Excuses aan Indonesië: ‘Schadevergoeding is een logisch en moreel vervolg’

Fitria Jelyta
Fitria Jelyta
Journalist.

Lees meer

Op staatsbezoek in Indonesië bood Willem-Alexander vanochtend excuses aan voor de Nederlandse wandaden in het voormalige Nederlands-Indië. We spraken met journalist Maurice Swirc, die onderzoek deed naar deze wandaden. Volgens Swirc is het laatste woord hier nog niet over gezegd. ‘Mij lijkt een schadevergoeding een logisch en vanuit moreel oogpunt noodzakelijk vervolg.’

De koning betuigde spijt voor het Nederlandse geweld tijdens de periode vanaf het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 tot aan de formele soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Volgens een recente telling vielen tijdens het militaire optreden van Nederland aan Indonesische zijde bijna honderdduizend doden, waarbij de onderzoekers zelf opmerken dat dit slechts een ondergrens is van het werkelijke aantal.

‘Voor de geweldsontsporingen van Nederlandse zijde in die jaren wil ik hier nu, in navolging van eerdere uitspraken van mijn regering, mijn spijt uitspreken en excuses overbrengen’, zei Willem-Alexander in het paleis van de Indonesische president Joko Widodo. Met die ‘eerdere uitspraken’ doelt hij op uitspraken uit 2005 van toenmalig buitenlandminister Ben Bot.

Bot erkende dat de onafhankelijkheid van Indonesië al in 1945 begon en zei dat Nederland in 1945-1949 ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ stond. Ook maakte de Nederlandse regering in 2012 excuses voor de massamoord in Rawagede, waar Nederlandse militairen in 1947 ruim vierhonderd Indonesische mannen executeerde. Maar formele excuses van ons staatshoofd voor het geweld in de periode 1945-1949 zijn een noviteit.

‘Deze woorden van de koning zijn belangrijk,’ reageert Maurice Swirc. De Kanttekening sprak met deze onderzoeksjournalist voor onder meer de Groene Amsterdammer, die ook schreef over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië. Met een achtergrond als jurist is Swirc gespecialiseerd in staats- en bestuursrecht en in internationale mensenrechten.

Maurice Swirc (Foto: YouTube)

Swirc: ‘Zeker ook vanuit historisch oogpunt is het een betekenisvolle stap. Uiteraard zijn het kabinet en in de eerste plaats premier Mark Rutte verantwoordelijk voor de inhoud van de toespraak van de koning. Zonder twijfel is ieder woord op een weegschaal gelegd.’

Het is nu de vraag of het overbrengen van excuses ook een eerste stap op weg is naar schadevergoeding aan de Indonesische slachtoffers en hun nabestaanden, gaat Swirc verder. Dit gebeurde bijvoorbeeld na 2012, toen Nederland excuses bood voor de wandaden in Rawagede. ‘Mij lijkt dat een logisch en vanuit moreel oogpunt noodzakelijk vervolg.’

Onderbelichte geschiedenis

Het koloniale verleden van Nederland in Indonesië is een gevoelig onderwerp. ‘Dat heb ik meteen gemerkt toen ik mij begon te verdiepen in dit onderbelichte onderdeel van de Nederlandse geschiedenis’, vertelt Swirc.

Op basis van eerder onderzoek concludeerde socioloog Abram de Swaan in 2017 in de Groene Amsterdammer dat Nederlandse oorlogsmisdrijven tussen 1945-1949 structureel voorkwamen, niet incidenteel. Hij betoogde dat ook vervolging van daders moest plaatsvinden: veroordeling, maar zonder oplegging van straf. Vanuit het oogpunt van erkenning en verwerking van het verleden is dat een betekenisvolle stap, aldus De Swaan. De Groene Amsterdammer vroeg vervolgens aan Swirc om te onderzoeken waarom deze misdrijven nooit waren vervolgd en of dat überhaupt nog wel mogelijk was.

Zijn bevindingen beschreef Swirc vorig jaar uitvoerig in twee artikelen in de Groene Amsterdammer. Hierin verwijst hij onder meer naar De brandende kampongs van generaal Spoor, het baanbrekende proefschrift van historicus Remy Limpach uit 2016. Limpach beschrijft dat het Nederlandse leger zich structureel schuldig maakte aan extreem geweld: ‘van standrechtelijke executies tot gruwelijke martelpraktijken, het plunderen en platbranden van dorpen en het verkrachten van Indonesische vrouwen, onder wie minderjarige meisjes, door Nederlandse militairen, zowel individueel als collectief’.

Limpachs bevindingen vormen het tegendeel van wat in de zogenoemde ‘Excessennota’ werd vastgesteld. Dat onderzoeksrapport werd in opdracht van de Nederlandse regering in 1969 uitgevoerd onder leiding van historicus Cees Fasseur. Het Nederlandse leger had volgens deze nota tussen 1945 en 1949 correct gehandeld in voormalig Nederlands-Indië. Bij enkele uitzonderlijke gevallen, de zogenoemde ‘excessen’, zou het om geweld gaan. ‘Tot op de dag van vandaag is dat het officiële standpunt van de Nederlandse regering’, aldus Swirc.

Onderzoek naar geweld

Voor de Nederlandse overheid was het proefschrift van Limpach de directe aanleiding om geld beschikbaar te stellen voor het onderzoek: ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’. Het vier jaar durende onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Volgend jaar worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd.

Naast vragen over het militaire optreden van Nederland in Indonesië is het onderzoek ook gericht op ‘de chaotische periode voorafgaand aan de grootscheepse militaire inzet’, bekend als de ‘Bersiap’. Tijdens deze periode, vrijwel direct na de Japanse capitulatie in augustus 1945, pleegden Indonesische paramilitairen en bendes geweld tegen (Indische) Nederlanders, Britten, Chinezen en Japanners.

‘Wat mij betreft had het onderzoek zich beter uitsluitend kunnen richten op het militaire optreden van Nederland tussen 1945 en 1949, met daarnaast een schets van de algemene historische context. Een dergelijk onderzoek had binnen veel kortere tijd kunnen worden afgerond,’ vermoedt de journalist. ‘Vaak wordt er verwezen naar de Bersiap-periode om het buitensporige geweld van het Nederlandse leger te rechtvaardigen.’ Maar volgens Swirc is sprake van een complexere historische werkelijkheid.

‘Nederlands-Indië was een land met rassenwetten en had een lange historie als een gewelddadige politiestaat’

Zo speelden economische belangen een veel belangrijkere rol bij de beslissing van de Nederlandse regering om na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring militair in te grijpen in Indonesië, aldus Swirc. Ook zegt hij dat de afgelopen decennia nauwelijks ruimte is geweest voor het verhaal van de Indonesische slachtoffers van het Nederlandse militaire geweld.

Daarbij is het volgens Swirc cruciaal dat de koloniale oorlog in de juiste historische context wordt geplaatst. ‘Nederlands-Indië was een land met rassenwetten en had een lange historie als een gewelddadige politiestaat. Die indringende voorgeschiedenis mag je nooit uit het oog verliezen bij het doen van onderzoek. Het is maar zeer de vraag of dat belangrijke gegeven voldoende in beeld is in de huidige opzet van het onderzoeksprogramma.’

Het valt Swirc ook op dat geen van de onderzoekers een juridische achtergrond heeft. Een dergelijke achtergrond kan volgens hem goed helpen bij het doorgronden en duiden van de vele juridische aspecten van deze geschiedenis.

Nederlandse militairen in Indonesië, 1946 (Foto: Nationaal Archief)

Historische doofpot

In een van zijn artikelen in de Groene Amsterdammer beschrijft Swirc een politieke en juridische doofpot, die ertoe leidde dat oorlogsmisdaden door het Nederlandse leger jarenlang onderbelicht bleven. Zo liet de Nederlandse regering in 1971 bij de inwerkingtreding van de Verjaringswet bewust de Indische oorlogsmisdaden verjaren. Dat betekende dat het niet meer mogelijk was om rechtszaken aan te spannen tegen oud-militairen die verantwoordelijk waren voor de Indische oorlogsmisdaden in 1945-1949.

Ook de politieke top en opperbevelhebbers van deze oud-militairen konden niet worden vervolgd. Een nogal opmerkelijk gegeven volgens de onderzoeksjournalist, omdat de Verjaringswet juist tot stand was gebracht om oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid nooit meer te laten verjaren. Die wet gold in beginsel voor oorlogsmisdaden die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog waren gepleegd. Maar wat er in voormalig Nederlands-Indië was gebeurd tussen 1945 en 1949 werd bewust buiten de werking van deze wet gelaten. Dat blijkt onder andere uit de archiefstukken over de Verjaringswet in het Nationaal Archief te Den Haag, die Swirc heeft onderzocht.

‘De Verjaringswet betekent al met al dat politieke en militaire leiding van Nederland er met succes voor heeft gezorgd dat men zelf uit beeld is gebleven. Het zijn vooral de veteranen geweest die kritiek hebben gekregen en als oorlogsmisdadigers zijn bestempeld’, zegt Swirc.

‘Op het eerste gezicht lijkt het alsof deze doofpot hen beschermd heeft. Dat is ook wel zo. Maar als je goed kijkt, heeft de Verjaringswet er vooral voor gezorgd dat de hoogste politieke en militaire leiding grotendeels uit beeld gebleven is. Terwijl er kort na de bevrijding van Nederland een bewuste politieke keuze werd gemaakt om een koloniale oorlog te beginnen. Vervolgens besloot de Nederlandse regering om de oorlogsmisdaden niet te vervolgen en ze te laten verjaren. Dat zegt iets over het functioneren van de Nederlandse rechtsstaat.’

Nog meer excuses?

Het lijkt er niet op dat met de excuses van Willem-Alexander de kous helemaal af is. Voordat Indonesië zichzelf onafhankelijk verklaarde was Nederland daar 350 jaar de kolonisator. Verschillende partijen, waaronder de stichting Comité voor de Nederlandse Ereschulden (K.U.K.B.), vinden dat Nederland ook excuses voor deze koloniale overheersing moet bieden. Gisteren bepleitten de SP en GroenLinks nog ‘brede excuses’ voor de eeuwenlange overheersing. Zulke excuses geven volgens deze partijen ‘extra betekenis aan de viering van 75 jaar vrijheid’ in Indonesië.

‘Nederland vervulde de rol van dader. Dat is een indringende waarheid die dwingt tot zelfreflectie’

Ook zien critici het als een gemiste kans dat het koninklijk echtpaar niet een paar maanden heeft gewacht met hun bezoek: dan konden ze namelijk de onafhankelijkheidsviering in augustus meemaken, immers is Indonesië op 17 augustus onafhankelijk verklaard.

‘In de toekomst kijken, betekent ook: samen je vrijheid vieren. 17 Augustus had daarvoor een mooie gelegenheid kunnen zijn. In plaats daarvan proberen ze de gevoeligheden te vermijden’, aldus historica Anne-Lot Hoek. Zij is bezig met een promotieonderzoek naar het verzet tegen de Nederlandse koloniale overheersing op het Indonesische eiland Bali.

Journalist Swirc rept over een pijnlijk proces van zelfreflectie op het koloniale verleden, waar Nederland nu middenin zit. ‘Er valt er natuurlijk nog veel meer te zeggen over het koloniale verleden als geheel. Daarbij is voor de Nederlandse samenleving sprake van een pijnlijk en onontkoombaar proces. Nederlandse regeringen lezen andere landen regelmatig de les over mensenrechten. Als het gaat om de oorlogsmisdaden die toen onder Nederlands gezag zijn gepleegd in Indonesië, vervult Nederland zelf de rol van dader. Dat is een indringende waarheid die dwingt tot zelfreflectie.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -

1 REACTIE

  1. En Nederland mag direct weer uien en andere producten leveren aan Indonesië..
    ..koehandel..
    Men stapt over de moordpartijen van de Indonesiërs op Nederlanders en Molukkers
    heen : daar valt niets aan te verdienen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here