Het laatste paradijs op aarde

Tieme Hermans
Tieme Hermans
Journalist die de wereld rondreist; momenteel in India. Verslaggever.

Lees meer

Gevarieerde landschappen, lege stranden, een authentieke keuken, kleine vissersdorpjes en een rijkdom aan lokale stammen maken Birma volgens Tieme Hermans een uniek reisdoel. ‘Je moet nu gaan, niet volgend jaar, maar nu. Wie de Robinson Crusoe-droom heeft om alleen op een parelwit strand te staan met een kokosnoot in zijn hand, moet gaan voordat ook hier resorts schouder aan schouder staan en er busladingen toeristen neerstrijken.’

De boycot op toerisme is opgeheven, de meeste restricted areas zijn opengesteld en heel langzaam ontwaakt het land uit de diepe winterslaap die de militaire overheid zesenveertig jaar geleden inluidde. Birma opent zijn ogen en lijkt zich nauwelijks te beseffen welk potentieel er ligt in haar duizend kilometer lange en grotendeels onontwikkelde kust langs de Andamanse Zee. Met verborgen stranden, kristalhelder water en onbewoonde eilanden biedt het land een weelde aan ongerepte natuur en rust die in buurland Thailand steeds moeilijker te vinden is.

Steeds meer reizigers trekken jaarlijks naar Birma voor indrukwekkende tempels, de diepgewortelde boeddhistische cultuur en trektochten door de heuvels. Maar voor strandtoerisme wijken de meesten nog altijd uit naar Thailand. Toch voorspellen reizigers dat de onaangetaste stranden van de Andamanse Zee over tien jaar het stokje over gaan nemen van buurman Thailand. De Birmese overheid heeft, ondanks de veiligheidssituatie in sommige delen van het land, ingezet op een groei van meer dan vijftig procent in 2019. Hoewel de zuidkust nog altijd moeilijk te bereiken is, verschijnen er langzaam maar zeker meer hotels en restaurants om in te spelen op deze potentiële groei.

Waar Thailand de afgelopen jaren zo’n vijfendertig miljoen bezoekers per jaar ontvangt, staat de teller in Birma slechts op drie miljoen en daarvan waagt nog geen twee procent zich in het diepe zuiden van het land, waar de ongerepte stranden van de Andamanse Zeekust liggen. Een groeiend aantal Thailand-gangers klaagt over de verzadigde badplaatsen, vervuiling en verharde cultuur aan de Thaise stranden en vindt in buurland Birma een alternatief. ‘Het is hier net als Thailand dertig jaar geleden’, zegt de Britse toerist Nicholas (59). ‘De mensen zijn oprecht gastvrij, goudeerlijk en behulpzaam en de stranden zijn schoon en leeg, zonder al die luxe resorts, lawaaiige strandfeesten en drinkende backpackers’. Nicholas kwam tot voor kort elke winter een paar maanden naar Thailand om aan de Europese kou te ontsnappen, maar kiest sinds kort voor Birma. ‘Het toerisme staat hier nog in de kinderschoenen en dat geeft een charme die Thailand allang verloren is.’

Voor wie zoekt naar een bestemming in Zuidoost-Azië die nog niet is platgelopen door backpackers en strandtoeristen, is Birma een interessant alternatief. Gevarieerde landschappen, lege stranden, een authentieke keuken, kleine vissersdorpjes en een rijkdom aan lokale stammen met elk hun eigen cultuur en gebruiken maken het land een uniek reisdoel. De stranden van Birma zijn een kans om echt van de gebaande paden af te wijken en om één van de laatste onontdekte parels van de regio te vinden, zonder dit te hoeven delen met hordes vakantiegangers, meent de Australische reisleider Richard (61). ‘Je moet nu gaan’, zegt hij stellig. ‘Niet volgend jaar, maar nu. Het toerisme zit enorm in de lift hier, net als Thailand in de jaren negentig. Wie echt de Robinson Crusoe-droom heeft om alleen op een parelwit strand te staan met een kokosnoot in zijn hand, moet gaan voordat ook hier resorts schouder aan schouder staan en er busladingen toeristen neerstrijken.’ Richard klaagt dat de cultuur op veel populaire toeristenbestemmingen vaak snel verandert door invloed van buitenaf. ‘Maar juist door gebrek aan massatoerisme en door de jarenlange isolatie van Zuid-Birma is de lokale cultuur hier perfect bewaard gebleven en is de westerse invloed die je op veel andere plekken ziet hier nog niet aangeslagen. Op dit moment heeft dit gebied nog iets avontuurlijks en ongerepts terwijl er al wel faciliteiten zijn. Daarom is dit het beste moment om te komen. Laat de massa’s maar het standaardrondje Birma maken langs de tempels van Bagan, Mandalay en het Inle-meer, dan blijft het hier lekker rustig.’

Dawei
Op ruim driehonderd kilometer ten zuiden van Mawlamyine, de culturele hoofdstad van het zuiden, ligt Dawei. Hoewel de kleine stad op een half uur rijden ligt van het dichtstbijzijnde strand, heeft het een goede accommodatie en eetgelegenheden, kun je er een brommer huren of een tour boeken in de omgeving. Wie echt op zoek is naar lege stranden, moet verder rijden naar het schiereiland van Dawei. Daar liggen stranden als Grandfather Beach, Sin Htauk en Paradise Beach min of meer verborgen te wachten om ontdekt te worden. Met een brommer, wat proviand en een neus voor avontuur is het de ultieme kans om op jacht te gaan naar dat ene droomstrand. Met een geïmproviseerde kaart en instructies van bloggers die de route beschrijven, is het mogelijk om je eigen privéstrand te vinden, waar je behalve een paar vissers niemand zult vinden. De ruige weggetjes ernaartoe worden geleidelijk aan verhard, dus hoewel het nog lang zal duren voor tourgroepen het gebied overspoelen, wordt het steeds makkelijker de stranden te bereiken.

Wie het liefst aan het strand wil overnachten, kan terecht aan Maungmagan Beach, op zo’n vijftien kilometer afstand van Dawei. Vanaf dit strand is het met wat geluk ook mogelijk om een deal te sluiten met een lokale visser voor een dagtrip naar de Mid-Moscos-eilanden (ook wel de Maungmagan-eilanden genoemd). Hier is geen accommodatie beschikbaar, maar lokale reisbureau’s organiseren wel kampeertrips naar de eilanden.

Dawei en omgeving is nog grotendeels onontwikkeld, maar als het aan de Birmese overheid ligt gaat daar in de toekomst verandering in komen. Aan het lange strand van het nabijgelegen Nabule zijn projectontwikkelaars bezig met de eerste werkzaamheden aan een grote diepzeehaven. Gelukkig voor reizigers in de omgeving zijn de activiteiten voor onbepaalde tijd stil komen te liggen.

Myeik
Het tweede, nog meer afgelegen paradijs van het zuiden is de Archipel van Myeik, ook wel Mergui genoemd. Volgens sommigen is dit het laatste paradijs op aarde, met zo’n achthonderd eilandjes waarvan enkele niet eens een naam hebben. De meeste van deze eilanden zijn onbewoond en omgeven door witte stranden, koraalriffen en een turquoise zee waar alleen lokale vissers en enkele toeristenbootjes de rust verstoren. De archipel van Myeik ontvangt jaarlijks nog maar enkele duizenden toeristen, ondanks dat het meest zuidelijke eiland slechts tweehonderd kilometer verwijderd ligt van het toeristische Phuket in Thailand.

De eilanden van de archipel liggen verspreid over vierhonderd kilometer langs de Birmese zuidkust, tot aan de grens met Thailand, en zijn het best bereikbaar per boot vanaf de stad Myeik of vanuit de grensplaats Kawthaung. Op de bewoonde eilanden leven voornamelijk Moken, ook wel Salone of zeezigeuners genoemd. Deze stam leefde tot voor kort een nomadisch bestaan op zee in kleine houten kano’s en voorziet zichzelf in hun onderhoud door inktvisvangst, speervissen en het verzamelen van oesters door extreem lang en diep onder water te duiken zonder hulp van zuurstofflessen. Dit ongerepte gebied was tot een paar jaar geleden compleet afgesloten voor buitenlandse toeristen en zelfs nu heb je een vergunning nodig om te kunnen overnachten op één van de eilanden. Daarom blijft het ontdekken van dit paradijs voor het gros van de bezoekers beperkt tot een dagtrip per boot.

De mooiste eilanden liggen ver uit de kust en zien nauwelijks bezoekers. Deze plekken zijn vooral weggelegd voor mensen die wat meer te besteden hebben, aangezien de kosten voor een overnachting in het handjevol exclusieve resorts tussen de honderdtwintig en zestienhonderd euro per nacht zijn. Een andere optie zijn cruises met een overnachting, maar ook die kosten ten minste zeventig euro per persoon per dag en volgen allemaal grotendeels dezelfde route. Toch is er hoop voor de avontuurlijke backpacker met een klein budget. Met een beetje geluk en doorzettingsvermogen is het mogelijk een kapitein te charteren die de benodigde vergunningen regelt om een zelfgeorganiseerde en meerdaagse tocht tussen de eilanden te maken. In dit geval kampeer je waarschijnlijk wel op het strand en zijn de sanitaire voorzieningen minimaal, maar heb je wel de kans om het echte rauwe eilandleven te ervaren in onvervalste Crusoe-stijl op eilanden met intrigerende namen als Cock’s Comb, Red Monkey en Eiland 115.

Enkele eilanden vlakbij de stad Myeik zijn open voor toeristen, maar hebben niet zulke mooie stranden vanwege modderstromen uit binnenlandse rivieren. Deze eilanden zijn echter wel ideaal voor vogelspotten, het bezoeken van het mangrovebos, zeegrotten en afgelegen vissersdorpjes met huizen op palen. Voor de rest is het grootste deel van de eilanden onbewoond, compleet onontwikkeld en zonder accommodatie, elektriciteit, zoet water en wegen.

Duurzaam toerisme
Tot 2011 zag Birma slechts zo’n zevenhonderdduizend toeristen per jaar. Vanaf 2015 – toen Aung San Suu Kyi werd benoemd tot regeringsleider – hief het land een groot aantal reisrestricties op, versoepelde de visumregels en groeide het aantal toeristen gestaag. De restricties hadden vooral te maken met interne conflicten tussen de diverse stammen van Birma en de centrale militaire overheid. Deze conflicten zijn nog altijd gaande in verschillende delen van het land, maar de gebieden rond Dawei en Myeik staan bekend als veilig, waardoor er steeds meer restricties worden opgeheven. De afgelopen jaren heeft de overheid daarom ingezet op het aantrekken van investeerders uit binnen- en buitenland om kleinschalige toeristische faciliteiten te ontwikkelen. Deze ontwikkeling zal ervoor zorgen dat de stranden, koraalriffen en duikplekken toegankelijker en betaalbaarder worden voor grotere aantallen toeristen.

Volgens de provinciale toerismeautoriteiten worden er momenteel hotels gebouwd op twaalf eilanden van de Myeik-archipel, waardoor zelfs in het komende seizoen al tweehonderd extra kamers beschikbaar zijn voor strandgangers. Hla Aye van het provinciale toerismecomité redeneert dat het grootste deel van de kustlijn onontwikkeld is en dat er een unieke mogelijkheid ligt voor Birma. ‘We hebben de kans om deze regio op de kaart te zetten als hoogwaardige reisbestemming voor internationaal toerisme. Maar’, waarschuwt hij, ‘dit moet wel op duurzame wijze gebeuren, anders verliezen we onze natuur en identiteit.’

Adjunct-directeur van het ministerie van Hotels en Toerisme, U Myo Thwin, wil ook inzetten op duurzaam toerisme en zegt dat er stappen worden gezet door de overheid om de archipel op de Unesco-werelderfgoedlijst te krijgen, om ervoor te zorgen dat de eilanden en de lokale cultuur beter beschermd worden tegen de negatieve effecten van massatoerisme. ‘We willen wel het succes van het Thaise Phuket, maar niet de bijbehorende schade die het brengt aan onze mooie natuur. Daarom is het ons plan om vergunningen te verlenen aan projecten die de lokale bevolking ten goede komen en die het ecosysteem beschermen.’

Maar volgens Frank Momberg, regiodirecteur van stichting Flora and Fauna International, is het een grote vergissing om het ecosysteem in het gebied verder te verstoren. ‘Het koraal is nu al hard achteruit aan het gaan door klimaatverandering, overbevissing en het overschot aan bootjes die hun ankers neerlaten op de kwetsbare riffen. Daarnaast zijn er grote trawlers (vissersschepen met een trechtervormig net, red.) uit Thailand die illegaal dynamietvissen rondom de archipel, waarbij grote stukken koraal en kwetsbare diersoorten massaal gedood worden.’ Momberg waarschuwt ook dat de kapiteins van de toeristenbootjes de vaarroutes niet altijd goed kennen en dat veel bezoekers niet weten dat ze het koraal beschadigen wanneer ze erop trappen tijdens het snorkelen. ‘Door deze overbevissing, de overvloed aan bootjes en het gebrek aan kennis over het rif bij de gidsen, kapiteins en toeristen is het ecosysteem van de eilandengroep al hard achteruit gegaan. Waar je vroeger veel grote haaien, roggen en zeeschildpadden in dit gebied vond, is hun aantal flink afgenomen. De schade aan het koraal heeft de gehele voedselketen verstoord.’

Het is volgens Momberg een zegen dat de afgelegen eilanden zo duur zijn voor toeristen, waardoor de meesten het gebied per cruise bezoeken. ‘Als ik mag kiezen, zie ik toeristen liever op een cruise van een paar dagen dan dat de jungle gekapt wordt om resorts te bouwen op eilanden die vaak niet eens voldoende drinkwater hebben en geen mogelijkheid tot duurzame afvalverwerking.’

Foto: Tieme Hermans

Voorzieningen
Hoewel de groei van toerisme in Myeik en Dawei in de lift lijkt te zitten, zal deze groei ook gepaard moeten gaan met verbeterde infrastructuur, getrainde gidsen, hygiënische eetgelegenheden en verbeterde prijs-kwaliteit-verhouding in de hotels. Vooral dit laatste is door een groot tekort aan hotels een probleem in ogen van veel toeristen. De Franse backpacker Eric (29) geeft aan dat, waar hij in Thailand voor minder dan een tientje slaapt in een schone hotelkamer of een acceptabele bungalow op het strand, je in Birma zeker het dubbele betaalt voor een ondermaatse kamer. ‘De lakens zijn meestal vies, de badkamers stinken en het is er vaak muf en benauwd. Als ik iets wil van hetzelfde niveau als Thailand ben ik vaak meer dan twintig euro kwijt. Dit is erg duur voor Zuidoost-Azië en tevens een reden dat veel backpackers vooralsnog aan de Thaise kust blijven plakken.’

Lange tijd was het erg moeilijk voor lokale hoteleigenaren om een vergunning te verkrijgen die ze toestaat buitenlandse gasten te ontvangen. Birma kampt met grote corruptie, vriendjespolitiek en ingewikkelde bureaucratie, waardoor hoteleigenaren zonder connecties bij de lokale overheid deze vergunningen bijna niet konden bemachtigen. De kosten voor deze vergunning lopen volgens sommige hoteliers zo hoog op dat ze niet anders kunnen dan deze door te berekenen aan hun buitenlandse gasten. Toch lijken ook deze regels en eisen te versoepelen en is het aantal slaapplekken sinds enkele jaren gestaag aan het groeien, waardoor ook de prijs afneemt en de kwaliteit omhoog gaat.

De keuken
De Zuid-Birmese keuken biedt een boeiende fusion tussen de Thaise curry’s, de Indiase kruidigheid en de Chinese cuisine. In de kustregio’s zijn vis en zeevruchten enorm populair, maar in boeddhistisch Birma hoeft ook de vegetariër geen honger te leiden en begrijpen mensen je meteen als je tah tah loh (Birmees voor ‘vegetarisch’) bestelt. In steden als Dawei, Myeik en Kawthaung vind je een aanbod aan theehuisjes die snacks en lichte maaltijden serveren, lokale kantines waar je onbeperkt rijst en bijgerechten kunt eten voor een klein bedrag, Thaise, Indiase en Chinese restaurants en noedelsoeptentjes. Daarnaast vind je veel barbecuerestaurants, die in tegenstelling tot de meeste andere restaurantjes vaak ook een alcoholvergunning hebben. Ook beginnen zich langzamerhand westerse opties aan te dienen die inspelen op de wensen van toeristen.

De hygiënestandaarden in Birma liggen niet op het niveau van Thailand, Maleisië en Singapore, maar komen eerder in de buurt van het naastgelegen India en Bangladesh. Toch lukt het de meeste reizigers om met wat gezond verstand en een kritische blik de reis door Birma te doorstaan zonder al te grote problemen. Punten om op te letten zijn de doorloopsnelheid in restaurants en het vermijden van teveel gefrituurd eten, street food dat al iets te lang ongekoeld ligt en voorgesneden fruit uit een plastic vitrine. Drinkwater in de restaurants is meestal gekookt of gefilterd en veilig om te drinken, maar veel toeristen kiezen voor de zekerheid toch liever voor gebotteld water.

Hoe veilig is het?
Ondanks de slechte naam die Birma in de media heeft vanwege de genocide op de Rohingya in het westen van het land, ligt dit gebied ruim vijftienhonderd kilometer verwijderd van Dawei. Hoewel je ook in het diepe zuiden veel moslims vindt, behoren deze tot een andere bevolkingsgroep dan de Rohingya en zijn er nauwelijks spanningen merkbaar tussen de verschillende etnische groepen in het gebied.

In vergelijking met omliggende landen scoort Birma hoog op het gebied van veiligheid. Dit komt deels door hoge straffen van de strenge overheid, maar ook door de conservatieve boeddhistische cultuur in het land, die zorgt voor een grote sociale cohesie.

Er komt op kleine schaal malaria voor in het gebied, overgedragen door muggen tussen zonsondergang en zonsopkomst, waardoor rond die tijd van de dag beschermende kleding en insectwerende middelen aangeraden worden. Ook helpt het om in een muggenvrije kamer te slapen of onder een klamboe. In de praktijk gebruiken de meeste reizigers geen malariamedicijnen als malarone en ook het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering adviseert om slechts een noodkuur mee op reis te nemen om te gebruiken wanneer symptomen van malaria optreden.

Reisadvies
De beste tijd om het zuiden van Birma te bezoeken is in het droge en relatief koele seizoen tussen december en april. Ook tijdens de moesson kan het gebied bezocht worden, aangezien het over het algemeen niet de hele dag regent, maar er kunnen wel overstromingen en tropische stormen plaatsvinden.

De prijs voor een retourvlucht naar Birma loopt van zo’n 400 euro in het laagseizoen tot 700 euro in het hoogseizoen, vaak met een overstap in China, Thailand of Maleisië. De vluchten zijn gericht op de voormalige hoofdstad Yangon, vanwaar reizigers kunnen kiezen voor een binnenlandse vlucht, de trein of de bus naar het verre zuiden. Ter vergelijking: een vlucht duurt ongeveer een uur en kost tussen de 70 en 130 euro. De trein, die niet verder gaat dan Dawei, kost 3,50 tot 7 euro en duurt minimaal 24 uur. De bus naar Dawei duurt 16 uur, naar Myeik 26 uur en kost tussen de 10 en 30 euro, afhankelijk van de luxe en grootte van de bus.

Visum en grensovergangen
Aangezien Birma geen ambassade heeft in Nederland, is het de meest eenvoudige optie om een online visum aan te vragen. Deze kost vijftig dollar en is achtentwintig dagen geldig vanaf het moment dat je het land binnenkomt. Er liggen plannen klaar om de visumprocedure verder te vereenvoudigen voor inwoners van de Europese Unie en enkele andere westerse landen, maar door de Rohingya-crisis zijn de internationale relaties met Birma bekoeld en zou het kunnen dat deze verandering nog even op zich laat wachten.

De meeste toeristen komen Birma binnen per vlucht, maar wie het zuiden van Birma direct over land vanuit Thailand wil bereiken, kan dit doen via drie grensovergangen. De meest noordelijke grenspost is in het stadje Myawaddy, dat een goede busverbinding heeft met Bangkok. Van hieruit gaan er bussen naar Mawlamyine, waar je kunt overstappen op een bus of trein naar Dawei of Myeik. De grens in het diepe zuiden bij Kawthaung is een goede keuze voor reizigers die zich in Zuid-Thailand bevinden. De overgang is per boot en er gaan de hele dag veerponten en privébootjes tussen beide grensposten. Vanuit Kawthaung zijn Myeik en Dawei bereikbaar per bus. Een andere, erg afgelegen overgang bevindt zich in het bergplaatsje Htee Kee, op zo’n vijf uur reizen van Dawei. Op dit moment is deze grens echter alleen toegankelijk voor reizigers die hun visum direct hebben verkregen via de ambassade in bijvoorbeeld Bangkok, Brussel of Berlijn.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here