‘Sommige basisscholen nemen vrijwel uitsluitend ‘kansrijke’ kinderen aan’

Foto: Facebook
Kinderen met een migratieachtergrond vinden steeds moeilijker aansluiting in het onderwijs. Experts pleiten voor specifieke begeleiding.

Verrassend kan je het niet noemen, de uitkomsten van het onderzoek naar de schoolcarrière van leerlingen uit Amsterdam. Kinderen van autochtone ouders met een goede baan en opleiding presteren het beste op school. Van deze groep heeft 67 procent kans op een succesvolle schoolloopbaan zonder vertraging. Dan volgen de kinderen van autochtone ouders met een laag inkomen en een lage opleiding. Van deze leerlingen haalt 48 procent zonder problemen zijn diploma. Hekkensluiter is de groep leerlingen van niet-westerse afkomst van wie de ouders laag opgeleid zijn en in de bijstand zitten. Van deze kinderen heeft maar 35 procent een probleemloze schoolcarrière. Voorzieningen die het mogelijk maken om bijvoorbeeld met korting studieboeken aan te schaffen of zwemlessen te volgen, zorgen in arme gezinnen voor betere schoolprestaties, maar nemen de grote verschillen niet weg. Dat concludeert de Amsterdamse Rekenkamer in het onlangs verschenen onderzoeksrapport Armoedebeleid en de impact op kinderen.

De Kanttekening sprak daarover onderwijsexperts. Volgens onderwijskundige Zeki Arslan komen de conclusies van het Amsterdamse rapport overeen met wat al jaren bekend is. ‘Het gaat niet goed met de onderwijsgelijkheid in Nederland.’ Ook onderwijssocioloog Maurice Crul, hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam, is niet verwonderd. ‘De kloof tussen ‘kansarm’ en ‘kansrijk’ neemt de laatste jaren alleen maar toe. De verschillen tussen kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs worden steeds groter. Het inkomen van de ouders wordt steeds bepalender voor naar welke school een kind uiteindelijk gaat. Er is een trend onder ouders uit de midden- en hogere klasse om hun kinderen naar bijles te sturen. Voor arme gezinnen zijn die lessen niet te betalen’, zegt Crul. ‘En sinds het leenstelsel is ingevoerd kiezen studenten uit gezinnen met lagere inkomens, minder vaak voor het hoger onderwijs. De studieschuld weegt in gezinnen met weinig geld zwaarder.’

De tweedeling begint al vroeg. Veel steden kampen met segregatie in het onderwijs.
‘Sommige basisscholen nemen vrijwel uitsluitend ‘kansrijke’ kinderen aan en er zijn scholen met een grote concentratie ‘kansarme’ kinderen. Die laatste groep lukt het niet om de achterstand van de leerlingen aan te pakken’, zegt Arslan. ‘Op ‘zwarte’ scholen met veel ‘kansarme’ kinderen werken vaak jongere leerkrachten. Het ziekteverzuim is er hoog en er is een tekort aan leerkrachten. De klassen zijn er daarom groot, terwijl deze kinderen juist gebaat zijn met kleinere klassen en individuele aandacht.’

Crul benadrukt dat de ongelijkheid na de basisschool alleen maar groter wordt. ‘De afschaffing van de cito-toets draagt daaraan bij’, zegt hij. ‘Niet langer een onafhankelijk meetinstrument, maar het schooladvies van de leerkracht is doorslaggevend. Hoogopgeleide ouders kunnen dit advies beter beïnvloeden.’

Arslan wijst erop dat de grote boosdoener de slechte onderwijskwaliteit van sommige scholen is. ‘Tussen basisscholen bestaan grote kwaliteitsverschillen. Er zijn in Nederland geen landelijke doelen vastgesteld over wat scholen moeten bereiken met de middelen om de achterstand weg te werken. Daar is ook geen controle op.’

Slecht onderwijs gaat volgens Crul vooral ten koste van ‘verborgen talent’: kinderen die nooit de kans hebben gekregen zich via onderwijs te ontwikkelen, maar wel veel capaciteiten bezitten. ‘Als deze getalenteerde kinderen goed begeleid worden, stromen ze na de basisschool zo door naar havo en vwo. Vaak gaat het om kinderen van migranten uit Turkije en Marokko of recentelijk uit Eritrea en Syrië.’ De hoogleraar vindt het belangrijk goed te kijken naar de combinatie van maatregelen zoals het schooladvies en het leenstelsel en de effecten ervan. ‘Er blijven maar nieuwe regels komen uit Den Haag, maar het is maar de vraag of ze goed uitpakken.’

‘Binnenkort zal ook de sleutel veranderen waarop scholen geld krijgen voor kinderen uit achterstandsmilieus. Tot nu toe werd gekeken naar opleiding van ouders en of het gezin een migratiegeschiedenis heeft. Dat laatste criterium gaat minder zwaar wegen. De gedachte daarachter is dat alleen kinderen van laagopgeleide ouders extra steun nodig hebben in het onderwijs. Voor een deel klopt die redenering. Voor kinderen van Turks-Nederlandse ouders met een academische opleiding is de Nederlandse taal vaak geen probleem. Maar kinderen van hoogopgeleide Syrische asielzoekers hebben juist wel die ondersteuning nodig.’

Een groot probleem is ook volgens Arslan dat ‘kansarme’ kinderen in het onderwijs door niemand vertegenwoordigd worden. ‘Ze hebben geen eigen belangengroep. De onderwijsbonden en lobbygroepen van actieve hoogopgeleide ouders zitten regelmatig met wethouders en schoolbesturen om de tafel. Maar de laagopgeleide vaders en moeders zitten daar nooit bij, ze praten niet mee. Ze kunnen dus ook niet aan de bel trekken en vragen als ‘waarom geeft u onze kinderen zwak onderwijs?’ en ‘waarom stromen ze niet door naar goede middelbare scholen?’ stellen.’ Volgens Arslan ligt de oplossing in het opheffen van de autonomie van scholen en actief bemoeien met de besteding van de budgetten. ‘Dat kan door bijvoorbeeld samen met ouders te kijken naar hoe het onderwijs verbeterd kan worden en hoe je de beste docenten naar scholen krijgt. Dat laatste kun je alleen bereiken door ze meer salaris te geven. Er zijn afgelopen jaren zo’n honderdduizend vluchtelingenkinderen bijgekomen. Daar zijn professionals voor nodig. Niet iedereen heeft thuis bibliotheekboeken en een open haard.’

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie, filosofie en integratievraagstukken.
  • S.Ukkel

    Tja, ik werk in een groot ziekenhuis in het oosten des lands. Daar werken relatief veel allochtone dokters en verpleegkundigen. Sommigen van “gegoede huize” maar het merendeel met ongeletterde ouders. Mijn stelling is dan ook, als je echt wil lukt het ook. Stap uit de slachtofferrol.