‘Mijn vader zat in het KNIL en moest vechten tegen zijn broer’

Foto: Gemme Burger
Waarom gaat iemand elke week naar een kerk, moskee of tempel? Wat zoekt of vindt hij of zij daar? De Kanttekening bezoekt diensten, missen en andere levensbeschouwelijke samenkomsten om daarachter te komen. Deze week: Molukse moslims.

De Molukse moskee aan de Johann Sebastian Bachstraat in Ridderkerk ziet eruit als elke andere moskee. Een koepel en een minaret. Toch zit er een bijzonder verhaal vast aan deze moskee, de oprichters waren namelijk oud-KNIL-militairen (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Het is vrijdagmiddag rond de klok van twaalf. Langzaam stromen de bezoekers toe. Het is een gemêleerd gezelschap, uiteraard veel Molukse Nederlanders maar ook Somalische, Marokkaanse en Syrische Nederlanders weten de weg naar deze moskee te vinden. ‘Een transparante gemixte moskee dat is ons beleid’, zegt bezoeker Abdulhammat Samaniri. De moskee is gegeven door de Nederlandse staat en werd in 1986 gebouwd. ‘Het was een goedmakertje voor het feit dat onze ouders voor Nederland vochten in het KNIL-leger’, zegt Samaniri. Het KNIL vocht om Indonesië als kolonie voor Nederland te behouden. Het was een berucht leger met name omdat het na de capitulatie van Japan in 1945 hard optrad om het gezag te herstellen. Tijdens de ‘politionele acties’ vielen naar schatting bijna honderdduizend doden. De Molukkers traden massaal in dienst van het KNIL-leger, ze werden geroemd vanwege hun strijdlust. Onder hen waren dus ook moslims die vochten tegen hun Indonesische geloofsgenoten, maar geloof speelde in de onafhankelijkheidsoorlog met Nederland geen rol volgens Samaniri. ‘Het was geen godsdienstoorlog. De Molukken bestaan voor zestig procent uit moslims. Het is een misverstand om te denken dat wij in meerderheid christenen zijn, Molukkers in Nederland zijn wel in meerderheid christelijk.’

Maar waarom kozen de Molukse moslims dan voor het KNIL-leger? Volgens Samaniri was dat niet persé uit overtuiging. ‘De Nederlandse regering heeft de christelijke Molukkers enthousiast gemaakt om voor Nederland te vechten. Mijn ouders hebben niet bewust voor Nederland gekozen, mijn vader koos ervoor om in het leger te vechten. Je krijgt dan kleding, eten en onderdak. Dat was zijn motivatie. Ze zijn meegelokt door de voordelen die eraan kleefden. Mijn vader zat in het KNIL en moest vechten tegen zijn broer, waarom? Achteraf voelt die generatie zich daar ook ongemakkelijk over. Je merkt aan mijn vader tussen de regels door dat hij zich schaamt voor wat hij heeft gedaan. Hij heeft zijn eigen mensen moeten doodschieten.’ Toch zijn het niet altijd praktische redenen geweest waarom islamitische Molukkers kozen voor Nederland. Voor sommige Molukkers weegt het feit dat  ze Molukker zijn zwaarder dan de religie die ze aanhangen. Mochtar Hatuluwajo lid van de religieuze raad van de moskee vertelt dat er ook nu nog islamitische Molukkers zijn die de onafhankelijkheidstijd van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) steunen. ‘In meerderheid zijn dat christenen maar ik ken ook zeker moslims die de RMS steunen, ik heb wel het idee dat, dat minder wordt. Mensen zien steeds meer in dat het een utopie is. Wij steunen dat in ieder geval niet.’

Bestaat er zoiets als de Molukse islam? Volgens Hatuluwajo niet. ‘Ik zie niet veel verschil tussen de Molukse en de Indonesische islam. De Indonesische islam bestaat natuurlijk wel, Indonesiërs gaan over het algemeen tolerant om met de Koran. We hebben een goed imago in de wereld. In Mekka worden Indonesische moslims altijd erg gewaardeerd.’ Samaniri herkent dat ook. ‘We zijn minder streng denk ik.’

In de Molukse moskee komen veel verschillende stromingen en interpretaties van de islam samen. In hetzelfde gebouw komt ook een soefi-gemeenschap elke week bij elkaar, een aantal van hen gaat ook naar het vrijdaggebed. In de moskee komen ook moslims die een veel dogmatischer denkwijze hebben. Hatuluwajo: ‘Er komen hier Turken, Marokkanen, Somaliërs en Bosniërs. Zij brengen ook allemaal hun eigen visies mee en dat juichen we toe, maar we proberen wel de grote lijn te bewaken. Als Molukkers volgens wij de sjafi wetschool. Marokkanen volgen maliki en soms de salafi wetschool, die laatste heeft een slechte naam maar toch proberen we met hen in gesprek te blijven. We hebben twee Koranscholen een traditionele en een die is opgezet door de Marokkanen, we houden contact met hun om te zorgen dat we nog op één lijn zitten. Als mensen intolerant en onverdraagzaam zijn naar anderen dan accepteren we dat niet.’

Hoe treedt de moskee dan op? ‘Het is een keer voorgevallen dat een imam die bij ons preekte een hele radicale toon begon aan te slaan. Wat hij uitdroeg was heel extreem en dat was voor ons reden om met hem een aantal keer in gesprek te gaan. We hebben hem er toen op gewezen dat de consequentie is dat je moet opstappen als je je niet aan ons aanpast. Uiteindelijk is hij zelf opgestapt.’

Het is bijna één uur als Basiq Fris binnen komt lopen. ‘Hij is Nederlands en hij zal vandaag de preek verzorgen’, zegt Hatuluwajo. Fris bekeerde zich na veel omzwervingen tot de islam. ‘Na de hbs moest ik in dienst, maar daar had ik geen zin in. Je kon uitstel krijgen als je emigreerde, dus besloot ik te emigreren naar Zuid-Afrika. Ik ging me daar richten op de anti-Apartheid-beweging en kwam zodoende met allerlei verschillende Zuid-Afrikanen in contact onder wie ook Indonesiërs en Maleisiërs die moslim zijn. Ik vond het erg leuk en inspirerend hoe zij met elkaar omgingen. Ik vond de Nederlanders en Engelsen altijd zo uit de hoogte doen en zo sterk pro-Apartheid, daar ergerde ik me aan.’ Toch is Fris niet puur uit rancune bekeerd. ‘Later ben ik afgereisd naar Oost-Afrika en daar zag ik hoe een Afrikaans land omging met de kolonisatie van de islam. De islamitische cultuur is daar heel mooi vermengd met de Afrikaanse tradities, dat heeft zich zonder grote conflicten voltrokken. Daardoor raakte ik geboeid en geïnspireerd door de islam.’ Op de vraag waarom hij voor de Molukse moskee gekozen heeft antwoordt hij: ‘Indonesiërs zijn prettige mensen, maar ik kan me in elke moskee thuis voelen. In mijn preek vermeng ik islamitische inzichten van verschillende wetscholen.’

Dan is het tijd en Fris loopt naar het spreekgestoelte. Enkele minuten luisteren we naar het reciteren van de Koran. Daarna begint de preek. ‘Ik zal het vandaag kort houden vanwege de stijgende temperatuur, maar het onderwerp van vandaag is de indeling van mensen aan de hand van persoonlijke benaderingen. Er zijn vier soorten mensen volgens de Koran, de eerste is een persoon die noch tong noch hart heeft. De zondige ongelovige dwaas aan wie Allah zijn genade uitstrekt op dat zij zullen terugkeren naar hem. Zij die daar geen boodschap aan hebben zullen gestraft worden en zullen de toekomstige bewoners worden van het vuur. Het is onze taak om hen te waarschuwen om niet te zondigen tegen Allah. Het tweede type mens heeft een tong maar geen hart. Dat zijn mensen die wel spreken over Allah, maar het niet in praktijk brengen. Als ware hij een wolf in schaapskleren. Mohammed heeft gezegd dat hij deze mensen het meest vreest. Het derde type mens heeft een hart maar geen tong. Hij is overtuigd van zijn geloof in Allah, maar hij wil het stilhouden, hij kiest voor de afzondering. Zoals de Profeet heeft gezegd: ‘Wie zwijgt zal gered worden.’ De aanbidding van Allah bestaat uit tien delen en negen daarvan zijn in stilte. Dit type mens is een heilige vriend van Allah, hij wordt beschermd door Allahs sluier en is een metgezel van de Barmhartige. Al het goede is met hem. Daarom nodigt Allah de mens ook uit om je met hem te bevrienden en je met hem te associëren. De laatste categorie is de mens met tong en hart. Het is hij die leert en onderwijst en zijn kennis omzet in praktiseren zal in het koninkrijk der hemelen groot genoemd worden. Allah heeft hen uitverkozen om anderen te leiden.  Er is geen niveau boven dat niveau behalve het profeetschap zelf. Kijk dus uit naar hen en pas op om niet tegen hen te zijn. Kijk uit dat je niet zijn goede daden en boodschappen mist. Hij helpt je in de juiste ondersteuning om barmhartig te zijn naar alle mensen. Hij is je zorg en compassie waard.’

Na afloop praten we nog even na over de tolerantie van de Indonesische islam, immers is dat beeld niet aan het kantelen? Op Atjeh zijn er steeds vaker conflicten tussen christenen en moslims. Hatuluwajo is daar niet bang voor. ‘Er zijn incidenten maar de islam in Indonesië is nog steeds heel mild en ik zie dat niet zomaar verdwijnen. De islam verandert wel, maar ik geloof niet dat het ooit zo zal escaleren als in het Midden-Oosten.’ In het verleden zijn er ook incidenten geweest op de Molukken tussen moslims en christenen. Dat waaide soms ook over naar Nederland, maar volgens Hatuluwajo is het contact goed tussen de groepen. ‘In het verleden zijn er wel wat bedreigingen geweest over en weer, maar dat noem ik echt incidenten. We kunnen in Nederland goed met elkaar opschieten, we hebben goed contact met de Molukse kerk in Ridderkerk.’

DELEN
Gemme Burger
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.