‘Men stuurt aan op een totale excuuscultuur voor alles wat vroeger is misgegaan’

Foto: Rijksmuseum. 'Voor de Slag bij Duins', door Reinier Nooms (1623-1664).
‘De geschiedenis is tweeslachtig en duister. Het verleden oppoetsen door middel van vernietiging helpt niet. De mensheid is nu eenmaal bipolair en krankzinnig.’

Hoe moeten we omgaan met omstreden historische personen? Moeten we een morele discussie voeren over het verleden? Moet de publieke ruimte ‘gedekoloniseerd’ worden? De Kanttekening vroeg dat en meer aan Leefbaar Rotterdam-gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf, Nida-leider Nourdin el-Ouali, operaregisseur Lotte de Beer, schrijver en publicist Anousha Nzume, historicus en GeenStijl-publicist Constanteyn Roelofs en de extreemlinkse actiegroep De Grauwe Eeuw.

Die Zauberflöte
Vier schrijvers en toneelmakers herschreven onlangs op uitnodiging van de stichting Nieuw Nederlands Opera Front een aantal fragmenten uit Wolfgang Amadeus Mozarts (1756-1791)  opera Die Zauberflöte. Een poging om op een andere manier te kijken naar het volgens sommigen racistische en vrouwonvriendelijke libretto, dat overigens niet door Mozart zelf, maar door Emanuel Schikaneder (1751-1812) is geschreven.

De ophef over Die Zauberflöte staat niet op zichzelf. Er is de laatste tijd veel discussie over hoe om te gaan met de hedendaagse echo’s van sommige episodes en onderdelen van de Nederlandse geschiedenis, zoals het kolonialisme en de racistische elementen. Van standbeelden en straatnamen voor VOC- en WIC-bazen tot cowboy- en indianenfeesten.

In Die Zauberflöte speelt het personage Monostatos een dubieuze rol. Monostatos is een Moor die dienaar is van de opperpriester van de zon Sarastro. Sarastro is de Heerser over het Licht en zijn opponent is de Koningin van de Nacht. De opera is een klassiek sprookje over goed en kwaad, waarin Sarastro als deugdzaam en goed wordt gezien en de Koningin van de Nacht als jaloers en slecht. Sarastro houdt Pamina, de dochter van de Koningin van de Nacht, gevangen en Monostatos houdt bij haar de wacht. Monostatos wordt neergezet als een op seks beluste schurk. Zo probeert hij Pamina te verkrachten. Monostatos wordt door zijn heerser Sarastro gestraft voor die daad. Monostatos zingt daarop droevig. ‘Alles voelt liefdesvreugde, minnekoost en dartelt, dolt en zoent; enkel ik moet alle liefde mijden, want een zwarte, die is te lelijk. Heb ik dan geen hart gekregen? Ben ik niet van vlees en bloed? Altijd zonder vrouw te leven, dat is waarlijk hellegloed!’

Censuur
De Beer schreef mee aan de herziene versie van Die Zauberflöte. ‘Toen ik het complete libretto las, schrok ik toch wel een beetje van wat daar allemaal werd gezegd en geïmpliceerd door en over Monostatos, de enige zwarte figuur in de opera. Alleen al de suggestie om daar iets mee te doen in de productie waar ik voor was gevraagd, kwam ons op ontslag te staan. Toen dacht ik: daar wil ik wat mee doen met Opera Front, een project dat ik ooit heb opgezet om dingen te onderzoeken rondom opera die in het reguliere circuit niet kunnen.’

