Riffijnen blijven strijdbaar

Foto's: Freek de Swart
Het is al ruim een half jaar onrustig in het Rif-gebied in Marokko. Wat begon als een protest tegen de behandeling van de omgekomen visverkoper Mohsin Fikri, is inmiddels uitgegroeid tot dagelijkse demonstraties voor een humaner bestaan. Onze correspondent Freek de Swart doet verslag vanuit het epicentrum van de demonstraties, al-Hoceima.

De meeste wijken in de stad al-Hoceima zijn overdag een oase van rust. Niet alleen zijn cafés en restaurants gesloten vanwege de ramadan, ook de rest van de middenstanders houdt de deuren dicht. Dat uit protest tegen de arrestatie van protestleider Nasser Zafzafi. Het enige dat wel in overvloed aanwezig is, zijn veiligheidstroepen van verschillend pluimage. Regionale en nationale politie. De Mobiele Eenheid in gepantserde voertuigen en witte bestelbusjes. Ook rijden er elke dag tientallen tourbussen de stad in en uit gevuld met jonge mannen in donkerblauwe uniformen. Veelal Arabieren, wat de woede van de Berber-bevolking alleen maar versterkt.

Het kustplaatsje is arm, net als de rest van het Rif-gebied. Op straat zijn veel bedelaars te vinden en industrie kent de regio nauwelijks. Bij de trappen van het Mercury-hotel biedt een jongetje dat niet ouder kan zijn dan tien seksuele diensten aan voor geld. Toch is armoede volgens activist Massin (pseudoniem, hij wil niet met zijn naam in de krant) niet de voornaamste reden van de burgerlijke onrust. ‘Dit land wordt bestuurd door een zelfverrijkende maffiaclan die vrijheid en democratie alleen ziet als iets om het Westen mee te paaien’, stelt hij. Op zijn computer laat Massin de online oogst zien van ruim een halfjaar protest. Foto’s van ingetrapte deuren, filmpjes van demonstranten die mishandeld worden, teksten van Amnesty International die dat alles bezorgd afkeuren.

De honger naar erkenning van het buitenland voor hun leed is groot bij de actievoerders. Een steunbetuiging van een Spaanse oppositiepartij wordt gevierd. De belofte van een Marokkaanse minister voor meer economische projecten in de Rif wordt genegeerd en niet geloofd. ‘De regering probeert ons af te schilderen als terroristen, maar we zijn juist zo succesvol omdat we vreedzaam opereren. We hebben duidelijk een zenuw geraakt in Rabat’, vertelt Massin.

In de rest van Marokko doen veel verhalen de ronde over de oorzaak van de onrusten. Een taxichauffeur in Tanger weet zeker dat Algerije achter de protesten zit. Het buurland zou jaloers zijn op het succes van Marokko. Ook IS en Israël worden vaak aangehaald als boosdoeners. Dat de Berbers legitieme klachten hebben over de wijze waarop zij worden behandeld, vindt in de rest van Marokko weinig gehoor. ‘Wij zijn de oorspronkelijke bewoners van dit land, maar de Arabieren behandelen ons als tweederangs burgers’, zegt Massin. De Marokkaanse regeringsleiders misbruiken volgens de activist ook religie om al-Hoceima weer rustig te krijgen. Als voorbeeld noemt hij de arrestatie van Zafzafi, die werd opgepakt omdat hij een imam die de protesten afkeurde openlijk tegensprak. Het is Marokkaanse moskeeën bij wet verboden om zich in te laten met politiek. ‘We moeten de hand van de koning kussen en alles accepteren wat ze beslissen in Rabat. Ondertussen leven wij al vijftig jaar onder een militaire bezetting. We willen gewoon een menswaardig bestaan zoals jullie dat in Europa ook hebben.’

Het Rif-gebied heeft al een halve eeuw een militaire status. Het meest in het oog springend daarbij zijn de politiecontroleposten die aan de rand van elke stad in het gebied staan. Opvallend is dat de identiteit van Marokkaanse burgers wordt gecontroleerd, maar dat de toeristen in dezelfde streekbus veelal ongecheckt mogen doorreizen.

Waar zonsondergang in de rest van Marokko het startschot is voor een feestmaal, begint in al-Hoceima al vrij snel een kat-en-muis-spel tussen de ordediensten en de demonstranten. Politieagenten sluiten straten af en intimideren passanten die te lang blijven staan. Het fotograferen van de openbare ruimte is vanaf dit tijdstip ook verboden. Ondanks de repressie van de autoriteiten lukt het mensen, onder wie veel kinderen en bejaarden, om zich te verzamelen. Daarbij enigszins geholpen door het doolhof dat het stratennetwerk van al-Hoceima is. Er wordt een sit-in gehouden en slogans gescandeerd zoals ‘dit land is corrupt’ en ‘regime pas op, we zijn allemaal Nasser’. Het protest is opmerkelijk goed georganiseerd. Boegeroep richting de politie wordt door mannen in gele en oranje hesjes snel de kop ingedrukt. Het vreedzame karakter van de demonstraties moet zo veel mogelijk gewaarborgd blijven. Ook zorgt de organisatie ervoor dat mannen en vrouwen gescheiden blijven door middel van een menselijke keten. Onder de demonstranten zijn ook mensen die in Nederland hebben gewoond, zoals Adil el-Hajoui. In het beetje Nederlands dat hij heeft onthouden maakt hij duidelijk wat hem dwarszit. ‘Rabat slecht. Rif niks Marokkaans. Marokko slecht.’ Hajoui kijkt om zich heen, zoekend naar woorden. Hij wijst naar een rode Riffijnse separatistenvlag in het publiek met de tekst ‘mijn land’. Iets na half twaalf is de demonstratie voorbij. Het is in Marokko verboden om na middernacht te demonstreren en men wil de politie geen legitiem argument geven voor geweld. ‘De regering kan het niet hebben dat we ons aan de wet houden, dat maakt ons sterk’, zegt Massin even later thuis. Buiten keert de rust weer terug in de straten.

De volgende avond blijkt er meer politie op de been te zijn dan normaal. Wat de aanleiding daarvoor is blijft gissen. Wel is duidelijk dat het verzamelen daardoor nog moeilijker is. Massin haalt een pan en een grote lepel uit zijn keuken. ‘Op zulke dagen gebruiken we dit als alternatief om ons te laten horen.’ Even later is op Periscope te zien dat het een groep vrouwen met kinderen wel gelukt is om zich in de stad te verzamelen. Onder de demonstranten bevindt zich ook Nawal Ben Aissa. Zij groeide na het arrest van Zafzafi uit tot de nieuwe defacto-leider van het verzet. Ook de politie heeft de vrouwen op het oog. Live wordt een ietwat halfslachtige charge uitgevoerd door de oproerpolitie. Vrouwen schreeuwen, kinderen huilen en Massin verbijt zich achter zijn computer. ‘Ik kan dit niet aanzien, ik moet erheen’, zegt hij. Een hachelijke tocht door kleine achtersteegjes volgt.

Dat Ben Aissa naar boven is komen drijven als het nieuwe gezicht van de beweging is niet vreemd. Ze straalt een zekere sereniteit uit. ‘Angst om opgepakt te worden heb ik allang niet meer. Ik prijs mezelf gelukkig wanneer ik gearresteerd wordt voor het verdedigen van de rechten van mijn kinderen en de rest van het Rif-gebied. Lijden voor rechtvaardigheid is beter dan stilletjes sterven in een onrechtvaardige wereld.’ Ondanks dat de protesten al zeven maanden duren heeft ze hoop op een goede afloop. ‘Ik ben een moeder van vier kinderen in een conservatieve maatschappij. Als ik geen hoop had op een goede afloop zou ik hier niet staan.’ Een boodschap aan de Berbers in Nederland heeft ze ook. ‘Blijf protesteren, op verschillende manieren. Het recht zal zegevieren.’

DELEN
Freek de Swart
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij. Verslaggever.