Daoud Fawadleh van Right To Play ziet hoe oorlog en geweld diepe sporen nalaten bij Palestijnse kinderen in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Kinderen kampen met trauma’s en hebben behoefte aan veilige plekken om te spelen en te leren.
‘Ik heb meerdere kinderen horen zeggen: ik wil ook dood.’ Daoud Fawadleh zit in het kantoor van hulporganisatie Right To Play in Amsterdam-Zuid. Hij is voor een kort bezoek in Nederland, maar brengt de meeste dagen door in Ramallah op de Westoever, waar hij werkt als hoofd van de Right To Play-afdeling die Palestijnse kinderen helpt hun trauma’s te verwerken.
’s Avonds maakt hij lange wandelingen door het Vondelpark, want ‘dat kan in Palestina niet’, zegt hij. ‘Daar is het gevaarlijk om te veel rond te lopen. Als je buiten de stad komt, loop je al snel tegen checkpoints aan en is het risico om aangevallen te worden groot.’
De familie van Fawadleh vluchtte uit Palestina in 1967, tijdens de Zesdaagse Oorlog. Ze waren op zoek naar een beter bestaan in Colombia en kwamen uiteindelijk terecht in Venezuela, waar Fawadleh het eerste deel van zijn leven doorbracht. Daarna, toen hij negen jaar oud was, besloot de familie terug te gaan naar de Westoever. ‘De jaren ’90, tijdens de Oslo-akkoorden, waren hoopvolle tijden’, vertelt de inmiddels veertigjarige man.
Tweede Intifada
Maar die hoop was van korte duur. In 2000 storten de Oslo-akkoorden in en breekt de Tweede Intifada uit. Fawadleh is dan een tiener en de gewelddadige periode maakt grote indruk op hem. Er zijn in die jaren veel confrontaties tussen het Palestijnse verzet en het Israëlische leger. Meer dan 4.000 Palestijnen worden gedood en bijna 50.000 raken gewond. Aan de Israëlische kant worden ruim duizend mensen gedood en raken nog eens 4.500 gewond.
‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind’
Fawadleh kan in die periode niet bij zijn ouders in het dorp wonen, want zijn school is in Ramallah. Door de checkpoints, de controlepunten die het Israëlische leger op veel plekken op de Westoever heeft opgezet, kan hij op dat moment niet makkelijk heen en weer reizen. Hij slaapt in een kleine kamer in een winkel van zijn familie. Hij is vaak alleen, eet bijna niets anders dan brood en hummus en herinnert zich vooral de angst uit die periode. ‘Voor de Tweede Intifada was ik een perfecte student; ik haalde hoge cijfers, ik was ambitieus, maar tijdens de Intifada veranderde dat. Ik was bang en zenuwachtig, ik kon me nergens meer op focussen.’
Maar het komt goed; Fawadleh studeert af van de middelbare school en gaat studeren aan de Birzeit Universiteit op de Westelijke Jordaanoever. Daarna werkt hij bij verschillende humanitaire organisaties. Sinds 2024 is hij de programmamanager van Right To Play in de Palestijnse gebieden. ‘De Intifada heeft me doen realiseren wat oorlog en conflict doen met een kind.’
Spelen in Gaza
Right To Play werkt onder meer in Gaza en op de Westoever. De organisatie is al sinds 2009 actief in Gaza en is sinds 7 oktober 2023 bezig met uitbreiden. Met financiële hulp van de Nederlandse AFAS Foundation heeft de organisatie het project Circle of Hope opgezet. Zo’n 1.100 kinderen en hun ouders krijgen in Gaza mentale hulp en onderwijs. Drie medewerkers van Right To Play leiden lokale begeleiders op om de lessen en sessies te geven. Fawadleh hoopt tijdens dit bezoek aan Nederland nog meer steun voor zijn projecten te vinden.

Zo goed als alle scholen in Gaza zijn verwoest of omgezet in opvanglocaties voor ontheemde Palestijnen. Zo’n 650.000 schoolkinderen hebben daardoor geen toegang meer tot onderwijs. ‘In Gaza is er bijna geen elektriciteit, we hebben geen echte klaslokalen, want de gebouwen zijn verwoest, maar wij Palestijnen zijn creatief en innovatief. We hebben tijdelijke leerruimtes opgezet’, vertelt Fawadleh. Op zijn laptop laat hij filmpjes van de leerruimtes zien. Kinderen zitten in tenten op de grond, vaak op het zand. Ze spelen een spelletje, tekenen in een schriftje of kijken aandachtig naar een van de begeleiders die sommetjes uitlegt.
‘Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood’
‘Kinderen zitten door de oorlog vol verdriet. Ik heb zo veel kinderen gehoord die zeiden: ik wil ook dood, dan kan ik bij mijn moeder, of vader, of broertje zijn. Ze hebben een plek nodig waar ze een uur of twee normaal kunnen zijn, waar ze gewoon een kind kunnen zijn en kunnen spelen. Van buitenaf lijkt spelen misschien een luxe, maar voor ons is spelen onderdeel van de bescherming van kinderen. Als je hoofd vol zit met oorlog, heb je geen ruimte om te leren of andere activiteiten te doen. Daar willen wij bij helpen.’
Spelen op de Westoever
Niet alleen in Gaza, maar ook op de Westoever, waar Fawadleh woont, is Right To Play actief. ‘Op de Westoever is sinds 7 oktober ook veel verloren gegaan’, zegt de programmamanager. ‘De checkpoints zijn een groot probleem, want niet alle leraren wonen op dezelfde plek als waar de school staat. Soms kunnen docenten dus niet bij hun leerlingen komen.’
Een andere factor zijn de Israëlische aanvallen, die tegenwoordig bijna dagelijks voorkomen. In de laatste jaren zijn er meer dan honderd kinderen gedood op de Westoever en ruim duizend gewond geraakt door aanvallen van het Israëlische leger of Joodse kolonisten. ‘Ik heb de aanvallen met mijn eigen ogen gezien. Ik zie de angst in de ogen van kinderen, ik weet wat ze hebben meegemaakt. Ik heb militairen kinderen zien slaan.’
Daarnaast int Israël een groot deel van de belasting- en douane-inkomsten van de Palestijnse Autoriteit (PA) en draagt die normaal gesproken af. Sinds de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 heeft Israël een groter deel van deze gelden ingehouden of vertraagd, wat heeft geleid tot een financiële crisis bij de PA. Daardoor konden ambtenaren, onder wie leraren, vaak slechts gedeeltelijke salarissen ontvangen. Volgens Fawadleh zijn sommige scholen daarom teruggegaan naar drie lesdagen per week.

Volgens de PA hebben meer dan 84.000 leerlingen op de Westelijke Jordaanoever te maken gehad met onderbrekingen in hun onderwijs als gevolg van incidenten zoals aanvallen door kolonisten, militaire invallen en de sloop van scholen. Meer dan tachtig scholen, die onderwijs bieden aan ongeveer 13.000 leerlingen, lopen het risico op volledige of gedeeltelijke sloop door de Israëlische autoriteiten op de Westoever en in bezet Oost-Jeruzalem. Alleen al tussen juli en september 2025 zijn op de Westoever meer dan negentig onderwijsgerelateerde incidenten gedocumenteerd.
‘Geen wapens, alleen hoop’
Dat maakt het werk van Right To Play zo belangrijk, vindt Fawadleh. Hij vertelt over een zesjarig meisje dat hij in 2024 ontmoette in Tulkarem tijdens een ‘leermarathon’. ‘Het was een leeswedstrijd, maar het ging allemaal via spelen. Dat is wat we doen: leren door te spelen.’
In diezelfde periode waren er veel Israëlische aanvallen op Tulkarem, duizenden Palestijnen raakten ontheemd en hun huizen werden verwoest. ‘Het meisje van zes was een van de ontheemden en tijdens de leermarathon zei ze: “Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik me gelukkig voel.” Ze was alles kwijt: haar speelgoed, haar thuis. En nu voelde ze zich eindelijk weer gelukkig, dat is de soort impact die ik hoop te hebben. Het gaat niet zomaar om duizend kinderen. Ieder kind heeft een naam, een verleden, dromen, angsten, en ze hebben een toekomst.’
Over de vraag hoe hij hoop houdt, moet Fawadleh even nadenken. Hij vertelt over een van zijn vrienden die naar Barcelona is verhuisd. ‘Hij zegt tegen mij: “Daoud, je moet ook emigreren, hier is het leven beter.”’ Maar voorlopig blijft hij in Palestina. ‘Ik heb een missie in het leven. Wat die missie is? Dat laat ik aan het lot over. We hebben geen wapens, alleen hoop.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

