Een akkoord tussen Turkije en Libië over de verdeling van de Middellandse Zee zorgt voor spanningen met Griekenland en Cyprus. Wat betekent dit voor de EU en dreigt het conflict verder uit de hand te lopen?
Turkije en Libië sloten vorige maand een akkoord over de verdeling van het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar mogelijk grote voorraden olie en gas liggen. Dit zet de verhoudingen flink op scherp: aan de ene kant staan Turkije en Libië, aan de andere kant Griekenland, Cyprus, Israël en Egypte die zich door de deal gepasseerd voelen. De EU steunt dit laatste blok; voorzitter Ursula von der Leyen bestempelde het akkoord zelfs als ‘nietig’ op basis van het internationale zeerecht. In een context van toenemende spanningen lijkt dit recht echter steeds vaker aan het kortste eind te trekken.
Turkije-kenner Ergün Babahan stelt dat de EU zich zorgen maakt over een mogelijke escalatie. ‘Turkije en Griekenland zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de Egeïsche Zee en Cyprus. Turkije is een van de belangrijkste militaire mogendheden in de regio. Na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 promootte Ankara, met Rusland steeds meer aan zijn zijde, de doctrine van Mavi Vatan, het blauwe vaderland, die voorziet in een uitbreiding van de Turkse maritieme aanspraken.’

Het akkoord tussen Turkije en Libië is volgens Babahan onderdeel van deze Mavi Vatan-doctrine. ‘Het alarmeerde Griekenland, Cyprus en Israël, die tal van overeenkomsten hebben gesloten om hun positie in de Middellandse Zee te versterken.’
Het oostelijke Middellandse Zeegebied is strategisch belangrijk voor de EU vanwege de grote olie- en aardgasvoorraden, zegt Babahan. ‘Elke stap die het machtsevenwicht eenzijdig in het voordeel van één blok verschuift, verhoogt daarom de spanningen. Het maritieme akkoord tussen Turkije en Libië is daar een voorbeeld van.’
Israëlische zorgen
De Israëlische oud-diplomaat en Turkije-expert Alon Liel belicht de kwestie vanuit Israëlisch perspectief. Hij bevestigt dat de Turks-Libische deal in Israël tot grote zorgen leidt.
‘Het lijkt een belangrijke strategische prestatie voor Turkije, dat hier als een vijandig land wordt beschouwd. De deal met Libië wordt gezien als een verschuiving van het regionale machtsevenwicht in het voordeel van Turkije. Dat komt boven op de verzoening met de Koerden, de groeiende Turkse invloed in Syrië en het recente Mekka-pact, het militaire bondgenootschap tussen Saoedi-Arabië, Pakistan en Turkije.’
Tegelijkertijd staat Turkije momenteel niet bovenaan Israëls lijst van dreigingen. ‘Israël is nu met andere zaken bezig’, zegt Liel, verwijzend naar de verkiezingen. Toch wil hij nog iets kwijt over een mogelijke escalatie met Turkije als gevolg van het maritieme akkoord.
‘Israël is nu met andere zaken bezig’
‘De Israëlisch-Grieks-Cypriotische driehoek lijkt stabiel. De verslechtering van de Turks-Israëlische betrekkingen kan vooral op Syrische bodem tot geweld leiden. Het is moeilijk voor te stellen dat er bilaterale maritieme confrontaties plaatsvinden, zo ver van Israël’, aldus Liel.
Elektriciteitskabel
Babahan wijst op de grote economische belangen van de EU en Israël, die door deze deal mogelijk in het gedrang komen. ‘Het project dat het meest direct aan deze spanningen wordt blootgesteld, is de Great Sea Interconnector (GSI), de geplande elektriciteitskabel die Griekenland, Cyprus en in een latere fase Israël met elkaar moet verbinden’, vertelt Babahan. Hij vervolgt: ‘De EU heeft ongeveer 800 miljoen euro toegezegd aan het project, dat een totale geschatte kostprijs heeft van 1,94 miljard euro. Het plan is om Israël in een later stadium op het elektriciteitsnet aan te sluiten.’
‘Het akkoord verhindert niet dat de kabel wordt aangelegd’
Turkije wil dat hierover voorafgaand overleg plaatsvindt, omdat de voorgestelde route van de kabel door maritieme gebieden loopt waarop Turkije op basis van het akkoord met Libië aanspraak maakt. ‘Het akkoord op zichzelf verhindert echter niet dat de kabel wordt aangelegd of dat de aardgasplannen van Israël tot stilstand komen’, aldus Babahan.
Tot slot benadrukt hij dat hij niet verwacht dat hierdoor een nieuwe oorlog zal uitbreken in de Middellandse Zee. Incidenten sluit hij echter niet uit. ‘Het bestaan van twee blokken met overlappende maritieme aanspraken, gecombineerd met marineschepen en onderzoeksschepen die in betwiste wateren opereren, verhoogt het risico op incidenten.’
Wie heeft juridisch gezien de sterkste papieren?
De maritieme deal tussen Turkije en Libië botst met de economische en militaire belangen van Griekenland, Cyprus en, indirect, Israël. Beide kampen beroepen zich op het internationale zeerecht, maar wie heeft er gelijk?
Argumenten vóór Turkije en Libië
Turkije en Libië willen dat kuststaten een ‘eerlijke hap’ van de Middellandse Zee krijgen. Eilanden zouden niet automatisch recht moeten hebben op een groot zeegebied, ten koste van landen met lange kustlijnen. Het internationale zeerecht biedt ruimte voor zo’n verdeling: bij het trekken van zeegrenzen moet rekening worden gehouden met een eerlijke verdeling tussen landen.
Turkije heeft het VN-Zeerechtverdrag UNCLOS niet ondertekend en is er dus niet aan gebonden.
Argumenten tegen Turkije en Libië
Artikel 121 van UNCLOS geeft eilanden in principe dezelfde rechten op territoriale wateren, een exclusieve economische zone en een continentaal plat als ander landgebied. Griekse eilanden als Kreta, Rhodos en Kastellorizo kunnen dus niet zomaar buiten beschouwing worden gelaten.
Een akkoord tussen twee landen kan de rechten van andere landen niet opzijzetten. Griekenland en Cyprus stellen daarom dat de Turks-Libische deal hun maritieme rechten schendt.
Lees verder:
EU kritisch over omstreden zeedeal tussen Turkije en Libië
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

