‘‘Laat het maar gaan, het ligt achter ons.’ Dát is Indisch zwijgen’

Fitria Jelyta
Fitria Jelyta
Journalist.

Lees meer

De geschiedenis van de Nederlandse koloniale overheersing van Indonesië houdt de gemoederen nog steeds bezig. In Nederland wordt onder mensen met een afkomst uit Indonesië verschillend tegen deze geschiedenis aangekeken. Indische Nederlanders identificeren zich meer met het koloniale bewind, terwijl Indonesische Nederlanders zich juist meer identificeren met het huidige Indonesië. Maar ondanks de verschillen kunnen zij zich vinden in één gedachte: Nederland moet het geleden leed onder ogen zien.

In 2017 stelde de Nederlandse Staat ruim vier miljoen euro beschikbaar voor het onderzoek Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950. Het onderzoek zal volgend jaar klaar zijn. Het moet onder meer antwoord geven op vragen over structureel grensoverschrijdend geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die in de Nederlandse geschiedschrijving nog steeds bekend staat onder de eufemistische term ‘politionele acties’.

‘De Nederlandse staat geeft geen gehoor aan de Indonesische slachtoffers van de 350 jaar durende illegale bezetting door Nederland’, zegt Jeffry Pondaag. Hij is voorzitter van de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden (K.U.K.B.). De stichting behartigt naar eigen zeggen de belangen van Indonesische slachtoffers die tijdens de Nederlandse koloniale periode hebben geleden onder het geweld en de oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen.

In 2011 spande K.U.K.B. een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat vanwege de executie van 431 Indonesische mannen op Rawagede in 1947. De stichting won, waarna de regering excuses maakte en schadevergoeding betaalde aan de weduwen van de Indonesische slachtoffers.

Pondaag vertelt dat meer rechtszaken tegen de Nederlandse staat zullen volgen. Dit, vanwege het geweld dat Nederland pleegde op de Indonesische bevolking. Ook pleit hij voor het herschrijven van de geschiedenis. ‘Het is zaak dat Nederland een podium biedt aan de Indonesische slachtoffers in de vertelling van de geschiedenis.’

Volgens Pondaag was de afwezigheid van Indonesische slachtoffers tijdens de kick-off van het onderzoek in 2017 voelbaar. ‘Waar haalt Nederland het recht vandaan om een land dat 18.000 kilometer hiervandaan ligt te beschouwen als zijn eigendom? Als ze zeggen dat kolonialisme toen vanzelfsprekend was, hoe zit het dan met de mensen die in Indonesië woonden? Hebben zij dan geen stem? Zijn zij dan geen mensen?’

‘Ik ben Indonesiër. Dat ben ik en dat blijf ik’

In 1969 kwam Pondaag samen met zijn moeder aan in Nederland. Andere familieleden hadden zich toen al in Nederland gevestigd. Zijn familieleden voelden zich verwant met de voormalige kolonie Nederlands-Indië en noemden zichzelf daarom Indisch. Daar voelde Pondaag niets bij.

‘Ik ben een Indonesiër. Dat ben ik en dat blijf ik’, zegt hij resoluut. Van zijn eigen familie en van de ouders van zijn leeftijdgenoten hoorde hij dat Indonesiërs extremistische terroristen waren en Soekarno een collaborateur, omdat die in de Tweede Wereldoorlog samenwerkte met Japan.

De verdeeldheid tussen de Indische en Indonesische gemeenschap kenmerkt zich door de manier waarop beide gemeenschappen de geschiedenis beleven. Waar de Indonesische gemeenschap spreekt over het brute koloniale bewind van Nederland, ziet de Indische gemeenschap een weldoener in de Nederlandse overheid. Mede dankzij de loyaliteit van Indische mensen aan de Nederlandse vlag bekleedden zij in veel gevallen hoge posities. Indonesiërs zagen ze daarom als één met Nederland.

Veel Indonesische Nederlanders vinden dit nog steeds. ‘Indische mensen zijn landverraders’, zegt Pondaag. ‘Ze hebben hun broeders en zusters vermoord voor het Nederlandse koninkrijk en daarmee de kolonie in stand gehouden. Het woord ‘kolonie’ is trouwens een eufemisme, in feite was het een bezetting. Ik heb dan ook afstand genomen van mijn Indische familie.’

‘Samen vooruit’

Ook voor de nieuwe generaties Indische Nederlanders is de pijn van het verleden nog altijd voelbaar. ‘Het vervelende van de geschiedenisvertelling over Nederlands-Indië is dat deze veelal gebaseerd is op persoonlijke meningen’, aldus Erwin Pieters. Hij is een van de oprichters van BersaMaju, de jongerentak van de Vereniging Tropenvrienden Alkmaar (VTA).

Op het Instagram-account van VTA is te lezen dat de organisatie culturele activiteiten organiseert voor iedereen met ‘een Indisch/Molukse achtergrond en die binding/belangstelling hebben in voormalig Nederlands-Indië’. Het woord ‘BersaMaju’ is een samenvoeging van de Indonesische woorden bersama (‘samen’) en maju (‘vooruit’).

Pieters: ‘BersaMaju is het initiatief van de derde generatie binnen de Indische en Molukse gemeenschappen. We willen dat de Indische en Molukse gemeenschappen blijven bestaan. Dit zijn twee aparte gemeenschappen die zich verwant voelen met Nederlands-Indië.’

‘Nederland is slecht met het erkennen van de eigen geschiedenis’

De voorvaderen van Pieters kwamen van de Molukken en zaten bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Zij zijn de Nederlanders altijd trouw gebleven. Dat werd door de Indonesiërs gezien als verraad. Daardoor zijn ze in 1952 noodgedwongen naar Nederland gekomen voor hun eigen veiligheid.

‘Ze moesten hun huis en haard verlaten zonder enige vorm van compensatie’, vertelt Pieters. ‘Eenmaal aangekomen in Nederland werden mijn opa en oma en vele anderen van de Indische en Molukse gemeenschap weggestopt in contractpensions en voormalige concentratiekampen. Vaak tegen een vergoeding van de Nederlandse overheid, die ze op een later moment moesten terugbetalen.’

Net als Pondaag kan ook Pieters zich niet vinden in het Nederlandse perspectief op het koloniale verleden en de dekolonisatie. ‘Nederland is slecht met het erkennen van de eigen geschiedenis’, zegt Pieters.

‘Er is weinig tot geen aandacht besteed aan de zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis en alle slachtoffers van de Indische en Molukse gemeenschappen. Daar heb ik moeite mee. Ook als het gaat om het aanbieden van excuses aan de Indische en Molukse gemeenschappen. Ik ben deels opgegroeid met de Molukse en Indische cultuur zoals die is meegekomen vanuit Nederlands-Indië. De Indonesische cultuur is anders dan de cultuur waarin ik ben opgegroeid, maar vaak wordt dit door onwetendheid nog door elkaar gehaald.’

De verschillen tussen de Indische en Indonesische cultuur manifesteert zich volgens Pieters niet alleen in een andere blik op de geschiedenis, maar ook in de wijze waarop gerechten worden bereid. ‘Wij zijn als het ware blijven hangen in de cultuur op het moment dat onze opa’s en oma’s naar Nederland kwamen’, legt Pieters uit.

Om deze reden ziet Pieters het belang in van het vertellen van de geschiedenis vanuit het perspectief van de Indische en Molukse gemeenschappen. Beide gemeenschappen ontlenen hun bestaansrecht via het doorgeven van de geschiedenis aan volgende generaties.

‘Het is belangrijk om de geschiedenis van je voorouders te kennen, om de verhalen te vertellen en het leed te erkennen’, zegt Pieters. ‘Soms zie ik iemand van de Indische gemeenschap met de rood-witte vlag van Indonesië rondlopen. Dat kan ik dan niet begrijpen. Dan denk ik: ‘Ken je je geschiedenis niet?’ De Indonesiërs hebben ons weggejaagd. Dat deed mijn opa en oma veel pijn. En die pijn voel je nog steeds.’

Toch kan Pieters zich wel verplaatsen in het Indonesische perspectief. ‘Dat is hetzelfde als Nederland dat door de Duitsers werd bezet in de Tweede Wereldoorlog. Ze kregen een hekel aan hun bezetters. Als je kijkt naar het koloniale verleden van Nederland, ook naar de periode van de VOC, dan is Nederland altijd een bezetter geweest in Indonesië. Wij noemen het een kolonie, maar het was een bezetting. Vanuit dat oogpunt kan ik me verplaatsen in de Indonesiërs.’

‘Indisch zwijgen’

Dat er zo weinig aan het licht is gekomen over het leed in Nederlands-Indië is deels te wijten aan het zogeheten ‘Indische zwijgen’, aldus Pieters. Dat beaamt Linda Frans, binnen BersaMaju actief als projectmanager.

‘Mijn ouders zijn allebei Indisch’, vertelt ze. ‘Mijn grootvader had Nederlands bloed, maar er zit ook Indonesisch bloed in de familie. Tijdens de koloniale periode waren mijn ouders de Nederlandse vlag altijd trouw gebleven. Ze hebben hun eigen verhalen en ervaringen met Nederlands-Indië. Op jonge leeftijd heb ik er niet veel van meegekregen. Dat kwam pas later, omdat ik er zelf naar vroeg. Ik besefte dat het een heftige periode voor ze was.’

‘Mensen hebben zoveel geleden, dat ze er liever niet over praten’

De familie van Frans had een fijn leven in Nederlands-Indië. Daar kwam in 1941 abrupt een einde aan, toen de Japanners hun opmars maakten. Vervolgens werden haar familieleden uit hun huurhuis gezet en in zogeheten jappenkampen geplaatst. Uiteindelijk emigreerde haar familie naar Nederland, na de Bersiap-periode en de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië op 27 december 1949.

‘De Nederlandse overheid had meer kunnen doen voor de Indische en Molukse gemeenschap die toen naar Nederland is gekomen’, zegt Frans. ‘Als ik mijn ouders er nu naar vraag, dan zeggen ze: ‘Laat het maar gaan, het ligt achter ons.’ Dát is Indisch zwijgen. Ondanks het gebrek aan steun van de Nederlandse overheid, koesteren ze geen wrok tegen de Nederlanders.’ In tegenstelling tot de Molukse gemeenschap is de Indische gemeenschap minder uitgesproken over het verleden, vindt ze.

Volgens Erwin Pieters heeft deze zwijgzame houding geen voordelen gebracht voor de Indische gemeenschap. ‘Mensen hebben zoveel geleden, dat ze er liever niet over praten.’ Hij zegt dat de Indische gemeenschap door het wegstoppen van dit verleden moeite heeft om de eigen cultuur vast te houden. ‘Dat heeft de Nederlandse overheid weer in de kaart gespeeld, want de Indische gemeenschap blijft toch zwijgen.’

De vraag is nu of het vierjarige onderzoek naar dekolonisatie en geweld in Nederlands-Indië deze stilte zal doorbreken. Zal het onderzoek leiden tot een geschiedschrijving waarin het leed van de Indonesische, Indische en Molukse gemeenschap wordt erkend?

De verschillende gemeenschappen geloven niet dat het onderzoek straks de pijn en verdeeldheid van het verleden weg zal nemen. Wel vinden ze dat Nederland een verklaring aan de volgende generaties is verschuldigd. Om de geschiedenis in zijn volledigheid te vertellen, zal Nederland volgens hen eerst het geleden leed onder ogen moeten zien.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -