8.3 C
Amsterdam

Schuldenexpert Jamal Oulel: ‘De overheid denkt dat jongeren spaargeld hebben’

Anne-Rose Hermer
Anne-Rose Hermer
Journalist.

Lees meer

Jamal Oulel schreef het boek De schuldenfabriek voor ieder die met schuldenaren en schuldeisers te maken heeft. Met zijn stichting Socialdebt helpt hij jongeren met schulden tot 2.500 euro. 

Hoe amusant hij het ook vond om te doen, het schrijven van het boek De schuldenfabriek was niet zijn idee. Oulel publiceerde regelmatig teksten over Socialdebt op LinkedIn, wat met aandacht werd gelezen door Eva van Drie, redacteur bij uitgeverij Atlas. Zij heeft Jamal Oulel benaderd met de vraag of hij een boek wil schrijven over zijn ervaringen. Dat heeft hij gedaan, maar heeft daarin ook zijn eigen problemen met schulden beschreven. De (negatieve) dingen die hij heeft meegemaakt, hebben deels tot de oprichting van Socialdebt geleid. Zo heeft hij ooit hulp gevraagd bij de gemeente Rotterdam tijdens zijn schuldenperiode, maar hij moest het zelf uitzoeken omdat zijn problemen niet groot genoeg waren. Terwijl uit het boek blijkt dat ingrijpen als de schulden nog te overzien zijn, zo belangrijk is. Socialdebt helpt jongeren wel, maar er zijn een paar voorwaarden aan verbonden. De schuld mag niet hoger zijn dan 2.500 euro én je moet het terugbetalen, maar zonder rente of bijkomende kosten. Met dat geld kan weer iemand anders worden geholpen. En je moet bereid zijn om iets aan je situatie te doen. Je wordt begeleid en indien nodig leer je ook hoe je met geld moet omgaan. Dat heeft niet iedereen thuis geleerd.

Geen lesgeld, geen diploma

‘Veel jongeren komen in problemen omdat ze hun zorgverzekering niet betalen. Daar begint het vaak mee, vooral als ze kerngezond zijn. Als je wat mankeert, is het wat anders. Studerende jongeren hebben meestal zorgtoeslag, maar op het moment dat die gestort wordt, moeten er regelmatig andere dingen worden betaald. De zorgtoeslag wordt in de praktijk ergens anders voor gebruikt, met als gevolg dat er een betalingsachterstand ontstaat.’

Onwetendheid over wat incassobureaus wel en niet mogen doen, speelt ook een belangrijke rol. ‘Sommige incassobureaus doen alsof iets een dagvaarding is. Alleen deurwaarders mogen dagvaardingen betekenen. Boven een dwangbevel staat altijd ‘In naam van de Koning’.’

Iets anders wat veel jongeren niet weten, is dat je er beter aan doet om te verschijnen als je wordt opgeroepen bij de rechtbank omdat je iets niet hebt betaald. Ben je niet aanwezig, dan wordt de vordering vrijwel altijd toegewezen. ‘Naar de rechtbank moeten betekent in de praktijk vaak dat je bijvoorbeeld vrij moet nemen van je stage of niet naar verplichte lessen kunt gaan. Bovendien komt er ook bij dat een rechtbank in de beleving van jongeren iets is voor criminelen. Het woord ‘schulden’ impliceert op de een of andere manier dat je schuldig bent, wat lang niet altijd zo is.’

In het boek geeft Oulel verschillende malen voorbeelden van de ongelijkheid onder studenten aan de hand van twee fictieve personages, Bas en Elisa. Bas’ ouders hebben een goede baan. Hij hoeft geen cent te lenen en kan tijdens zijn studie al beginnen met het leggen van de basis voor een netwerk voor later. Elisa heeft geen hulp van thuis omdat die er niet is. Ze woont zelfstandig, moet zo veel mogelijk werken naast haar studie en belandt desondanks in de schulden. Hebben onderwijsinstellingen voldoende begrip voor het feit dat er steeds meer ouders zijn die hun kinderen niet financieel kunnen helpen en er wel naast de opleiding gewerkt móét worden?

‘Nee, helaas niet. Wat wij bij Socialdebt regelmatig meemaken, is dat studenten die geslaagd zijn voor hun opleiding hun diploma niet krijgen omdat er éérst nog openstaand lesgeld betaald moet worden. In de praktijk gaat het vaak om een paar honderd euro, die de studenten wél hebben als ze dankzij dat diploma een baan vinden. Of er wordt tegen studenten gezegd dat ze niet verder kunnen met hun studie voordat ze het achterstallige lesgeld hebben betaald. Dit zien we vooral bij hbo-instellingen en een enkele keer bij het wo. Tot nu toe niet bij het mbo. Er zijn zelfs rechters die oordelen dat jongeren met hun opleiding moeten stoppen om te gaan werken om hun schulden te betalen. Volgens mij zou het heel goed zijn als mensen in verband met schulden ergens anders zouden moeten verschijnen dan bij de rechtbank.’

Wat Oulel ook verbazingwekkend vindt, is dat de overheid altijd denkt dat mensen spaargeld hebben. Om te sparen moet je geld óver hebben, wat lang niet iedereen heeft. Studerende jongeren zeker niet.

Moeite met lezen

Steeds meer jongeren hebben moeite met lezen. Op de vraag of er een relatie is tussen leesproblemen en schulden reageert Oulel verrassend. ‘Ik zou het vaak eerder een concentratieprobleem willen noemen. Veel jongeren zitten op sociale media en lezen relatief korte teksten. Daar zijn ze aan gewend geraakt en ze hebben moeite om zich te concentreren bij het lezen van langere teksten. Een brief van een incassobureau is iets waarvoor je even rustig moet gaan zitten. Dat lukt niet altijd.’

Oulel benadrukt, ook in zijn boek, dat het hebben van schulden niet alleen een financieel probleem is. Schulden hebben is net zo goed een mentaal probleem. Het vreet aan je. ‘Als je niet zo stressbestendig bent, kan een brief van een incassobureau je uit balans brengen. Laat staan als je tien brieven ontvangt van tien verschillende deurwaarders in verband met tien openstaande facturen. Huur, energie, zorg. Bij Socialdebt zien we veel tunnelvisie onder deurwaarders. Ze kijken uitsluitend naar hun eigen vordering, terwijl als je die vorderingen naast elkaar legt, er een zekere rangorde ontstaat. De huur is belangrijker dan sommige andere facturen.’

Zinloze beslaglegging 

De schuldenproblematiek kost Nederland 8,5 miljard euro per jaar, maar dat is een voorzichtige schatting. Waarschijnlijk ligt het twee tot drie keer zo hoog, want de schade van schulden is niet altijd direct aanwijsbaar. Oulel benadrukt dat beslaglegging vaak zinloos is. ‘Het heeft een enorme impact op de betrokkenen, maar het levert amper tot niets op. Vooral bij jongeren. Meestal brengt het alleen kosten en ellende met zich mee.’

Een van de gevaren voor financieel kwetsbare mensen is het flitskrediet. Daar zitten vaak heel veel haken en ogen aan, die over het hoofd worden gezien op het moment van nood waarop het wordt afgesloten. Ook creditcards kunnen een valkuil vormen. ‘Je kunt er in veel winkels niet mee betalen. Als je er geld mee opneemt, moet je een kleine boete betalen van rond de vijf euro. Toch is het vaak dé redding om het ene gat met het andere te dichten of om even geld te hebben om te eten.’

Digitaal contact

Socialdebt is er voor jongeren tot 27 jaar met een schuld tot maximaal 2.500 euro. Mochten er bijkomende problemen zijn zoals verslaving, dan helpt Socialdebt je door je door te verwijzen naar andere instanties. Als jongeren schulden hebben boven onze norm, dan spelen er vaak ook andere complexe uitdagingen. In een enkel geval is kwijtschelding van de schulden de enige manier om uit de vicieuze cirkel te komen, maar dat doen we liever niet.

Het contact tussen de jongeren die Socialdebt helpt verloopt hoofdzakelijk digitaal. Ze hoeven niet naar een loket of iets dergelijks te komen, maar ze kunnen wel aangeven hoe laat ze gebeld willen worden door hun toekomstige begeleider. Of videobellen.

‘Het is heel belangrijk dat jongeren de controle weer terugkrijgen. Het gevoel van hulpeloosheid moet doorbroken worden. Dat gaat met kleine stapjes. Vaak durf je, als je schulden hebt, een brief of een e-mail niet te openen. Of je durft je telefoon niet op te nemen als je een onbekend nummer ziet. Ze moeten hun zelfvertrouwen terugkrijgen.’

In sommige gevallen leren de jongeren ook (beter) met geld omgaan. Wat moet je wel doen en wat niet? Oulel zegt in zijn boek niet voor niets dat het veel beter zou zijn als bedragen als huur- en zorgtoeslag niet gestort werden op de rekening van de begunstigde, maar rechtstreeks aan de verhuurder of de zorgverzekeraar werden betaald. Dan kom je ook niet in de verleiding om het voor iets anders te gebruiken. De huur en je zorgverzekering moet je immers altijd betalen.

Bedrijven ontdekken Socialdebt

Socialdebt is een stichting, geen winstgevend bedrijf met een heleboel geld. Ze zijn dus afhankelijk van giften. Steeds meer bedrijven ontdekken Socialdebt en zijn bereid de stichting te steunen. Dat doen ze ook vanwege de vier basisprincipes: schaamte doorbreken door jongeren te bereiken, empoweren en motiveren, menselijkheid centraal stellen en vroegtijdig ingrijpen om te voorkomen dat een sneeuwbal een lawine wordt. Vooral door de bijkomende kosten die incassobureaus rekenen, is deze business zeer winstgevend over de rug van mensen met schulden. Er is sprake van een verdienmodel en daarom spreekt Jamal Oulel van ‘de schuldenfabriek’. Het is niet voor niets dat dit de titel van zijn zeer leerzame boek is geworden. Een must voor iedereen die veel met jongeren werkt.

De schuldenfabriek, Jamal Oulel, Business Contact, 160 blz., € 22,99

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -