De laatste christelijke zuil: ‘refo’s’ en hun strijd tegen wereldgelijkvormigheid

Lees meer

In het Museum Catharijneconvent in Utrecht is deze zomer de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ te zien, over het leven van reformatorische christenen in de Bijbelgordel, die loopt van Zeeland tot Staphorst in Overijssel. Maar ook in andere steden van Nederland zie je ‘refo’-vrouwen in rok of in jurk, die op zondag naar de kerk lopen en die geen televisie in huis hebben. Hoe is het mogelijk dat één groepje mensen nog altijd deze regels volgt?

Onderzoeker en journalist Jan Zwemer deed voor zijn proefschrift onderzoek naar de geschiedenis van de reformatorische kerken of ‘zwartekousenkerken’. De leden van deze kerken worden reformatorischen of bevindelijk-gereformeerden genoemd. Ze onderscheiden zich van andere gereformeerden, zoals bijvoorbeeld de vrijgemaakt-gereformeerden, door sterk de nadruk te leggen op het belang van persoonlijke toepassing van het heil, de verlossing door Jezus Christus.

Zwemer ontdekte dat veel reformatorische gebruiken al uit de middeleeuwen stammen. ‘Toen deden de mensen aan zelfkastijding als reactie op de pestepidemie, toen een derde van de Europese bevolking overleed. De mensen dachten dat het nodig was om boete te doen, hoewel dat helemaal niet Bijbels is.’

Nergens in de Bijbel staat iets over jezelf pijnigen, maar dat weten ze zelf niet, vertelt Zwemer. ‘Het is een heidens principe, het staat dus juist van het geloof af. Jezelf tuchtigen, zodat God jou niet met de pest ‘straft’, is geen Bijbels principe. Integendeel zelfs. Maar mensen willen graag zelf iets kunnen doen om hun lot te veranderen. Daar komt het vandaan.’

Die boetetraditie uit de Middeleeuwen bestaat nog steeds. Die specifieke kledingstijl en andere gebruiken hebben reformatorischen nodig, zij het indirect, om God gunstig te stemmen. Maar gaat dat dan niet tegen de christelijke traditie, waarin de liefde en genade van God centraal staat? Zwemer heeft een culturele verklaring: ‘In het derde kwart van de negentiende eeuw gingen de boeren zich steeds mooier kleden, want het ging goed met de landbouw. Dat wilden ze laten zien door met de mode mee te gaan en versierselen te dragen. Als reactie op die luxe bleven de reformatorische gelovigen zich op de ouderwetse manier kleden, zij bleven ‘gewoon’. Daardoor zijn ze eigenlijk altijd wat achtergebleven.’

Aan het begin van de negentiende eeuw stonden er veel predikanten op de kansels die minder over genade en bekering preekten. In reactie op die ‘vrijzinnigheid’ ontstonden afsplitsingen, maar deze afgescheidenen hadden nog geen dominees – dus gingen mannen preken die daar geen opleiding voor hadden gedaan. ‘In die tijd ging veel mis’, beschrijft Zwemer. ‘Mensen hielden er hun eigen ideeën op na, de zogenoemde ‘volkstheologie’.’

Eén zo’n overtuiging was dat mensen zich moeten bekeren in fases. Eerst moet er het schuldgevoel komen, pas daarna kon je tot bekering komen. In de twintigste eeuw kwam er wel een heuse opleiding voor reformatorische christenen, maar we blijven zien dat er enige nuanceverschillen zijn ontstaan tussen kerken en streken. Bij de ene is het calvinisme groter en bij de andere de volkstheologie.’

‘De zuil blijft in stand doordat er veel kinderen geboren worden’

Eigen partij, eigen krant, eigen scholen

Tot de jaren zestig van de twintigste eeuw was de Nederlandse samenleving sterk verzuild. De protestanten, de katholieken en de socialisten hadden elk hun eigen zuil, waarin het grootste deel van hun sociale leven zich afspeelde. Reformatorische christenen begonnen zich pas goed te organiseren rond 1970, toen de grote zuilen aan het afbrokkelen waren. De belangrijkste zuilorganisaties zijn de Staatkundig-Gereformeerde Partij (SGP), die sinds 1918 bestaat, en het in 1971 opgerichte Reformatorisch Dagblad.

In de jaren zeventig kwamen er ook eigen scholen, die deze mensen meer samenbonden, vertelt Zwemer. ‘Daardoor hebben ze zich helemaal apart gezet van de rest van de samenleving, eigenlijk pas sinds vijftig jaar. Dat is langzaam zo gegroeid. De zuil blijft in stand doordat er veel kinderen geboren worden. Dan hindert het niet dat veel mensen vertrekken naar andere geloofsgemeenschappen, want er blijven genoeg over.’

De reformatorische zuil is nu de laatste overgebleven christelijke zuil: in 2000 verdween de vrijgemaakt-gereformeerde zuil toen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) opging in de ChristenUnie. Inmiddels worden de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) niet meer als orthodox-protestants beschouwd, omdat vrouwen op ook predikant mogen worden en homoseksuele relaties worden gedoogd. Het Reformatorisch Dagblad wijst tegenwoordig graag naar de ontwikkelingen in bij de vrijgemaakten, als voorbeeld van hoe het niet moet.

De reformatorische zuil houdt de wereldse invloeden nog steeds tegen, maar moderniseert ondertussen wel. ‘Ze moeten soms ook wel’, stelt Zwemer. ‘In SGP-kringen deed men altijd nogal lacherig over de klimaatdoelen, maar nu doen opinieleiders hier ook aan mee en promoten ze ‘het rentmeesterschap over de aarde’.’

Ook vaccinatie is zo’n punt. Vroeger waren de kerken daar heel sterk op tegen, nu worden ouders meer vrijgelaten in hun keuze. Een deel van de predikanten geeft nog wel een signaal af door te zeggen dat ze zelf tegen zijn. ‘Inenten wordt door hen gezien als ingrijpen in Gods schepping, waarmee je God de kans ontneemt om je de ziekte wel of niet als straf te geven’, legt Zwemer uit. ‘Als een kind dan ziek is, mag er soms wel ingegrepen worden. Maar ook hierin verschillen de kerken met elkaar van mening. Alleen binnen families wordt het geloof op dezelfde manier beleeft.’

Foto’s: Jan Zwemer en Josine Droogendijk

Máxima als stijlicoon

Het hebben van een eigen zuil gaat gepaard met afstand tot de reguliere maatschappij. Lange tijd is de reformatorische wereld erg gesloten geweest, maar wat klederdracht betreft is dat aan het veranderen. Dit stelt Josine Droogendijk, die de lezing ‘Mode op de Biblebelt’ geeft op het Catharijneconvent. ‘Koningin Máxima is hét stijlicoon voor reformatorisch Nederland. Zij draagt bij officiële gelegenheden altijd een rok of jurk tot over de knie en van mooie materialen. Dat is reformatorisch bij uitstek. Op zondag dragen vrouwen vaak zwart, maar door de week kunnen ze Máxima best nadoen.’

‘De modewereld staat nu dichter bij de reformatorische wereld dan ooit’

Binnen reformatorische kringen zijn er veel ongeschreven regels. Het verschilt bijna per gezin welke regels er gelden. Buitenstaanders vinden het maar een strenge bedoeling. ‘Zo kun je dat opvatten’, zegt Droogendijk. ‘Ik ben opgevoed in de reformatorische zuil en ik heb mij daar altijd thuis en geborgen gevoeld. De mensen in deze kerken houden van God en daar is alles op gegrond. Rebellie mag wel, maar dat willen ze niet. In de jaren zestig was het dragen van een broek rebellie en daar deden ze niet aan mee.’

Voor de oudere mensen staat het dragen van een broek als vrouw daarom nog steeds gelijk aan rebellie en dus doen ze dat niet, vertelt Droogendijk. Bij jongeren ziet ze echter een kentering ontstaan: ‘Daar wordt een broek niet meer geassocieerd met rebellie en daarom mondjesmaat toegestaan. In de Bijbel staat niets over de trends van 2019, dus daarin moeten ze zelf hun weg zoeken.’

Hoedjes en rokjes

Toch staat er binnen de Bijbel wel iets over de bekende hoedjes en rokjes. In de reformatorische kerken wordt het Bijbelboek Korintiërs steevast aangehaald als het over hoeden gaat. Daarin staat dat ‘iedere vrouw die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, haar eigen hoofd onteert’ en even verderop: ‘de vrouw moet een teken van gezag op het hoofd hebben, omwille van de engelen’. Droogendijk: ‘Binnen de kerken heb je dan de discussie of dat alleen om de kerkdienst gaat of om alle bijeenkomsten, zoals vergaderingen en catechisatie’.

Vrouwen dragen dan ook heel verschillende hoeden, zegt ze. ‘Een dame van een hoedenwinkel vertelde mij eens dat ze op basis van de bestelling weet waar die persoon vandaan komt. In Genemuiden mag het heel uitbundig en opvallend zijn, terwijl in Urk juist de sobere hoeden gebruikt worden – maar daar mag het wel veel geld kosten.’

En dan die rok. Volgens Droogendijk is dit kledingstuk exemplarisch voor de onderscheidingsdrang van reformatorischen. ‘Als jij je kunt onderscheiden van de wereld is dat een goed teken. Zo zien ze dat. De wereld is zondig, die volgt de brede weg, die van het kwaad, niet de smalle weg van God. Dus als jij daar heel erg op gaat lijken, ‘wereldgelijkvormig’ wordt, dan is dat niet direct een compliment. Als jij tegen reformatorischen zegt dat zij steeds verder af komen te staan van de seculiere wereld, dan zullen zij dat niet zien als een belediging of iets negatiefs. Ze zijn er eerder trots op.’

Toch belet dat reformatorische christenen niet om deel te nemen aan de wereld buien de zuil, zegt Drooendijk. ‘Als iemand altijd een rok wil dragen, heb jij daar dan last van?’, vraagt ze zich retorisch af.’ Twee broers en twee zussen van mij zijn reformatorisch gebleven, maar zij staan niet anders in hun werk dan ik. Mijn broer draagt altijd een nette broek en dito blouse. Hij bedient zijn klanten netjes en zij vinden juist dat hij er verzorgd uitziet. Zijn reformatorische roots zijn juist een pre. Op het moment dat zo’n bedrijf dan een bedrijfsfeest met keiharde popmuziek houdt, dan zal hij daar niet naartoe gaan. Je kunt als reformatorisch christen prima in deze wereld functioneren, zonder je eigen identiteit op te geven.’

Retroschoentjes en blote voeten

Droogendijk is in het dagelijks leven Máxima-volger en blogt over de kleding van onze koningin. Ze is ook regelmatig te gast in showbizzprogramma’s om haar mening over kleding te geven, vooral wanneer Máxima ter sprake komt. ‘De modewereld staat nu dichter bij de reformatorische wereld dan ooit’, legt ze uit. ‘Het modebeeld is nu midi-jurken met sneakers. Nou, dat is ontzettend reformatorisch. Komend seizoen zijn de retroschoentjes in de mode, van die tuttige platte schoentjes. Daar loopt half reformatorisch Nederland al mee. Maar als de mode dicteert dat vrouwen een naveltruitje moeten dragen, dan komt er weer een grote scheiding tussen de wereld en de reformatorische wereld. Dat zullen de reformatorische mensen overigens geen probleem vinden: dan komen er misschien weer aparte merken en winkels voor deze kleding, omdat die in gewone winkels minder te vinden is.’

‘Mijn broer draagt altijd een nette broek en dito blouse’

De reformatorische wereld lijkt een gesloten wereld en een ver-van-mijn-bed-show voor veel mensen. Toch is ze dichterbij dan je denkt – zeker nu deze mensen ook gaan evangeliseren en op andere manieren wat meer naar buiten treden. Droogendijk: ‘In Veenendaal hebben ze een winkel voor tweedehandse spullen geopend, waar iedereen welkom is. Het wordt gerund door vrijwilligers uit de kerk. Mijn vader is daarvoor een dag minder gaan werken. In die winkel staat een grote koffietafel waar ontmoetingen plaatsvinden en waar regelmatig Bijbelstudies worden georganiseerd. Er worden daar spullen voor bodemprijsjes verkocht, want reformatorische mensen hebben over het algemeen mooie spullen.’

Toch is het doel niet geld verdienen, maar mensen over God vertellen, nuanceert Droogendijk. ‘Er komen asielzoekers en andere vluchtelingen, bijvoorbeeld christenen die uit Syrië gevlucht zijn en die daar een warm bad vinden. Laatst kwam een er dakloze binnen op blote voeten. Hij bleek al maanden zo rond te lopen en toen zijn ze met hem schoenen gaan kopen. Op die manier dragen ze zorg aan de maatschappij. Reformatorische christenen zijn dan wel niet wereldgelijkvormig, maar zijn wel op een positievere manier betrokken bij de wereld geworden.’

Er wonen, naar schatting, ruim een half miljoen reformatorische of bevindelijk-gereformeerde christenen in Nederland. Net als reguliere orthodox-protestanten geloven reformatorischen in de letterlijkheid van de Bijbel, veroordelen ze homoseksualiteit en zijn ze tegen vrouwen op de kansel, maar reformatorischen leggen sterk de nadruk op de toeëigening des heils, de vraag of je wel echt persoonlijk bekeerd bent.

Onderstaande kerkelijke groeperingen zijn reformatorisch:

  • de Gereformeerde Gemeenten (1907). Deze kerk, gesticht door SGP-oprichter Gerrit Hendrik Kersten, verenigde de kruisgemeenten en de gemeenten die ontstonden dankzij het optreden van dominee Lambertus Ledenboer.
  • de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (1953), een afsplitsing van de Gereformeerde Gemeenten.
  • de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) (1980), een afsplitsing van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
  • de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (1948), een fusie van de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten en de Oud-Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten).
  • Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband (2007), een afsplitsing van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
  • de Hersteld Hervormde Kerk (2004), die zichzelf beschouwt als de ware voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk (1816).
  • Een deel van de Christelijke Gereformeerde Kerken (1892), rond het tijdschrift Bewaar het Pand (1966).
  • Diverse vrije gemeenten.
  • Een groep aangeduid als ‘thuislezers’: mensen die geen kerkdiensten bezoeken, maar thuis lezingen houden.
- Advertentie -

2 REACTIES

  1. Veel te kort door de bocht van Zwemer als hij het heeft over “boetetraditie” en “God gunstig stemmen”. Onzinnig, omdat hij dit met geen enkele bron uit zal kunnen staven.

  2. Zwemer heeft wel de klok horen luiden, maar heeft, zo blijkt het uit zijn beschrijving van de bevindelijk-gereformeerde gemeenschap, de klok nog niet gevonden. Ooit stemden veel bevindelijk-gereformeerden in ‘mijn’ omgeving of helemaal niet of op de ARP, stuurden ze hun kinderen naar scholen met de Bijbel en las menigeen Trouw of andere christelijk dagbladen. Je mag het gerust zo stellen dat de afgang van de protestant-christelijk zuil de opkomst van de zogenaamde bevindelijk-gereformeerde zuil in de hand heeft gewerkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here