Kritiek op Radar-onderzoek naar Turkse beïnvloeding

Foto: Reuters
Volgens Radar worden Turkse organisaties en bewegingen in Nederland niet aangestuurd door Ankara. Die conclusie kon rekenen op de nodige kritiek. De Kanttekening sprak daarover de woordvoerder van minister Asscher en enkele critici.

Het adviesbureau Radar presenteerde onlangs, in opdracht van vice-premier en verantwoordelijk minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), een opvallend mild rapport over het functioneren van Turkse organisaties en bewegingen in Nederland. Süleymancilar, Milli Görüs, Diyanet en Hizmet zouden niet direct gestuurd worden door de Turkse staat. Volgens Radar kan dus niet gesproken worden van de lange arm van Ankara.

De Süleymanci-beweging is volgens Radar gericht op integratie met de focus op islam. Diyanet wordt door Radar vergeleken met Albert Heijn, een organisatie waar je vooral diensten en producten afneemt. Daarbij is volgens Radar een belangrijke missie dat de band tussen Turkse Nederlanders en Turkije in stand blijft. Milli Görüs is volgens Radar vooral gericht op de plek van de islam in Nederland en zou minder overheidsbemoeienis willen vanuit Turkije én Nederland. Hizmet tenslotte sluit volgens Radar het best aan op de wensen van de Nederlandse overheid, zoals de hang naar dialoog en respect voor andere religies. Hizmet is het best geïntegreerd van de vier organisaties en bewegingen, stellen de onderzoekers.

Experts zijn kritisch op de positieve uitkomsten van het rapport. Zo is bij de financiële kant van de verschillende organisaties uitgegaan van wat de organisaties zelf aanleverden. Een kwestie van de slager die zijn eigen vlees keurt?

‘Niet helemaal’, zegt Friso Fennema, woordvoerder van Asscher. ‘Bij vorige onderzoeken waren de organisaties en bewegingen zelf niet betrokken. Er zijn nu gesprekken met ze geweest, dat is positief. Daarnaast was het vooraf duidelijk dat het niet om een forensisch onderzoek zou gaan, maar is wel duidelijk geworden dat er niet zoiets is als financiering van panden vanuit Turkije, om maar iets te noemen.’ De imams van Diyanet, die betaald worden door het Turkse Presidium van Godsdienstzaken, staan daar los van. ‘Dat is al langer bekend. Beïnvloeding is er dan ook zeker, maar dat gaat het effectiefst via Turkse media, blijkt uit dit onderzoek. In ieder geval veel meer dan via de genoemde organisaties. Asscher denkt niet dat er niets aan de hand is. Grote knelpunten zijn er niet, maar zorgen over beïnvloeding wel degelijk.’

Lily Sprangers, oud-directeur van het inmiddels opgeheven Turkije Instituut, ziet wel degelijk beren op de weg. Zij is één van de experts die door Radar is geïnterviewd voor het onderzoek. ‘Ik ben volstrekt niet optimistisch over de rol die deze organisaties spelen bij de integratie. Als kind van de verzuiling weet ik dat het niet goed is om in je eigen zuil te blijven hangen. Succesvolle Turkse Nederlanders zijn ook meestal niet aan een organisatie gelieerd. Integratie is een vorm van jezelf voor de leeuwen gooien. Dat gaat met vallen en opstaan, maar uiteindelijk kom je bovendrijven’, zegt Sprangers. ‘Als mijn ouders naar Istanbul waren geëmigreerd toen ik jong was en ik zou een studentenorganisatie hebben opgericht die ik De Veluwe zou noemen, dan zou dat ook een beetje raar zijn. Dat je affiniteit hebt met het land van herkomst is begrijpelijk. Dat je er een tweede huis hebt is leuk. Maar dat je Erdogan ‘onze leider’ noemt is toch wat discutabel. Ik noem Rutte niet eens mijn leider.’ Dat de onderzochte organisaties zelf zeggen dat ze niet politiek zijn, wil Sprangers niet geloven. ‘Neutraliteit is een lastig begrip in Turkije. Toen het Turkije-Instituut aan de slag ging, vroegen Turken mij welke agenda ik had. Dat je neutraal een land volgt ging er niet in bij ze.’

Ook Tweede Kamerleden kunnen zich niet bepaald vinden in de uitkomsten van Radar, zoals Jasper van Dijk (SP). Hij is de nieuwe woordvoerder van zijn partij over dit soort onderwerpen (integratie). Hij stoort zich vooral aan het feit dat het rapport zichzelf op meerdere punten tegenspreekt. ‘Als één van de conclusies is dat er geen financiering of sturing vanuit Turkije plaatsvindt, terwijl je leest dat Diyanet haar imams vanuit Turkije betaalt en ook de vrijdagpreken vanuit Turkije komen, klopt er iets niet, natuurlijk.’ Er is volgens hem dan ook een dieper onderzoek nodig. ‘Als een nieuw kabinet aanschuift is dat een mooie gelegenheid om een kersverse integratieminister een diepgaand onderzoek te laten doen om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen. Dit is al het derde onderzoek op rij dat niet echt de onderste steen boven krijgt. In zo’n nieuw onderzoek moeten de financiering en culturele beïnvloeding vanuit Turkije via de besproken organisaties en bewegingen en daarbuiten echt eens goed doorgrond worden.’ Van Dijk maakt zich zorgen over een onderliggend probleem: segregatie. ‘Dat is echt nog een taboe. Deze organisaties werken in de hand dat kinderen niet samen opgroeien en politieke partijen huiverig zijn om in te grijpen in de samenstelling van scholen. Dat geldt ook voor huisvesting en dat zou moeten veranderen, vinden wij als de SP. Helaas is dit actueler dan ooit.’ Hij wijst op de motie van het CDA en de ChristenUnie om de subsidie aan Diyanet te stoppen. Die motie is onlangs aangenomen in de Tweede Kamer.

DELEN
Dennis l'Ami
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.