Hoe gaat het nu in Oosterwei?

Foto: Nelson Mandela Centrum
De Goudse wijk Oosterwei was in 2008 even landelijk nieuws vanwege herrieschoppende jeugd. De Kanttekening toog erheen om te kijken hoe het er nu voor staat.

Terwijl een matig zonnetje boven Gouda Oost hangt, lopen we de wijk Oosterwei in. In 2008 kwam de wijk in het nieuws door overlast van voornamelijk Marokkaans-Nederlandse jongeren. Tegenwoordig staat de buurt letterlijk in de steigers. Grote kranen verplaatsen bouwmaterialen hoog boven de grond van a naar b. Tientallen meters lager knokt de wijk om een betere versie van zichzelf te worden.

In oktober 2008 liep de onrust in de buurt zo hoog op dat er in de Tweede Kamer vragen werden gesteld. Buschauffeurs wilden zelfs niet meer door de wijk rijden na een overval door een Pool op één van hun collega’s. Hoe ligt de wijk er tegenwoordig bij?

Chantal Margés is woordvoerder bij de politie Den Haag, waar Gouda onder valt. ‘Tijdens ramadan merkten we niets van extra overlast of opstootjes, terwijl in andere delen van het land er in die periode wel het één en ander gebeurde.’

We bestellen een broodje in de Marokkaanse bakkerij Tanger. Als we willen afrekenen, blijkt pinnen niet mogelijk. ‘Betaal de volgende keer maar, joh!’, zegt de vrouw achter de toonbank. We lopen naar het Nelson Mandela Centrum, één van de centra waar de strijd voor een beter Oosterwei wordt gestreden. We vallen midden in het spreekuur van Willemien Rougoor. Ooit begonnen als vrijwilligster met bescheiden ambities, inmiddels is ze hier veertig uur in de week voor uiteenlopende hulpvragen. ‘Dat was er niet. Welzijnswerk deed jarenlang niets. Ja, geld opstrijken’, zegt ze. Vandaag melden zich twee Somalisch-Nederlandse dames met brieven van de belastingdienst. ‘Wij kunnen hier voor alles bij Willemien terecht’, zegt één van hen. Rougoor zelf geniet zichtbaar. ‘Ik krijg energie als ik anderen kan helpen’, legt ze uit. Over de vraag waarom er in het verleden zoveel overlast was van jongeren in de buurt is ze duidelijk. ‘Er is hier niets. Geen theehuis, geen jongerencentrum. Niets. Thuis is het domein van de moeders, de zusjes, tantes en buurvrouwen, dus dan gaan ze maar de straat op.’

Foto: de Telegraaf

‘Als je ook nog eens geen werk hebt, ga je op zoek naar andere manieren om geld te verdienen’, zegt voormalig buurtbewoonster Senna. Ze loopt stage in het Nelson Mandela Centrum. ‘Ik kom hier vaak in de wijk. Wat me echt opvalt: je ziet duidelijk minder hangjongeren op straat dan vroeger.’ Rougoor weet hoe dat komt. ‘Volwassenen uit de wijk surveilleren tot in de late uurtjes, dat scheelt een hoop.’ Ook de nieuwbouw en de meer gemengde samenstelling van de bewoners draagt volgens haar bij aan een verbetering. ‘Het is hier met sprongen vooruitgegaan sinds de tijd dat de wijk zo ellendig in het nieuws kwam. Ook tijdens de ramadan merkte ik niet veel geks. De jongeren die wij begeleiden en spreken, dat zijn er heel veel, gaan naar school, lopen stage of werken gewoon. Ze hebben absoluut toekomstperspectief gekregen.’

Het goede werk van het Nelson Mandela Centrum is niet onopgemerkt gebleven. Vorig jaar ontvingen Rougoor en scholieren Bilal Naji en Imane el-Idrissi respectievelijk een koninklijke onderscheiding en jeugdlintjes van de stad Gouda voor hun inzet in de wijk. Tientallen leerlingen en studenten, van lagere school tot hbo’ers, krijgen hier huiswerkbegeleiding of schrijven afstudeerscripties.

Mimoun Talbi is beheerder van het Nelson Mandela Centrum. Hij woont sinds 1977 in de wijk. ‘Ik heb hier altijd met plezier gewoond. Maar de wijk werd slechter. Woningen gingen achteruit en op enig moment woonden hier meer buitenlanders dan Nederlanders. Begrijp me niet verkeerd, ik ben zelf van Marokkaanse afkomst. Maar van verschillen kun je leren. Het liefst zie ik om en om culturen naast elkaar wonen in plaats van teveel concentratie van één cultuur op één plek. De samenstelling van de wijk is nu diverser, ook door nieuwbouw.’ Talbi organiseert al jaren activiteiten voor de jeugd in de wijk. ‘Zelfs schilderlessen voor Marokkaanse jongeren. Dat hoor je niet vaak, hè? Maar ze vonden het leuk.’ Toch denkt hij dat puberende jeugd het liefst in groepjes bij elkaar hangt. ‘Ze vinden het moeilijk een uur aan een tafel te zitten. Marokkaanse jongeren doen liever sociale dingen. Een kroon op het werk van de afgelopen jaren zou de aanleg van een Cruyff Court zijn. Ik ben nu bezig voldoende handtekeningen in te zamelen. Dit wordt de mooiste wijk van Gouda! Ik denk er zelfs over weer terug te gaan.’

DELEN
Dennis l'Ami
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.