14.4 C
Amsterdam

Jonge moslims zoeken een moskee die bij hen past

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Een moskee waar Nederlands de voertaal is en die aansluit bij de Nederlandse samenleving: veel jonge moslims hebben daar behoefte aan. Waar ouderen graag een moskee uit hun geboorteland bezoeken, treffen jongeren elkaar vaker buiten deze gemeenschap, op zoek naar wat hen verbindt in Nederland.

Het is een van de laatste dagen van de ramadan. In de Centrum Middenweg-moskee in Rotterdam Noord heeft zojuist het taraweeh-gebed plaatsgevonden, maar het café in de gemeenschappelijke ruimte zit nog steeds bomvol. Het is laylat-al-qadr, er zullen nog meer gebeden volgen. Maar het is er vooral ook gezellig. De chebakia-koekjes gaan als warme broodjes over de toonbank en de hippe smoothies zijn een welkome verfrissing na een dag vasten.

Hier zitten vooral jonge moslims, waarmee ook gelijk de enige gemene deler is genoemd. Een dominante etnische afkomst is er niet, uniformiteit in kleding ook niet. Groen is een populaire kleur bij de dames, maar ook paars, rood en zwart sieren de ruimte. Er komt een man binnenlopen in pak. Niemand kijkt er van op.

‘Dit is wel een hippe moskee hoor’, klinkt het vanuit de rij voor de koffie. ‘Een beetje zoals de protestantse kerk.’ Ooit was dit pand in Rotterdam Blijdorp inderdaad een kerk voor de Apostolische Genootschap, maar dit veranderde in 2013, toen het gekocht werd door Jacob van der Blom. Hij stichtte als bekeerling de eerste etnisch overstijgende moskee in Rotterdam.

‘We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging’

‘Mijn vrouw en ik zijn beiden bekeerd. We hadden geen schoonfamilie die bijvoorbeeld naar de Turkse of Marokkaanse moskee ging. We moesten echt zelf ontdekken wie we waren als moslim. Op een gegeven moment bedacht ik dat er een moskee moest komen waar etnische afkomst er niet toe doet. Gewoon, een moskee voor iedereen’, vertelt Van der Blom.

Etnisch overstijgend

‘Was jij vorige week niet in de Essalam Moskee?’, vraagt een jonge bekeerling aan haar tafelgenoot. ‘Ja, ik bezoek graag verschillende moskeeën, zo ontmoet je nog eens iemand’, zegt haar buurvrouw, van Marokkaanse afkomst. Ze zoeken elkaar op Instagram, de connectie is gemaakt. ‘Misschien zien we elkaar later deze week.’

De Centrum Middenweg-moskee organiseert koffieochtenden voor moeders met jonge kinderen. Beeld: Facebook

Wat in Centrum Middenweg zichtbaar is, staat niet op zichzelf. Volgens politicoloog Roemer van Oordt, die langlopend onderzoek doet naar de reacties op de institutionalisering van de islam in Nederland, is er onder jonge moslims een groeiende behoefte aan dit soort initiatieven. Veel jonge moslims genieten van het sociale aspect van het moskeebezoek en dit hoeft voor hen niet per se de moskee naast de deur te zijn, of waar familie en vrienden komen. Veel van hen zijn juist op zoek naar ontmoetingen buiten de eigen gemeenschap.

‘Veel jongeren zijn zich de afgelopen decennia nadrukkelijker gaan richten op de islam als verbindende factor. Ze zijn zich af gaan vragen wat nu precies culturele en wat religieuze aspecten zijn. Vooral na 9/11, toen de islam en moslims  steeds meer onder een vergrootglas  kwamen te liggen en als veiligheidsprobleem werden weggezet. Veel jonge moslims gingen als reactie op zoek naar ‘de pure islam’, wars van de culturele gewoonten en gebruiken.’

‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt’

Hierin is duidelijk sprake van een generatiekloof, merkt Van Oordt op. ‘Waar ouderen vaak juist behoefte hebben aan verbinding met de gemeenschap uit hun geboorteland, zijn veel jongeren geboren en/of opgegroeid in Nederland. Ze spreken lang niet altijd de taal die in de moskee van hun gemeenschap wordt gesproken en zijn op zoek naar wat hen als moslim verbindt in de Nederlandse samenleving.’

