van deze bijdrage verdienen wat uitleg. Hopelijk draagt die uitleg bij aan het voorzichtige omdenken wat reeds plaatsvindt, ook internationaal, ten aanzien van de aanpak van ondermijnende, georganiseerde en gewetenloze drugscriminaliteit. Want die aanpak, hoe spijtig ook, is vooralsnog zelfondermijnend, gewetenloos en vooral ongeorganiseerd.

In plaats van naar de rol van de staat te kijken – en nee, dan heb ik het niet over het beveiligen van journalisten, dat is te makkelijk – wordt nu pretentieus opgeroepen tot drugslegalisering als één van de opties om de drugscriminaliteit het hoofd te bieden. Zowel wetenschappers, maar ook Peter R. de Vries zelf, hebben eerder al kritiek geleverd op de falende wars on drugs in eigen land en het buitenland.

Als we nu luisteren naar politici die meegaan in die kritiek, en dus hun zin geven, betekent dat echter een lafhartige legalisering. Het zou slechts een uiting zijn van schaamteloze politiek-retorische uitbuiting van barbaarse aanslagen, waarachter, volgens hoogleraar en drugsonderzoeker Tom Decorte (Universiteit Gent), een ‘sterk ideologisch gekleurde visie op drugs en drugsbeleid’ zit.

Het lijkt wel alsof wij deze aanslag op Peter R. de Vries onbewust nodig hadden, om eindelijk echt te durven overgaan tot een serieus gesprek over nationale legalisering. Eentje waarmee we eigenlijk zeggen: ‘We kunnen het niet meer aan, de drugssyndicaten zijn te sterk, we geven ons gewonnen, dús we gaan legaliseren.’ Je biedt dan de georganiseerde misdaad niet zozeer het hoofd, maar je maakt een knieval. Dat is symbolisch één van de grootste zwakteboden die je als overheid kunt maken.

Bovendien: als je besluit om als land drugs te legaliseren, dan zijn er – met het oog op de internationale drugscriminaliteit – wel een aantal bezwaren te noemen. Als je in Nederland drugs legaliseert, dan gaat België ons echt niet zomaar volgen daarin, wat deze week ook bleek toen de Antwerpse Bart Dewever zijn tienpuntenplan tegen de georganiseerde misdaad presenteerde.

Ik heb ooit eerder gezegd dat legalisering allerlei problemen kan opleveren, en je eigenlijk de georganiseerde criminele organisaties juist in de kaart speelt. In Nederland kan cocaïne bijvoorbeeld binnen onze landsgrenzen legaal vervoerd en verhandeld worden, waar afnemers in België alsnog meer (willen) betalen voor de drugs – want de nog bestaande illegaliteit bij onze zuiderburen brengt meer risico’s met zich mee en die risico’s blijven duur.

Als je drugs wilt legaliseren, kies dan voor een serieuze en volledige Europese legalisering, of eigenlijk voor een mondiale legalisering, zoals oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan die voor zich zag.

En als je wilt legaliseren, doe het dan om de pure redenen. Begin dan eerst bij het naïeve idee waarom we aan een te consumeren goed überhaupt een moraal plakken door het te verbieden. Drugs is slechts drugs. Een ding. Dat kun je überhaupt niet criminaliseren, toch?

Als je in plaats van een war on drugs een peace on drugs wilt voeren, doe dat dan slim. Dus alle drugs tegelijkertijd, in alle landen, en doe het omdat je erin gelooft dat drugs niet inherent slecht is. Spendeer vervolgens het geld dat is verdiend met de accijnzen over de legale drugsverstrekking aan de zorg, aangezien het risico op drugsverslaving kan toenemen. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor consumentenbewustzijn over de schadelijke effecten van drugs op de gezondheid. Hoe dan ook, legaliseer drugs, omdat iedereen vindt dat drugs niet strafbaar zou moeten zijn, maar een te consumeren product met de gerelateerde gezondheidsrisico’s van dien, zoals alcohol, chocolade of koffie.

Er is niet genoeg aandacht voor dieperliggende oorzaken waarbij de georganiseerde drugscriminaliteit floreert – en dit zelf ook goed beseft


Als je drugs wel blijft demoniseren en criminaliseren, maar het toch decriminaliseert omdat je de oorlog tegen drugs niet wint, dan zit je fout. Het is ongeloofwaardig en blijft onmogelijk, want tja, het ingebeelde kwaad ervan los je dan toch niet op, omdat je het als kwaad blijft zien.

Ditzelfde geldt in zekere zin voor hoe wij zichtbare ‘drugcrimineeltjes’ demoniseren en willen aanpakken. Ze zijn daders, maar een grote groep ervan is ergens eerder slachtoffer.

De mogelijke schutter van Peter R. de Vries is de 21 jaar oude Delano G. uit Rotterdam, een rapper met kennelijk wat lokale naam en faam. Gelijk moest ik denken aan een eerder argument dat ik heb aangedragen: misschien moeten we deze vaak nog jongere jongeren – sommigen zijn maar acht jaar oud – gaan zien als kindsoldaten. Ze zijn jong, gemakkelijk gemanipuleerd, en nog eenvoudiger vervangen, mochten ze zelf omkomen of gepakt worden.

Daar waar sommigen het een interessante manier vonden om naar de georganiseerde misdaad te kijken, vond niet iedereen mijn vergelijking netjes. ‘Kijk maar of je nog zo praat als ze een familielid van je ombrengen’, werd mij medegedeeld. Tja, ik snap de emoties maar al te goed. Maar het zijn nu net die emoties die de overhand hebben gehad, en nog steeds hebben, waardoor het publiek en vooral de overheid zelf de aanpak van drugscriminaliteit in de weg zitten.

Deze kindsoldaten worden namelijk niet alleen misbruikt voor brute liquidaties. Nee, zij belichamen de ideale afleidingsmanoeuvre voor de georganiseerde criminaliteit. Nu zijn ze bij justitie en handhaving, in het bijzonder bij de recherche van de politie, dag en nacht bezig om met name bewijs te vergaren tegen de twee aangehouden verdachten van de aanslag op Peter R. de Vries – verdachten die voor de georganiseerde criminaliteit niks waard zijn. En makkelijk vervangbaar.

Deze vlieger gaat ook op, in mindere mate echter, voor corrupte havenmedewerkers en beambten. Hoewel minder onschuldig, raken zij vrij vaak onder dwang betrokken in de georganiseerde criminaliteit. Tja, je gaat één keer in op een aanbod van zevenduizend euro en leent even dat toegangspasje uit. Dom, had je niet moeten doen en daarvoor verdien je straf. Maar verdien je dat ook als er foto’s worden getoond van jouw kinderen en waar zij naar school gaan? En je dus jezelf maar inlaat met de drugscriminaliteit, want je vreest voor het leven van jouw kinderen? Dan ben je een slachtoffer.

Intussen gaan er wel recherche-fte’s naar bewijsvergaring tegen de makkelijk vervangbare individuen, maar blijven de langer lopende opsporingsonderzoeken tegen de criminele masterminds weer wat liggen. Uiteindelijk komen de verdachten voor de rechter; een rechter die onderhevig is aan publieke morele verontwaardiging over de gewetenloze daders. Een rechter die dan meer tijd spendeert aan natuurlijk een zo onafhankelijk mogelijke uitspraak, en die onder grote publieke druk en werkdruk tot een beslissing moet komen. Sta er maar. Of ja, zit er maar.

Kortom: de demonisering en gewetenloze aanpak van de kleine boefjes zitten vooral de opsporing, handhaving en rechtsspraak zelf in de weg. Die gepakte individuen en hun gepleegde criminaliteit, hoe gewelddadig ook, zijn slechts symptomen van het probleem, niet het probleem zelf. Want nog voor er een uitspraak is, staan er weer nieuwe kindsoldaten klaar om ingezet te worden om de drugshandel voort te zetten of de rechtsgang nog meer te ‘ondermijnen’.

Wij allemaal gaan in het war on drug-verhaal mee, in die kakofonie van zware georganiseerde drugscriminaliteit, en in de demonisering en aanpak ervan. Sterker nog, het wel of niet delen van de beelden van Peter R. de Vries vinden we erger – casu quo GeenStijl verwijdert ze niet – dan het falende drugsbeleid. Minister van Justitie Ferd Grapperhaus reageert met spierballentaal. Het legaliseringsdebat wordt aangezwengeld, waarbij zelfs vanuit de politie zelf al meer voorzichtige steun komt voor legalisering (namelijk door voorzitter Gerrit van de Kamp van politievakbond ACP).

Maar feit is dat we drugscriminaliteit op deze manier niet het hoofd zullen bieden. Sterker nog, we houden ons hoofd net boven water. Er is te weinig serieuze aandacht voor dieperliggende oorzaken waarbij de georganiseerde drugscriminaliteit floreert – en dit zelf ook goed beseft. Dit, terwijl de problematiek rondom drugscriminaliteit maar door ettert, en dat eigenlijk al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw doet. Nu, vijftig jaar verder, barst het uit. Beter gezegd: door de langdurige, kortzichtige kokervisie op deze hardnekkige ondermijnende, georganiseerde en gewetenloze criminaliteit zijn we ergens – en dit is best pervers, eigenlijk – zelfondermijnend, ongeorganiseerd en gewetenloos bezig.

Dit moet stoppen. Doorbreek dit patroon. Ga anders nadenken over de aanpak van drugscriminaliteit. Durf om te denken, ontwikkel een andere visie op drugs en de pionnen op het criminele schaakbord. De georganiseerde misdaad is een structureel probleem dat om een structurele oplossing vraagt. Een oplossing die nu moet worden ingezet.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -