23.5 C
Amsterdam

Taalonderwijs voor inburgeraar niet eenvoudig

Mariska Jansen
Mariska Jansen
Journalist & eindredacteur

Lees meer

Vluchtelingen in Nederland zijn niet altijd tevreden met het taalonderwijs dat ze volgen. Wat kunnen ze hieraan doen? 

‘Onze taallessen verlopen rommelig. De planning is onduidelijk en de datum van het examen onbekend,’ vertelt statushouder Ayse, die anoniem wil blijven (haar naam is bij de redactie bekend). Ze volgt lessen aan een grote taalschool in Rotterdam, maar dat is volgens haar niet de enige plek waar regie ontbreekt. ‘Ook mijn vrienden in andere steden hebben problemen’.

‘De wereld van de inburgering is best complex’, vertelt Sylvia de Groot Heupner, directeur van Het Begint met Taal. De organisatie koppelt samen met honderden lokale organisaties overal in Nederland vrijwilligers aan nieuwkomers om Nederlands te oefenen, als aanvulling op de reguliere taallessen. Zelf staat ze als nt2-docente – nt2 betekent Nederlands als tweede taal – voor de klas. ‘Cursisten hebben soms lang moeten wachten voordat ze met taalles konden starten. Dat komt vooral doordat er een groot tekort aan docenten is’, zegt De Groot Heupner.

Een vluchteling die in Nederland asiel aanvraagt, kan met inburgeren beginnen zodra hij statushouder is. Dan is hij als vluchteling erkend en krijgt hij een verblijfsvergunning. Het duurt maanden en vaak nog veel langer voordat het inburgeringstraject met daarin taalonderwijs start. De inburgering bestaat uit taalcursussen, maatschappelijke oriëntatie en begeleiding bij het vinden van werk.

Er zijn drie inburgeringsroutes. De eerste is de zelfredzaamheidsroute. De cursisten leren er de Nederlandse taal en worden voorbereid om op een eenvoudige manier mee te doen in de samenleving.

De tweede route is de B1-route, waarbij cursisten in maximaal drie jaar Nederlands leren spreken en schrijven. Ten slotte is er de onderwijsroute die vooral door jongeren wordt gevolgd. Ze leren de Nederlandse taal en worden voorbereid op de instroom in het reguliere onderwijs.

Voor 2022 waren nieuwkomers zelf verantwoordelijk voor hun inburgering. Ze ontvingen van de overheid een budget in de vorm van een lening waarmee ze zelf taallessen konden inkopen bij taalscholen. ‘Mensen moesten zelf een taalschool kiezen, maar die taak bij hen leggen was niet reëel’, vertelt De Groot Heupner. ‘Er was te weinig zicht op wat leerlingen aan het doen waren. Ze waren zelf verantwoordelijk voor het behalen van hun examens binnen de gestelde termijn. Als je niet op tijd je examen haalde, kon je een boete krijgen.’

Op 1 januari 2022 werd mede daarom een nieuwe inburgeringswet van kracht. Sindsdien zijn niet langer de nieuwkomers zelf maar de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor de inburgering en taallessen. Gemeenten maken samen met de inburgeraars een persoonlijk plan (een PIP) waarin staat wat de nieuwkomer moet doen om in te burgeren. Zij wijzen de inburgeraars een taalschool of -leraar toe. Daarnaast is het mogelijk om zelf een taalschool uit een lijst met gecertificeerde taalaanbieders van de gemeente te kiezen.

‘Dankzij de nieuwe wet kunnen gemeenten hun inburgeraars veel meer maatwerk bieden. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld duale trajecten aanbieden, bijvoorbeeld naast de taallessen oefenen met een taalmaatje en taal op de werkvloer’, zegt De Groot Heuper.

Maar er zit een keerzijde aan deze aanpak. ‘Het lastige is dat elke gemeente, binnen de  wettelijk kaders, de inburgering op zijn eigen manier kan invullen. Daardoor kan het zijn dat een traject in Utrecht er heel anders uitziet dan in Friesland.’

‘Voor taalscholen is het best moeilijk om groepen te maken van leerlingen met een hoger onderwijsniveau’

‘Inburgeraars die klagen dat alle niveaus in een en dezelfde taalgroep zitten, kunnen gelijk hebben’, zegt De Groot Heupner. ‘Zo heeft een grote gemeente vaak meer statushouders die moeten inburgeren, dan een kleine gemeente, en dus meer mogelijkheden om taalklassen met leerlingen van verschillende niveaus te vormen. Maar een goede nt2-docent kan differentiëren en daarmee omgaan.

Ook kan het voor taalscholen moeilijk zijn om groepen te maken van leerlingen met een hoger onderwijsniveau. ‘De leerlingen hebben uiteenlopende opleidingsachtergronden. Vooral de hogere niveaus die voor het staatsexamen willen opgaan, zijn daarin ondervertegenwoordigd. Dat maakt het best wel ingewikkeld om op dat niveau klassen samen te stellen.’

Wat kan een leerling als Ayse doen om een probleem aan te kaarten? ‘De eerste stap is een klacht indienen bij de taalschool,’ vertelt een Robertjan Uijl, directeur-bestuurder van Blik op Werk, de organisatie die de kwaliteit van de taalaanbieders bewaakt. ‘De taalschool moet namelijk eerst de mogelijkheid krijgen om de klacht zelf op te lossen. Lukt dat niet, dan kan er contact met ons worden opgenomen, gewoon via de mail. Wij gaan dan met school en cursist in overleg om tot een oplossing te komen. Als die er niet komt, kan de cursist naar ons college van arbitrage. Die doen een bindende uitspraak.’

De statushouder die contact met de redactie zocht, geeft aan dat ze niet naar de taalschool durft te stappen met een klacht. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. Cursisten zijn bang niet goed te worden begrepen vanwege de taalbarrière of ze komen uit culturen waarin het niet gebruikelijk is om een klacht in te dienden. Een andere vrees is dat ze ervoor afgestraft worden bij het inburgeringsexamen. Maar die vrees is niet nodig, zegt Uijl. ‘Wij houden ook toezicht op de taallessen, de kwaliteit van de docenten en of een school goed omgaat met klachten. Dus als ze het idee hebben dat er fouten gemaakt worden of de lessen niet op hun niveau zijn, en de school doet niks met de klachten, dan kunnen ze bij ons aan de bel trekken.’

Ingewikkeld blijft het. Er zijn vele gemeentes en drie onderwijsniveaus plus nog een heleboel aparte regelingen voor specifieke groepen. De Groot Heupner merkt dat er veel vragen over zijn, zowel van nieuwkomers zelf als van de mensen om hen heen. ‘Er zijn vluchtelingen die verplicht een inburgeringsproject moeten volgen, zoals Syriërs en Eritreeërs. Vluchtelingen uit Oekraïne, die een aparte status hebben, kennen die plicht niet. Dan zijn er arbeidsmigranten en nieuwkomers die gezinsmigrant zijn, die soms wel of soms niet de inburgering moeten doen. Die enorme variëteit in cursisten vereist maatwerk.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -