8.3 C
Amsterdam

Afrikaanse katholieken ‘zoeken troost in eten en kerkgang’

Remco van Mulligen
Remco van Mulligen
Journalist, eindredacteur De Kanttekening

Lees meer

Lang niet alle migranten in Nederland zijn moslim. Er zijn grote en groeiende christelijke gemeenschappen, waaronder steeds meer mensen zonder verblijfsstatus. Hoe helpen de kerken deze nieuwkomers om hun weg te vinden in Nederland? We gaan op bezoek bij een katholieke kerk in Amsterdam Zuidoost.

Wie op zondagochtend een Nederlandse katholieke kerk binnenstapt, ziet naar alle waarschijnlijkheid het volgende: een veel te groot gebouw, ongeveer een eeuw geleden gebouwd, met in de banken hier en daar een grijs of kaal hoofd en de klanken van een statig orgel. En vooral veel leegte, want Nederland is geseculariseerd. Van de vier miljoen Nederlandse katholieken gaat rond de 3 procent nog elke zondag naar de kerk.

Totaal anders is het aan de Millingenhof in Amsterdam Zuidoost. Al op de parkeerplaats is het druk, op zondag 27 augustus tegen één uur. Bezoekers van de eerste viering vertrekken juist, en wie de volgende dienst wil meemaken, komt net aan. Op de parkeerplaats buiten het gebouw is de voertaal Engels, mensen groeten elkaar enthousiast.

Hier zit de kerk bomvol. Er klinkt, naast een goedkoop elektrisch orgel, ook ritmisch getrommel. De aanwezigen zijn op hun best gekleed. In een ander zaaltje zitten de tientallen kinderen al hun eigen programma te volgen. In de kerkzaal vallen vooral de vrouwen op: zij dragen prachtige jurken en zijn feestelijk opgemaakt, geheel volgens de traditie in Ghana en Nigeria, waar veruit de meeste kerkgangers vandaan komen. En ze wiegen en dansen, soms met de handen omhoog.

Is dit katholiek? Zeker! In deze ruimte is de toekomst van de Rooms-Katholieke Kerk zichtbaar, want die ligt in continenten als Afrika en Azië. Veel Afrikaanse migranten komen in Nederland te wonen in de Bijlmer. Op zoek naar houvast tijdens de integratie, zoeken ze hun vertrouwde gemeenschap op. En dan komen ze hier terecht, in de All Saints Church.

Een wit gezin stapt op zondag de kerk binnen. Netjes gekleed, maar toch hopeloos underdressed. Binnen is de viering al begonnen, maar de ingangen naar de kerkzaal worden geblokkeerd door ushers, duidelijk herkenbaar aan de groene band die ze dragen. Je kunt hier niet, als je drie minuten te laat bent, stiekempjes achterin in een kerkbank glijden. Pas na een tijdje, als de aanwezigen een lied inzetten, laten ze de nieuwe binnenkomers erin. De usher wijst vriendelijk en resoluut naar een kerkbank: daar mogen jullie gaan zitten. Al bij binnenkomst gaat bijna alles anders dan in een ‘witte’ katholieke kerk.

De Malawiaanse theologe Thandi Soko, die al jaren in Nederland woont, merkte in een interview deze maand op: ‘Ik ben welkom, maar de Nederlandse kerken zijn duidelijk niet voor mij ontworpen.’ Dat voelt ze al bij binnenkomst. Hier is het andersom: de All Saints Church is duidelijk niet voor witte mensen ontworpen.

In Nederland zijn er naast de overheersend witte kerk ook zwarte gemeenschappen (zie kader). Critici vinden deze ‘segregatie’ niet goed. Als we spreken met pastoor Emmanuel Andoh uit Ghana, wordt echter duidelijk dat die ‘kerkelijke concentratie’ van Afrikaanse katholieken in dit gebouw meer positieve dan negatieve kanten heeft.

Ongedocumenteerden

Liesbeth Glas is betrokken bij de Afrikaanse gemeenschap in Zuidoost, als coördinator van Stap Verder. Deze organisatie is een samenwerking van de katholieke Sociëteit Afrikaanse Missiën (SMA), het protestantse Pastoraal Diaconaal Centrum Bijlmermeer en Dokters van de Wereld, een onafhankelijke organisatie die zich ervoor inzet dat iedereen die dat nodig heeft zorg krijgt. Stap Verder huist in hartje Bijlmer op Hoogoord 187a, in een van de grote flatgebouwen die de wijk kenmerken.

‘In de jaren tachtig kwamen er aardig wat Ghanezen naar Nederland’, vertelt Glas. ‘Toen kon je makkelijker een verblijfsvergunning krijgen. Ze kwamen terecht in de Bijlmer. Van de 80.000 mensen in de Bijlmer zijn er ongeveer 25.000 witte Nederlanders, 25.000 Surinamers, 5000 tot 6000 Antillianen, en ergens tussen de 10.000 en 15.000 Ghanese en Nigeriaanse mensen.’

‘Een of twee SMA-paters vestigden zich hier vervolgens in een flat’, vervolgt Glas. ‘Ze zijn met mensen gaan spreken. De SMA is een sociëteit voor mensen in Afrika en ook voor Afrikaanse mensen in diaspora. Dus ze werken ook hier. We zetten ons voor iedereen in, het maakt niet uit of je tot de katholieke kerk behoort of tot de islam. Slechts een klein deel van de mensen die bij ons komen, is katholiek. Een deel is ook moslim.’

Zo ontstond het Afrikahuis, dat mensen opvangt die nieuw in Nederland aankomen vanuit Afrikaanse landen. En naast dat huis ontstond vervolgens de All Saints Church. Die kerk is juist een baken voor Afrikanen die al langere tijd in Nederland wonen, of die hier zelfs geboren zijn. Glas vertelt dat door strengere asielwetgeving door de jaren heen het aantal mensen zonder verblijfspapieren is toegenomen: ‘Van alle mensen die wij helpen is ruim de helft ongedocumenteerd.’

‘Gewoon laten werken’

Stap Verder richt zich vooral op sociale hulp aan mensen. Ook katholieke paters doen daaraan mee, vertelt Glas. ‘Zij doen hier het spreekuur voor allerhande problemen waarmee mensen zonder verblijfsvergunning te maken hebben. Je hebt geen inkomen, geen geld, geen woonplek. Maar je hebt wel kinderen, terwijl je ergens in onderhuur in een kamertje woont. Een keer per week zit Dokters van de Wereld hier om mensen te helpen die recht hebben op zorg, maar geen BSN of verzekering hebben. Ze leggen uit hoe je hier zorg krijgt. In Afrika ga je naar het ziekenhuis en betaal je. Hier ga je naar de huisarts en werkt het heel anders. Dokters van de Wereld bemiddelt naar huisartsen toe.’

Glas is kritisch op hoe we in Nederland het asielsysteem hebben ingericht. ‘Er is hier op de vergrijsde arbeidsmarkt veel ruimte voor mensen die willen werken. Maar Afrikaanse mensen die binnenkomen, sturen we eerst naar Ter Apel. Daarna circuleren ze jarenlang in asielzoekerscentra, waar ze niets mogen doen. Want stel dat je gaat wortelen. Je kunt het ook anders doen en mensen die zelf hun zaakjes kunnen regelen en willen werken, niet in het asielcircuit en daarna het uitkeringscircuit laten instromen. Nee: gewoon laten komen, laten werken, zichzelf laten bewijzen.’

Playbacken

De All Saints Church, die in Holendrecht is gevestigd, is er gekomen vanuit de behoefte van Ghanese en Nigeriaanse migranten. ‘De Bijlmer is bewust gebouwd als wijk zonder kerken’, legt Glas uit. ‘Omdat er toch behoefte aan was, zijn er twee oecumenische kerken gebouwd. In een daarvan zit ook een katholieke gemeenschap, waar je vooral Nederlandse oudere mensen hebt. De All Saints kwam daarbij en die zit altijd vol op de zondag. Dat bloeit, dat leeft. De dienst is nog heel traditioneel, want de kerk zoals die in Afrika is, is nog een beetje zoals we die in Nederland uit de jaren vijftig kennen. Daar wordt nog heel actief de rozenkrans gebeden, gebiecht – tradities die in Nederlandse kerken weg zijn geraakt.’

Daardoor voelen Afrikaanse christenen zich in ‘witte’ Nederlandse kerken vaak niet thuis. De cultuur is er anders dan zij gewend zijn. Glas: ‘Er wordt in Nederlandse kerken wel gezongen, maar de meeste mensen staan te playbacken. Er wordt niet gedanst of gedrumd. Een migrant zit in een vreemd land, omgeven door alles wat vreemd is. Zij zoeken in Nederland troost in eten en kerkgang. Je eet eten uit eigen land en doet ook kerkelijke vieringen zoals in het eigen land. En je kent elkaar, je kent de families.’

‘De behoefte aan het behouden van de eigen tradities zie je ook bij Nederlandse gemeenschappen in Canada’, vervolgt Glas. ‘En in Turkse gemeenschappen in Nederland. Ze blijven een beetje stilstaan in de tijd en dat zie je hier ook. Daarom willen ze graag een Ghanese pater. Die weet hoe hij hen aan moet spreken. Hij gebruikt iets sterkere, meer dramatische taal. Er wordt niet zacht gesproken. Mensen worden aangesproken op wat ze doen en hoe ze het doen. Nederlanders zouden zeggen: wij willen geen betutteling. Maar in een Ghanese of Nigeriaanse gemeenschap ervaren mensen dat niet zo.’

Segregatie

Pater Emmanuel Andoh, die hoort bij de SMA, is sinds een jaar in Nederland. Hij komt uit Ghana en is pastoor van de All Saints Church. ‘Ik werk nog aan mijn integratie, ben de taal aan het leren, de stad aan het leren kennen.’

Andoh ziet verschillen tussen de generaties in zijn kerk. ‘Sommige mensen hebben geen volledige verblijfsstatus, maar leven hier nog wel. Of ze kwamen hier jaren geleden om economische redenen, en hebben daarom geen volledige integratie nagestreefd. Zij wilden een baan en bleven verbonden met hun land. Zij hebben ook niet serieus Nederlands geleerd. Ze spreken Engels of een Afrikaanse taal.

Als kerk willen we mensen helpen hun geloof uit te drukken, terwijl ze seculiere trends weestaan die op gespannen voet staan met ons geloof en onze cultuur. Dat speelt hier bij alle generaties, maar de benadering verschilt wel. De jonge generatie worstelt met dilemma’s, terwijl de oude generatie zich nog steeds christelijk voelt. We proberen de jongere generatie in de gemeenschap te houden, terwijl we hen tegelijk aanmoedigen te groeien naar volledige integratie en te profiteren van de kansen die ze hebben om beter deel te nemen aan de Nederlandse samenleving.’

De Rooms-Katholieke Kerk is een wereldwijde kerk. Je zou op het eerste gezicht denken dat die kerk daarmee een uitstekende uitgangspositie heeft om te helpen bij de integratie: Afrikaanse katholieken vinden in Nederland in de katholieke kerk makkelijk een thuis. Maar dat is niet zo: All Saints Church is een eigen gemeenschap, die weinig van doen lijkt te hebben met de ‘witte’ Nederlandse kerken. Is die segregatie een probleem? ‘Segregatie komt doordat veel Afrikanen in dezelfde wijken wonen’, denkt Andoh. ‘In Zuidoost zijn er veel Ghanezen en Nigerianen, met specifieke uitdagingen. De kerk helpt ons om ons te redden en passende steun te krijgen. We identificeren ons echter ook met het bisdom van Haarlem-Amsterdam, we horen bij de normale katholieke gemeenschap.’

En dan zijn er nog andere migrantenkerken, ook protestantse. In Amsterdam Zuidoost zijn er bijvoorbeeld een pinkstergemeenten onder leiding van voorgangers Samuel Lee, de voormalige Theoloog van het Jaar, en Moses Alagbe. Beiden trekken veel Afrikanen. Zijn daar wel contacten mee? ‘Er zijn hier inderdaad veel andere kerken met veel Ghanezen, maar omdat ik hier pas zo kort ben heb ik hen nog niet ontmoet. Wel komen we samen met andere katholieke migrantengemeenschappen: Portugezen, Spanjaarden, Surinamers, Filipino’s. Als katholieken kijken we hoe we kunnen samenwerken.’

Luidruchtig

We zijn geneigd te spreken over Afrikanen in algemene zin, maar de diversiteit op dat continent is enorm. Zelfs tussen Nigerianen en Ghanezen zijn er duidelijke verschillen, vertelt Andoh, ook al liggen hun landen relatief dicht bij elkaar en zijn ze allebei voormalige Britse koloniën.

‘Er zijn zelfs heel veel verschillen’, vertelt hij. ‘Het eerste dat je zult zien is dat Nigerianen veel expressiever, uitbundiger zijn. Dat is niet negatief, dat is hun cultuur. West-Afrikanen zijn over het algemeen luidruchtig, en Nigerianen nog meer dan de rest. Ghanezen zijn iets voorzichtiger, terwijl Nigerianen meer risico nemen. We hebben natuurlijk verschillende talen en culturele dynamiek. Ons eten heeft weliswaar dezelfde basisingrediënten – mais, cassave, yam – maar de bereiding verschilt. En ook de manier van kleden is anders.

In de kerk zingen niet alleen in het Engels, maar ook liederen in elkaars taal. We hebben de ene keer een Ghanees koor, de andere keer een Nigeriaans koor. Alleen Nederlands doen we niet. Dat vind ik een beetje onhandig, want als je deel wilt uitmaken van Nederland moet dat ook in de kerk tot uiting komen. We moeten ons geloof in het Nederlands kunnen uitdrukken. Nu doen we dat niet en dat helpt zeker de jonge generaties niet. Zij zijn Nederlands, ze zijn geen vreemdeling in de Nederlandse gemeenschap.’

Andoh slaat een kruisje en zegt in het Engels: ‘‘In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’ Ik ken niemand in mijn gemeenschap die dat simpele gebed in het Nederlands kan doen. We moeten onszelf in dat opzicht meer uitdagen. Ik geloof in integratie in plaats van segregatie.’

In een volle All Saints Church dansen mensen op de muziek (beeld: Remco van Mulligen)

Christelijke migranten in Nederland

Hoeveel christenen met een migratieachtergrond er precies in Nederland zijn, is niet bekend. De meeste schattingen gaan uit van een miljoen mensen, verspreid over veel kerken (protestants, katholiek, pinksterbeweging, oriëntaals orthodox, oosters orthodox) en nationaliteiten (Nigeriaans, Ghanees, Russisch, Syrisch, Armeens, Egyptisch, Pools, Spaans, Portugees, Surinaams, Eritrees, Ethiopisch).

Het meest zichtbaar is de koepelorganisatie Samen Kerk in Nederland (SKIN), die tweehonderd migrantengemeenschappen in de regio Rotterdam vertegenwoordigt. SKIN heeft sinds kort ook een Amsterdamse tak. Het gaat hier vooral om protestantse kerken en pinkstergemeenten.

Ook zijn er Syrische gemeenschappen, zoals het Syrisch-orthodoxe St. Efrem-klooster in het Twentse Glane. Er is in Twente een grote gemeenschap van Syriacs, Syrische christenen. Daarnaast kennen de meeste grote christelijke kerken uit het buitenland hun Nederlandse filialen, zoals de Russisch-Orthodoxe Kerk (met vooral Russischtalige mensen) en de Anglicaanse Kerk (die bijvoorbeeld Engelstalige expats in de gemeenschap heeft).

Katholieke migranten zijn meestal georganiseerd naar nationaliteit. Zo komen in de All Saints Church in Amsterdam Zuidoost vooral West-Afrikaanse katholieken samen. In Den Haag is er HUB, een netwerk voor internationale en migrantengemeenschappen. In de parochie in Hoogvliet zijn er vieringen voor Antillianen. Er zijn daarnaast Surinaamse, Poolse, Koreaanse, Portugese, Spaanse en andere parochies. Migranten maken ook gebruik van de Engelstalige vieringen die veel ‘witte’ katholieke kerken in grote steden op zondagen organiseren. In Rotterdam en Den Haag doet de katholieke organisatie Mara veel sociaal werk onder migranten. Sinds vorig jaar bestaat er een Rooms-Katholiek Netwerk Migranten (ROKAMI).

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -