14.3 C
Amsterdam

Essay | Toch nog even over de wapenhandel, de Taliban en uw verzekeraar

Yarin Eski
Criminoloog. Universitair docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Lees meer

Voordat ik toekom aan mijn voornaamste rationele punt in deze bijdrage, eerst even de irrationele oorzaak ervan.


‘U.S. AIR FORCE 1109’ stond er op het vliegtuig. Erachteraan rende een stoet mensen. Vooral mannen, viel mij helaas op. Dat deden ze uit pure wanhoop, om zo vanaf Hamid Karzai International Airport in Kabul mee te kunnen vliegen naar een veiliger gebied. Enkelen was het gelukt, maar zij vielen op grote hoogte van het vliegtuig af, met de onvermijdelijke dood tot gevolg. Ze waren zo wanhopig, zo bang, dat het hen waarschijnlijk niets kon schelen om zo aan hun einde te komen. Hoe dan ook: ze wilden alles liever dan het verschrikkelijke lot dat hen te wachten stond als ze zouden blijven. Net zoals de mensen die op 11 september 2001 uit de brandende Twin Towers sprongen. Een perverse ironie.

Ik merk dat ik het niet goed trek, die beelden, het besef van de misdaden tegen de menselijkheid die zich er nu afspelen en zullen blijven gaan afspelen.

Daarbovenop kreeg ik een allergische reactie toen ik in alle ratio afgelopen dinsdag het Tweede Kamerdebat probeerde te volgen. Dat ging over de vraag of er naast Afghaanse tolken misschien ook andere mensen mee konden worden genomen naar Nederland, zoals beveiligers, koks, juridische medewerkers, journalisten en ontwikkelingswerkers die het Nederlandse leger in Uruzgan en Kunduz hebben ondersteund. En of deze mensen dan ook een visum zouden mogen krijgen. Nou, ze zijn er na een veel te lang spoeddebat een soort van uitgekomen om toch ook andere ondersteuners mee te willen nemen. Iets wat België al sneller heeft kunnen besluiten.

Of het allemaal lukt, is natuurlijk een tweede. Maar hé, wat hebben we toch weer een stukje toneelstrijd mogen meemaken, hè? En dat terwijl één van de grootste zorgen tijdens het Kamerdebat was dat we als land het risico liepen internationale geloofwaardigheid te verliezen. Hou op met me. Die geloofwaardigheid hebben we sowieso al wel verloren, omdat er überhaupt een debat hierover heeft moeten plaatsvinden. Al die cruciale levensuren zijn hierdoor letterlijk verspild.

Toegegeven, ik zal de politieke complexiteit ervan allemaal wel niet zo goed realiseren. Maar als het audiovisueel duidelijk wordt dat er bruut geweld en leed plaatsvindt, dan had er wat mij betreft een Europees leger moeten klaarstaan om een reddingsmissie op grote schaal op gang te brengen. Zoals dat ook gebeurt met overstromingen, bosbranden en aardbevingen.

Om mijn eigen onthutsing en woede over de gang van zaken rondom de verschrikkelijkheden in Afghanistan en het getreuzel van onze politici te kanaliseren, besloot ik mijzelf te richten op één van de structurele oorzaken van de bliksemoverwinning van de Taliban: de internationale politieke en economische gemeenschap.

Vlak na hun overwinning lieten de Taliban weten dat zij graag erkend willen worden door de internationale gemeenschap. Zij willen op internationaal politiek-economisch niveau een serieuze partij zijn en verlangen naar soevereiniteit. Dat komt onder andere tot uiting in de bereidheid deel te nemen aan een vredesoverleg in Qatar – een Arabisch emiraat dat als een bondgenoot van de Taliban wordt gezien. Daarnaast willen de Taliban ook economische banden aanhalen om niet meer op heroïnehandel te hoeven teren, maar op hun (meer) legale handel. ‘Wat een hypocriete bende eikels’, dacht ik. Maar ja, juist hypocrisie is nu net hetgeen waardoor de Taliban zijn ontstaan en wisten op te bloeien.

Vorige week kwam een scherpe NRC-column uit de pen van Midden-Oostendeskundige Carolien Roelants voorbij, waarin ze uitlegt dat de Taliban dankzij de wapenhandel uit de jaren tachtig zo hebben kunnen floreren.

‘[D]e Afghaanse catastrofe van vandaag begon niet met de Amerikaanse invasie van Afghanistan in 2001 in reactie op de aanslagen van 9/11, maar met de Sovjetbezetting en die onstuitbare wapenstroom van de jaren tachtig.’

Ze merkt op dat de wapens werden verdeeld door Pakistan, dat waarschijnlijk de meest radicale islamitische rebellengroepen daarbij bevoordeelde. Dat zijn de rebellengroepen waaruit uiteindelijk de Taliban is ontstaan, want tja, ‘hoe radicaler, hoe beter de vechters immers’ en Amerika deed er niks aan. Het gaf leven aan ‘Frankensteins monster’, waarmee Roelants de Pakistaanse premier Benazir Bhutto citeert, die in 2007 door islamistische extremisten werd vermoord.


Daar waar Roelants de vinger op de zere plek legt, druk ik die nog even door. De internationale politieke, economische gemeenschap waartoe de Taliban willen behoren, kan in zekere zin als een schaduwnetwerk van naties en organisaties gezien worden. Het zijn actoren die allemaal voortkomen uit, investeren in en winnen of verliezen door de mondiale wapenhandel. Wapens brengen geld in het laatje. Heel veel geld. Amerika en Rusland vooral, maar ook Nederland, profiteren rijkelijk van de wapenhandel die sinds vorig jaar aan het pieken is. Moderne vuurwapens die via Amerika geleverd zijn aan het voormalig Afghaanse leger zijn na de twintig jaar durende mislukte ‘democratische heropbouw’ van Afghanistan letterlijk opgepikt door de Taliban.

En zo is de vicieuze cirkel rond: Amerika steunde met wapens de radicaal-islamitische strijdgroepen in Pakistan die in de jaren tachtig de strijd aanbonden met de Sovjet-Unie, die in 1979 Afghanistan was binnengevallen; begin jaren negentig werd in Pakistan de Taliban opgericht, die in korte tijd de macht wisten over te nemen in het chaotische Afghanistan; Amerika laat de Taliban vervolgens hun gang gaan waardoor die op hun beurt de terreurgroep Al-Qaida faciliteren konden; Al-Qaida is verantwoordelijk voor 9/11, waarop Amerika weer met een invasie reageerde. Bedenk eens hoeveel wapens, kogels en ontwikkeling op het gebied van wapentechnologie daarmee gepaard zijn gegaan? Hoeveel geld dat wel niet heeft opgeleverd? Dit soort vicieuze, structurele cirkels zijn profijtelijke markten om structureel in te investeren en te beleggen. Tel uit je winst!

Eén van de meest perverse oorzaken van conflicten en oorlog en alle noodlottige vluchtelingen die zij voortbrengen: de rol van de amorele, structurele wapenhandel in de internationale gemeenschap

De wapenhandel speelt dus een grote rol in Afghanistan, en eigenlijk overal daar waar conflict en oorlog heersen. Er wordt op die manier veel geld verdiend aan oorlogen waarover wij publiekelijk vaak afschuw roepen, zoals paus Franciscus.

En dan boen ik nu de wapenhandelsgeest uit de fles: wij dragen er zelf in grote getale aan bij.

De wapenhandel bestaat slechts doordat er gehandeld wórdt, omdat eraan te verdienen valt. Ook door in de handel te beleggen. Zo zijn er verschillende keren onderzoeken gedaan naar de rol van ‘foute’ Nederlandse banken, pensioenfondsen en verzekeraars die (nog) beleggen in de wapenhandel. Het bleek dat nogal wat verzekeraars de verzekeringspremie die wij betalen onder andere in ‘foute’ bedrijven investeren, doordat hun vermogensbeheerder geld belegt dat dan weer rendement moet opleveren.

De grote verzekeraars hebben vrij vaak geen (duidelijk) beleid voor investeringen en samenwerkingen met bedrijven die handelen in wapens en/of wapensystemen met staten of conflictgebieden in de periferie. Hoewel verzekeraars bedrijven lijken uit te sluiten die betrokken zouden zijn bij, bijvoorbeeld, de productie van clusterbommen of chemische wapens, is dat niet duidelijk ten aanzien van kleine handvuurwapens of (semi-)automatische vuurwapens, zoals de Kalasjnikov of AK-47. Terwijl dat nu de wapens zijn die bekend staan als ‘the real weapons of mass destruction’.

‘Oké, heftig. Maar wat moeten we dan met deze informatie, mijnheer Eski?’ Goed, een paar tips.

Allereerst een tip voor de linkse politiek: gezien uw felle strijd om humanitaire visa voor iedereen die nu op de vlucht is geslagen voor de Taliban, wees veel strijdlustiger om het beleggen in de wapenhandel strenger te maken. Richt uw pijlen op het structurele geweld van de wapenhandelsgeest.

En dan een tip voor de rechtse politiek: gezien uw angst voor vluchtelingen uit Afghanistan – al dan niet met ‘terroristische motieven’ –, wees veel angstiger voor beleggingen in de wapenhandel, en richt ook uw pijlen op het structurele geweld van de wapenhandelsgeest.

En ten slotte een tip voor iedereen, van links naar rechts: als het handelen in wapens moeilijker wordt door meer restricties, dan levert deze handel minder geld op en sterft deze handel een langzame dood.

Een bijvangst op korte termijn is dat er anno 2021 eindelijk een gedeelde Nederlandse politieke visie op iets is – en misschien zelfs wel de formatie kan bespoedigen! De bijvangst op langere termijn, en veel belangrijker, is het begin dat gemaakt wordt met het beëindigen van één van de meest perverse oorzaken van conflicten en oorlog en alle noodlottige vluchtelingen die zij voortbrengen: de amorele, structurele wapenhandel waarvan de internationale gemeenschap profiteert.

U en ik, namelijk de bank-, pensioen- en verzekeringsconsument, zouden bewuster moeten gaan nadenken. Waar willen we ons geld neerzetten? Waar willen we ons appeltje voor de dorst laten groeien? En door wie willen we verzekerd worden?

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -