19.9 C
Amsterdam

Voorbij de politisering: ‘Moslims, ga het gesprek aan met ex-moslims’

Fitria Jelyta
Journalist.

Lees meer

Het boek Ik ga leven van de Turks-Nederlandse Lale Gül ontketent een verhitte discussie. Gül vertelt daarin over haar streng-islamitische opvoeding en hoe zij besloot moslim-af te zijn. Ze kreeg veel bijval, maar ook bakken met kritiek en doodsbedreigingen. Imam Yassin Elforkani ziet het met lede ogen aan: ‘De moslimgemeenschap zou met ex-moslims een beschaafd gesprek moeten voeren.’


‘Lale Gül verdient onze steun. Hardop en zonder compromis. Ze verdient veiligheid en het recht om zich uit te spreken. In haar eigen verrassende woorden. Wie haar dat ontzegt, verdient een duidelijk signaal: zo doen we dat hier niet’, aldus het manifest ‘Laat Lale Vrij’. Dit initiatief van voormalig D66-Kamerlid Bert Bakker heeft inmiddels zo’n achtduizend ondertekenaars, waaronder D66-leider Sigrid Kaag en actrice Anna Drijver. Ook Yassin Elforkani, voormalig imam van de Amsterdamse Blauwe Moskee, wilde de petitie ondertekenen.

‘Er zijn geen prominente Nederlandse moslims in de lijst opgenomen. Als ik het manifest onderteken, dan zou het de boodschap versterken, ook naar de Nederlandse moslimgemeenschap toe’, zegt Elforkani tegen de Kanttekening. ‘Lale had me nog een bericht gestuurd waarin ze me bedankte voor mijn steun. Maar uiteindelijk mocht ik de petitie niet ondertekenen van de initiatiefnemers.’

Initiatiefnemer Bert Bakker verklaart: ‘In zijn tijd als imam bij de Amsterdamse moskee werd hij weleens beschuldigd van salafistische en radicale opvattingen. Dat is toegestaan binnen de religie, daar wil ik me verder niet over uitlaten. Wij konden onvoldoende inschatten wat zijn steunbetuiging aan Lale Gül zou betekenen als hij in de lijst van prominente ondertekenaars werd opgenomen.’ Om diezelfde reden zijn Thierry Baudet en Geert Wilders ook niet in de lijst opgenomen, zegt Bakker. ‘Dat zou ook weer een discussie oproepen die we niet willen.’

Yassin Elforkani (Beeld: YouTube)

Elforkani vindt de discussie rond Güls debuutroman te gepolitiseerd. ‘Er zijn kampen die hun gelijk proberen te halen met haar verhaal. Bijvoorbeeld het ‘gelijk’ dat de islam niet deugt, want kijk maar naar wat Lale heeft meegemaakt.’ Tegelijkertijd vindt hij dat er binnen moslimgemeenschappen in Nederland niet genoeg ruimte is om het gesprek aan te gaan met mensen die het geloof willen of hebben verlaten.

‘Wat je ziet is dat moslims heel snel in de verdediging schieten. Dat zegt iets over hun geloofsbeleving. De islam heeft geen persoon nodig om het goed of slecht te maken. Dat iemand een slechte ervaring heeft met de islam maakt mijn islam er daarom niet meer of minder door. Vanuit die overtuiging zouden we juist als moslims het gesprek met ex-moslims aan moeten gaan.’

Begrip voor je ouders

Het taboe op afvalligheid moet worden doorbroken, vindt ook de Egyptisch-Nederlandse Hanen* (26). Net als Lale Gül groeide ze op binnen een islamitisch gezin. Op vijftienjarige leeftijd ontdekte ze dat zij zich niet langer kon vinden in de islam en niet meer in God geloofde.

‘Het is belangrijk dat mijn verhaal en soortgelijke verhalen van mensen die zichzelf niet langer moslim noemen, naar buiten komen’, zegt zij. Ze deed voor het eerst haar verhaal in het boek ‘Nieuwe vrijdenkers’ (2018) van journalist Rachid Benhammou en voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham, waarin twaalf ex-moslims hun verhaal doen. Maar aan haar ouders en andere familieleden heeft Hanen nooit verteld dat ze niet meer gelooft in de islam.

‘Als ik het hen vertel, dan zouden ze mij niet verstoten. Maar het zou wel leiden tot commotie’, zegt zij. ‘Ik denk dat mijn ouders vooral teleurgesteld zullen zijn en het erg gaan vinden, omdat ze niet willen dat ik in de hel beland. Daar zit de gevoeligheid in.’

Ook vreest Hanen dat haar ouders hierop afgerekend worden door sommige moslims, die dan zouden vinden dat haar breuk met de islam ook hun schuld is. ‘Dat wil ik ze niet aandoen. Ik wil ze niet het gevoel geven dat ze als ouders hebben gefaald, want dat hebben ze niet.’

Mede hierdoor heeft het lang geduurd voor ze vrede kon vinden met het idee dat ze niet langer moslim is. Zij voelde zich eenzaam. ‘Ik had altijd gedacht dat ik raar was, en dat ik de enige was die zo denkt. Waarom kan ik niet zijn zoals mijn ouders? Dat zou het leven zoveel gemakkelijker maken.’

Later begon Hanen in te zien dat haar ouders haar met de geloofsregels vanuit de islam wilden beschermen. ‘Mijn vader was begin dertig toen hij naar Nederland kwam, mijn moeder 25. Als je jarenlang in een bepaalde cultuur opgroeit met bepaalde normen en waarden, dan is dat heel moeilijk om te veranderen,’ zegt ze. ‘Stel je voor dat ik nu naar een ander land zou moeten emigreren, dan zou ik ook heel erg proberen vast te houden aan mijn Nederlandse identiteit, omdat ik hier ben opgegroeid. Ik zou mijn kinderen ook op een bepaalde manier willen opvoeden, waar zij het misschien niet mee eens zullen zijn.’


Zo kon ze meer begrip opbrengen voor haar ouders. Het gaf haar rust. ‘Ik heb nu nog geen behoefte om mijn ouders te vertellen dat ik geen moslim ben, later misschien wel. Voor nu accepteer ik de situatie zoals die is.’

Niet representatief

Hanen is ervan overtuigd dat het voor het overgrote deel van de moslims niets uitmaakt of iemand gelooft. ‘Ze vinden respect voor elkaar veel belangrijker. Maar deze moslims spreken zich niet altijd uit, of krijgen daar niet de kans voor’, zegt zij. ‘Het zou daarom heel mooi zijn als er een genuanceerd verhaal over een ex-moslim wordt verteld, dat ook door de moslimgemeenschap wordt toegejuicht. Daarnaast zou ik een dialoog aan willen gaan met moslims om elkaar te begrijpen, maar ook om elkaar te versterken.’

Belangrijk is om de diversiteit in de ervaringen van ex-moslims te belichten, vindt Hanen. Om het taboe te doorbreken, maar ook om de discussie over (on)geloofsvrijheid te nuanceren.

‘Als je op internet op zoek gaat naar verhalen van ex-moslims, dan kom je snel bij uitgesproken islamcritici als Ayaan Hirsi Ali terecht. Daar wil ik niet mee geassocieerd worden, ook omdat mijn ervaring niet vergelijkbaar is met die van haar. Bovendien is haar verhaal niet representatief voor andere mensen die zichzelf niet langer moslim noemen.’

Het boek van Lale Gül heeft Hanen nog niet gelezen. Wel heeft zij de ophef eromheen gevolgd. ‘Haar verhaal heeft veel aandacht gevestigd op ex-moslims, en dat het niet makkelijk is om ervoor uit te komen’, zegt zij. ‘We wonen in Nederland, we zijn vrij om te geloven in wat we willen, en moeten elkaar daarin respecteren. Maar als je uitspreekt dat je niet meer in de islam gelooft, dan krijg je doodsbedreigingen. Voor Lale is het nu zelfs zo erg dat ze het huis uit moet. Daarom is het goed dat hier meer aandacht voor is gekomen.’

‘Zo slecht als de moslim-/MENA-gemeenschap (MENA is het Midden-Oosten en Noord-Afrika, red.) omgaat met de schreeuw om hulp van Lale, zo hard kicken rechtse Nederlanders op deze bevestiging van het stereotype van de moslima’, schrijft de Marokkaans-Nederlandse studente journalistiek Youssra Oulad Messaoud (19) in een column voor Trajectum, de krant van de Hogeschool Utrecht. ‘Lale heeft inderdaad hulp nodig, maar dan op een positieve, minder gretige manier. Door mensen die haar situatie daadwerkelijk kennen en begrijpen waar ze vandaan komt.’

‘Zo slecht als de moslimgemeenschap omgaat met Lale’s schreeuw om hulp, zo hard kicken rechtse Nederlanders op deze bevestiging van het stereotype van de moslima’

De media die over Lale Gül en de bijbehorende discussies berichten doen weinig aan wederhoor, zegt Oulad Messaoud tegen de Kanttekening. ‘Als er moslimvrouwen op redacties zouden rondlopen, dan zouden veel programma’s een hele andere inhoud hebben.’ Ook de manier waarop het verhaal van Gül in de media wordt gebracht zou er dan heel anders hebben uitgezien, vertelt zij. ‘Het is prima dat haar verhaal veel aandacht krijgt, maar als je alleen haar verhaal vertelt en verhalen die daarop lijken, dan doe je als media de ervaringen van honderdduizenden Nederlandse moslima’s, die zich absoluut niet in haar verhaal herkennen, teniet.’

Youssra Oulad Messaoud (Beeld: YouTube)

Net als ex-moslims zijn moslima’s geen homogene groep, zegt Oulad Messaoud. ‘Er zijn genoeg moslima’s die zich prettig voelen bij de islam, niet onderdrukt worden en niet passen bij het stereotypebeeld dat Lale schetst. Nodig deze moslima’s dan ook uit in de talkshow, om in gesprek te gaan met haar. Niet om haar aan te vallen, maar om het verhaal van haar aan te vullen. Dat is wat veel Nederlandse moslima’s willen: als gelijkwaardige gesprekspartners worden gezien, die vanuit hun perspectief het verhaal vertellen. Dat er niet alleen over hen wordt gesproken, maar ook met hen.’

Hoe gaat het met je?

Yassin Elforkani vindt het irrelevant of moslims zich herkennen Lale Güls verhaal. ‘Belangrijker is dat moslims vanuit hun religieuze plicht van barmhartigheid oog hebben voor de ervaring van de ander. We praten langs elkaar heen, we oordelen veel over elkaar. Niemand vraagt zich af: ‘Hoe gaat het met je? Waarom heb je deze keuze gemaakt? Waar komt dit vandaan? Hoe zit dat? Wat hadden we moeten doen om jou te helpen? Wanneer ben je gelukkig?’ Jouw geluk is voor ons belangrijker dan wat dan ook.’

‘Eigenlijk zou een van de Nederlandse moskeeën Lale’s boekpresentatie moeten organiseren’

Dat sommige moslims hem bekritiseren omdat hij opkomt voor Lale Gül, daar trekt hij zich niets van aan. ‘Ik vind het heftig wat Lale nu meemaakt. Ik voel mij hier deels verantwoordelijk voor en wil haar helpen. Zo heb ik haar uitgenodigd voor een gesprek. Zij ging erover nadenken.’

De voormalige hoofdimam pleit voor begeleiding vanuit de moslimgemeenschap voor moslims die het geloof willen verlaten, maar ook voor mensen die zich tot de islam willen bekeren. ‘Wat ex-moslims meemaken, maken moslims ook mee. Wanneer je van overtuiging verandert of een nieuwe overtuiging omarmt, dan vindt jouw omgeving daar wat van. Daarom is het belangrijk om met elkaar het gesprek aan te gaan, desnoods in de moskee. Eigenlijk zou een van de Nederlandse moskeeën Lale’s boekpresentatie moeten organiseren.’

*Gefingeerde naam. Echte naam bij de redactie bekend.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -