Hoe behandelt Marokko zijn religieuze minderheden?

Foto: Reuters
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken van de VS heeft afgelopen maand een rapport gepubliceerd over de godsdienstvrijheid in Marokko. Dat geeft geen rooskleurig beeld, christenen worden belemmerd in hun vrijheid, desalniettemin profileert Marokko zich als koploper in het bestrijden van radicalisering. De Kanttekening sprak daarover Marokko-kenners Jan Hoogland en Herman Obdeijn.

Voor arabist Jan Hoogland komt de inhoud van het International religious freedom-rapport over Marokko niet als een verrassing. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verhaalt in het rapport over de godsdienstvrijheid in Marokko, en dat is al jaren min of meer hetzelfde beeld. De grondwet erkent de soennitische islam en het jodendom als officiële godsdienst. Evangeliseren is streng verboden. Marokkaanse christenen worden aangehouden en ondervraagd over hun religie en contacten met andere Marokkaanse christenen. Tijdens de ramadan heeft de overheid opnieuw meerdere mensen aangehouden wegens eten in het openbaar.

Geen onproblematische bevindingen, maar in vergelijking met andere islamitische landen valt het mee, reageert Hoogland die van 2009 en 2015 directeur van het Nederlands Instituut in Marokko (NIMAR) was. “De islam is de staatsgodsdienst. Koning Mohammed VI is de wereldlijke en geestelijke leider. Voor veel Marokkanen is het nauwelijks voorstelbaar dat er ook andere religies zijn. De staat wil niet dat er propaganda gemaakt wordt voor andere godsdiensten. Daarom zijn alle activiteiten die gericht zijn op bekering verboden. De malikitische islam is oppermachtig en moet worden beschermd. Op dat punt is er geen versoepeling.”

Niet alleen godsdienstige minderheden worden tegengewerkt door de Marokkaanse overheid. Ook ngo’s die opkomen voor homorechten en burgerlijke vrijheden hebben het moeilijk. “Sinds de ‘Arabische lente’ in 2011 is er een nieuwe regering gekozen. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in Marokko is er een islamitische partij aan de macht. Ze zetten weinig stappen als het gaat om burgerlijke vrijheden. Op 7 oktober zijn er nieuwe verkiezingen. Een klein deel van de bevolking wil wel verandering”, aldus Hoogland.

Ook Herman Obdeijn, auteur van het boek Geschiedenis van Marokko, is niet geschrokken van het rapport. “Natuurlijk, er zijn zaken op het gebied van godsdienstvrijheid die verbeterd moeten worden, maar in vergelijking met andere islamitische landen is Marokko een voorbeeld van verdraagzaamheid.” Volgens Obdeijn is de Marokkaanse overheid niet tegen vrijheid van godsdienst maar vooral bang voor onrust onder de vele strenggelovige burgers. “In Marokko staan prachtige kathedralen; synagoges worden door de overheid opgeknapt omdat ze behoren tot het culturele erfgoed. De koning is de heerser der gelovigen, en bepaalt wat islamitisch is. Hij wil niet dat extremistische groeperingen gaan zeggen dat hij de islam onvoldoende beschermt.” Tegelijkertijd probeert de koning ook andere minderheden te beschermen.

“Het strenge optreden tegen bekeringspraktijken van christenen is niet omdat ze vinden dat dit zondig is. In de Koran staat dat je de andere godsdiensten van het boek, het jodendom en christendom, moet respecteren”, zegt Obdeijn. “De minister van Justitie heeft zelfs gezegd dat de Marokkaanse wet zich niet verzet tegen bekering, zolang er geen sprake is van dwang. Ook worden huwelijken tussen moslims en christenen erkend. Dat is een enorme stap vooruit. Je moet er vervolgens niet mee te koop lopen, dan verstoor je de openbare orde. Ze zijn bang voor de reactie van salafisten als ze niet optreden.”

Of het rapport enige invloed zal hebben op de Marokkaanse politiek en samenleving, betwijfelt arabist Jan Hoogland. Voor beroering zorgde vooral de vijftien minuten durende toespraak van koning Mohammed VI op de nationale televisie. Hij roept Marokkanen in Europa op samen met joden en christenen een front te vormen tegen terrorisme. “De koning neemt het voortouw in de bestrijding van radicalisering, zeker als het leidt tot geweld en het plegen van aanslagen. Dat maakt indruk.”

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie, filosofie en integratievraagstukken.