‘Wat heeft IS-ouders bezield?’

Foto: Reuters
De Kanttekening sprak met moslims op straat over de actuele en beladen vraag: moeten Nederlandse ‘IS-kinderen’ worden opgevangen of niet? ‘Onze ouders komen uit een oorlogsgebied, maar zijn naar Europa gevlucht omdat ze niet wilden dat hun kinderen onder die omstandigheden zouden opgroeien. Daar blijven we ze altijd dankbaar voor. Ik snap dan ook niets van ouders die hun kinderen meenemen naar een oorlogsgebied.’

Onlangs werd in België besloten dat Belgische kinderen die in zogenoemde IS-kampen verblijven moeten worden teruggehaald naar België. De Kinderombudsman adviseert hetzelfde als het gaat om Nederlandse kinderen in IS-kampen. Het gaat om vluchtelingenkampen waar onder anderen Syrië-gangers uit allerlei landen verblijven sinds de val van het ‘kalifaat’. Politici en organisaties hebben daar een mening over, maar hoe denkt de gewone burger over dit onderwerp? De Kanttekening sprak erover met voorbijgangers op straat.

Hoewel het druk en koud is in het centrum van Rotterdam, blijven er toch mensen staan om onze vragen te beantwoorden. Aangezien het om moslimkinderen gaat, wordt de kwestie aan passerende moslims voorgelegd. Wat al snel opvalt is dat mensen er of nooit over hebben nagedacht of zich heel betrokken voelen bij dit onderwerp en hun antwoord klaar hebben. ‘Nooit over nagedacht’, zegt een jong stel eerlijk. Ook dat is een reactie. Al snel blijkt dat het aanspreken van dertigplussers of van mensen met een kinderwagen boeiende antwoorden oplevert.

Najat (36), moeder van drie kinderen, brandt meteen los. ‘Natuurlijk moeten die kinderen teruggehaald worden. Elke persoon die het hart op de goede plaats heeft, wil dat ze hierheen komen. Het is een nieuwe generatie, daar moeten we met z’n allen zuinig op zijn. We moeten een veilige maatschappij creëren voor de volgende generatie. Die kinderen moeten opgevangen worden, want ze hebben al zóveel meegemaakt. Er moet zorg en aandacht aan hen besteed worden, dat hebben ze nodig. Volgens mij speelt het geen rol wat je godsdienst of achtergrond is of dat je wel of geen moeder bent. Je wilt het beste voor die kinderen. Ik denk dat sommige mensen willen dat die kinderen daar blijven in verband met het kostenplaatje. Ach, de btw gaat toch omhoog, of die kinderen nu naar Nederland komen of niet.’

Een vader van in de dertig, die liever anoniem blijft, vindt dat de Nederlandse kinderen in IS-kampen zo snel mogelijk naar Nederland moeten komen. ‘Hoe langer ze daar blijven, hoe langer het duurt voordat ze hulp krijgen. Het gevolg van het uitblijven van psychische hulp betekent dat het proces om wat ze bij IS geleerd hebben uit hun hoofden te krijgen, steeds lastiger wordt. Misschien een vervelende vergelijking, maar ik ben het er ook niet mee eens dat veroordeelden met tbs vaak eerst hun gevangenisstraf moeten uitzitten en daarna pas behandeld worden. Op die manier blijven ze onnodig lang met hun zieke gedachten lopen voordat ze hulp krijgen. Daarom hebben kinderen uit IS-gebieden keihard hulp nodig.’

De vraag die centraal staat in dit artikel roept bij sommige mensen behoorlijk wat emoties op, zoals bij Samira (26). ‘Sorry, maar wat dóe je daar als Nederlander? Dat snap ik dus écht niet. Waarom zijn die ouders daarnaartoe gegaan? Wat heeft hen bezield? Als de moeders van die kinderen onder dwang of onder valse voorwendselen daar terecht zijn gekomen, haal ze dan zo snel mogelijk naar Nederland. Hebben die ouders hun kinderen bewust meegenomen naar een gebied waar oorlog en terrorisme de baas zijn? Laat die ouders dan lekker daar. Als je zulke keuzes maakt, dan laat je je kinderen erbuiten.’

Er zijn ook moslims die niet durven te reageren. Ze vinden het onderwerp te beladen. ‘Het ligt heel gevoelig’, zegt een traditioneel geklede veertiger. Daarna loopt ze snel door, ook al is het inmiddels februari en wat minder koud. Sommige wat jongere mensen vragen of het anoniem of onder een andere naam kan. Hun standpunt is dat het inderdaad gevoelig ligt, maar er moet wel over gepraat worden. Vooral in het belang van de kinderen, want veel ondervraagden maken zich oprecht ongerust over het psychische welzijn van de kinderen.

Foto: AP

Kubilay (25) had er nog niet echt over nagedacht. Eigenlijk schrikt hij een beetje dat er in de IS-gebieden Nederlandse kinderen verblijven. ‘Onder de tien jaar kun je, denk ik, veel dingen vergeten. Maar pubers van een jaar of dertien, veertien en ouder moeten hulp krijgen. Wat doen die kinderen daar? Haal ze terug! Maar als die ouders echt zelf bepaald hebben dat ze hun kinderen daarnaartoe wilden meenemen, dan is het hun verantwoordelijkheid. In dat geval moeten ze op die plek een toekomst opbouwen, hoewel ik persoonlijk denk dat die toekomst daar niet ligt. Iedereen wil het beste voor zijn of haar kind. Waarom ga je dan naar IS-gebied? Dat begrijp ik echt niet.’

Elisa (22) heeft een kind van twee. ‘Als ouder hoor je je kind daar niet naartoe te brengen. Ik geloof ook niet dat IS een moslimorganisatie is, wat ze doen is tegen de islam. Ze betrekken de islam erbij, maar het heeft er niets mee te maken. Kinderen horen daar niet, want op die plek krijgen ze geen goed beeld van de islam. Ik vind het overigens heel erg dat IS een islamitische terreurorganisatie wordt genoemd. IS maakt de islam juist zwart.’

De reactie van een jonge vrouw spreekt boekdelen. ‘Onze ouders komen uit een oorlogsgebied, maar ze zijn naar Europa gevlucht omdat ze niet wilden dat hun kinderen onder die omstandigheden zouden opgroeien. Daar blijven we ze altijd dankbaar voor. Ik snap dan ook niets van ouders die hun kinderen meenemen naar een oorlogsgebied. Het klinkt hard, maar ik weet niet of het verstandig is dat zulke mensen naar Nederland komen.’

Voordat de ondervraagden een reactie geven, wordt er opvallend vaak gevraagd hoe die kinderen daar dan terechtkomen. Het is bij lange na niet bij iedereen bekend dat de moslims die bewust naar IS-gebieden getrokken zijn, hun kinderen hebben meegenomen of daar kinderen hebben gekregen. ‘Hadden sommige van die lui hun kinderen bij zich? Echt waar?’ Vooral jonge geïnterviewden reageren stomverbaasd op de aanwezigheid van kinderen met de Nederlandse nationaliteit op IS-terrein. Niet iedereen vindt het een uitgemaakte zaak dat de kinderen met hun ouders moeten terugkeren – ‘moslims met ‘gekke ideeën’ kunnen beter daar blijven’. De kinderen worden als slachtoffers beschouwd, de ouders lang niet altijd. Bovendien blijkt het lastig om reacties te krijgen van veertigers of oudere mensen. Het is bij dit onderwerp sowieso het beste gebleken om mensen aan te spreken die alleen lopen – in gezelschap ontbreekt bij velen de durf of wil om te praten. Toch zijn er twee vijftigplussers die iets willen zeggen.

Een vrouw van halverwege de vijftig, die werkzaam is bij een maatschappelijke organisatie en liever anoniem blijft, vindt het een ingewikkeld vraagstuk. ‘Je kunt een moeder niet zomaar van een kind scheiden. Het is wel zo dat moeders vaak veel sterker betrokken zijn bij de opvoeding en de kinderen hun denkbeelden via de moeder krijgen. Dat moeders daar onder valse voorwendselen naartoe zijn gelokt en van niets wisten, geloof ik vaak niet.’ In het geval van Laura H., één van de bekendste autochtone ‘jihad-bruiden’ van Nederland, bleek dit toch iets anders in elkaar te zitten. Tijdens een interview met het blad Linda afgelopen januari, zei ze dat ze van haar man geen televisie mocht kijken en dus niets wist van kapotgeschoten huizen of het ‘kalifaat’ en de bijbehorende toestanden. De vrouw schudt haar hoofd en gaat verder: ‘Als je geen televisie mag kijken, zijn er nog voldoende andere wegen om informatie te verkrijgen. Misschien niet in details, maar het is een veelbesproken onderwerp. Het is bijna ondenkbaar dat je niet weet wat er speelde en nog steeds speelt. Ik maak me wel degelijk zorgen om die kinderen. Ze komen uit een oorlogsgebied, dus ze hebben zeer waarschijnlijk PTSS (posttraumatische stressstoornis, red.). En over welke leeftijd hebben we het? Zijn ze daar of hier geboren, willen ze terug naar Nederland, of zijn ze hier nog nooit geweest? Neem een kind van veertien. Het is een proces van jaren om uit hun hoofd te krijgen wat ze hebben meegemaakt. Ik vrees dat we het hebben over de rest van hun leven. En wat te denken van de behandeling zelf? Gaan ze eerlijk vertellen wat daar allemaal gebeurd is, kunnen ze vrijuit praten, of krijgen ze van tevoren van hun moeders te horen waar ze wel en niet over mogen praten? Die kinderen hanteren een overlevingsmodus. Voor de één is dat schieten, voor de ander zwijgen. Dáár maak ik me zorgen over.’

Ook spraken we met Mohammed (64). Hij vindt dat de Nederlandse overheid de morele verplichting heeft om kinderen met de Nederlandse nationaliteit (en hun ouders) die in IS-kampen verblijven naar huis te halen. ‘Ze zijn vaak onder het toeziend oog van de Nederlandse autoriteiten vertrokken. Daar komt ook bij dat niet altijd duidelijk is waarom die mensen daar zijn. Aan welke kant hebben ze bijvoorbeeld gevochten? Ik blijf erbij dat de kinderen zo snel mogelijk naar Nederland komen, hier opvang krijgen en opgenomen worden in de Nederlandse maatschappij. Alle Nederlanders zijn gelijk en je laat mensen niet onder die omstandigheden in het buitenland zitten. Beter hier berecht worden dan daar blijven.’

De meningen verschillen dus enorm, maar één ding is duidelijk: het is een omstreden onderwerp, waar mensen mee worstelen. Soms durven ze zelfs niets te zeggen of ventileren ze anoniem of onder een fictieve naam een uitgesproken mening. Want onder je eigen naam eerlijk iets zeggen, dat durfde bijna niemand. Of men reageerde met één woord, zoals: ‘Daar laten!’ of juist: ‘Zo snel mogelijk naar Nederland halen.’

Alles bij elkaar opgeteld vinden de meeste ondervraagden toch echt dat je vooral de kinderen niet aan hun lot mag overlaten. Over de ouders van de kinderen wordt regelmatig minder positief gedacht, zeker als die ouders al kinderen hadden toen ze naar het ‘kalifaat’ vertrokken. ‘Daar kinderen krijgen is iets anders dan ze meenemen naar een oorlogsgebied’, vond een jonge vrouw die zelf moeder is. ‘Toch horen kinderen niet in een vluchtelingenkamp.’ Eén man vond het opvangen van Syrië-gangers maatwerk. ‘Ga ernaartoe om de situatie te inventariseren, vraag aan die mensen of ze terug willen. Praat met hen en met de kinderen en maak op basis daarvan per persoon een beslissing, want die kampen ontmantelen zonder hulp van buitenaf zie ik niet zitten.’

Over één ding zijn vrijwel alle ondervraagden het eens: er moet gebeuren wat voor de kinderen het beste is.

DELEN
Avatar
Journalist gespecialiseerd in cultuur. Verslaggever.