3.7 C
Amsterdam

Karl Marx was een racist. Tijd om hem te cancelen?

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

De negentiende-eeuwse filosoof Karl Marx richtte zich in de eerste plaats op economische bezitsverhoudingen. Toch vertoont zijn denken ook racistische en kolonialistische trekjes. Hoe daarmee om te gaan als universiteit, in antiracistische tijden als de onze?


Marx had antisemitische en racistische denkbeelden, schreef historicus Robin te Slaa onlangs in Historisch Nieuwsblad. Zo noemde Marx de Duitse socialistische leider Ferdinand Lassalle een ‘Joodse neger’, een ‘jid’ met een ‘negerachtige’ opdringerigheid. Hoe racistisch waren Marx’ denkbeelden precies?

‘Marx heeft het in zijn werk over rassen, dat is typisch negentiende-eeuws’, stelt Thijs Lijster, docent Kunst- en Cultuurfilosofie (Rijksuniversiteit Groningen). ‘De denkbeelden van Karl Marx waren heel negentiende-eeuws en dus Eurocentrisch’, zegt Mathijs van de Sande, docent Politieke Filosofie (Radboud Universiteit Nijmegen).

Van de Sande: ‘Het gaat dan vooral om de vroege Marx, voor 1850. Zijn werk bevat kolonialistische tropes. Hij gelooft dat kolonialisme een noodzakelijke functie heeft in de mondiale ontwikkeling en verspreiding van kapitalisme. En bij tijd en wijle kom je bij hem ook het idee tegen dat de ‘inboorlingen’ onder de knoet moeten worden gehouden. Als je doceert over racisme in de negentiende eeuw, dan kun je ook het racisme van Karl Marx noemen.’

Maar: bij Marx spelen antisemitisme, racisme en kolonialisme een ondergeschikte rol, voegt Van de Sande toe. ‘Je ziet deze standpunten met name terug in zijn correspondentie en zijn postuum gepubliceerd werk, waar te Slaa op wijst, maar het raakt de kern van zijn wereldbeeld niet.’

Lijster wijst daarnaast op de ‘progressieve logica’ van Marx. ‘Je moet verschillende stadia doorlopen om ergens te komen. Eerst heb je het feodalisme, dan het kapitalisme, dan pas de revolutie. In Afrika, het Midden-Oosten en India was er nog geen kapitalisme, daarom moesten deze gebieden eerst in het kapitalistische systeem worden opgenomen, voordat de revolutie kon aanbreken.’

Marx was een leerling was van de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831), die de geschiedenis opvatte als een geleidelijke ontwikkeling van de menselijke vrijheid. Niet God maar een Geist, de geest van een volk, was de stuwende kracht van de geschiedenis, volgens Hegel.

‘Deze geschiedenisopvatting was sterk Eurocentrisch’, zegt filosofiedocent Michiel Leezenberg, (Universiteit van Amsterdam). ‘Afrika, het Midden-Oosten, India en China behoorden volgens Hegel niet tot de geschiedenis. Marx, die niet naar de Geist maar naar bezitsverhoudingen keek, nam dit idee van Hegel een beetje over. Marx zit in meerdere onplezierige negentiende-eeuwse ideeën gevangen.’

Marx was bovendien weinig bekend met niet-westerse samenlevingen, vandaar dat hij er in zijn analyses wel eens flink naast zat, vervolgt Leezenberg. ‘Tegelijkertijd heeft Marx, wat Lijster ook terecht opmerkte, een begrippenapparaat geleverd om hier wel kritisch mee om te gaan. Dat is ook gebeurd. Marx heeft geen probleem met voortschrijdend inzicht. Hij is een zoekende filosoof. Achterhaald op veel punten, maar intellectueel nieuwsgierig. Je moet Karl Marx ook niet verwarren met wat zijn communistische epigonen van hem gemaakt hebben. Zij gingen heel dogmatisch met Marx om, maar Marx zelf is allesbehalve een dogmatische denker. Hij zei op latere leeftijd dat hij geen marxist was.’

‘De uitdaging is om met Marx tegen Marx te denken’

Lijster: ‘De uitdaging is om met Marx tegen Marx te denken. Zijn ideeën over universele emancipatie kun je gebruiken om zijn antisemitische denkbeelden te ondergraven.’ Hij wijst op de slavenopstand in Haïti, eind achttiende eeuw. ‘De Haïtianen kwamen in opstand tegen de slavernij, met beroep op de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Toen zeiden de Fransen: ‘Zo hebben we het niet bedoeld.’ Maar die ideeën zijn universeel. Haïtianen namen de Franse Revolutie serieuzer dan de Fransen zelf. En zo zijn er dus ook marxistische denkers, die de universele principes van gelijkheid uit het werk van Marx consequenter hanteren dan de Duitse filosoof zelf doet.’

Niet cancelen, maar bekritiseren


Op Nederlandse universiteiten heerst steeds meer bewustwording over racisme. Zo is op de Universiteit van Amsterdam een ‘Decolonization Toolkit’ gelanceerd: een virtuele gereedschapskist voor studenten en medewerkers om zichzelf en de universiteit te ‘dekoloniseren’. Ineke Sluiter, president van Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, juicht het zogenoemde ‘woke’-denken toe, zei ze op de radio: ‘Bestuderen we de goede dingen en doen we dat op de goede manier? En komen de juiste mensen aan bod op de universiteit?’

Op Nederlandse universiteiten liggen de achttiende-eeuwse filosofen David Hume en Immanuel Kant dan ook in toenemende mate onder vuur vanwege hun racistische ideeën. Zo stelde Hume dat ‘er nooit een beschaafd volk heeft bestaan met een andere huidskleur dan de blanke’ en beweerde Kant dat de mensheid haar ‘hoogste graad van volkomenheid’ zou vinden in het witte ras. In het kader van ‘dekolonisatie van het curriculum’ wijzen steeds meer docenten en studenten op de donkere kant van deze filosofen. Hoe gaan docenten om met die donkere kant van Marx?

Volgens Van de Sande is er een misvatting in de discussie over dekolonisatie van het curriculum geslopen. ‘Kritiek op filosofen betekent niet dat ze gecanceld moeten worden, maar wijzen op problematische kanten van sommige denkers. De vraag of een gebouw naar iemand moet worden genoemd is een andere dan de vraag of iemand in het curriculum thuishoort. Marx is relevant omdat hij ons nu nog steeds iets te zeggen heeft. Net als Kant. Dat betekent niet dat deze filosofen gevrijwaard moeten worden van kritiek. Bedenk ook: er is een groot verschil tussen de wijze waarop jongeren op social media flirten met het marxisme en hoe Karl Marx op de universiteit wordt onderwezen.’

Van de Sande verzorgt voor eerstejaars studenten het vak Inleiding in de Politieke Filosofie. Hij begint deze colleges met Marx, want hij is een belangrijk referentiepunt voor andere continentale filosofen. ‘Maar omdat het een inleiding in de politieke filosofie is, behandel ik niet alles, ook niet de antisemitische denkbeelden van Marx’, vertelt hij. ‘Antisemitisme vormt ook niet de kern van zijn denken. En op die kern, daar focussen we ons op.’  Tegelijkertijd gaat Van de Sande wel in op de antisemitische en racistische denkbeelden van Marx als studenten daar vragen over stellen, zegt hij. ‘Je moet hier niet moeilijk over doen.’

Lijster beaamt dit. ‘Zijn ideeën over universele emancipatie kun je gebruiken om zijn antisemitische denkbeelden te ondergraven.’ Hij vertelt dat hij de controversiële Marx-tekst Zur Judenfrage (‘Over het Jodenvraagstuk’) bewust aan zijn studenten laat lezen.

‘Met het oog op de hedendaagse identiteitspolitiek is dit een interessante tekst. Want in hoeverre kun je rechten claimen voor een specifieke groep? Karl Marx had een Joodse achtergrond, maar was fel tegen aparte rechten voor Joden. Dit argument zie je tegenwoordig terug bij diehard marxisten, die tegen identiteitspolitiek zijn omdat volgens hen de enige tegenstelling de klassentegenstelling is en de enige strijd de klassenstrijd. Vrouwenemancipatie en Black Lives Matter vinden ze maar afleiden van die ‘echte’ strijd.’

Natuurlijk bevat Zur Judenfrage problematische passages, zegt Lijster. ‘Joden worden door Marx weggezet als sjacheraars en hun enige God is geld, aldus Marx. Dat is niet goed te praten. Maar ik vraag mijn studenten wat Marx precies bedoelt. Wat wil hij met deze tekst bereiken? En dan zie je dat een foute tekst toch heel interessant kan zijn.’

Leezenberg, is het daar helemaal mee eens, vertelt hij. ‘Mijn studenten laat ik ook teksten van Martin Heidegger en Carl Schmitt lezen, die in de jaren dertig van de vorige eeuw sympathiseerden met het naziregime. Niemand op de universiteit zegt dat we deze filosofen maar niet moeten lezen, omdat ze foute standpunten hebben. Juist foute denkers die buiten je comfortzone vallen kunnen filosofisch gezien heel interessant zijn. Je moet studenten meenemen, intellectueel uitdagen, hun horizon verbreden.’

‘Juist foute denkers die buiten je comfortzone vallen kunnen filosofisch gezien heel interessant zijn’

Van de Sande: ‘Mijn collega’s behandelen in hun colleges Heidegger en ik vertel mijn studenten over Schmitt. Een nadrukkelijke verwijzing naar Schmitts rol in de NSDAP is daarbij onvermijdelijk.’ Volgens de Nijmeegse filosoof zijn er marxisten die Marx in bescherming nemen tegen kritiek, maar dat gebeurt volgens hem niet op de universiteit. ‘Er zullen vast wel mensen die vinden dat het antisemitisme bij Karl Marx niet moet overdreven. Maar ik ken geen collega’s die zijn antisemitisme ontkennen.’

‘We kijken niet weg bij Marx omdat hij onze topideoloog zou zijn’, vervolgt Leezenberg, die grote moeite heeft met de wijze waarop ‘rechts’ de universiteit volgens hem framet. ‘Sociale wetenschappen en geesteswetenschappen worden beschuldigd van linkse indoctrinatie, maar dat is echt kwaadaardige onzin. Er is geen plaats op de Nederlandse universiteit waar studenten méér worden geïndoctrineerd dan de afdeling Encyclopedie van de Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden, waar Paul Cliteur eerstejaars studenten dwingt zijn boeken te lezen. Met rechtsfilosofie heeft dat niets te maken, het is Cliteurkunde. En Cliteur is ook een van degenen die blijft vasthouden aan het kwaadaardige concept cultuurmarxisme, dat ook door massamoordenaar Anders Breivik werd gebruikt, om denkbeelden weg te zetten die niet in zijn ideologische straatje passen.’

De echte aanval op de academische vrijheid komt volgens Leezenberg dan ook niet van ‘linkse wetenschappers’, maar van populistische politici als premier Viktor Orbán van Hongarije en president Jair Bolsonaro van Brazilië, en het ultraseculiere Frankrijk dat de aanval heeft geopend op het zogenoemde islamogauchisme (islamlinks, red.). ‘Maar daar hoor je rechtse critici uiteraard niet over.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -