Uit de nieuwe enquête Sociale samenhang en welzijn van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het vertrouwen in de landelijke politiek het laagste punt heeft bereikt sinds 2012.
In dat jaar werden dit soort peilingen voor het eerst landelijk uitgevoerd. Het wantrouwen is het grootst onder mensen in de leeftijdsgroep van 65 tot 75 jaar en concentreert zich vooral in het noordoosten van het land, meldt het CBS.
Opvallend genoeg was het vertrouwen in de landelijke politiek in het coronajaar 2020 het hoogst. In de jaren daarna is dat vertrouwen sterk afgenomen.
‘Van alle leeftijdsgroepen hebben 15- tot 25-jarigen het vaakst vertrouwen in politieke instituties’, meldt het CBS. ‘Bij oudere leeftijdsgroepen ligt dat vertrouwen over het algemeen lager. 65- tot 75-jarigen hebben het minste vertrouwen in alle politieke instituties.’
Ook in 2025 zijn er grote verschillen in het vertrouwen in de gemeentelijke en landelijke politiek. In gemeenteraadsleden is nagenoeg twee keer zoveel vertrouwen als in Tweede Kamerleden: respectievelijk 52,9 procent tegenover 23 procent.
Verder is het opvallend dat het vertrouwen in de politiek in de Randstad gemiddeld hoger ligt dan in de rest van het land, met uitschieters als Den Haag (45 procent), Leiden (45 procent) en Groot-Amsterdam (44 procent). Het vertrouwen is het laagst in Oost-Groningen (31 procent) en Drenthe (32 procent).


