8.7 C
Amsterdam

Internationale Vrouwendag: ‘Mijn nichten zitten gevangen in huis’

Mariska Jansen
Mariska Jansen
Journalist.

Lees meer

Vandaag, Internationale Vrouwendag, wordt wereldwijd stilgestaan bij de kwetsbare positie van vrouwen. De Kanttekening zoomt in op Myanmar, Kashmir en Afghanistan.

De islamitische Rohingya-gemeenschap in Myanmar is al een halve eeuw het doelwit van systematisch geweld en onderdrukking. Hoogtepunt van deze vervolging is de genocide van 2017, die leidde tot een exodus van meer dan 740.000 mensen. Troepen van de junta in Myanmar hebben zo’n 25.000 Rohingya vermoord.

Voor vrouwen is de genocide extra pijnlijk, omdat het leger seksueel geweld als wapen inzet, zegt onderzoeker en vrouwenactiviste Sabrina Chowdhury uit Bangladesh. ‘De junta gebruikt verkrachting als middel voor etnische zuivering. Als een groep militairen vrouwen probeert te verkrachten of seksueel te intimideren, vluchten de buren en de rest van de bevolking doodsbang uit hun geboorteland.’ De Rohingya vluchten omdat ze niet willen dat vrouwen worden verkracht. Ook mannen zijn doelwit. ‘De militairen martelen mannen’, legt Chowdhury uit.

Sabrina Chowdhury

Chowdhury is Rohingya. Ze is gespecialiseerd in genderdiscriminatie van Rohingya-vrouwen. Ze heeft twee scholen opgericht in vluchtelingenkampen in Bangladesh, om vrouwen een veilige plek te geven. De gevluchte Rohingya-vrouwen hebben daar namelijk nog steeds te maken met discriminatie, aanranding en mensenhandel. Ook krijgen ze minder of geen toegang tot onderwijs.

Veel meisjes en vrouwen die seksueel geweld hebben meegemaakt, durven niet te praten over deze trauma’s. Daardoor blijven deze oorlogsmisdaden zwaar ondergerapporteerd, aldus Chowdhury. ‘Rohingya-vrouwen in Bangladesh worden zelden naar de dokter gebracht. De maatschappij accepteert hen niet, omdat ze verkracht zijn. Dus staan deze vrouwen voor een dilemma. De meeste families kiezen ervoor om te zwijgen. Soms worden deze vrouwen in de steek gelaten door hun man en hun familie.’ Ondanks de vele getuigenissen van vrouwelijke slachtoffers en uitgebreid onderzoek van mensenrechtenorganisaties, ontkent Myanmar het systematisch geweld tegen de Rohingya-vrouwen.

In het boeddhistische Myanmar worden islamitische Rohingya-meisjes stelselmatig gediscrimineerd in het onderwijs en buitengesloten. Dit leidt tot nog meer maatschappelijke isolatie. En als ze hun vader of man verliezen als gevolg van geweld, staan ze er helemaal alleen voor.

‘De regering van Myanmar creëert heel weinig kansen voor Rohingya, omdat ze ons bewust allemaal uit ons geboorteland willen schoppen’, zegt Chowdhury. ‘Ik wil onderwijs voor ons allemaal. Want vrouwen met een opleiding kunnen voor andere vrouwen opkomen. Als we meer opgeleide mensen hebben, kunnen we onze stem verheffen en voor rechtvaardigheid strijden.’

Weduwen in Kashmir aan hun lot overgelaten

‘De erbarmelijke realiteit waarin vrouwen in Kashmir leven – veroorzaakt door zowel de Indiase als de Pakistaanse staat – wordt gekenmerkt door de overweldigende aanwezigheid van paramilitaire troepen, prikkeldraad en indringende huiszoekingen.’ Dat vertelt de Amerikaanse vrouwenrechtendeskundige en wetenschapper Nyla Ali Khan.

Khan is opgegroeid in het overwegend islamitische Kashmir. Die regio is sinds 1947 verdeeld: het leeuwendeel wordt bezet door India, een kleiner deel is in handen van Pakistan. Sinds de jaren negentig neemt in het Indiase deel de onderdrukking toe. Helemaal toen in augustus 2019 de hindoe-nationalistische regering van premier Narendra Modi besloot de speciale status van de deelstaat in te trekken en de staat van beleg afkondigde. Sindsdien worden journalisten en activisten, die de onderdrukking van de bevolking in Kashmir vastleggen, gearresteerd en gevangengenomen, en hun families geïntimideerd.

Nyla Ali Khan

‘Door het conflict en het daarmee gepaard gaande geweld kent Kashmir veel meisjes die hun vader hebben verloren in de strijd, maar ook veel weduwen die hun man zijn verloren’, vertelt Khan. ‘Ik zie moeders met een treurig gezicht die wachten om een glimp op te vangen van hun zonen. Ik zie in boerka geklede vrouwen die leven in angst voor de toorn van Indiase soldaten en fundamentalistische groeperingen.’ Khan zegt dat vrouwen in Kashmir een groot risico lopen om te worden verkracht door Indiase militairen of militanten.

‘Er zijn families die hun kinderen of organen verkopen om te kunnen overleven’

Khan schreef in haar boek Islam, Women and Violence in Kashmir over de mentale klachten van vrouwen in Kashmir en de impact van het conflict op hun welzijn en hun emancipatie. Ze werkt nauw samen met psychiaters in het gebied, die de vrouwen helpen trauma’s te verwerken. Volgens Khan vinden ze nauwelijks steun bij hun gemeenschap, die masculien en patriarchaal is. ‘Vrouwen zijn sociaal gemarginaliseerd en aan hun lot overgelaten.’

Ze vervolgt: ‘Hierdoor hebben vrouwen in Kashmir geen plek gekregen in
besluitvormingsorganen. Het is belangrijk dat de samenleving van Kashmir de genderhiërarchie en onderdrukking van vrouwen erkent, zodat de vrouwen in Kashmir de kracht vinden om opnieuw deel te nemen aan de maatschappij. Immers, de geschiedenis van Kashmir bewijst dat vrouwelijke activisten en vrijwilligers voorbodes waren van belangrijke ontwikkelingen op sociaal-politiek en cultureel gebied.’

Afghaanse vrouwen gevangen in huis

‘Afghanistan is wanhopig sinds de Taliban in 2021 de macht weer hebben overgenomen’, zegt Sahar Jahish. Ze werkte in 2014 en 2015 in Kabul voor UNFPA, het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties.

Sahar Jahish

‘Er vindt een van de grootste humanitaire rampen ooit plaats in het land waarbij negentig procent van de bevolking honger lijdt. Er zijn families die hun kinderen of organen moeten verkopen om te kunnen overleven.’

Maar voor vrouwen is de situatie nog eens extra zwaar, vertelt Jahish, die contact heeft met haar nichten in Afghanistan. ‘Alle basisrechten zijn hen ontnomen: toegang tot gezondheidszorg, recht op onderwijs en recht om auto te rijden. En verder bepalen de Taliban hoe vrouwen zich moeten kleden als ze naar buiten gaan. Als ze dat mogen. Want zelfs naar buiten gaan, wordt steeds moeilijker. Mijn nichten zitten gevangen in hun huizen. Ze zien geen uitweg meer.’

Vrouwen hebben in Afghanistan nooit de rechten gehad die we in het Westen kennen, vertelt Jahish. ‘Voor de komst van de Taliban kon je gaan werken en onderwijs volgen, maar er lag – ook toen al – altijd gendergerelateerde agressie op de loer. Vrouwen werden op straat lastig gevallen of betast en in de ergste gevallen ontvoerd. Leidinggevenden wilden seks in ruil voor behoud van je baan of een promotie. Wij klagen hier in het Westen over het glazen plafond, in Afghanistan is er een betonnen plafond.’

Volgens Jahish is de Afghaanse mentaliteit door en door patriarchaal. ‘Afghanistan is door de jarenlange periodes van oorlog veranderd in een masculiene maatschappij.’ Toen de VS in 2001 de Taliban verjoegen – tijdelijk, zo bleek twintig jaar later – bleef het platteland conservatief. Maar in de steden kregen de inwoners opeens veel vrijheden. ‘Niet iedereen kon daar goed mee omgaan’, constateert Jahish. ‘Je hebt daar toch wel een bepaalde oefening voor nodig. Het Afghaanse volk leefde in een ontzettend gesegregeerde maatschappij, maar dat viel ineens helemaal weg. Daarbovenop maakten sociale media het mogelijk om anoniem in contact met vrouwen te komen. De verleidingen waren er in één keer, het was niet gedoseerd, en dat zorgde ervoor dat mensen misbruik maakten van hun posities. Mannen hadden onder de Taliban nog nooit een onbekende vrouw gezien. Zij hadden vrouwen altijd gezien als zwak en lustobject, en opeens moesten ze met diezelfde vrouwen samenwerken.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -