7.2 C
Amsterdam

Jaswinder Singh (SP): ‘Utrecht dreigt een yuppen-stad te worden’

Lees meer

Jaswinder Singh (47) is al meer dan twintig jaar actief voor de SP en nu lijsttrekker in Utrecht. Volgens hem koestert het stadsbestuur met een links imago, maar laat het bewoners die onder druk staan in de steek. Wat wil hij veranderen voor Utrechters?

De SP kende in Utrecht moeilijke jaren, met interne onrust en het verlies van haar zetel in de gemeenteraad. Toch ziet Jaswinder juist ruimte voor een hernieuwd links geluid in de stad. Volgens hem wordt Utrecht steeds duurder, verdwijnt sociale huur in rap tempo en voelen veel bewoners zich onvoldoende gehoord door de politiek. In gesprek met de Kanttekening spreekt hij over de woningcrisis, ongelijkheid, discriminatie en de groeiende afstand tussen bestuur en buurt. Ook legt hij uit waarom volgens hem links alleen geloofwaardig kan zijn als het niet alleen progressief klinkt, maar ook daadwerkelijk opkomt voor mensen die moeite hebben om in de stad te blijven wonen.

Wie ben je en wat doe je?

‘Ik ben Jaswinder Singh en ik werk in het dagelijks leven als wijkadviseur bij een woningcorporatie. Daarnaast ben ik al vijf jaar voorzitter van de SP-afdeling Utrecht en nu ook lijsttrekker.’

Wat bracht je ooit naar de SP?

‘Ik werd lid in een tijd waarin het asielbeleid steeds harder werd en mensen zonder papieren verder in de verdrukking kwamen. Ik demonstreerde toen vaak samen met SP’ers in Amsterdam. Op een gegeven moment zeiden ze: je bent hier toch steeds, waarom word je geen lid? Zo is het begonnen.

Wat mij aansprak, was dat de SP een van de weinige partijen was die echt tegengas gaf tegen de groeiende tweedeling in de samenleving. Partijen die zichzelf links noemen, zoals de PvdA, gaven daar in mijn ogen juist ruimte aan.’

Hoe ben je van lid doorgegroeid naar lijsttrekker?

‘Na verkiezingen waarin de SP het moeilijk had, zag ik de polarisatie in Nederland verder toenemen. Ik vond dat de SP daar wel een antwoord op had, maar vond dat het antwoord onvoldoende uit de verf kwam. Toen dacht ik: ik kan blijven klagen, of ik kan zelf actief worden.

Tijdens en na de coronaperiode ben ik meer vergaderingen en bijeenkomsten gaan bezoeken. Zo kreeg ik een beter gevoel bij hoe de afdeling werkte. Tegelijk zag ik ook dingen die me teleurstelden: veel praten, weinig concreet doen. In Utrecht leidde dat af van waar de SP voor hoort te staan.

‘We hebben nu een nieuwe leider die duidelijker een linkse koers uitzet’

Toen het conflict tussen de landelijke partij en ROOD (vroegere jongerenafdeling van de SP, red.) speelde, viel een deel van het bestuur in Utrecht weg. Er moest een nieuw bestuur komen, en toen heb ik mijn hand opgestoken om te helpen. Zo ben ik voorzitter en uiteindelijk ook lijsttrekker geworden.’

Hoe kijk je terug op het conflict rond ROOD in Utrecht?

‘Ik heb dat conflict niet echt van dichtbij meegemaakt, omdat ik toen net actief werd. Maar wat ik wel positief vind, is dat de verhouding tussen de jongeren en de afdeling in Utrecht goed is gebleven. Er is hier geen harde breuk ontstaan. We hebben nog steeds goed contact met elkaar en hebben elkaar ook praktisch geholpen waar dat nodig was.’

Heeft dat interne conflict eraan bijgedragen dat de SP geen zetels meer heeft in de raad?

‘Nee, dat is te simpel. Na dat conflict haalde de SP bij de gemeenteraadsverkiezingen immers nog gewoon een zetel. Die kwam terecht bij Yvonne Hessel, die kort daarna brak met de partij en onder de naam Utrecht Solidair verder ging in de raad.

Hessel zei destijds dat ze de socialistische idealen van de SP bleef onderschrijven, maar dat de interne organisatie van de partij haar werk onmogelijk maakte. Wij hebben daar ook van geleerd. Je moet ervoor zorgen dat je mensen naar voren schuift die echt geworteld zijn in de partij en binding hebben met de afdeling en haar idealen. Anders maak je jezelf als partij kwetsbaar.’

‘Je ziet in Utrecht bovendien sterk dat wanneer de SP landelijk goed draait, dat lokaal ook helpt. En als het landelijk minder gaat, voel je dat hier ook. Utrecht is zo’n grote stad dat je dat als lokale afdeling niet helemaal kunt compenseren.’

De SP verliest landelijk al langer terrein. Maak je je zorgen over de toekomst van de partij?

‘Zorgen zijn er altijd, maar ik zie ook redenen voor hoop. In sommige gebieden heeft de partij zich juist herpakt. En we hebben nu een nieuwe leider die duidelijker een linkse koers uitzet.

Wat je ook ziet, is dat veel partijen als links worden gezien, terwijl hun beleid in de praktijk vaak gewoon rechts of liberaal is. Dat heeft links als geheel verzwakt. Als je mensen links belooft en vervolgens rechts beleid voert, raak je vertrouwen kwijt.’

Kun je dat concreet maken voor Utrecht?

‘Ja. Utrecht wordt vaak een linkse stad genoemd, maar als je kijkt naar het woonbeleid zie je iets anders. Het aandeel sociale huur is gedaald van ongeveer 40 procent naar 31 procent. Tegelijk blijft het college praten over een “betaalbaar Utrecht”. Maar de praktijk laat het tegenovergestelde zien.

‘Op papier doet de gemeente veel’

Projectontwikkelaars krijgen veel ruimte. Er wordt te snel meegegaan in hun wensen, terwijl de gemeente juist steviger zou moeten zijn over sociale woningbouw. Ook beleid dat verkoop van sociale huur moest tegengaan, is losgelaten. Dat laat zien dat er een groot verschil is tussen woorden en daden.’

Wat gaat er volgens jou mis in krachtwijken als Overvecht en Kanaleneiland?

‘Op papier doet de gemeente veel. Er zijn nota’s over wonen, armoede en participatie, maar in de uitvoering gaat het mis.

Neem Overvecht. Daar wil de gemeente veel nieuwbouw realiseren, terwijl tegelijkertijd sociale huurwoningen worden gesloopt. Dan wordt gezegd dat er sociale huur voor terugkomt, maar dat worden kleinere woningen, vooral geschikt voor alleenstaanden of jongeren, terwijl gezinnen juist uit de wijk verdwijnen. Tegelijk verrijst er nieuwbouw voor mensen met een veel hoger inkomen. Zo dreigt een wijk die van oudsher betaalbaar is steeds minder toegankelijk te worden voor gewone Utrechters met een smalle of middenbeurs.’

Hoe zou de SP het anders doen?

‘Allereerst: niet op deze manier. Toen de SP eerder deel uitmaakte van het college, zijn er juist veel sociale huurwoningen opgeleverd. Dat kwam doordat er duidelijke afspraken werden gemaakt met corporaties en ontwikkelaars.

Wij zeggen: als corporaties woningen willen verkopen, dan moet daar ook nieuwe bouw tegenover staan. Je moet helder zijn over wat je van elkaar verwacht. Hetzelfde geldt voor projectontwikkelaars: verkort procedures, maak duidelijke eisen, zorg voor tempo én duidelijkheid. Als iedereen weet waar hij aan toe is, kun je sneller en socialer bouwen.’

Heb je zelf discriminatie meegemaakt in Utrecht?

‘Ja, al is het lang geleden. Ik herinner me nog goed dat ik met een paar vrienden uitging. Een witte vriend liep voorop en mocht naar binnen. Zodra de portier zag dat wij erachteraan kwamen, ging de deur dicht. Dat soort ervaringen vergeet je niet.

Daarnaast hoor ik ook verhalen van jongeren die het gevoel hebben dat ze binnen gemeentelijke organisaties of aanverwante diensten minder kansen krijgen op een vast contract als ze geen Nederlandse achternaam hebben. Ik kan niet alles persoonlijk bewijzen, maar zulke signalen moet je wel serieus nemen.’

Hoe moet de gemeente omgaan met spanningen tussen bewoners en politie?

‘Je moet twee dingen tegelijk kunnen doen. Discriminatie moet je keihard aanpakken. Maar je moet niet het hele instituut politie wegzetten. De politie en de rechtsstaat zijn belangrijke pijlers van de democratie.

Ik werk zelf veel samen met wijkagenten en zie ook veel goede dingen. Juist wijkagenten zijn belangrijk, omdat zij contact opbouwen in buurten. Wat mij betreft moeten er meer wijkagenten komen, zodat er meer vertrouwen ontstaat tussen inwoners en politie.

‘De politie en de rechtsstaat zijn belangrijke pijlers van de democratie’

Daarnaast moet de gemeente klachten over discriminatie serieus onderzoeken, transparant communiceren en zorgen dat mensen met elkaar in gesprek kunnen. Als groepen alleen nog tegenover elkaar staan, wordt elke handeling negatief uitgelegd.’

Utrecht heeft het imago van een witte, hoogopgeleide binnenstad. Herken je dat?

‘Ja, dat beeld herken ik wel. En dat is ook precies waarom wonen zo belangrijk is. Als je te weinig sociale huur bouwt en mensen met lagere inkomens de stad uitdrukt, dan krijg je vanzelf een eenzijdige stad.

Utrecht dreigt een yuppenstad te worden, in plaats van een stad van iedereen. Dat zie je niet alleen in woningbouw, maar ook in de manier waarop de stad wordt ingericht. Er wordt vaak ontworpen vanuit een bubbel, te weinig vanuit de bewoners zelf.’

Hoe zorg je ervoor dat mensen zich ook ná de campagne gehoord voelen?

‘Door niet alleen verkiezingspraat te houden, maar echt in de wijken aanwezig te zijn. Ook zonder raadszetel hebben we dingen bereikt. In Kanaleneiland dreigde een gezondheidscentrum te verdwijnen. Samen met bewoners en zorgverleners hebben we daar actie op gevoerd. We haalden duizenden handtekeningen op en voerden de druk op. Uiteindelijk bleef het centrum behouden.

Hetzelfde gebeurde in Overvecht, waar bewoners in actie kwamen tegen bebouwing van een belangrijk groen plein. Ook daar hebben we samen met bewoners druk gezet. Dat is wat de SP moet doen: luisteren, organiseren en samen problemen oplossen.’

Is het stadsbestuur volgens jou blind voor wat bewoners nodig hebben?

‘Ik denk vooral dat het college te vaak eerst kijkt naar geld en belangen van grote partijen, en daarna pas naar bewoners. Utrecht wordt bestuurd alsof het links is, maar veel beleid is dat gewoon niet. Bewoners moeten vaak eerst in verzet komen voordat het bestuur in beweging komt.’

Hoe kijk je naar burgemeester Sharon Dijksma?

‘Soms doet ze dingen goed, maar vaak vind ik haar erg onzichtbaar. Je ziet haar vooral bij grote dossiers of in de media, minder in de stad zelf. Ik heb niet het gevoel dat Utrecht altijd vooropstaat.

Bij sommige gevoelige dossiers had ik ook verwacht dat ze handiger en zorgvuldiger zou opereren. Dan zie je toch dat ze vooral bestuurlijk denkt, en minder vanuit wat er leeft onder bewoners.’

Nederland verrechts. Heb je nog hoop voor links?

‘Hoop moet je altijd houden, maar links moet dan wel echt links durven zijn. Partijen die zichzelf links noemen, moeten ook beleid voeren dat mensen merken in hun portemonnee, woning en zorg. Zolang partijen mooie sociale woorden gebruiken maar ondertussen liberaal beleid voeren, blijft rechts groeien.’

Hoe kijk je naar de omgang van Utrecht met Palestina-protesten?

‘Ik snap heel goed dat veel mensen het gevoel hebben dat er te weinig gehoor was. Bij de bezetting aan de universiteit hebben wij ook opgeroepen: luister naar de studenten. Dat gebeurde te weinig.

Dat voedt de twijfel of Utrecht werkelijk zo links is als het zichzelf graag noemt. Tegelijk blijft het voor mij ook een stad waar veel goede dingen zijn. Ik woon hier sinds 1992 en heb me nooit een buitenstaander gevoeld. Dat is ook belangrijk om te zeggen.’

Er was onlangs ook ophef over een extreemrechtse manifestatie in de stad. Hoe kijk je daarnaar?

‘Dat was in mijn ogen geen gewone demonstratie, maar eerder een provocatie. Zulke groepen moet je niet in je stad willen hebben. Tegelijk is het bestuurlijk soms ingewikkeld: als je zoiets verbiedt, geef je ze mogelijk nog meer aandacht en slachtofferschap.

Dat is een dilemma. Je wilt extreemrechts geen ruimte geven, maar ook geen extra zuurstof. Ik snap dus dat daar bestuurlijke afwegingen bij komen kijken, al blijft mijn politieke oordeel helder: neonazi’s moet je niet willen normaliseren.’

Stel dat je over vier jaar terugkijkt vanuit de raad. Wat moet er dan veranderd zijn?

‘Drie dingen. Ten eerste: meer echte betaalbare woningen en meer sociale huur. Betaalbaar is voor mij niet twaalfhonderd of dertienhonderd euro per maand. Dat is voor veel mensen onbetaalbaar.

‘Ik wil dat Utrecht weer de stad van iedereen is’

Ten tweede: bewoners moeten weer serieus genomen worden. Nu is participatie vaak schijnparticipatie. Er wordt geld uitgegeven aan trajecten, maar als bewoners iets anders willen dan het bestuur, wordt daar alsnog overheen gewalst.

Ten derde: de zorg. Thuiszorg en ondersteuning moeten veel meer terug in publieke handen. Dan kun je beter sturen op kwaliteit, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en menselijke zorg.’

Wat is jouw ideale Utrecht?

‘Een Utrecht waar iedereen zich thuis voelt. Of je nu rijk bent of arm, zwart of wit, gelovig of niet-gelovig, maar dat je voelt: dit is ook mijn stad. Dat gevoel dreigt nu te verdwijnen, omdat Utrecht steeds meer een stad voor een bepaalde groep wordt. Ik wil dat Utrecht weer de stad van iedereen is.’

Tot slot: waarom moeten mensen op de SP stemmen?

‘Omdat wij een partij zijn die niet alleen idealen heeft, maar ook mensen organiseert. Andere partijen zeggen vaak de juiste dingen, maar wij zitten echt in de wijken, luisteren en bouwen samen met bewoners druk op. Daardoor kunnen we de politiek naar links trekken. En juist dat ontbreekt nu in de raad.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -