8 C
Amsterdam

Turkije is geen Hongarije

Lees meer

Het schouwspel van Viktor Orbán die wordt overstemd en een Hongarije dat na jaren van democratische achteruitgang weer richting Europese normen beweegt, heeft veel waarnemers verleid tot een aantrekkelijke conclusie: dat autoritaire leiders uiteindelijk teruggedrongen kunnen worden. Het moeizame maar echte herstel van de rechterlijke macht in Polen, samen met het recente constitutionele referendum in Italië — dat de controle op de macht opnieuw bevestigde — hebben die hoop verder versterkt.

De EU, zo luidt het idee, fungeert als een soort vangnet: wie ver genoeg valt, wordt uiteindelijk weer opgevangen. Maar is dat werkelijk een algemeen patroon? Misschien is het niet meer dan een geruststellende illusie.

Het verhaal van Orbán laat iets belangrijks zien. Door het stopzetten van EU-fondsen, het inzetten van Artikel 7 en voortdurende druk van het Europees Parlement kwam Boedapest steeds meer onder druk te staan. Uiteindelijk hield dat geen stand.

In Polen ging men verder: een nieuwe regering brak een groot deel van het gerechtelijke systeem van de vorige regering af. In Italië liet het referendum zien dat burgers hun democratische systeem willen beschermen.

Turkije heeft een geopolitieke positie die het extra moeilijk maakt om het land aan te pakken

In al deze gevallen zorgden de EU als externe speler en een actieve bevolking voor tegenkracht tegen autoritaire macht. De democratische ‘vangrails’ bleven overeind, of bogen zonder te breken.

Brazilië biedt een vergelijkbaar voorbeeld buiten Europa. Toen aanhangers van Jair Bolsonaro in januari 2023 overheidsgebouwen bestormden, bleef het Hooggerechtshof standvastig. Veel media gaven niet toe. Aanklagers traden op en er volgden veroordelingen. Het verschil zat niet in het ontbreken van een autoritaire leider, maar in het bestaan van sterke instituties en een samenleving die nog niet uit elkaar was gevallen. Democratie heeft dus zowel sterke structuren als een betrokken samenleving nodig.

Kijk nu naar Belarus, Azerbeidzjan, Venezuela en Turkije. Dit zijn geen landen waar democratie een beetje is afgegleden. Het zijn systemen waarin het bijna onmogelijk is geworden om terug te keren, omdat de middelen daarvoor zijn afgebroken.

In Minsk, Bakoe — en tot voor kort Caracas — is de rechterlijke macht een verlengstuk van de staat, zijn media gecontroleerd of monddood gemaakt, en bestaat de oppositie nauwelijks echt. De EU kan hier weinig doen. Er is geen Artikel 7 voor Ilham Aliyev, en Europese rechters hebben geen invloed. Druk van buitenaf leidt dan eerder tot ruis dan tot verandering.

Turkije hoort in deze categorie — maar heeft daarnaast een geopolitieke positie die het extra moeilijk maakt om het land aan te pakken.

Wat president Recep Tayyip Erdogan onderscheidt, is niet alleen de controle over media en rechtspraak. Het is ook hoe hij de oppositie behandelt: niet alleen onderdrukken, maar verdelen en tegen elkaar uitspelen.

De gevangenzetting van twee mogelijke presidentskandidaten — Selahattin Demirtas en Ekrem Imamoglu — is daar een voorbeeld van. Dit past in een bredere strategie, gesteund door trouwe kiezers in Anatolië.

Ook het ‘vredesproces’ met de Koerdische beweging laat dit zien. Nieuwe gesprekken met de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan worden gepresenteerd als een kans voor de pro-Koerdische DEM-partij.

De boodschap is verleidelijk: neem afstand van de brede oppositie, geef de regering meer ruimte, en misschien volgen betere omstandigheden voor Öcalan. Voor een partij die lang onder druk heeft gestaan, is dat aantrekkelijk. Maar het effect is dat de oppositie verdeeld raakt, juist op het moment dat samenwerking mogelijk werd.

Hij kan simpelweg toekijken hoe zijn tegenstanders elkaar verzwakken

Tegelijkertijd staat de grootste oppositiepartij, de CHP, onder zware druk. Arrestaties, rechtszaken en intimidatie hebben de partij verzwakt.

Nu richt de druk zich op de top. Een belangrijke rechterlijke uitspraak kan binnenkort een crisis veroorzaken binnen de CHP — mogelijk met het vertrek van leider Özgür Özel en interne conflicten als gevolg.

Als dat gebeurt, hoeft Erdogan niet eens zelf te winnen. Hij kan simpelweg toekijken hoe zijn tegenstanders elkaar verzwakken. Het wordt dan erg moeilijk voor de achterbannen van de DEM en de CHP om samen te werken.

Turkije blijft ondertussen een EU-kandidaat en een belangrijke NAVO-partner. Dat geeft Erdogan invloed, zonder dat hij echt verantwoording hoeft af te leggen zoals EU-landen dat moeten. Hij zit dicht genoeg bij het Westen om zware sancties te vermijden, maar ver genoeg om zich weinig van de regels aan te trekken.

Het verhaal van Orbán eindigt met de EU die ingrijpt. Het verhaal van Turkije zal waarschijnlijk anders aflopen, tenzij er grote veranderingen komen.

Dit erkennen is geen pessimisme, maar realisme — en nodig om sterkere democratische strategieën te ontwikkelen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -