7.7 C
Amsterdam

‘Liever Turks dan Paaps’ is meer dan een historische leuze

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Al in de Tachtigjarige Oorlog hadden Nederland en Turkije contact, en later werden dat hechte handelsrelaties, vertelt emeritus hoogleraar Marjolein ’t Hart. ‘Een negatieve houding tegenover de islam paste daar niet bij.’

Binnenkort geeft Marjolein ’t Hart, emeritus hoogleraar Geschiedenis van staatsvorming aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de lezing Liever Turks dan Paaps. De titel verwijst naar de oer-Hollandse leus van de Watergeuzen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen Nederland verwikkeld was in de onafhankelijkheidsstrijd tegen het Spaanse Rijk. In haar lezing gaat ze in op de langdurige relaties tussen Turkije — of beter gezegd het Ottomaanse Rijk — en Nederland.

Die relaties waren niet alleen diplomatiek, maar hadden ook invloed op de oorlog zelf. Zo stuurde Willem van Oranje in 1569 een brief naar sultan Selim II om steun voor de Nederlandse opstand te krijgen. Tegelijkertijd voerden de Ottomanen op de Middellandse Zee hun eigen felle oorlog tegen Spanje. Daardoor werden de Spaanse troepen gedwongen hun aandacht over meerdere fronten te verdelen. Volgens ’t Hart heeft juist dat een belangrijke rol gespeeld bij het veiligstellen van het grondgebied van het latere Nederland tijdens de onafhankelijkheidsstrijd

De Turks-Nederlandse studentenvereniging Anatolia heeft een bijeenkomst georganiseerd over de historische banden tussen Nederland en het Ottomaanse Rijk, met Marjolein ’t Hart als gastspreker. Maar waarom is deze geschiedenis vandaag de dag nog relevant voor Turken en Nederlanders?

‘Mijn lezing wil ik plaatsen in de bredere internationale verhoudingen van het Ottomaanse Rijk en Nederland, met natuurlijk eerst de focus op de protestantse Watergeuzen die “Liever Turks dan Paaps” (lees: liever islamitisch dan katholiek) wilden zijn’, zegt ze.

Waarom gebruikten de Geuzen, die tegen de Spaanse overheersing vochten, juist die leus? Er waren toch wel meer landen met wie Nederland goede betrekkingen onderhield?

Marjolein ’t Hart

‘Het is in de eerste plaats een verwijzing naar de steun die sultan Selim II Willem van Oranje beloofde. Voor de revolutionaire opstandelingen was dat een enorme opsteker, want vooral in de beginjaren van de onafhankelijkheidsstrijd was er een groot tekort aan geld, mankracht en wapens. Turkije was in die tijd een machtig rijk.

‘In de tweede plaats is het een verwijzing naar de relatieve godsdienstvrijheid in het Ottomaanse Rijk voor christenen. Daar konden zij, net als joden en Armeniërs, in alle vrijheid hun godsdienst uitoefenen. Dat contrasteerde scherp met de religieuze onderdrukking in het Spaanse Rijk. Godsdienstvrijheid was in die tijd een van de belangrijkste drijfveren waarom Willem van Oranje de Opstand begon.’

Interessant, maar konden joden en Armeniërs echt in ‘alle vrijheid’ hun godsdienst belijden in het Ottomaanse Rijk? Ze moesten immers de cizye betalen, een extra belasting voor niet-moslims.

‘Dat klopt. Die belasting betekende echter ook dat zij niet in het leger hoefden te dienen, waartoe moslims in principe wel verplicht waren. Zo bezien had die belasting dus ook duidelijk voordelen. Je moet ook bedenken dat deze religieuze gemeenschappen vooral uit bankiers en kooplieden bestonden, mensen die wel wat geld voor belasting kunnen missen.’

Dus godsdienstvrijheid in Nederland heeft een Turks-islamitisch tintje. Dat lijkt me een weinig bekend historisch feit onder christelijke Nederlanders. Denkt u dat ook?

‘Ja, dat is het zeker. Het is niet onbekend onder historici, maar het wordt volgens mij nooit genoemd in het onderwijs of in populariserende historische televisieseries. In mijn boek over de Tachtigjarige Oorlog (Oorlog en Ongelijkheid. Een inclusieve geschiedenis van de Gouden Eeuw, Boom Amsterdam 2022) geef ik juist aandacht aan dit soort zaken die de standaardinterpretatie van de oorlog heel anders maken. Wat vonden bijvoorbeeld de boeren van de oorlog, de vrouwen, de vluchtelingen, de gekoloniseerde volkeren overzee? Ik noem dat inclusieve geschiedenis. Ik heb daar ook een doel mee: ik wil mensen die nu in Nederland leven en die zich niet in de standaardgeschiedenis herkennen, de kans geven om dat met mijn boek wel te doen.

Ook mensen met een Turkse achtergrond kunnen zich door het huidige politieke klimaat buitengesloten voelen. Ik hoop dat zij het idee krijgen dat hun landgenoten vroeger wel degelijk een grote rol hebben gespeeld in de onafhankelijkheidsstrijd van Nederland.’

U heeft het over inclusieve geschiedenis, die meer bekendheid moet krijgen. Hoe wilt u dat aanpakken?

‘In de eerste plaats door het geven van lezingen. Maar ik ben bijvoorbeeld ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog in Groenlo, dat vorig jaar april is geopend. Daar hoor je niet alleen het verhaal van Willem van Oranje en koning Filips II, maar ook dat van de boer in de regio, de gewone soldaat, de uitgebuite bewoners van de Banda-eilanden, enzovoort. Daar is ook de stem te horen van de machtige sultan Süleyman, die uitlegt waarom hij de opstandelingen tegen Spanje steunt.’

‘Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden’

In uw werk lijkt u meer de nadruk te leggen op het pragmatische bondgenootschap tussen Turken en Nederlanders. Liever Turks dan Paaps is dan ook geen compliment voor Turken of moslims, toch?

‘Ik denk toch van wel. Het is een duidelijk compliment voor de veel grotere gewetensvrijheid die moslims wel kenden. In het Europa van die tijd, met al die godsdiensttwisten, was zo’n tolerantie vrijwel ondenkbaar. Je moest je verplicht schikken naar de godsdienst van de koning, hertog of graaf. Wanneer je anders dacht, kon je op de brandstapel belanden of werd je gedwongen het land te verlaten, zoals de moriscos in Spanje.’

Komen in uw onderzoek naar de Turks-Nederlandse betrekkingen ook islamofobe uitingen voor?

‘Ik ben het niet tegengekomen. Maar ik heb me er ook niet op gefocust. Ik denk dat als je iets zoekt in de vele bronnen die er zijn, je altijd wel wat vindt. Maar het was volgens mij niet erg openlijk of wijdverbreid.’

Sultan Selim II

Waarom is er dan vanaf de late twintigste eeuw in Nederland een negatieve houding tegenover moslims ontstaan? Is er tegenover islamitische Nederlanders die maatschappelijk vooruitkomen misschien sprake van een vorm van klassenressentiment, iets waar Nederlandse machthebbers in de zeventiende eeuw om politieke redenen juist van afzagen om het Ottomaanse Rijk aan hun kant te krijgen?

‘Dat denk ik niet. De belangrijkste machthebbers in Nederland waren Hollandse kooplieden, die uiteindelijk de strategische koers bepaalden. De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid. Een stad floreerde als zij vrij handel kon drijven met iedereen. Een negatieve houding tegenover het islamitische geloof paste daar niet bij. Het was de islamitische handelsgemeenschap in Antwerpen die via-via Willem van Oranje in contact bracht met de Turkse sultan. Hoe kosmopolitischer en vrijer de handel, hoe meer de handelselite profiteerde.

‘De stedelijke elite in Nederland was juist sterk gericht op godsdienstvrijheid’

‘In Nederland is islamofobie juist opgekomen in de jaren tachtig en negentig, in een tijd van sterke globalisering. De elite profiteerde daarvan, maar de lagere klassen niet. Zij waren bang hun baan te verliezen aan migranten en woonden in wijken waar zij juist met andere culturen werden geconfronteerd. Tegelijkertijd brak het liberale kapitalisme de zekerheid van de verzorgingsstaat af. In zo’n sfeer van onzekerheid groeit het nationalisme, vooral in een vorm die verwijst naar een vermeende christelijk-joodse cultuur — hoe men zich die ook voorstelt.’

Kun je spreken van een lotsverbondenheid tussen het Ottomaanse Rijk en de Nederlandse Republiek?

‘Jazeker. De Turken hielpen Nederland niet direct met geld of wapens, maar wel indirect. Ze streden beiden tegen het Spaanse Rijk. Dankzij Turkse aanvallen op Spanje in het Middellandse Zeegebied kon de Nederlandse Republiek haar grondgebied consolideren. Als het rustig was in het zuiden, viel Spanje in het noorden hard aan en won het terrein. De Nederlanders boekten juist successen wanneer de Turken Spanje in het zuiden aanvielen. Dat ging de hele oorlog op en neer.’

Goede relaties met de Ottomanen kwamen de handelsbetrekkingen ook goed uit, lees ik.

‘Ja. Juist vanwege die handelsbetrekkingen vestigde Nederland een ambassade in Turkije, de eerste Europese ambassade daar. De Levant was cruciaal voor het internationale handelsnetwerk, denk aan de zijderoute en de karavanen. Andere Europese handelaren gebruikten de Nederlandse ambassadeur als bemiddelaar, totdat zij zelf ook een ambassade kregen. Dat was gunstig voor zowel westerse handelaren als het Turkse Rijk, tot in de negentiende eeuw.’

Wat gebeurde er in de negentiende eeuw?

‘Opkomende westerse kapitalisten konden toen vrij de Turkse markt betreden via christelijke handelsgemeenschappen. Westerse bedrijven hadden veel privileges gekregen. Met de Industriële Revolutie zagen veel Turkse ambachtslieden hun werk verdwijnen door concurrentie. Vaak bleef er weinig anders over dan arbeider te worden in westerse bedrijven. Dat gaf het Turks-islamitische nationalisme een sterke impuls en tastte de religieuze tolerantie aan.’

‘In de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers’

In dit verband wordt ook wel gesproken van een Armeense renaissance in de negentiende eeuw.

‘Ja, Armeniërs hadden eveneens sterke handelsnetwerken en privileges. De Turken waren in eerdere eeuwen tolerant tegenover hen, maar in de negentiende eeuw kregen Armeniërs veel invloed, bijvoorbeeld als bankiers. Dat is enigszins vergelijkbaar met de positie van Joden in Europa. Ook daar had vijandigheid vaak een economische en klassenmatige achtergrond.’

Is dat nu ook niet zichtbaar in het huidige Westen?

‘Ja, dat denk ik wel. Dat zie je vaker in de geschiedenis. Economische onvrede wordt door politieke machthebbers gebruikt om onvrede tegen bepaalde groepen aan te wakkeren, als zondebok voor eigen falen.’

Ziet u Turkije en de islam als onderdeel van de Europese geschiedenis?

‘Zeker. De interactie is altijd sterk geweest. Ik ben trouwens geen voorstander van benaderingen die spreken over dé Nederlandse of dé Europese geschiedenis. Geschiedenis houdt zich niet aan grenzen. Mensen, goederen en ideeën trekken zich daar niets van aan. Grenzen zijn constructies op kaarten, niet in de werkelijkheid.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -