Afgelopen woensdag stond NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in de Oval Office, druk bezig zich in de gunst te werken bij de president van de Verenigde Staten. Hij overlaadde Trump met lof en liet grafieken zien waaruit bleek dat de Europese defensie-uitgaven waren gestegen.
Hij zat ook glimlachend naast Trump toen die de Turkse president Recep Tayyip Erdogan ‘een groot leider, een zeer sterk persoon’ noemde en opschepte dat hij ‘alles wat ik hem ooit heb gevraagd’ heeft gedaan. Eén vraag kwam kennelijk niet aan de orde: wat de regering van Erdogan in de dagen voorafgaand aan dit optreden precies had gedaan met de stad Ankara — en met Turkije in het algemeen.
Rutte leek vastbesloten te negeren waar de NAVO in de kern voor staat.
Sinds half juni is Ankara veranderd in iets wat lijkt op een stad onder een staat van beleg. Zeventigduizend geüniformeerde en burgeragenten, evenals leden van de gendarmerie, worden ingezet voor de NAVO-top van 7 en 8 juli.
Een gebied met een straal van ongeveer vijf kilometer rond het presidentiële complex — waar de top plaatsvindt — is afgesloten voor verkeer. Gezichtsherkenningscamera’s zijn geplaatst op drukke plekken in de hoofdstad. Het gouverneurschap van Ankara heeft alle openbare bijeenkomsten, demonstraties, sit-ins, hongerstakingen, manifestaties, het uitdelen van flyers en zelfs concerten verboden van 28 juni tot en met 10 juli. Een verbod dat bijna twee weken duurt. Boomtakken zijn uit naam van de ‘veiligheid’ gesnoeid. Ambtenaren in de centrale districten hebben administratief verlof gekregen, alleen om het verkeer te verminderen. Bevriende regeringen zouden bovendien zijn gevraagd te voorkomen dat personen die in inlichtingenrapporten worden genoemd überhaupt naar Turkije afreizen.
Dit laat zien hoe een regering uit angst voor haar eigen burgers de controle steeds verder opvoert
Als journalist met meer dan veertig jaar ervaring heb ik vaak verslag gedaan van dit soort grote bijeenkomsten, waaronder de NAVO-top in Istanbul. Nooit heb ik zo’n huiveringwekkend tafereel meegemaakt. Dit gaat niet over veiligheid. Dit laat zien hoe een regering uit angst voor haar eigen burgers de controle steeds verder opvoert.
Op de ochtend van 23 juni werden in heel Ankara deuren ingetrapt. Politie en gendarmerie, gewapend met arrestatiebevelen van het Openbaar Ministerie in Ankara, hielden 209 mensen aan: vakbondsleden, academici, advocaten en journalisten. De reden? Om ‘de activiteiten en handelingen van terroristische organisaties te ontrafelen’.
Onder degenen die aan de rechter werden voorgeleid voor voorlopige hechtenis bevonden zich leden van TEMA, de grootste milieuorganisatie van Turkije, die zich inzet tegen bodemerosie en voor de bescherming van bossen. Vrijwilligers tussen de 60 en 79 jaar oud werden meegenomen naar de antiterreurafdeling en zonder enige ironie gevraagd of zij ‘schuilnamen’ hadden en of zij militaire training met wapens hadden gevolgd. Zes TEMA-leden werden officieel gearresteerd, onder wie de vertegenwoordiger van Ankara.
Ook aangehouden werd een docent economie aan de Faculteit Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Ankara, de dochter van, ironisch genoeg, een voormalig militair generaal. Toen advocaten zich haastten naar de anti-terreurafdeling om hun cliënten bij te staan, werden één advocaat en één cliënt mishandeld door politieagenten. Een vertegenwoordiger van de Orde van Advocaten van Ankara, die het geweld wilde vastleggen, kreeg geen toegang. Vakbondskoepel KESK noemde de situatie ronduit een feitelijke noodtoestand.
Alsof de arrestaties nog niet schokkend genoeg waren, was wat daarna met de pers gebeurde bijna surrealistisch. Tientallen Turkse journalisten en verschillende onafhankelijke media — waaronder het aloude persbureau ANKA, de dagbladen Cumhuriyet, Sözcü en Nefes en verschillende online media, waaronder T24 — kregen geen accreditatie voor de NAVO-top. Toen om een verklaring werd gevraagd, gaf de NAVO-woordvoerder een van de opmerkelijkste verklaringen uit de recente geschiedenis van de organisatie: accreditatiebesluiten voor toppen buiten het NAVO-hoofdkwartier zijn gebaseerd op ‘de beoordelingen van het gastland’. Met andere woorden: de NAVO heeft de beslissing over wie verslag mag doen van de NAVO overgelaten aan de regering-Erdogan.
De Turkse Journalistenvereniging (TGC) liet er geen misverstand over bestaan: ‘Met dit besluit heeft de NAVO ook de beginselen van ‘democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat’, zoals benadrukt in haar oprichtingsverdrag, geschonden.’
Terecht. In de preambule van het NAVO-verdrag staat dat de verdragsluitende partijen vastbesloten zijn ‘de vrijheid te waarborgen, gegrondvest op de beginselen van democratie, individuele vrijheid en de rechtsstaat.’
Ik weet niet of Rutte zich deze belangrijke passage wel realiseert. Misschien zou iemand het Noord-Atlantisch Verdrag op het bureau van de secretaris-generaal moeten leggen. Elk woord van die zin wordt vandaag in Ankara geschonden, ter voorbereiding op een top die zegt ‘de eenheid en waarden van het bondgenootschap te vieren’.
Misschien moet Rutte te rade gaan bij de ervaren Turkse diplomaat Namik Tan, die tijdens zijn loopbaan 32 NAVO-toppen heeft meegemaakt. Tan was duidelijk: ‘Nooit eerder in de geschiedenis van het bondgenootschap hebben we veiligheidsmaatregelen gezien die zo verstikkend zijn als die nu in Ankara worden genomen. Anti-democratische verboden opleggen aan je eigen bevolking voor een NAVO-top is bovenal onverenigbaar met het lidmaatschap van het bondgenootschap.’
Een andere Turkse diplomaat, voormalig ambassadeur Hakan Okçal (die ik samen met Tan heb ontmoet tijdens de NAVO-top van 2004 in Istanbul), ging nog verder. Hij riep alle journalisten die geen accreditatie kregen op zich via hun nationale vakbonden en internationale organisaties zoals RSF, IFJ en IPA te organiseren, gezamenlijk te protesteren, verklaringen te publiceren, informatiekramen op te zetten in Brussel en juridische stappen tegen de NAVO te ondernemen bij internationale gerechtelijke instanties.
Ik weet niet of Rutte zich deze belangrijke passage wel realiseert
Aan die oproep moet gehoor worden gegeven, luid en duidelijk. Vooral Nederlandse journalisten zouden hun voormalige minister-president de vragen moeten stellen waarop hij echt antwoord moet geven.
Zoals de Deense oud-voorzitter van de Defensiecommissie en oud-parlementariër Rasmus Jarlov het verwoordde: ‘Het is voor mij volkomen onbegrijpelijk waarom iemand die premier is geweest van een van de beste landen ter wereld zijn waardigheid zou opofferen. Trump is over tweeënhalf jaar verdwenen, maar dit zal voor altijd jouw nalatenschap zijn. Het is het niet waard.’
Dat is het ook niet. Maar voor de academici, vakbondsbestuurders, oudere milieuactivisten, advocaten en onafhankelijke journalisten die deze week in Ankara in het sleepnet zijn beland, heeft Ruttes onverschilligheid een veel directere prijs. Staat de NAVO nog voor ook maar een beetje vrijheid, of is zij verworden tot een cynisch verkoopkantoor voor wapens? Dat is de vraag. Meneer Rutte, het woord is aan u.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

