Nog maar eventjes en onze nieuwe bewindslieden staan op het bordes. De vlag kan uit. Ons land heeft een nieuwe regering. De minister van Binnenlandse Zaken staat dan naast de collega van Buitenlandse Zaken. ‘Nou zeg, jij krijgt het druk met al die nog niet opgeloste ellende in de wereld.’ ‘Ja, voor mij is er meer te doen dan voor jou. Het buitenland is nu eenmaal groter dan het binnenland.’
De waarheid is natuurlijk dat beide gezagsdragers volle agenda’s gaan krijgen. Ministers en staatssecretarissen hebben het altijd heel druk.
Hoe en waarmee zij hun dagen de komende vier jaren gaan vullen, is voor ons als gewone burgers niet zo interessant. Wat wel belangrijk is, is de vraag wat de meeste aandacht gaat krijgen van de politiek, van de inwoners en van, niet te vergeten, de media. Gaat de aandacht meer uit naar het buitenland of misschien deze keer naar het binnenland?
Voor het kleine Nederland is het buitenland ontzettend groot. Onze minister die zich daarmee moet bezighouden, krijgt te maken met niet alleen Oekraïne, Jemen, Soedan, de Verenigde Staten, de Westbank, Groenland, de EU en Gaza, allemaal in willekeurige volgorde, maar met nog heel veel meer.
De andere collega’s die over alles wat zich binnen onze landsgrenzen afspeelt gaan, krijgen samen twaalf provincies op hun bordje om daar de orde te handhaven. En dat is iets wat vrij overzichtelijk lijkt.
De afgelopen regeringsperiodes hebben we echter gezien dat die binnenlandse overzichtelijkheid vaak ver te zoeken is. De drones, de kanonnen en de bombardementen over onze landsgrenzen heen werden vanuit Den Haag niet het zwijgen opgelegd. En dat is iets wat ieder weldenkend mens nog wel kan begrijpen. Er zijn andere machthebbers die zich daar ook mee bemoeien. Dat maakt het ingewikkeld.
Maar veel minder gecompliceerde zaken in dat kleine stukje wereld aan de Noordzee, waar wij in Nederland het alleen over te zeggen hebben, bleken onoplosbaar voor de Haagse dames en heren. Regelmatig werd de onoplosbaarheid geformuleerd met één woord: ‘onacceptabel’. En daar bleef het bij.
Asielschip Silja Europa
In de Rotterdamse Merwehaven ligt het voormalige cruiseferryschip Silja Europa. Daarop verblijven nog steeds 2000 asielzoekers. Mannen, vrouwen en kinderen. Al meerdere keren is er aan de bel getrokken over de schrijnende toestanden op het schip. Artsen hebben vorig jaar in een brandbrief melding gemaakt van hoe onveilig het daar is. Fysiek en verbaal geweld, mogelijk seksueel misbruik van minderjarigen, onhygiënische toestanden die de oorzaak zijn van besmettelijke ziekten. Een gevaarlijke situatie, met name voor vrouwen en kinderen.
Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen
De toestand aan boord is zo’n klassiek voorbeeld van wat, vergeleken met de echte grote wereldproblemen, toch oplosbaar zou moeten zijn. Maar nee, het lukt ons niet om ook op dit dossier orde op zaken te stellen.
Net zoals bijvoorbeeld de vreselijke gevolgen voor de kinderen die het slachtoffer waren van de Toeslagenaffaire. Bijna een jaar geleden schreef het Nederlands Juristenblad hierover. Voor alle duidelijkheid: niet over de affaire zelf. Dit gaat over de volgende stap. De gevolgen van die ellende voor de kinderen.
Veel van hen hebben last van langdurige en soms blijvende mentale problemen. Zij konden hun opleiding vaak niet afmaken of hun talenten onvoldoende ontwikkelen. De relatie met hun ouders en hun broers en zussen is vaak ernstig en soms onherstelbaar beschadigd. Deze kinderen hebben vaak geen vertrouwen in de overheid, de jeugdzorg en andere hulpverlening, zeker nu duidelijk is dat het de overheid is die met de Toeslagenaffaire de problemen in hun gezin heeft veroorzaakt.
Verdwenen kinderen
En dan kennen we ook nog, alweer een zaak binnen onze eigen landsgrenzen, het verdwijnen van honderden alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Let wel: alleenstaand en minderjarig, die hier als vreemdelingen, lees vluchtelingen, naartoe komen. In de afgelopen vier jaar waren dit er in ons land al meer dan zeventienhonderd. Zeventienhonderd kinderen die zomaar ‘verdwijnen’. Het laat zich raden waar velen van hen in deze ruwe wereld om ons heen terechtkomen. Of uiteindelijk hun einde vinden.
En ook dat is zo’n zaak waar al die bewindslieden die daarmee te maken zouden moeten hebben, ook al geen oplossing voor weten.
Binnenlandse en Buitenlandse Zaken staan naast elkaar op het bordes. Samen met onze koning. Die ene dag is het een moment van feest. We hebben weer een regering. De dag daarna echter gaan onze nieuwe ministers en staatssecretarissen even snuffelen aan de stapel dossiers die op hun bureau liggen. Het echte werk kan beginnen.
De minister van Buitenlandse Zaken gaat aan de gang met wat zich afspeelt in de ‘Grote Wereld’. De ministers van Binnenlandse Zaken pakken hun bescheiden binnenlandse taken op.
Hopelijk kijkt onze Majesteit op dat bordes eventjes over zijn koninklijke schouder in de richting van de bewindslieden van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en voegt hun discreet toe: ‘vergeet vooral niet dat ons eigen binnenland minstens zo belangrijk is als het buitenland’. Een boodschap die de enige hoop is voor de kinderen van de Silja Europa, de kinderen van de Toeslagenaffaire en de verdwenen kinderen uit de opvang.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