De Beer vroeg een aantal schrijvers uit binnen- en buitenland om met de blik van nu te kijken naar de rol van vrouwen en de zwarte man in de opera. Nzume ging in op de uitnodiging. ‘Ik ben niet voor censuur en zeker niet voor de censuur van de geschiedenis. Maar waarom zou je niet kijken of je de essentie van een prachtige opera, die volgens mij gaat over vrijheid en verlichting, ook kunt behouden zonder dat je een zwarte man laat zingen dat zwarten afstotelijk en om te haten zijn en hem ook nog even een witte vrouw laat aanranden?’, stelt Nzume. ‘Tijdens het project was ook een operaregisseur aanwezig die vertelde dat opera eigenlijk altijd fluïde is geweest. Vrouwen werden moeiteloos door mannen gespeeld en andersom, jonge strijders door oude mannen en tot in de negentiende eeuw werden teksten en zelfs hele melodieën aangepast aan de smaak van toen. En dat was allemaal normaal. Pas daarna is het allemaal puriteinser geworden en mocht opeens niks meer veranderen. Eigenlijk staat wat wij nu doen in een veel langere traditie.’

Op onder meer GeenStijl en sociale media was er veel kritiek op het project. Het project werd gezien als het zoveelste voorbeeld van een culturele ‘beeldenstorm’ waarbij allerlei tradities opeens verboden werden.

Fluïde identiteit
Nida diende onlangs een motie in om de publieke ruimte in Rotterdam te ‘dekoloniseren’. Wat is dat precies? Ouali: ‘Het voornaamste doel van Nida is een publiek debat op gang brengen over het vernoemen van straten, pleinen en gebouwen naar omstreden figuren. Dat maatschappelijk debat is cruciaal om wederzijds begrip te kweken over dieperliggende gevoeligheden over dit koloniale verleden. We moeten in ieder geval beginnen met het zichtbaar en kritisch contextualiseren van controversiële personen naar wie bijvoorbeeld straten in Rotterdam zijn vernoemd. Een contextualisering van waaruit we vervolgens de discussie met elkaar kunnen voeren over eventuele vormen van aanpassing. Dat laatste bepalen we namelijk samen.’

Wie luistert naar het verhaal van Nida, hoort niet direct een oproep tot een ‘beeldenstorm’. ‘Nee, klopt’, zegt Ouali. ‘Nida is niet voor het wegpoetsen van onze geschiedenis. Ons historisch verleden zal altijd onderdeel zijn van onze fluïde identiteit. We dienen de geschiedenis te eren door ervan te leren. Dat verleden moet dan ook op gepaste wijze plek krijgen, mét de context en nuancering van huidige maatschappelijke normen.’

Doodsbedreigingen
Ook Hoogwerf vindt het niet raar om het koloniale verleden en de manier waarop we dat representeren in de publieke ruimte nader te bekijken. ‘Het ter discussie stellen van de koloniale erfenis is niet raar. De vraag voor ons is wel: wie doet dat en met welke agenda? En welk probleem los je er mee op? Het is duidelijk dat aan ons koloniaal verleden behoorlijk wat zwarte randjes zitten, maar door dat verleden dan maar helemaal uit te wissen creëer je geen betere samenleving.’

Hoogwerf laakt de invloed van bepaalde groepen en politieke partijen op de samenleving. ‘Als je kijkt naar de personen die het debat nu opstarten, dan zie je een kleine groep activisten. Groepen zoals Kick Out Zwarte Piet en de Grauwe Eeuw en de ondertekenaars van de brief aan het Centrum Witte de With, met in hun slipstream partijen zoals Nida. Onschuldig kun je dat activisme allang niet meer noemen als we beseffen dat we anno 2018 te maken hebben gehad met doodsbedreigingen door de Grauwe Eeuw aan het adres van de acteur die Sinterklaas speelt, vechtpartijen, journalisten die onder een auto worden geduwd, misleiding van de politie en zwaarbeveiligde intochten van Sinterklaas. Het is een klein groepje dat heel hard blijft roepen dat we in Nederland te maken hebben met institutioneel racisme, wat simpelweg niet het geval is. Er blijft gewezen worden naar de aanwezigheid van herkenbare manifestaties in de openbare ruimte van het koloniale verleden als teken dat minderheden in Nederland onderdrukt blijven worden en het slavernijverleden niet erkend wordt. Dat is natuurlijk onzin. Wie wordt beter van het blijven roepen dat er sprake is van racisme en onderdrukking? Alleen de activisten is het antwoord. Het maatschappelijk debat en de segregatie worden er in ieder geval niet mee bevorderd.’

Excuuscultuur
Is Hoogwerf voor of tegen het plaatsen van bordjes met historische context bij bijvoorbeeld straten en pleinen die zijn vernoemd naar en beelden van omstreden historische personen? ‘Een disclaimer bij iedere zeeheld? Van mij hoeft dat niet. Europeanen waren niet de enige imperialisten in die tijd. Zo waren er bijvoorbeeld ook Arabische en Turkse veroveraars. Lokale vorsten behandelden andere volken en zelfs hun eigen onderdanen vaak ook niet goed. Het was in die tijd heel gebruikelijk, in een heel groot deel van de wereld – ook hier – om mensen beestachtig te behandelen. Agressie en onderdrukking hoorde bij de wereld van toen. Helaas. En helaas ook nu nog. Laten we onze energie gebruiken voor het oplossen van het onrecht van nu. Die bordjes hoeven van mij dus niet. Maar nee, ik ga er ook niet voor liggen als ze worden opgehangen. Men stuurt aan op een totale excuuscultuur voor alles wat vroeger is misgegaan, dat maakt het problematisch. Er wordt van mij een gevoel geëist dat ik niet heb. De koloniale pijn, die voel ik gewoon niet.’

Wat vindt Ouali daarvan? ‘Ik wil mensen zeker niet opdragen iets te voelen dat ze niet voelen’, reageert hij. ‘Het feit dat dit onderwerp nu zoveel aandacht krijgt, opent al veel ogen. Je zult altijd mensen hebben die het probleem nooit zullen zien of niet willen zien. Maar ook dat mag. We kunnen en willen niemand gedachten opleggen, maar we mogen in deze open democratie wel gewoon een debat van de grond proberen te krijgen met mensen die daar voor openstaan. Bewustwordingsprocessen als deze, waarbij ook de minder fraaie kanten van het eigen nationale verleden een plaats krijgen, duren meestal tientallen jaren. Wij merken zelf dat het bewustzijn steeds meer wordt gevoeld, zowel bij nazaten van slachtoffers als daders. De discussie wordt ook steeds breder gevoerd. Dat is goed.’

Sommige activisten vergelijken het koloniale verleden met de Holocaust. ‘Je kunt het nazisme niet vergelijken met het kolonialisme’, vindt Hoogwerf. ‘Kolonialisme kwam wereldwijd voor en was niet gericht op een specifieke groep, ras of religie. Kolonialisme was gericht op het veroveren van land en economische belangen, de Holocaust was gericht op het vernietigen van alle Joden en is daarom toch echt van een andere orde.’

Hysterische zoektocht naar rechtvaardigheid
Onlangs is in een Duits dorpje een klok uit het Derde Rijk met daarop een afbeelding van een hakenkruis weer in gebruik genomen ondanks protest uit binnen- en buitenland. Roelofs vindt dat dat moet kunnen. Hij vindt een morele discussie over het verleden niet zinnig. Hij is tegen het wegpoetsen van het verleden uit de publieke ruimte, ook het naziverleden. ‘De geschiedenis is een veelstemmige erfenis die je gewoon niet kan bezien in een hysterische zoektocht naar rechtvaardigheid. Die is er namelijk niet. De geschiedenis is geen tribunaal. Het is juist fascinerend dat bijvoorbeeld de Duitse cultuur zowel het nazisme als het meest verhevene en barmhartige in zich bergt. Het is het land van Heinrich Himmler (1900-1945, red.), van Johann Sebastian Bach (1685-1750, red.), van Dietrich Bonhoeffer (1906-1945, red.). Een naziklok die nog steeds in een kerk hangt is dus juist een mooi voorbeeld van zo’n duale identiteit. De geschiedenis is tweeslachtig en duister. Het verleden oppoetsen door middel van vernietiging helpt niet. De mensheid is nu eenmaal bipolair en krankzinnig. En de Duitsers al helemaal. Lekker laten hangen dus die klok.’

Roelofs is voorstander van discussies over geschiedenis in de totaalcontext. ‘Het is ergens ironisch en duister dat dit verzet tegen Nederlands nationalisme komt van nationalisten, die bijvoorbeeld blindelings achter Recep Tayyip Erdogan aanlopen of Nelson Mandela (1918-2013, red.) vereren, maar heel erg gaan blazen als je over plaasmoorde of brandende autobanden begint. En de politieke partij Denk bijvoorbeeld, die wil straatnamen aanpassen, maar vereert intussen sultans die nog veel dodelijker waren dan een paar koopmannen van de VOC en ontkent de Armeense genocide.’ Roelofs ziet nog een ander probleem. ‘Dit soort kwesties gaat de meerderheid van Nederlanders niet aan. Bijna geen enkele Nederlander weet nog wie Jan Pieterszoon Coen (1587-1629, red.) was. Als je de gemiddelde Nederlander vertelt dat VOC een voetbalclub is, dan geloven ze het ook. Ons geschiedenisonderwijs is deplorabel en onmodieus. Het is een strijd die wordt gevoerd tussen een paar rechtse meningentypes en een klasse van zorgvuldig gecureerde, gesubsidieerde en gedresseerde beroepsactivisten. Het boeit Nederland verder totaal niet.’

Verheerlijking
Kan en wil De Grauwe Eeuw daar een rol in spelen? Hoe probeert De Grauwe Eeuw het debat te beïnvloeden? ‘Wij tonen op zoveel mogelijk domeinen in de samenleving de hypocrisie en het racisme aan dat met koloniale verheerlijking gepaard gaat’, reageert De Grauwe Eeuw (de schrijver van dit artikel mailde De Grauwe Eeuw – op basis van anonimiteit , red.). ‘Het zijn witte instituten waar wij ons op moeten richten. Het overtuigen van individuele witte mensen is niet ons doel. Educatie van witte mensen over het koloniale verleden is de verantwoordelijkheid van witte mensen zelf, al is het maar omdat witte mensen al snel in de white fragility-stuip schieten als een persoon van kleur iets zegt dat buiten de comfortzone valt. Instituten kun je vaak al via hun eigen beleid bewegen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Wij zetten bij die instituten in op meer educatie en informatie over kolonialisme of specifieke personen. Soms proberen wij dat af te dwingen met de aandacht die wij voor bepaalde vormen van koloniale verheerlijking creëren. De media en politiek framen onze acties graag als een ‘beeldenstorm’, alsof wij straatnamen willen aanpassen en de geschiedenis willen uitwissen. Wij pleiten juist voor het ter plekke aanbrengen van aanvullende informatie over betreffende verheerlijking. Met uitzondering van de Coen-tunnel. In dit geval starten wij bewust een juridisch traject, omdat daarmee de aandacht op onze boodschap gegarandeerd is.’ Dus geen ‘beeldenstorm’ voor de Grauwe Eeuw? ‘Neen, juist niet. Het is niet aan ons om bijvoorbeeld straatnamen te verwijderen, daarmee haal je ook juist een heel belangrijk deel van educatie weg. Onze insteek is dat mensen gaan beseffen wat voor terroristen hier vereerd worden, veelal uit gebrek aan bewustzijn, terwijl Nederland continu zelf met het vingertje wijst naar andere landen over vermeend terrorisme en mensenrechtenschendingen.’

DELEN
Journalist gespecialiseerd in geschiedenis en cultuur.