5.5 C
Amsterdam

Oud-diplomaat Alon Liel: ‘Ik groeide op zonder enige kennis over de Palestijnen’

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Voormalig Israëlisch topdiplomaat Alon Liel vertelt wat de schendingen van de rechten van Palestijnen met hem doen. ‘Ik voel me verschrikkelijk over wat mijn land de Palestijnen heeft aangedaan.’

Alon Liel is de voormalige Israëlische ambassadeur in Turkije en Zuid-Afrika en voormalig ondersecretaris van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij is al twintig jaar niet meer werkzaam bij de overheid en geeft momenteel les aan verschillende Israëlische universiteiten. Hij is geboren in 1948, het jaar van de Nakba, toen honderdduizenden Palestijnen werden verdreven.

Voor hem is die geschiedenis geen abstract begrip, maar steeds meer een morele last die dagelijks doorwerkt. In dit openhartige interview blikt hij terug op zijn jeugd in een land dat Palestijnen onzichtbaar maakte, zijn rol in de internationale diplomatie en zijn groeiende overtuiging dat zonder erkenning en herstel geen toekomst mogelijk is voor Israël.

Op 15 mei herdenken Palestijnen wereldwijd de ‘voortdurende Nakba’. U bent in 1948 in Tel Aviv geboren, dus u bent even oud als de Nakba. Heeft dat enige invloed op u gehad?

‘Geboren zijn in 1948 had als kind of jongere weinig effect op mij. Ik groeide op zonder enige kennis over de Palestijnen. We leerden er niets over op school en ik kan me niet herinneren dat ik ooit ‘een Palestijn’ ontmoette vóór ik naar de universiteit ging. Als ik me niet vergis, zei onze premier Golda Meir rond 1968-69 dat ‘een Palestijns volk niet bestaat’. Dat was de sfeer waarin ik opgroeide.

Voor mij als seculiere Israëliër was Onafhankelijkheidsdag op 15 mei de belangrijkste feestdag van het jaar. De enige feestdag waar ik me echt sterk mee verbonden voelde. Het woord ‘Nakba’ kende ik natuurlijk niet. Ons werd verteld dat tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 de Arabieren die hier woonden gewoon waren weggevlucht.’

Israël wordt beschuldigd een apartheidsstaat te zijn. U was ambassadeur in Zuid-Afrika. Heeft u ooit gedacht dat er een vergelijkbaar systeem in Israël werd opgebouwd?

‘Ik was ambassadeur in Zuid-Afrika van 1992 tot 1994, benoemd door de regering van Yitzhak Rabin omdat ik me in de jaren tachtig fel had uitgesproken tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid. Ik werkte daar samen met het ANC en natuurlijk met Nelson Mandela, die toen al vrij was. Dit waren de “Oslo-jaren”, waarin Israël richting vrede met de Palestijnen bewoog. Mandela en zijn team steunden dat proces sterk, en ik bouwde uitstekende werkrelaties met hen op. We gingen richting vrede, gesteund door het hele Afrikaanse continent. In die jaren sprak niemand over Israëlische apartheid.’

Ja, maar toch lijken de kiemen daarvoor toen al gelegd.

‘Maar met deze vraag spring je dertig jaar vooruit. Ik behoor tot de eerste Israëli’s die de bezetting van de Westelijke Jordaanoever “Israëlische apartheid” noemden. Juridisch gezien lijkt de situatie daar sterk op die in Zuid-Afrika: gescheiden rechtssystemen voor Joden en Arabieren. Ook demografisch zijn er parallellen: Joodse kolonisten vormen zo’n 20 procent van de bevolking, maar hebben de volledige veiligheidscontrole over het grootste deel van het gebied, gesteund door het Israëlische leger. Binnen Israël ligt dat anders, maar de verantwoordelijkheid van de Israëlische regering voor de apartheid op de Westoever valt niet te ontkennen.’

Alon Liel. Beeld: TRT World Now/YouTube

Volgens veel mensenrechtenorganisaties, onderzoekers en landen pleegt Israël genocide in Gaza en de Westoever, en volgens sommigen ook in Libanon. Hoe kijkt u daartegenaan?

‘De beschuldigingen van genocide hebben betrekking op onze verschrikkelijke oorlog in Gaza in de afgelopen drie jaar. De zaak wordt behandeld door het Internationaal Gerechtshof en de uitspraak kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van Israël.’

Wacht u op die uitspraak om te bepalen of er sprake is van genocide?

Alon Liel geeft geen antwoord.

U heeft zich in uw carrière sterk op Turkije gericht en veel geschreven over de Turks-Israëlische betrekkingen. Waar komt die interesse vandaan?

