In de middag verzamelden we ons in de Fatih-moskee aan de Rozengracht in Amsterdam. In 1981 is deze katholieke kerk omgedoopt tot een moskee. Het is zeker een van de mooiste moskeeën in Nederland. Nu was er een djenaze-gebed. De vader van een vriend van mij was overleden. Schouder aan schouder stonden we in rijen binnen voor zijn kist. Bij andere moskeeën wordt deze dienst buiten gedaan, maar de Fatih-moskee heeft geen buitenruimte. Als je de deur uitstapt, sta je in de drukke Rozengracht. Voor het gebed memoreerde de imam dat Abdurrahman amca in 1981 een belangrijke rol had gespeeld bij het verkrijgen van deze moskee. Na het gebed hebben we de drie zonen gecondoleerd. Zij zouden dezelfde dag naar Turkije gaan om hun vader in zijn geboortegrond te begraven.
In de avond was er een iftar voor de schrijvers van de Kanttekening in Rotterdam. Tayfun Balcik vertelde over het overlijden van zijn vader. Hij was twee weken geleden aan het begin van de ramadan overleden. Ze hadden het djenaze-gebed in een andere moskee in Amsterdam gehouden. Tayfun wilde de foto van zijn vader in de kantine plaatsen. Enkele familieleden en kennissen reageerden dat dat van het geloof niet mocht. Tayfun keek naar de muren van de ruimte. ‘En de foto’s van die politieke leiders dan?’ Daarop reageerden ze dat de foto van zijn vader voor deze keer wel mocht.
‘Wanneer moeten we het eten anders uitdelen?’
Verder vertelde Tayfun dat ze eten hadden besteld en dat gingen uitdelen. Verbaasd reageerde ik met: ‘Hebben jullie in de middag in de ramadan in een moskee eten uitgedeeld?’ ‘Wanneer moeten we het eten anders uitdelen?’ zei hij. Ik legde uit dat begrafenisdiensten overdag in de ramadan zonder consumptie zijn.
Tineke Bennema memoreerde dat in Palestina eten door de buren naar het huis van de overledene werd gebracht. Wij zeiden dat dat in Turkije eigenlijk ook zo was. Op veel plekken zal het nog steeds zo zijn. Maar met de thuisbezorgisering van de samenleving wordt tegenwoordig vaak eten voor de hele groep besteld.
Mijn gedachten gingen naar de begrafenis van mijn grootvader in 2008 in Istanbul. Voor de condoleancebezoeken van de mannen was er een tent voor het huis geplaatst. Maar het was mooi weer. Twee lange rijen tafels en stoelen waren naast de tent geplaatst.
Het bestelde eten kwam. Mijn oom fluisterde in mijn oor dat de gegoede mensen aan een tafelrij zaten en dat de armere mensen aan de andere tafels. Hij stelde voor om het eten eerst aan de armen uit te delen. Ik antwoordde dat hij eerst aan de rijken kon uitdelen. De armen waren het toch gewend.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