Een van de meest zichtbare uitingen van die kloof is taal. In veel moskeeën wordt gepredikt in het Arabisch, Turks of een andere taal uit het land van herkomst. Voor een groeiende groep jongeren vormt dat een barrière. Ze komen naar de moskee omdat het van ze wordt verwacht, maar ze halen er weinig uit.

Essalem Moskee 

Dat is anders in de Essalam Moskee in Rotterdam Zuid. Op een vrijdagmiddag buiten de ramadan stroomt het hier snel vol. De een-na-grootste moskee van Nederland biedt ruimte aan 1500 bezoekers en dat is geen overbodige luxe. Zowel de gebedsruimte voor mannen als voor vrouwen zijn tot de nok gevuld, voor laatkomers is het zoeken naar een plekje. Het is een Marokkaanse moskee, maar de imams prediken in twee talen: eerst in het Arabisch, daarna wordt de vrijdagspreek nog eens herhaald in het Nederlands. ‘Daar ben ik blij mee, want ik spreek geen Arabisch’, lacht een jonge moskeeganger.

Die behoefte aan begrijpelijke preken leeft breed onder jongeren; ook bezoekers van de Centrum Middenweg-moskee bevestigen dat. Ze hechten waarde aan het vrijdaggebed, maar willen ook begrijpen wat er wordt gezegd — en er iets uit meenemen voor hun dagelijks leven. ‘Ik denk vaak nog lang na over wat de imam zegt. Daar haal ik kracht uit’, vertelt Zohra, een jonge vrouw van Afghaanse afkomst.

‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands’

Op vrijdag gaat ze meestal naar Centrum Middenweg, waar de preek volledig in het Nederlands  gegeven wordt. ‘Er is wel een Afghaanse moskee, maar die is niet hier in de buurt. Bovendien spreken de preken in deze moskee mij aan. Er is hier veel aandacht voor het leed in Gaza en wat dat met moslims doet. Maar ook de gebedsruimte spreekt me aan, hier zitten de vrouwen achter de mannen in dezelfde ruimte, ze kunnen de imam zien en spreken.’

Gonca, een jonge vrouw van Turkse komaf komt naast haar zitten. Ook zij voelt zich goed op haar gemak in de etnisch overstijgende moskee in Rotterdam Noord. ‘Ik spreek de Turkse taal wel, maar luister toch liever naar de preek in het Nederlands. Dit is anders voor mijn moeder. Haar Nederlands is minder goed. Ze voelt zich meer thuis in de Turkse moskee. Het is goed dat het allebei bestaat’, zegt ze.

Taal is belangrijk, weet Van der Blom. ‘Dat zag ik al in 2001, toen ik zelf moslim werd. Ik ging toen naar de Somalische moskee, waar ik veel leerde over de islam. Maar ik leerde hen dingen over Nederland, die ze niet wisten. Er waren toen nog geen moskeeën waar Nederlands de voertaal was. Het publiek was er toen nog niet. Toen de Blauwe Moskee in Amsterdam voor het eerst de preek ging vertalen, was de reactie heel positief. Toen wist ik: dit gaat werken.’

Culturele taal

Inmiddels zijn er meer imams die inspelen op de behoefte van jongeren, zoals Azzedine Karrat. Om de week predikt hij in de Essalam Moskee, de andere week in het Leidsche Rijn Islamitisch Centrum, altijd in het Nederlands. ‘Voor mij is dat eigenlijk heel vanzelfsprekend. Je wilt toch dat mensen je preek begrijpen? Als je met iemand wilt communiceren, dan doe je dat gewoon in een taal die de ander begrijpt. Als je dat in het klassiek Arabisch doet, begrijpt hooguit de helft van de mensen wat je zegt, ongeacht de nationaliteit van de moskeeganger.’

Het gaat volgens Van der Blom verder dan taal in de linguïstische zin van het woord. ‘Het gaat ook om culturele taal. Iemand kan jouw taal spreken, maar als hij niks van jou begrijpt, kom je ook niet tot een gesprek. Je moet elkaars culturele codes kennen.’

‘Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn’

Hiermee doelt de moskeebestuurder op de taal die jongeren met elkaar verbindt. De taal die ze gebruiken op straat, op school, of op werk. ‘Maar die taal spreken ze misschien niet in de moskee, want daar zou wel eens een oom of ander familielid kunnen zitten die ze in de gaten houdt. Dan gaan ze zich opeens anders voordoen. Dat willen we eigenlijk niet. Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn zonder zich bezig te houden met hoe ze moeten zijn. Zo ontwikkelen ze een sterke persoonlijkheid als Nederlandse moslim.’

Zijn moskee moest dan ook niet alleen etnisch overstijgend zijn, maar ook vooral zonder oordeel over eventuele gedragscodes, legt hij uit. ‘Hier zal niemand je vertellen hoe lang je baard moet zijn of hoe je je sluier draagt. Er komen ook vrouwen zonder hoofddoek. Het punt is: dit soort zaken definieert niet jouw moslim zijn. Soms hebben mensen wel dat idee en dat is funest. Als je alsmaar denkt niet goed genoeg te zijn als moslim, doet dit wat met je persoonlijkheid.’

Moeizaam proces

De ontwikkeling naar islamitische instituties die etnisch en cultureel overstijgend zijn en waar hier geboren en getogen moslims een trekkersrol hebben gaat niet vanzelf, merkt Van Oordt op. In dorpen zijn moskeeën al veel langer etnisch overstijgend, omdat hier vaak maar één moskee is. Maar in de grote steden zie ik het minder gebeuren. Die zijn nog vaak voor een belangrijk deel gericht op de eigen ‘gemeenschap’, hoewel de komst van veel vluchtelingen uit islamitische landen het moskeebezoek wel meer divers maakt. Waar vernieuwing wel zichtbaar is, gaat het vaak om Turkse moskeeën en minder vaak om Marokkaanse moskeeën.’

Beeld: Facebook

De Poldermoskee, ooit het toonbeeld van een Nederlandse islam, ging in 2010 ten onder wegens gebrek aan financiële middelen. De jeugdige moskeebezoeker die het als doelgroep had, bleek minder bereid de moskee te ondersteunen dan de oudere generatie en de gemeente wilde het initiatief niet steunen, schreef De Groene Amsterdammer datzelfde jaar.

De sleutel zit volgens Van Oordt onder andere in de verjonging van moskeebesturen, zodat de behoefte van jongeren beter wordt opgepakt. ‘Er is tussen jong en oud vaak een verschillend beeld hoe je een moskee moet besturen. De eerste generatie bestuurders zitten er, overdreven gezegd, 24/7 en weten precies wat er in de moskeegemeenschap speelt.

‘We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur’

Latere generaties pakken liever een taak op waar ze meerwaarde hebben, zoals de ict, contacten met de gemeente of deelname in buurtoverleggen. En ze hebben vaak ook behoefte aan vernieuwing in het aanbod aan activiteiten. Het vraagt om afstemming en overgang. In lang niet alle moskeeën wordt die puzzel gemakkelijk gelegd. Soms gaat het te snel voor de oude lichting, soms juist te langzaam voor de jongeren. Dat dilemma speelt al heel lang.’

Van der Blom ziet nog een ander dilemma. ‘Veel moskeebesturen zijn zelf ook niet divers. Stel je voor dat wij zouden zeggen: we zijn Nederlands, dus in het bestuur mogen alleen maar Nederlanders zitten. Dat zou ons enorm worden aangerekend, toch gebeurt het wel in andere moskeeën. We hebben bewust gekozen voor een divers bestuur. Daarnaast hebben we ook veel vrouwen in het bestuur. Vrouwen zijn bij uitstek de leerschool voor hun kinderen. Ze delen hun visie en praten mee over beleid. Dat is heel waardevol.’

Inmiddels zijn zijn dochters binnengelopen, een van hen met een kind op de armen. ‘Dat is mijn kleinkind’, zegt Jacob trots. ‘We hebben hier drie generaties rondlopen. Zij vinden dit allemaal heel normaal. Over twintig jaar is er een generatie opgegroeid binnen deze gemeenschap, ik denk dat dit hele krachtige mensen zullen zijn. De moskee als broedplaats, daar geloof ik echt in.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -