‘Het leven van mensen hier is zoveel rijker’

Foto: Wikipedia
De Kanttekening nam een duik in een van India’s meest verheven pelgrimsplaatsen. ‘Het leven van mensen hier is zoveel rijker, al hebben ze niet alle consumptiegoederen en financiële welvaart als in het Westen. De gezichten van mensen stralen, familiebanden zijn hechter en mensen praten hier met elkaar.’

Pelgrims met bagagebundels op hun hoofd, koeien, straatverkopers, brommers en toeterende bussen vechten voor hun plekje op de weg die door het centrum loopt. Een begrafenisstoet trekt voorbij met veel bombarie en verderop springt een hond jankend weg wanneer iemand over zijn staart rijdt. Tussen dit vrolijke, Indiase gekrioel steken enkele westerlingen af die net als de pelgrims op weg zijn naar de voet van Arunachala, een heilige berg waar magische krachten aan worden toegeschreven.

Spiritueel zoekers van over de hele wereld trekken jaarlijks naar het Zuid-Indiase Tiruvannamalai, een stadje met talloze ashrams (een spirituele leefgemeenschap en ontmoetingsplaats voor aanhangers van Indiase religies, vaak onder leiding van bijvoorbeeld een goeroe), meditatiecentra en een heilige berg. Deze berg is volgens de Indiërs een manifestatie van de populaire hindoegod Shiva en veel pelgrims komen van ver om een rituele ronde om de berg te maken, een zegening te ontvangen en om zichzelf of een verlichte goeroe te vinden.

De uitgedoofde vulkaan Arunachala in Tiruvannamalai wordt door volgers van Shiva vereerd vanwege de connectie met hun favoriete hindoegod. De achthonderdveertien meter hoge berg is niet alleen verbonden aan Shiva, maar de berg zelf is volgens hen een incarnatie van de godheid. Door de reputatie van Tiruvannamalai als bedevaartsoord met een krachtige spirituele energie, wordt het stadje jaarlijks bezocht door miljoenen hindoes en andere spiritueel zoekers. Ook zijn er in de loop der eeuwen talloze heiligen neergestreken en werden er tientallen ashrams en tempels om de berg heen gebouwd door beroemde en minder beroemde swami’s, yogi’s en goeroes.

In elk van deze ashrams komen aanhangers van die specifieke stroming of leer om de interpretatie van het pad naar verlichting van deze betreffende goeroe te volgen. Bij de één staat godsverering centraal in de vorm van het uitvoeren van ingewikkelde ceremonies en rituelen, bij de ander het urenlang opdreunen van mantra’s of door in stilte te mediteren aan de voet van de berg. Wie rondloopt in een van deze ashrams valt het op dat er soms bijna evenveel Indiase als buitenlandse volgelingen zijn. Veel van deze Europese en Amerikaanse pelgrims komen jaarlijks terug naar het tempelstadje en enkelen hebben zich er zelfs permanent gevestigd.

De legende

In de hindoemythologie bestaan twee verhalen over het ontstaan van de heilige berg. Eén versie vertelt dat de godin Parvati, de vrouw van Shiva, de ogen van haar man speels wilde afdekken. Hoewel dit moment voor de goden slechts enkele seconden duurde, verdween al het licht op aarde voor enkele jaren. Samen met volgelingen van Shiva deed Parvati boete, waarna Shiva als een enorme kolom van vuur verscheen op de top van de Arunachala en daarmee het licht terugbracht op aarde.

De meest gehoorde versie is echter het verhaal over een conflict tussen twee van de drie hoogste goden. Shiva, Vishnu en Brahma vormen samen de hindoeïstische drie-eenheid, maar er ontstond strijd om superioriteit tussen Vishnu en Brahma. Shiva kwam tussenbeide en verscheen op Arunachala als een enorme kolom van vuur en daagde de twee uit de bron van dit licht te vinden. Brahma nam de vorm aan van een zwaan en vloog de lucht in, op zoek naar de bovenkant van de vlam, terwijl Vishnu zichzelf veranderde in een zwijn en de bron van het vuur onder de grond zocht. Beide goden konden de bron niet vinden, maar waar Vishnu zijn verlies toegaf, loog Brahma door te zeggen dat hij de top had bereikt. Als straf zorgde Shiva ervoor dat er nooit een enkele Brahma-tempel op aarde zou staan. Beide goden gaven hun nederlaag toe en prezen Shiva, die verklaarde: ‘Laat deze eeuwige en onbeweeglijke vurige vorm van mij hier altijd aanwezig zijn.’ Deze legende bevestigt het geloof van de volgers van Shiva dat hij het opperwezen is dat het universum schept, beschermt en transformeert.

Foto: Wikipedia

De rituelen

Pelgrims trekken het hele jaar door naar Tiruvannamalai, maar buiten de grote feestdagen blijft het een relatief rustig stadje voor Indiase begrippen. De belangrijkste religieuze festivals vinden plaats op de volle maan dagen, maar vooral rond de hindoefeestdag Divali. Deze feestdag aan het eind van het jaar symboliseert de overwinning van het licht over het duister en wordt in Tiruvannamalai gevierd door het branden van een enorme boterlamp op de top van de berg. Deze bevat maar liefst drie ton geklaarde boter en symboliseert het vuur van Shiva. Tijdens Divali houden veel hindoes een wake met doorgaande meditatie, het zingen van mantra’s en gebeden tot de zon opkomt.

Ook rond elke volle maan reizen duizenden mensen vanuit het hele land af naar Tiruvannamalai om Shiva in de vorm van de berg Arunachala te vereren. De voornaamste manier om dit te doen is door de dertienhonderd jaar oude Arunachala-tempel te bezoeken om daar een vereringsritueel uit te voeren en een zegen te ontvangen van de priester. Vervolgens beginnen de pelgrims aan een veertien kilometer lange wandelroute rond de berg op blote voeten. Onderweg offeren ze boter, bloemen en fruit bij omliggende tempels en altaars. Voor velen is een van de hoogtepunten van hun pelgrimstocht het vereren van een achttal lingams, fallusvormige pilaren die symbool staan voor de scheppingskracht van Shiva. Hindoes geloven dat elk van deze lingams een speciale kracht bevat die helpt bij het genezen van ziektes of het oplossen van problemen in het leven. Na het bezoeken van de acht lingams beklimmen veel pelgrims de heilige berg, die gezien wordt als de negende lingam of Shiva zelf.

Het doel van de ronde om de berg is volgens de pelgrims een vrijwaring van zonden en een hulp voor het sneller bereiken van de verlichting. Eén van de zeven wijzen uit de hindoeïstische geschriften zei tegen de godin Parvati dat ze elke dag rond Arunachala moest lopen om al haar verlangens vervuld te zien. De mysticus Sri Ramana voegde hier aan toe dat het voor iedereen goed is om de berg te omcirkelen, of je het nou uit religieuze overwegingen doet of niet, omdat je tenminste gezonde lichaamsbeweging krijgt.

Volgens Sriram (44), een pelgrim uit de nabijgelegen stad Chennai, is het moeilijk om het geluk en plezier van de wandeling te omschrijven. ‘Je lichaam wordt moe, je zintuigen verliezen hun kracht en je keert vanzelf naar binnen toe, waardoor de hele ronde een soort meditatie wordt en je vanzelf in een staat van harmonie met jezelf en je omgeving geraakt.’

Na de ronde om de berg trekken veel bezoekers naar een van de vele ashrams rondom de Arunachala. Van deze ashrams is de meest beroemde die van Sri Ramana Maharshi (1879-1950), een van de meest vereerde goeroes uit de twintigste eeuw. Volgens zijn aanhangers bracht de verlichte heilige meer dan twintig jaar door als bezitloze bedelaar in volledige stilte en meditatie. De spaarzame boodschappen die hij meegaf aan zijn volgelingen stonden veelal in het teken van innerlijke stilte, meditatie en de continue zoektocht naar het diepere zelf.

De Ierse Tracy (49) beschrijft haar ervaring in de ashram van Sri Ramana als magisch. ‘Je voelt het vanaf het moment dat je de eerste stap op het terrein zet. Alsof je na lange tijd eindelijk echt thuiskomt, zowel op deze plek als bij jezelf. Zeker in de kleine meditatiehal, waar een haast intieme stilte heerst die je inspireert om dezelfde stilte in jezelf te zoeken. Het enige wat ik een beetje vreemd vind is dat veel volgelingen vooral bezig zijn met het vereren van Sri Ramana zelf in plaats van het volgen van zijn ideeën. Er staat een glimmend standbeeld van hem in de gebedshal en er worden allerlei rituelen uitgevoerd waarvan ik vrij zeker weet dat hij het niet op prijs had gesteld.’

Westerlingen in het stadje

Hoewel Tiruvannamalai al eeuwenlang een pelgrimsoord was voor Indiërs, groeide het stadje in de jaren zestig ook uit tot trekpleister voor spiritueel zoekers uit het Westen. Sri Ramana was toen pas net overleden en zijn lessen over innerlijke stilte sloegen aan bij deze generatie India-gangers.

Volgens schrijver en filosoof Jules Evans voelden veel jongeren in deze hippietijd zich vervreemd van het traditionele christendom. In die periode werd de spirituele aantrekkingskracht van het Oosten mainstream gemaakt door invloedrijke figuren als schrijver Jack Kerouac, spiritueel leraar Richard Alpert – beter bekend als Ram Dass – en natuurlijk The Beatles. Vanaf toen begon het spiritueel toerisme pas echt en reisden hordes westerlingen naar het Indiase subcontinent op zoek naar wijsheid en zingeving.

Volgens de Amerikaanse Jonathan (70) zijn deze spiritueel toeristen in Tiruvannamalai net als in de jaren zestig een kleurrijke en diverse verschijning. ‘Sommigen lopen rond in felgekleurde sari’s, met de traditionele rode stip op het voorhoofd of in het soort Indiase fladderkleding dat Indiërs zelf nooit zouden dragen, maar waar de toeristenwinkels vol mee liggen.’ Jonathan vindt het al een hele belevenis om gewoon tegenover de ashram in een theehuisje te gaan zitten en te kijken naar de bijzondere mensen die er voorbij komen. ‘Er zijn zo veel verschillende soorten mensen, uit alle hoeken van de wereld en van alle leeftijden.’

Zo zijn er de oudere stellen als het Deense stel Uma en Shankar die in de hippietijd India ontdekten. ‘Dit zijn niet de namen die onze ouders ons gaven, maar we hebben ze gekregen van onze goeroe om ons te ontdoen van het ego en als kans om ons verleden achter ons te laten. Nu noemen zelfs de meeste van onze vrienden ons zo. We kwamen in aanraking met de simpele lering van Sri Ramana in 1969 en sindsdien blijven we terugkomen.’

Ook de gepensioneerde Amerikaan Richard (70) bevalt het hier, zo erg zelfs dat hij en zijn vrouw besloten zich hier permanent te vestigen. ‘We moesten even wennen aan het leven in India, maar uiteindelijk is het hier veel comfortabeler voor ons. In Amerika konden we nauwelijks rondkomen van mijn pensioen, maar hier is dat geen probleem. Maar geld is natuurlijk niet de belangrijkste reden dat we hier zijn. Het leven van mensen hier is zoveel rijker, al hebben ze niet alle consumptiegoederen en financiële welvaart als in het Westen. De gezichten van mensen stralen, familiebanden zijn hechter en, zoals mijn kleinzoon vol verbazing opmerkte, mensen praten hier met elkaar.’

Buiten de oude garde zijn er ook veel twintigers en dertigers waarvan sommigen bevlogen het spirituele pad bewandelen. Zoals de Canadese Michael (33), die iedere morgen vlak na zonsopkomst de veertien kilometer rond de berg loopt terwijl hij in zijn hoofd een mantra herhaalt. ‘Na mijn heilige ronde ga ik ontbijten en oefen ik op mijn tabla’s (Indiase trommels, red.) om religieuze liederen te kunnen zingen. Tussendoor mediteer ik op mijn kamer en ga ik naar lezingen in de ashram. Het gekke is dat ik altijd vrij anti-religieus was, maar toen ik in aanraking kwam met de leringen van Sri Ramana over stilte, raakte het iets in me.’ Volgens de Canadees wordt er in Tiruvannamalai zo vanzelfsprekend gesproken over de magnetische aantrekkingskracht van de Arunachala dat je er makkelijk zelf in gaat geloven en alsmaar terug blijft komen naar dit pelgrimsoord.

De Vlaamse Petra (24) zit bij Michael aan tafel en luistert geïnteresseerd naar de verhalen over zijn spirituele zoektocht, maar doet het zelf iets rustiger aan. ‘Ik sta open voor alles en hier kun je proeven van allerlei spirituele stromingen. Ik heb al meegedaan aan spirituele jamsessies, extatische dansen, mantraceremonies en zelfs een cursus boeddhistische meditatie. Voordat ik in India kwam, dacht ik dat ik super spiritueel was, maar langzaam maar zeker kom ik erachter dat ik nog maar net begonnen ben aan mijn zoektocht. Ik kom hier zoveel mensen tegen die veel weten en van wie ik veel kan leren, maar ik ben nog niet klaar om me ergens aan te verbinden hoor. Het aanbod is groot in India en ik wil het allemaal ervaren.’

Ook de Franse backpacker Matthieu (31) gaat helemaal op in de verschillende ervaringen die Tiruvannamalai biedt. ‘De sfeer is hier geweldig, veel beter dan op de meeste plekken in India. Soms ga ik wel naar de ashram, maar meestal doe ik mijn eigen ding. Ik ken inmiddels veel mensen hier en vaak gaan we bergen in de omgeving beklimmen of hangen we de hele middag rond in een theehuisje. De dagen gaan voorbij voor je het weet. Volgens mij zit ik hier al bijna twee maanden, maar elke keer als ik denk dat het moment om te gaan daar is, verzin ik wel weer een reden om toch te blijven. Voor mij werkt de magnetische aantrekkingskracht zeker.’

De Zweedse yogalerares Hannah (41) ervaart deze kracht ook. Ze komt hier elk jaar overwinteren en heeft naar eigen zeggen deze maanden echt nodig om weer op te laden voor het jaar in Zweden. ‘De Indiërs weten echt hoe ze in het moment moeten leven en staan daardoor mijlenver van de gejaagde stadsmensen in Stockholm af. Door hier te zijn, leer ik stapje voor stapje om ook meer mindful te zijn en het leven te accepteren zoals het komt.’

Ondanks hun enthousiasme blijven de westerse ashram-gangers volgens Jules Evans altijd een soort tweederangs Indiërs die Sanskriet gebeden mompelen die ze nauwelijks begrijpen. In een artikel op zijn website schrijft hij dat de generatie babyboomers de non-religieuze spiritualiteit hebben uitgevonden waarbij ze yoga beoefenen, meditatie uitproberen, een mantra leren, een ashram bezoeken en sommigen zelfs een goeroe vinden. Hij stelt dat Indiërs hun religie totaal anders beoefenen en beleven dan de Europese en Amerikaanse pelgrims, maar dat de hindoeïstische, niet-dogmatische levensvisie de westerse zoekers kan helpen om hun geloof in spiritualiteit te herstellen en het hen zelfs zou kunnen helpen het christendom meer te waarderen.

Ondanks het spirituele karakter van het leven als westerling in de schaduw van Arunachala, is het voor veel lange termijn bezoekers een strijd om niet terug te vallen in een levensstijl waar ze juist afstand van hoopten te doen. ‘Na een tijdje begon ik me te beseffen in wat voor een kleine bubbel ik eigenlijk leefde hier’, zegt de Spaanse Marta (51). ‘Iedereen kent elkaar, iedereen praat en er wordt volop geroddeld. Of het nou ashram-roddel of wereldse roddel is, het blijft hetzelfde. Onder het oppervlak van zaligheid schuilen vaak allerlei drama’s als romances, affaires, haat en nijd, jaloezie en spirituele concurrentie over wie het meest verbonden is met de leraren van de ashram.’

Foto: Tieme Hermans

 

Naast deze reguliere spiritueel leraren en swami’s gaan er in Tiruvannamalai verhalen rond over zogenaamde avadhuta’s, ook wel krankzinnige, gekke of zonderlinge heiligen genoemd. Deze mannen verkeren volgens de hindoeïstische geschriften in een dermate hoge spirituele staat en heilige trance dat ze volledig losstaan van het ego-bewustzijn en ver boven en buiten de wereldse zorgen handelen. Hierdoor houden zij geen enkele rekening met de sociale etiquette en lopen ze vaak onbezorgd naakt en ongewassen over straat.

Binnen het hindoeïsme wordt geloofd dat deze verlichte maar gekke heiligen met hun excentrieke gedrag anderen het pad naar God kunnen tonen. Zo liep één van deze avadhuta’s af en toe winkels binnen en sloeg met zijn staf alles kort en klein. Het geloof in de heiligheid van deze handeling is zo groot onder de lokale bevolking dat de winkeliers dankbaar op hun knieën vallen tussen de scherven, omdat deze vernieling volgens hen gestuurd is door Shiva om een kans te geven op een nieuwe, gezegende start.

Een andere beroemde avadhuta was de in december overleden Mooku Podi Swami. Hij had de gewoonte om zichzelf maandenlang ongevraagd te vestigen in een winkel of restaurant, waar hij vervolgens op de vloer sliep en overdag in een hoekje zat zonder achting te slaan op anderen. Volgens de eigenaar van een hotel waar de swami een paar maanden in de gang woonde, sprak hij zelden, maar commandeerde hij af en toe aan willekeurige voorbijgangers dat ze hem eten moesten brengen. Zijn volgelingen geloofden dat hij in stilte met hen communiceerde en zij zaten vaak aan tafeltjes vlak bij de swami, in de hoop op een blik, een zegening of enig teken van herkenning. Vaak namen zij dure kleren en geschenken voor de heilige mee, die hij steevast weigerde.

Nog een beroemde en eveneens zonderlinge heilige was Sri Seshradi Swamikal, die leefde in de vorige eeuw. Volgens een familielid zat hij urenlang in het crematorium tussen de lijken te mediteren, liep hij winkels in om willekeurige artikelen op straat kapot te smijten en lachte hij urenlang onophoudelijk alsof hij bezeten was. Daarnaast stond hij erom bekend mensen af te ranselen met hun eigen schoenen, hetgeen ook gezien werd als reiniging en zegening voor hen.

Swami’s en zwendelaars

Naast de echte heiligen zijn er ook een boel dubieuze figuren te vinden in de straten van Tiruvannamalai, die profiteren van de gretigheid van de spirituele toeristen op zoek naar hun goeroe. Op de brede trottoirs rondom de heilige berg woont een grote populatie sadhoes, ofwel bezitloze monniken die het wereldse leven hebben opgegeven. Ondanks dat er een groot aantal oprechte sadhoes in het stadje verblijven, wordt er, vooral door de westerse bezoekers, veel geklaagd over deze mannen in oranje gewaad.

‘Echte sadhoes horen niet te bedelen, maar als ik over straat loop, word ik voortdurend lastiggevallen door zielig kijkende mannen die geld willen of me tegen betaling willen zegenen of een andere spirituele dienst willen bewijzen’, klaagt de Duitse Max (54). ‘Laatst, toen ik een van deze mannen een paar bananen wilde geven, weigerde hij verontwaardigd. Die zogenaamde sadhoe wilde alleen maar geld zien. Later die middag zag ik hem met een pakje sigaretten op straat zitten.’

‘Dit zijn de nepsadhoes van Tiruvannamalai’, lacht restauranthouder Kumar (41). ‘Veel van hen zijn niets anders dan bedelaars die simpelweg het uiterlijke voorkomen van de echte sadhoes kopiëren. Erg moeilijk is dat niet, aangezien de sadhoes zelf in principe ook bedelaars zijn, zich niet om hun uiterlijk bekommeren en zich vaak bijzonder gedragen.’

Maar volgens pelgrim Raju (39) zien Indiërs de nepsadhoes niet als een probleem. ‘Wij kijken er niet zo zwart-wit naar als veel buitenlandse bezoekers. Natuurlijk weten wij ook dat een pure sadhoe niet hoort te bedelen om geld en niet zou moeten vragen om betaling voor een zegening, maar we snappen ook dat er onder hen gradaties bestaan.’ Raju is van mening dat het in elk geval bezitloze mensen zijn die compassie verdienen vanwege hun levensstijl en hetgeen waar ze symbool voor staan. ‘Of ze nou echt zijn of niet, de verantwoordelijkheid voor hun oprechtheid ligt bij hen, dat is hun karma.’

Priester Vikram (59) vindt het niet moeilijk om de echte heiligen van de bedelaars en oplichters te onderscheiden. ‘Vertrouw simpelweg nooit iemand die je wil zegenen voor geld of die aanbiedt om je te genezen tegen een vergoeding. De gouden regel is dat er voor elke echte heilige – of baba, zoals we ze hier vaak noemen – duizend nepgoeroes, charlatans en slimme zakenmannen in oranje gewaden rondlopen. Het zoeken van een echte heilige is dan ook moeilijker dan het vinden van een diamant, maar de zoektocht is de moeite waard.’ Als hulp voor de gretige goeroezoeker geeft Vikram een negental regels waardoor een nepheilige kan worden onderscheiden: het vragen van grote hoeveelheden geld, het aannemen van zelfbedachte heilige titels, het niet kunnen ontvangen van kritiek, het overgefocust zijn op het behalen van een onbereikbaar hoog spiritueel doel, hypocriet gedrag, een focus op het vervullen van egoïstische verlangens, spiritueel materialisme, zelfzuchtig gedrag en de belofte op een snelle route naar de verlichting. ‘Maar met een beetje geduld en gezond verstand kom je ook behoorlijk ver. Met of zonder goeroe’, lacht de priester.

DELEN
Tieme Hermans
Journalist die de wereld rondreist; momenteel in India. Verslaggever.