10.8 C
Amsterdam

Miet Ooms en Professor Soortkill in gesprek over veranderende taal

Anne-Rose Hermer
Anne-Rose Hermer
Journalist.

Lees meer

In de Rotterdamse boekhandel Donner gingen de Vlaamse neerlandica Miet Ooms en schrijver Professor Soortkill uit de Bijlmer in gesprek over veranderende taal. ‘Streetslang geeft wat aroma.’

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan?’ Dit is een zin uit ongeveer 1075 en geldt als de oudste bekende Nederlandse zin. De betekenis is: hebben alle vogels nesten begonnen? Op deze zin baseerde Miet Ooms de titel van haar boek Van vogala tot noncha, het historische verhaal van de Nederlandse taal.

Het was de bedoeling dat ze in discussie zou gaan met Professor Soortkill uit de Bijlmer. Soortkill, een pseudoniem, is geen officiële professor, wat hij er eerlijk bij zegt, maar op het gebied van smibologie is hij wel een autoriteit. Hij schreef drie boeken over het Smibanees, de straattaal die in de Bijlmer wordt gesproken.

Professor Soortkill. Beeld: AT5/YouTube

Maar waarom moet je zijn boeken achterstevoren lezen? ‘Ik ben niet zo’n lezer en had vooral manga’s gelezen. Die stripboeken worden van achteren naar voren gepubliceerd, en dat heb ik overgenomen.’

Professor Soortkill arriveerde door verkeersdrukte te laat, waardoor het programma moest worden aangepast. De Orde van den Prince schakelde snel. De organisatie houdt regelmatig bijeenkomsten over taal en cultuur in Nederland en Vlaanderen, met meer dan honderd afdelingen, waaronder één in Rotterdam. Deze discussie vond plaats bij Boekhandel Donner en ging over dialecten, straattaal en taalontwikkeling.

‘Voor het eerst van mijn leven realiseerde ik me dat ik met een accent sprak’

Aad van den Ende, is een gepensioneerd docent Nederlands en een rasechte Rotterdammer uit het Oude Noorden. Hij is de zeventig gepasseerd en noemt zijn wijk een arbeiderswijk.

Netter spreken

Op een dag ging de jonge Aad met zijn klas op schoolreis. Daar werd altijd naar uitgekeken, want tijdens zo’n reisje dronken veel jongens hun eerste biertje. In de jaren zestig mocht dat nog onder de 18 jaar. In een café vroeg de bardame of hij uit Rotterdam kwam. ‘Voor het eerst van mijn leven realiseerde ik me dat ik met een accent sprak.’

Een van de interessante conclusies van de bijeenkomst is dat mensen met een accent vaak netter gaan praten zodra ze gaan werken. Zeker in een werkomgeving waar verzorgd taalgebruik de norm is. Ze passen zich aan om hun baan te behouden of om door te groeien. Als ze met pensioen gaan, laten ze dat nette spreken vaak weer los.

Over het algemeen wordt het netste Nederlands gesproken door mensen tussen de 20 en 67 jaar. Veel mensen beheersen bovendien meerdere ‘registers’. Taal is namelijk registergevoelig. Dat betekent dat je je taalgebruik aanpast aan de situatie.

Op je werk praat je vaak anders dan privé. Op school spreek je anders met een docent dan met vrienden onderling. Bewust of onbewust pas je je taalgebruik aan, zodat het past bij de situatie. Zo ben je vaak bewuster met taal bezig dan je zelf denkt.

Maatschappelijke ladder

Wie kent ze niet, de stripfiguren van Willy van der Steen. Althans, we denken dat we ze kennen. Suske en Wiske hebben een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt en auteur Miet Ooms heeft die in haar boek Van Vogala tot noncha uitgebreid belicht.

‘Toen de verhalen van Willy van der Steen over Suske en Wiske begonnen, woonden ze bij hun tante Sidonie in een arbeiderswijk in Antwerpen. Ze spraken ook het dialect van deze omgeving. Aanvankelijk verscheen de strip in een Vlaamse krant en later ook in een Nederlandse. Alleen kregen de Nederlandse lezers noodgedwongen ‘ondertiteling’ omdat dit dialect hen onbekend was. Als een verhaal was afgelopen, verscheen het in de vorm van een album. Dat zou te dik worden als al die ondertitelingen er ook in verwerkt werden, dus verschenen er twee versies: de Vlaamse en de Nederlandse.’

‘Ze wonen niet meer in een arbeiderswijk en ze spreken netter’

Dit bleef zo doorgaan tot begin jaren zestig. Toen wilde de uitgever naar één versie toe, vertelt Ooms. ‘Het eerste stripboek nieuwe stijl begint met een scène waarin Suske, Wiske, Lambiek en tante Sidonie zitten te picknicken en tante aankondigt dat ze voortaan Sidonia genoemd wil worden. Bovendien merk je dat Suske en Wiske maatschappelijk opklimmen. Ze wonen niet meer in een arbeiderswijk en ze spreken netter.’

Een en ander blijkt ook te maken te hebben met een campagne die in die jaren in Vlaanderen gaande was om Algemeen Beschaafd Nederlands te gebruiken. Nederlands kreeg een prominentere plek naast het Frans. Dit had ook invloed op Suske en Wiske.

Kinderen uit ’t Gooi

Miet Ooms. Beeld Studium Generale Maastricht University/YouTube

Kinderen voor Kinderen, een kinderkoor van notabene de VARA (een omroepvereniging die voortkomt uit de arbeidersbeweging, red.), kreeg op een gegeven moment kritiek. Om mee te mogen zingen, zou je een duidelijk bekakte ‘r’ moeten hebben. Toch was dat nooit de bedoeling, blijkt uit onderzoek van Miet Ooms.

‘De omroep wilde een kinderkoor samenstellen met kinderen uit heel Nederland, maar dat bleek organisatorisch niet haalbaar’, vertelt Ooms. ‘Daarom kwamen kinderen al snel uit de buurt, namelijk ’t Gooi. Vaak ging het om kinderen van omroepmedewerkers. Kinderen uit de randen van Nederland, zoals Limburg en Groningen, vielen buiten de boot. In strijd met de opzet, maar het is wel zo gelopen.’

Jongerentaal

Het onderwerp van de avond verschuift naar jongerentaal. Jongerentaal bestaat al lang en woorden blijven vaak maar kort populair. Zodra ‘oudere’ mensen ze overnemen, laten jongeren ze weer vallen. Een verschil met vroeger is dat jongerentaal en straattaal de laatste jaren vaker worden vastgelegd en gepubliceerd.

Miet Ooms deed hier uitgebreid onderzoek naar. Op TikTok zijn bijvoorbeeld filmpjes te zien van een makelaar die in jongerentaal huizen aanprijst. Dat is vaak komisch, maar niet alle jongeren vinden dat grappig.

Ze spraken geen Vlaams en ook elkaars taal niet

Woorden kunnen ook iets anders betekenen dan in de gewone spreektaal: ‘sok’ kan bijvoorbeeld een condoom zijn. Soms zit het verschil in de uitspraak, zoals bij ‘glamour’, dat Vlaamse jongeren op de Franse manier uitspreken. Ook worden woorden omgedraaid (‘merci’ wordt ‘cimer’) en spelen invloeden uit andere talen een rol.

Er zijn meer voorbeelden van nieuwe talen die ontstaan, vertelt Ooms. In de Vlaamse stad Genk, oorspronkelijk een dorp, vestigden zich in de jaren zestig gastarbeiders uit onder meer Spanje, Turkije en Griekenland. Ze spraken geen Vlaams en ook elkaars taal niet. Zo ontstond geleidelijk een nieuwe mengtaal die je vooral in Genk hoort.

Bijlmer voelt als een dorp

Professor Soortkill legt uit dat de Bijlmer in de praktijk geen onderdeel van Amsterdam is, maar meer voelt als een dorp. En dat dorp heeft een eigen taal. Net als straattaal, die overal in Nederland verschilt, heeft het Smibanees invloeden uit onder andere het Surinaams en Marokkaans.

In zijn verhaal komt ook iets terug wat Miet Ooms eerder zei: ‘Taal heeft drie pijlers: informatie uitwisselen, identiteit uitdrukken en emotie tonen.’

Professor Soortkill zegt dat hij zich in het Smibanees soms beter kan uitdrukken. Sommige woorden zeggen meer dan een lang verhaal in traditioneel Nederlands, dat hij overigens goed beheerst. Dat is het punt niet.

‘Taal is een middel om iets te bereiken’

‘We denken te veel na over dingen waar we niet te veel over hoeven na te denken. Zolang je elkaar begrijpt, is het goed. Taal is een middel om iets te bereiken. Op school zei iemand dat ik met mijn manier van praten nooit werk zou vinden. Waarop ik zei dat ik ook geen werk ging zoeken.’

Doekoe

Inmiddels heeft Professor Soortkill — wat in het Smibanees ‘een soort kerel’ betekent — zijn eigen werk gecreëerd als auteur en spreker. Ook hij wijst erop dat sommige woorden uit jongerentaal via bijvoorbeeld muziek in de gewone spreektaal terechtkomen.

Zo had Def Rhymz ooit een hit met ‘Doekoe’, straattaal voor geld. Het woord komt uit het Sranantongo. Is dat volgens de professor een goed voorbeeld van hoe een woord uit straattaal via muziek bekend wordt?

‘Destijds wel,’ vindt hij. ‘Streetslang is je eigen manier van praten omarmen. Het geeft wat specerijen aan je taal. Wat aroma.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -