Voor veel Israëliërs lijken de verkiezingen van 27 oktober een keuze tussen voortzetting en verandering. Premier Benjamin Netanyahu vecht voor zijn politieke toekomst, terwijl voormalig legerchef Gadi Eisenkot zich in de peilingen heeft opgewerkt tot serieuze uitdager. Maar volgens de Palestijnse journaliste Rajaa Natour is dat onderscheid grotendeels een illusie. ‘Voor Palestijnen maakt het nauwelijks uit wie er wint. Het beleid verandert niet.’
Rajaa Natour (55) spreekt rustig, maar zonder omwegen. Vanuit Nederland, waar ze sinds 2021 woont, volgt ze de Israëlische politiek op de voet. Ze is een Palestijnse met het Israëlische staatsburgerschap, groeide op in een Palestijns dorp, deed haar bachelor aan Tel Aviv en behaalde later een master vredesstudies in het Britse Bradford. Ze werkte voor Palestijnse ngo’s, werkte vier jaar als hoofdredacteur van de Arabische opiniepagina van het Israëlische dagblad Haaretz en publiceert tegenwoordig onder meer voor The Rights Forum en The Electronic Intifada.
De naderende verkiezingen worden internationaal interessant gevonden vanwege de vraag of Netanyahu aan de macht blijft. Maar Natour vindt dat de verkeerde vraag. Eisenkots partij Yashar staat momenteel voor op Netanyahu’s Likud in de peilingen. Dat wijst op een mogelijke verschuiving binnen de Israëlische samenleving. Maar voor de Palestijnen is het lood om oud ijzer.
De prijs voor ‘veiligheid’
‘De gemiddelde Joodse, Israëlische kiezer heeft 7 oktober voortdurend in het achterhoofd’, zegt ze. ‘Die gebeurtenis heeft een enorm trauma veroorzaakt. Veel mensen kijken daarom vooral naar wie hen kan beschermen.’
Dat Netanyahu vooraf waarschuwingen zou hebben gekregen over de dreiging van een aanval, dat hij al jaren wordt achtervolgd door corruptiebeschuldigingen en dat Israël onder zijn leiding met een hoge staatsschuld kampt, doet daar volgens haar weinig aan af.
‘Voor veel Joodse Israëliërs geldt hij nog steeds als de man die Hamas heeft aangepakt, Hezbollah heeft verzwakt en Iran heeft teruggedrongen. Ze zien hem als iemand die Israël beschermt. Dat is doorslaggevender dan corruptiezaken of economische problemen.’
Zelfs de recente sancties die Europese landen hebben ingesteld tegen enkele Israëlische politici veranderen volgens haar weinig aan die perceptie. ‘Veel Joodse Israëliërs zien dat als een prijs die betaald moet worden voor veiligheid’, zegt ze.
Democratie voor Joodse Israëliërs
Waar veel waarnemers de verkiezingen beschouwen als een toets voor de Israëlische democratie, verwerpt Natour dat uitgangspunt vrijwel volledig. ‘Israël is geen democratie. Dat is Israël nooit geweest. Het land is een democratie voor Joodse Israëliërs.’
Volgens haar kan een staat die miljoenen Palestijnen controleert, zonder hen gelijke rechten te bieden, zichzelf niet democratisch noemen. ‘Je kunt geen mensen van hun land verdrijven, hun rechten ontzeggen en tegelijkertijd beweren dat je een democratie bent. Dat is een fundamentele tegenstrijdigheid.’
‘Ons staatsburgerschap stelt weinig voor, omdat we niet Joods zijn’
In haar ogen bestaat die ongelijkheid niet pas sinds de huidige oorlog in Gaza. ‘Israël is nooit een democratie geweest voor Palestijnen. Wat we nu zien in Gaza en op de Westbank is geen afwijking van het systeem. Het is juist een uitvergroting ervan.’
Ze wijst op wat zij omschrijft als een uitgebreid stelsel van discriminerende wetgeving voor Palestijnse staatsburgers van Israël. Zelf bezit ze een Israëlisch paspoort, maar zij ervaart dat niet als een garantie voor gelijkwaardigheid. ‘Ons staatsburgerschap stelt weinig voor, omdat we niet Joods zijn.’ Dat gevoel is volgens haar sinds de start van de genocide in Gaza alleen maar sterker geworden.
Links is piepklein
Binnen Israël verwachten ‘linkse’ Israëliërs dat het veel beter met hun land zal gaan, zodra Netanyahu van het politieke toneel verdwijnt. Maar Natour vindt deze opstelling hopeloos naïef. Ze haalt daarbij uitspraken van Eisenkot aan, die zich heeft uitgesproken tegen een Palestijnse staat en gevangen is in hetzelfde veiligheidsdenken als Netanyahu en de zijnen.
Ook onder een regering-Eisenkot zullen er geen fundamentele veranderingen komen voor Palestijnen, vervolgt ze. Er komen nieuwe nederzettingen bij op de Westbank, er komt geen einde aan de bezetting en ook niet aan de discriminatie van niet-Joden.
Natour heeft een diep wantrouwen tegen de Israëlische politiek. Voor haar, en voor bijna alle andere Palestijnen, bestaat er eigenlijk geen geloofwaardige linkerzijde meer in Israël. Ze wijst in dit verband ook op de historische rol van de Arbeiderspartij, die na de zogenoemde Oslo-akkoorden juist veel illegale nederzettingen uitbreidde. De Arbeiderspartij bestaat niet meer, links in Israël is piepklein. De Democraten praten nu over een tweestatenoplossing, maar werken dit verder niet uit. Ook heeft het Israëlische leger in hun plannen nog steeds een vrijwel onbeperkt mandaat in de gebieden die straks zouden horen bij de Palestijnse staat. ‘De machtsverhoudingen blijven gewoon hetzelfde.’
Volgens Natour richten veel Israëlische ‘progressieven’ zich vooral op de bescherming van hun eigen levensstijl en burgerrechten. ‘Palestijnen zijn eenvoudigweg afwezig in hun politieke verbeelding.’
‘Gecontroleerde oppositie’
Natour is bijzonder kritisch op de Palestijns-Israëlische politici, die zich onder meer verenigd hebben in de Gezamenlijke Lijst (Joint List). Zo‘n twintig procent van de Israëlische staatsburgers is Palestijns, waaronder Natour. Deze Palestijnen mogen stemmen en hebben vertegenwoordigers in de Knesset. Toch vindt Natour dat deze politici veel te weinig bereiken. ‘Ze leggen de lat extreem laag.’
Ze erkent dat hun mogelijkheden beperkt zijn. Toch verwijt ze hen een gebrek aan ambitie. ‘Hun doel lijkt vaak te zijn om het dagelijks leven voor hun kiezers iets draaglijker te maken: een weg hier, een schoolgebouw daar. Dat is begrijpelijk, maar het verandert niets aan het grotere systeem. De Gezamenlijke Lijst kun je de gecontroleerde oppositie noemen. Officieel zijn ze de oppositie, maar oppositievoeren doen ze nauwelijks. Kunnen ze een nieuwe nederzetting tegenhouden? Nee. Kunnen ze een soldaat vervolgen die een Palestijns kind heeft gedood? Natuurlijk niet. En vaak proberen ze het niet eens.’
Het extreme Israëlische geweld in Gaza had volgens haar aanleiding moeten zijn voor een veel scherpere politieke koers. ‘De genocide heeft het spel veranderd. Palestijnse politici in Israël zouden zich veel duidelijker moeten uitspreken.’
Genocide in Gaza
Natour spreekt uiteraard zonder aarzeling over genocide wanneer het gaat over Gaza. Voor haar is de oorlog geen militaire campagne tegen Hamas, maar onderdeel van een veel groter project, namelijk het verwoesten van de Gazastrook, om die straks opnieuw te bezetten. ‘Mensen in Gaza worden massaal vermoord, hun huizen, scholen en ziekenhuizen verwoest.’
Maar wat is de verantwoordelijkheid van Hamas? Ze hadden toch kunnen weten dat Israël keihard zou terugslaan, in reactie op 7 oktober? ‘Hamas wist inderdaad dat Israël zou terugslaan’, zegt Natour. ‘Maar ze hebben de omvang van die reactie helaas schromelijk onderschat. Hamas rekende op een herhaling van eerdere Israëlische vergeldingsacties, zoals in 2014. Ze verwachtten niet dat Israël de hele Gazastrook zou verwoesten. Ze wisten niet dat Israël zou overgaan tot een genocide.’
‘Ze verwachtten niet dat Israël de hele Gazastrook zou verwoesten’
Netanyahu zag volgens haar juist een historische kans. ‘Voor hem was 7 oktober een gouden gelegenheid, niet alleen om Hamas aan te vallen, maar om Gaza volledig te verwoesten. Het is Israël niet te doen om Hamas. Het gaat om de Palestijnen.’ Ze verwijst naar uitspraken van Israëlische politici, die Palestijnen collectief verantwoordelijk houden voor Hamas. ‘Als je zegt dat er geen onschuldigen bestaan, als elk Palestijns kind een toekomstige terrorist zou zijn, dan kom je terecht bij collectieve bestraffing, dan krijg je genocide. En dat is precies wat er nu gebeurt.’
Sinds haar komst naar Nederland in 2021, te midden van de coronapandemie, is Natour niet meer teruggekeerd naar Israël. Het is te gevaarlijk. ‘Ik ben bang. Niet alleen omdat ik journalist ben, maar ook omdat ik Palestijnse ben. In de huidige sfeer ben je automatisch verdacht. Je bent een potentiële vijand.’
Die angst leeft volgens haar bij meer Palestijnse burgers van Israël. ‘Veel vrienden zeggen tegen mij dat wij straks aan de beurt zijn, na de Palestijnen in Gaza en die op de Westbank.’
Waarom grijpt het Westen niet in?
Een groot deel van het gesprek draait uiteindelijk niet om Israëlische politici, maar om westerse regeringen, waaronder die van Nederland. Natour gelooft namelijk niet dat verandering van binnenuit zal komen. ‘Israël zal niet uit zichzelf opeens gaan hervormen. Ook zogenaamd linkse Israëlische politici denken niet aan het belang van de Palestijnen, maar alleen aan dat van henzelf. In Tel Aviv zitten mensen op terrasjes, te genieten van de zon. Voor hen is Gaza ver weg. Ze liggen er niet wakker van.’
Ze ziet daarom maar één mogelijkheid: externe druk. ‘Westerse landen moeten Israël boycotten. Dat had gisteren al moeten gebeuren, niet vandaag, niet morgen.’ Volgens haar zouden landen als Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk veel verder moeten gaan dan de huidige sancties. Ze wijst in verband op de nauwe diplomatieke, economische en militaire banden tussen West-Europese landen en Israël, vooral op het gebied van militaire hightech. ‘Al deze wapens zijn op Palestijnen getest. Dit maakt West-Europa medeverantwoordelijk voor de genocide.’
Natour spreekt daarnaast van een dubbele maat. ‘Westerse regeringen sanctioneren Rusland vanwege de illegale invasie van Oekraïne. Maar waarom sanctioneren ze Israël niet? Wat zegt dit over de toepassing van het internationaal recht?’
Over Arabische landen die – al dan niet heimelijk – Israël steunen, is Natour overigens net zo kritisch. Als voorbeeld noemt ze het koninkrijk Marokko, dat stevige economische, diplomatieke en militair-technologische banden met Israël heeft en mede hierdoor meer internationale steun krijgt voor de bezetting van de Westelijke Sahara.
Palestijnen als ‘de ander’
Onder bijna alle politieke discussies ziet Natour een dieper liggend probleem, namelijk de manier waarop er naar Palestijnen wordt gekeken. Het heeft allemaal te maken met wat de beroemde Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Saïd oriëntalisme noemde. ‘Palestijnen zijn moslim, de ander, barbaars. Israëliërs daarentegen lijken meer op witte Europeanen. Zij worden daarom gezien als beschaafd, democratisch. En met hen is er automatisch meer empathie.’
Deze oriëntalistische beelden spelen een belangrijke rol in de ontmenselijking van Palestijnen. Maar in Israël zelf gaat het nog een stapje verder. ‘Veel Joodse Israëliërs zien Palestijnen fundamentaal niet als gelijken. Dat is niet nieuw, hoor, dat was altijd al zo. De genocide in Gaza heeft die houding alleen zichtbaarder gemaakt.’
Daardoor klinkt ze weinig optimistisch over een verzoening. ‘Hoe verzoen je je met mensen die de vernietiging van Gaza hebben gesteund?’ Toch weigert Natour volledig in fatalisme te vervallen. Ze spreekt nog steeds over een rechtvaardige toekomst, al blijft die volgens haar moeilijk voorstelbaar. Een betere toekomst voor de Palestijnen begint, wat haar betreft, met erkenning.
‘Het gaat mij om de erkenning van de Nakba, de erkenning van de genocide in en de vernietiging van Gaza en om de erkenning van het onrecht dat Palestijnen sinds generaties ervaren’, zegt ze. ‘Het moet natuurlijk niet bij erkenning alleen blijven. De schuldige politici en militairen moeten verantwoording afleggen en worden gestraft en het onrecht moet worden rechtgezet. Zolang dat niet gebeurt, verandert er in principe niets, ongeacht wie er in Israël premier is.’
Lees ook:
‘Israël is geen democratie, dus dat argument voor Nederlandse steun gaat niet op’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