‘Als jonge diplomaat weet je niet van tevoren waar je terechtkomt. Begin jaren tachtig zat Israël in een diepe crisis met Turkije. Ik werkte toen als consul in Chicago en werd overgeplaatst naar Ankara. Die jaren in Turkije, met mijn gezin, hebben mijn interesse aangewakkerd. De diplomatieke missie was uitdagend en interessant, en we hielden van het land en maakten veel Turkse vrienden. Terug in Israël kreeg ik de kans om mijn proefschrift te schrijven over het Turkse buitenlandse beleid, wat mijn interesse verder versterkte.’

‘Ik behoor tot de eerste Israëli’s die de bezetting van de Westelijke Jordaanoever “Israëlische apartheid” noemden’

Tot de opkomst van islamistische politiek vormden Turkije, Israël en de VS een soort alliantie tegenover Arabische landen. Hoe ervaarde u dat?

‘Onze relatie met Turkije kende veel pieken en dalen. Ik diende daar in moeilijke tijden. In de tweede helft van de jaren tachtig begon het te verbeteren, mede door het einde van de toenmalige energiecrisis en de Israëlische terugtrekking uit Libanon. In de jaren negentig hadden we een soort “liefdesaffaire” met Turkije, die je ook een alliantie kunt noemen, inclusief militaire samenwerking. Maar wij zagen die alliantie niet als gericht tegen specifieke landen, noch in het Midden-Oosten, noch daarbuiten.’

Denkt u wel eens: als ik als Palestijn was geboren, wat zou er dan van mij geworden zijn?

‘Ik denk daar elke dag aan. Ik voel me verschrikkelijk over wat mijn land de Palestijnen heeft aangedaan. Ik doe mijn best om dat recht te zetten en weet dat Israël geen normaal land kan worden zolang we die schade niet herstellen. Ik was betrokken bij de relaties die we in de jaren negentig met Palestijnen opbouwden, en velen van hen zijn nog steeds mijn vrienden. Ik identificeer me sterk met hun verdriet en zal tot mijn laatste dag werken aan herstel.’

Voelt u zich bevoorrecht als Joodse Israëliër?

‘Zeker. Hoewel wij ook oorlogen hebben meegemaakt, verliezen hebben geleden en zelfs fysiek gewond zijn geraakt – ikzelf ook – is onze situatie niet te vergelijken met die van de Palestijnen. Hun lijden is immens. Ik voel me ook bevoorrecht ten opzichte van Arabisch- Israëlische burgers, die niet gelijk zijn aan Joden, noch in levensomstandigheden, noch in juridische status. Wat me de laatste tijd vooral verontrust, is dat veel Joodse Israëli’s een gevoel van superioriteit hebben ontwikkeld tegenover Arabieren. Ik heb me nooit superieur gevoeld en zal dat ook nooit doen.’

Palestijnse vluchtelingen

Wat vindt u van boycots tegen Israël? Is dat de enige manier om het regime van Netanyahu te stoppen?

‘In Israël is het bij wet verboden om boycots tegen het land te promoten. Ik respecteer de wet en als grootvader van zeven kleinkinderen die allemaal in Israël wonen, blijf ik liever uit de gevangenis. Maar de Westelijke Jordaanoever is niet officieel geannexeerd – en ik hoop dat dat zo blijft – en ik beschouw het niet als Israëlisch grondgebied. Daarom vind ik dat het boycotten van producten uit nederzettingen en van gewelddadige kolonisten een belangrijke stap kan zijn richting vrede.’

In Nederland is discussie over ‘het bestaansrecht van Israël’. Critici stellen dat alleen volkeren bestaansrecht hebben, niet staten, en wijzen erop dat staten in de geschiedenis ook verdwijnen, zoals Joegoslavië en de Sovjet-Unie. Wat vindt u daarvan?

‘Ik vind zeker dat Israël bestaansrecht heeft. Tegelijk verwacht ik dat het land waar ik ben geboren en waar mijn familie woont zich houdt aan internationale normen en het internationaal recht volledig respecteert. Daar zijn we nu nog ver van verwijderd, maar ik hoop en geloof dat deze trend zal keren en dat Israël weer respect zal terugwinnen. Dat zal tijd kosten, maar we moeten de hoop niet opgeven.’

Hoe ziet u vrede, na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd?

‘Vrede is op dit moment moeilijk voor te stellen, maar ik heb waarschijnlijk een sterke verbeelding. Zonder vrede wordt het voor Israël moeilijk om te blijven bestaan. We zijn een ontwikkeld land met een open economie die niet kan overleven zonder internationale banden – handel, investeringen, onderzoek. We kunnen niet eeuwig met het zwaard leven, zeker niet als we geïsoleerd raken. Ik hoop dat meer Israëli’s dat zullen inzien en hun militaristische en isolationistische houding zullen herzien. We moeten de internationale gemeenschap respecteren, inclusief onze buren. Dat is moeilijk na zoveel jaren van oorlog, maar met inspirerend, op vrede gericht leiderschap – in Israël en in de regio – is het mogelijk.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -