Op 21 mei heeft de rechterlijke macht van Turkije het partijleiderschap van Özgür Özel van de CHP nietig verklaard. Daarmee werd de belangrijkste oppositiepartij in een klap verzwakt. Turkije-experts duiden de politieke manoeuvre.
De seculiere Republikeinse Volkspartij (CHP) in Turkije (CHP) werd al langer aangevallen, maar deze aanval heeft met de rechterlijke nietigverklaring van het leiderschap van Özgür Özel een kritieke fase bereikt. De oude partijvoorzitter Kemal Kılıçdaroğlu, die na de verkiezingsnederlaag in 2023 plaats moest maken voor Özel, lijkt een comeback te maken in de Turkse politiek.
Volgens critici is de nietigverklaring van het CHP-congres in 2023 opnieuw een truc uit de hoge hoed van het Erdoğan-regime. Hij zou erop uit zijn om een verkiezingsnederlaag in 2028 te voorkomen, waarvoor hij ook nog een grondwetswijziging nodig heeft (omdat hij al drie keer president is geweest). Heeft hij met Kılıçdaroğlu nu de juiste oppositiekandidaat om dat te bewerkstelligen?
Het gevolg van ‘politieke engineering’
Maar eerst over de afzetting van CHP-leider Özel. Zijn verkiezing in 2023 zou gekocht zijn en met de procedure gesjoemeld. Hoewel de CHP dit altijd heeft ontkend, waren de aantijgingen voor het Hof van Beroep in Ankara nu voldoende om zijn leiderschap na drie jaar stop te zetten.
De gevluchte journalist Adem Yavuz Arslan wil niet al te veel woorden vuil maken aan het juridische proces. ‘Vrijwel iedereen is het erover eens dat dit proces in feite het gevolg is van ‘politieke engineering’, zegt hij. ‘Het hele traject moet worden gezien als een poging van het regime van Recep Tayyip Erdoğan — dat het land al ongeveer 25 jaar bestuurt — om verkiezingswinst veilig te stellen. Anders gezegd: Erdoğan beseft dat hij zijn politieke tegenstander niet meer via de stembus kan verslaan en gebruikt daarom de rechterlijke macht, die na de controversiële couppoging van 15 juli 2016 volledig werd hervormd met loyale figuren, om de politiek te herstructureren.’
Arslan Karslı, die namens het bestuur van HTIF (Federatie van Arbeiders uit Turkije in Nederland) spreekt, vindt eveneens dat een discussie over de rechterlijke uitspraak weinig zinvol is. ‘Het is een illusie dat het recht in de fascistische en despotische politiek in Turkije als een neutrale weegschaal van gerechtigheid fungeert.’
‘De grotere vraag is of de leiding van de grootste oppositiepartij kan worden hervormd via gerechtelijke procedures’
Dat is volgens Karslı geenszins het geval. ‘Het recht is de in wetten gegoten wil van de heersende klasse. Of Kılıçdaroğlu of Özel juridisch gelijk heeft, is slechts een detail naast de vraag welke politieke actor de heersende klasse waar wil positioneren. Iedereen die de geschiedenis van de Turkse Republiek enigszins kent, beseft dat het begrip ‘recht’ altijd volledig op politieke en ideologische basis heeft gefunctioneerd.’
Voor Ahmet Erdi Öztürk, universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen aan de London Metropolitan University, is de vraag wie de CHP moet leiden uiteindelijk een zaak voor de leden zelf. ‘De grotere vraag is of de leiding van de grootste oppositiepartij kan worden hervormd via gerechtelijke procedures in plaats van via interne democratische competitie.’
De politieke gevolgen van deze ontwikkelingen zijn enorm, meent hij. ‘De CHP is geen marginale actor; het is de grootste oppositiepartij, won de lokale verkiezingen van 2024 in veel grote steden en vertegenwoordigt een groot deel van de samenleving. Elke gerechtelijke interventie die haar leiding verandert, zal daarom onvermijdelijk niet alleen worden gezien als een juridische handeling, maar ook als een ingreep in het principe van democratische concurrentie zelf. Daarom moet dit moment met uiterste institutionele verantwoordelijkheid worden behandeld.’
Ergün Babahan, die eveneens als journalist uit Turkije is gevlucht, ziet de ontwikkelingen als de finale klap voor de Turkse democratie, die al was ontaard in een systeem van ‘competitief autoritarisme’. ‘Turkije evolueert vanaf nu feitelijk naar een eenmansregime’, zegt hij vanuit Amerika. ‘De verslechterende economische situatie heeft aangetoond dat het voor Erdoğan bijna onmogelijk is geworden om zijn huidige positie binnen een competitief systeem te behouden. Terwijl een sterke CHP een reële kans had om de presidentsverkiezingen te winnen, leek het ook onvermijdelijk dat de oppositie een parlementaire meerderheid zou behalen. Met deze zet heeft Erdoğan, na de DEM-partij, nu ook de CHP uit de politieke race verwijderd.’
Volgens hem zal de CHP hoogstwaarschijnlijk splitsen op religieuze gronden. ‘Het scenario waarbij de CHP uiteenvalt in een onuitgesproken alevitisch-soennitisch conflict, met mogelijk twee afzonderlijke partijen (één rond de 25 à 30 procent en een kleinere rond de 3 à 5 procent) komt daardoor dichterbij. Dat zou de positie van Erdoğan aanzienlijk versterken.’
Einde in zicht voor Özel
Journalist Arslan denkt dat met deze rechterlijke beslissing een einde is gekomen aan de politieke carrière van Özel. ‘Bovendien worden alle beslissingen van zijn bestuur ongeldig verklaard. De juridische status van de partijorganen, provinciale en districtsvoorzitters en zelfs burgemeesters is hierdoor onzeker geworden. Met andere woorden: er heerst volledige chaos binnen de CHP.’
Dat Özel het partijgebouw niet verlaat, zal Kılıçdaroğlu niet tegenhouden, meent Arslan. ‘Vermoedelijk zal hij gebruikmaken van het kantoor van een bevriend parlementslid als eigen kantoor. Ook is onduidelijk wie de wekelijkse fractievergaderingen van de CHP zal leiden. Wettelijk gezien ligt die bevoegdheid nu bij Kılıçdaroğlu, maar Özel zegt dat hij elders buiten het parlement bijeenkomsten zal organiseren. In feite is de grootste oppositiepartij dus in tweeën gesplitst. Dat toont aan dat Erdoğan’s strategie haar doel heeft bereikt.’
Karslı van HTIF deelt die analyse, maar voegt daar een marxistische kanttekening aan toe. ‘Wat hier gebeurt, is een operatie om de grootste oppositiepartij te verlammen door haar te verstikken in haar eigen interne tegenstellingen. Het machtsblok gebruikt de gerechtelijke stok om de oppositie – of dat nu Özel of Kılıçdaroğlu is – binnen de grenzen van het systeem te houden en te voorkomen dat de groeiende woede van de massa zich buiten het systeem uit. Met andere woorden: dit is geen afwijking, maar een normale reflex van de comprador-kapitalistische staat in tijden van crisis; een poging om de economische crisis te overschaduwen met kunstmatig gecreëerde chaos.’
De Koerden
Ondertussen loopt er tussen de Turkse staat en de Koerdische beweging een wankel vredesproces. Hoe zou de Koerdische politiek hierop moeten reageren?
Volgens journalist Arslan heeft de pro-Koerdische partij DEM weinig te zeggen. De beslissingsmacht ligt volgens hem effectief bij de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan, voor wie een wettelijke status om het Koerdische vredesproces te leiden in het verschiet ligt.
‘Op dit moment lijkt het doel van de Erdoğan-Bahçeli-alliantie duidelijk: via Öcalan de Koerdische kiezer aan hun zijde krijgen. Er wordt niet verwacht dat de DEM-partij stappen zal zetten tegen de wil van Öcalan. Ook al gebeurt het niet formeel, men voorziet dat de DEM-partij zich in de praktijk bij de regeringscoalitie zal aansluiten. Mogelijk wordt Öcalan overgebracht naar een nieuwe woning op İmralı en onder huisarrest geplaatst’, aldus Arslan.
Karslı kijkt meer vanuit een Koerdisch perspectief. ‘De DEM-partij zal het proces vermoedelijk veroordelen. Toch mag niet vergeten worden dat, met Selahattin Demirtaş voorop, honderden Koerdische politici momenteel gevangen zitten, mede door de steun die de CHP in het verleden aan deze repressieve processen heeft gegeven. In die zin is niet alleen de AKP/MHP-regering, maar ook de CHP medeverantwoordelijk.’
Toch vindt Karslı dat dit ook een lakmoesproef vormt voor de Koerden. ‘De Koerdische kwestie is immers de meest fundamentele structurele dynamiek die de grenzen van de burgerlijke democratie in Turkije en het ware karakter van de staat blootlegt. Terwijl burgerlijke oppositieklieken onderling vechten om de macht, gaan benoemingen van regeringscommissarissen, repressie en zuiveringen tegen de Koerdische beweging ononderbroken door.’
Karslı waarschuwt de Koerdische beweging: ‘In deze context mogen de Koerden niet de fout maken zich achter een van de rivaliserende oppositiekampen te scharen — noch achter de ‘restauratiegerichte’ lijn van Kılıçdaroğlu, noch achter de ‘normaliserende’ lijn van Özel. Geen enkele groep heeft immers beter ervaren dat uit de onderlinge strijd geen echte democratische belofte voortkomt.’
‘Geen enkele groep heeft beter ervaren dat uit de onderlinge strijd geen echte democratische belofte voortkomt’
Karslı stelt een ‘derde weg’ voor. ‘Een uitspraak van Selahattin Demirtaş (sinds 2016 gevangen, red.) — ‘de oplossing zal op straat gevonden worden’ — is in deze context bijzonder treffend. Volgens deze visie kan het 23 jaar oude reactionaire en autoritaire bewind van AKP/MHP alleen worden teruggedrongen als de volkswoede zich daadwerkelijk op straat tegen de macht richt. Alle andere politieke bewegingen dienen uiteindelijk slechts als uitlaatklep van die woede, zonder echte verandering te brengen.’
Öztürk verwacht juist meer verantwoordelijkheid van de Koerdische politiek. ‘De DEM-partij en de Koerdische beweging zouden dit moeten benaderen vanuit een democratisch principe, niet als tactische opportuniteit. Zij weten beter dan wie ook wat het betekent wanneer rechtbanken, regeringscommissarissen, verboden of administratieve beslissingen politieke vertegenwoordiging hervormen. Daarom zouden zij de autonomie van politieke partijen, de integriteit van verkiezingen en het recht van kiezers en partijleden om hun eigen vertegenwoordigers te bepalen moeten verdedigen.’
Hij vervolgt: ‘Dit betekent niet dat zij onvoorwaardelijke steun moeten geven aan de CHP of aan een specifieke CHP-leider. Het betekent dat zij een minimale democratische norm verdedigen: politieke concurrentie moet plaatsvinden via verkiezingen, congressen, open debat en publieke instemming — niet via juridische engineering. Als dit vandaag met de CHP kan gebeuren, kan het morgen met elke andere politieke actor gebeuren. Daarom zou de juiste positie voor de DEM-partij een principieel democratisch standpunt zijn tegen elke interventie die politieke concurrentie beperkt.’
Babahan is sceptisch over de invloed van de Koerdische politiek. ‘Het enige wat DEM kan doen, is steun uitspreken voor de CHP en protesteren. Maar het proces via Öcalan en de politieke wil van DEM lijkt vrijwel uitgeschakeld en heeft afstand gecreëerd tussen de partij en haar achterban. Zeker als Öcalan steun geeft aan een grondwetswijziging die Erdoğan op de agenda zet, kan dat de situatie verder verslechteren en Koerdische kiezers van de stembus vervreemden’, aldus Babahan.
Bilgi Universiteit in Istanbul gesloten
Terwijl de Turkse autoriteiten de politieke speelruimte van de oppositiepartij Republikeinse Volkspartij (CHP) steeds verder inperken, is nu ook een van de bekendste particuliere universiteiten van het land getroffen. Via een door de staat aangestelde curator kwam gisteren een einde aan de zelfstandige positie van Istanbul Bilgi University, een instelling die sinds de jaren negentig geldt als een belangrijk centrum voor kritische academische vorming en publiek debat in Turkije.
Öztürk noemt de ingreep symptomatisch voor de bredere druk op onafhankelijke instituties in het land. ‘Bilgi is nooit zomaar een particuliere universiteit geweest; sinds de jaren negentig vertegenwoordigt zij een belangrijke academische ruimte op het gebied van sociale wetenschappen, rechten, communicatie, cultuur, kunst en kritisch denken.
‘Duizenden studenten, academici, administratief personeel en alumni worden rechtstreeks door zulke beslissingen geraakt. Universiteiten zijn niet alleen plaatsen waar diploma’s worden uitgereikt; het zijn ook ruimtes van collectief geheugen, intellectuele opbouw, academische vrijheid en publiek debat. Het meest pijnlijke aspect is dat juist op een moment waarop Turkije behoefte heeft aan meer vrije, pluralistische en sterke universiteiten, de onderwijscapaciteit van het land wordt beperkt. Wat de rechtvaardiging ook moge zijn, de rechten van studenten, het werk van academici en het institutionele erfgoed moeten worden beschermd. Elke grote ingreep in een onderwijsinstelling beïnvloedt niet alleen het heden, maar ook de toekomst van het land.’
Journalist Babahan wijst daarnaast op de mogelijke economische belangen achter de beslissing. ‘Bilgi Universiteit ligt aan het einde van de Haliç op een prachtig terrein. In de woorden van Erdoğan: een ’toplocatie’ of ‘gouden grondstuk’. Waarschijnlijk zullen we hier in de toekomst een project zien met hotels, winkelcentra en luxe residenties.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

