Internationale oliebedrijven vernietigen een uniek moerasgebied in Irak, zeggen Iraakse activisten. Ze spreken van een nieuwe vorm van kolonialisme.
In de zaal vol met boeren, activisten, onderzoekers en andere geïnteresseerden uit de Arabische wereld en Nederland, tijdens ‘Green MENA meets the Netherlands’, een reeks conferenties georganiseerd door het Grote Midden-Oosten Platform, wordt een filmpje afgespeeld van Murtada al-Janoub. Hij is een visser uit het Iraakse al-Ahwar-moerasgebied aan de grens met Iran. Al-Janoubi, met de bijnaam ‘Ibn al-Ahwar’, kan er niet bij zijn. Hij durfde het niet aan een visum aan te vragen uit angst dat de Iraakse autoriteiten zouden denken dat hij onder zijn rechtszaak uit wilde komen.
Ibn al-Ahwar heeft een rechtszaak tegen hem lopen vanwege zijn activisme tegen de desastreuze gevolgen die de olie-industrie toebrengt aan het moerasgebied. Dat voorheen waterrijke gebied vormt een fragiel ecosysteem dat sinds 2016 op de Unesco-werelderfgoedlijst staat.
Op het filmpje is een stuk van het moeras te zien nadat het is drooggelegd. In plaats van een waterrijk gebied zien we een dor landschap. Aan het kleurverloop van het riet is nog te zien waar het water heeft gestaan. Bootjes die eerder door vissers werden gebruikt, liggen nu op hun kant. Op een ander filmpje is een demonstratie te zien en zien we olievelden op de achtergrond.
In januari 2010 tekende het Franse oliebedrijf TotalEnergies, het Chinese PetroChina en het Maleisische Petronas een contract met het Iraakse staatsbedrijf Missan Oil Company om olie te winnen in Halfaya, in het zuidwesten van Irak. Productie startte in 2012. Om de olie te kunnen winnen, halen de bedrijven water uit de Tigris. Normaal gesproken voorziet de rivier de moerassen van water, maar door het onttrekken van water komen deze droog te liggen. Het waterniveau van de Tigris staat al onder druk vanwege dammen in Turkije, Iran en Iraaks Koerdistan. En nu kost het industriële gebruik de inwoners hun water, hun land en hun manier van leven, schrijft de ngo Natural World Fund.
Unesco-werelderfgoed in gevaar
Jamal Al Sayegh, activist van Gwez w Nakhl, voedselnetwerk in Koerdistan en Irak, werkt intensief samen met de bevolking van het gebied, de al-Ahwar, en voert namens Ibn al-Ahwar het woord.
‘De inwoners van dit gebied bouwen hun huizen op water. Zij zijn voor hun voedsel afhankelijk van de visserij en de jacht met vogels. Ook houden zij buffels voor hun melk, wat alleen in dit gebied voorkomt. Dit zorgt voor waardevolle inkomsten, aangezien de producten duur zijn op de markt. Verder verbouwen zij rijst, waarvan zij afhankelijk zijn voor hun voedsel. Hun voedselzekerheid hangt af van het water in het gebied.’
Hij legt uit wat het effect is van de droogleggingen op de lokale bevolking.
‘Internationale oliebedrijven legden twaalf olievelden aan vlak bij de dorpen en in een gebied dat door de Unesco wordt beschermd. Terwijl oliebedrijven over heel de wereld olie kunnen halen uit de diepste oceanen, is het goedkoper om een gebied droog te leggen. Dit betekent dat grote stukken moeras worden drooggelegd. Dit water is belangrijk voor de ecologie in Irak en bovendien huist het een samenleving en cultuur die uniek zijn in de regio. Deze droogleggingen hebben het leven en de natuurlijke omgeving daar verwoest. Hierdoor hebben mensen het gebied moeten ontvluchten.’
‘Dit water is belangrijk voor de ecologie in Irak’
Volgens een rapport dat Al Sayegh schreef met onafhankelijke onderzoeksjournalist Safaa Khalaf hangt er een ‘zweem van ambiguïteit en ondoorzichtigheid rond de droogleggingen van de moerassen en het isoleren van de overgebleven bevolking. En dat terwijl de Iraakse regering tijdens de oorlog tegen Islamitische Staat (IS) in 2016 nog prioriteit gaf aan de erkenning van de moerassen door de Unesco.’ De onderzoekers schrijven dat deze praktijken een geval van ‘ecocide’ zouden kunnen zijn, bedoeld om de controle te krijgen over de oliebronnen terwijl de lokale bevolking wordt gedwongen te vertrekken.

Volgens het rapport zou het moerasgebied sinds 2021 85 procent van zijn gebied zijn verloren.
Al Sayegh legt uit hoe de bedrijven hun land hebben kunnen exploiteren. ‘De oliebedrijven worden gesteund door de Iraakse regering en beschermd via officieuze relaties met milities. Op die manier koloniseren zij het gebied, verwoesten zij de natuur, plunderen zij bronnen [van inkomsten] en jagen zij de mensen weg. Dit doen zij onder een mediastilte, zonder dat iemand ervan afweet. Ondertussen verliezen mensen hun werk als visser en zijn zij gedwongen om laagbetaalde banen te accepteren in de olie-industrie. Toen de productie stil kwam te liggen na de blokkade van de Straat van Hormuz, werden de lokale krachten, in tegenstelling tot de ingenieurs van buiten, niet doorbetaald.’
Gewapende bewakers
De Iraaks-Duitse politicologe en activiste Ansar Jasim, die samen met Al Sayegh ter plekke onderzoek uitvoerde, legt uit dat de lokale bevolking de exploitatie van het gebied ziet als een nieuwe vorm van kolonialisme.
‘Lokale gemeenschappen gebruiken symbolen die lokale stammen honderd jaar geleden gebruikten toen zij zich in de jaren twintig begonnen te verzetten. Terwijl zij behoorlijk van zich laten horen, wordt het in de media vaak gepolitiseerd en teruggebracht tot een waterprobleem of een klimaatprobleem. Maar daar gaat het niet om. De exploitatie van het gebied vernietigt op een koloniale en imperialistische manier de identiteit van de bevolking.’
Volgens Natural World Fund zijn de moerassen nu ‘gemilitariseerd’. In de kanalen waar vissers en buffelherders voorheen tot diep in het moerasgebied konden komen, staan nu controleposten bemand door gewapende bewakers. De autoriteiten zeggen dat dit dient om smokkel over de grens met Iran te voorkomen, maar inwoners zeggen dat het bedoeld is om opstand de kop in te drukken. Dit is ook wat Al Sayegh en Jasim bevestigen.
Tegen de industriële activiteiten demonstreren is illegaal en niet veilig, zegt Jasim. Zij zegt dat lokale milities helpen de demonstraties te onderdrukken.
‘Deze rechtszaken zouden vanuit Europa gesteund moeten worden’
Al Sayegh vertelt erover: ‘Toen er op de demonstranten werd geschoten, reageerden zij woedend en trokken zij naar een dam die hen afsloot van water. Zij braken de dam open waardoor het water weer stroomde. Na twee dagen oordeelde de rechter dat eenieder die op de dam zou komen, zou worden aangeklaagd voor terrorisme.’
Jasim zegt hoop te putten uit eerdere rechtszaken die in Nederland gevoerd zijn tegen oliebedrijven naar aanleiding van de milieueffecten van hun activiteiten, zoals Shell dat actief was in de Nigerdelta. ‘Deze rechtszaken hadden enig succes en dit is dan ook de oplossing. Daarom zijn wij hier. Deze rechtszaken zouden vanuit Europa gesteund moeten worden. Het is geen nationale strijd. Terwijl de olie vooral wordt gebruikt in het mondiale noorden, kampen mensen als Ibn al-Ahwar met de consequenties van het beschermen van zijn gemeenschap. De mensen zijn letterlijk aan het sterven.’
Zij wijst op de verantwoordelijkheid van Europese oliebedrijven, waaronder TotalEnergies.
‘Voordat zij hun activiteiten starten, moeten organisaties in het maatschappelijk middenveld hier hen verantwoordelijk houden. Bedrijven zouden in deze regio gewoon moeten opereren onder de mensenrechtenstandaarden die in Europa gelden, in plaats van gebruik te maken van een corrupt systeem.’
Greenwashing
Na tien jaar zowel het grondwater als het oppervlaktewater van het gebied te hebben gebruikt, hebben TotalEnergies en PetroChina voorgesteld om ontzilt water te gaan gebruiken, vertelt Al Sayegh. ‘Grote bedrijven doen vaak alsof ze groen bezig zijn, terwijl ze al onze bronnen hebben gebruikt.’
Volgens een rapport van TotalEnergies wil het bedrijf in 2030 twintig procent minder zoet water onttrekken uit regio’s met watertekorten dan in 2021. Vanaf 2027 verwacht het bedrijf voor een ander project in het zuiden van Irak ontzilt water te kunnen gebruiken in plaats van zoet water, dankzij een nog te bouwen ontziltingsinstallatie. Het project in Halfaya wordt hierbij niet genoemd.
‘Grote bedrijven doen vaak alsof ze groen bezig zijn’
In een promotievideo over Halfaya zegt PetroChina dat hun activiteiten ‘geen directe impact hebben op dit belangrijke ecosysteem’ en dat het veel doet aan biodiversiteit door onder andere bomen te planten. ‘Om een stad te bouwen in wat ooit onontgonnen land was, hebben Chinese en Iraakse medewerkers moeilijkheden overwonnen, zoals het gevaar om terecht te komen in een gevecht met lokale stammen of milities,’ schrijft het Chinese staatspersbureau Xinhua.
Sarine Karajerjian, programmadirecteur milieupolitiek bij de ngo Arab Reform Initiative, legt uit dat niet de bevolking, maar grote bedrijven profiteren van dit soort projecten.
Neokoloniale krachten
‘We moeten ons afvragen wie er uiteindelijk wint van dit soort projecten. Niet de lokale bevolking, maar vooral de grote bedrijven, gesteund door autoritaire regimes in onze landen. Dit is groter dan slechts de zakelijke wereld. Het Westen blijft deze regimes steunen, net als sommige milities hier in de regio. Het zijn neokoloniale krachten.’
Zij zegt dat Europa gezien zijn historische rol in de regio ook een verantwoordelijkheid heeft als het gaat om ontwikkeling in de Arabische wereld en de regio anders moet gaan benaderen.
‘Het enige waar we nu om vragen is water’
‘Met de genocide in Gaza nog steeds gaande, hebben we onze hoop in Europa verloren. Europa is verantwoordelijk. Terwijl de Amerikanen en de Israëliërs de grootste oorlogen ontketenen, gaat Europa erachteraan. Ze zeggen dat ze humanitaire hulp sturen. Maar om te beginnen zijn jullie al verantwoordelijk wat betreft herstel[betalingen], en wie de controle heeft over ons land. Jullie oefenen nog steeds controle over ons uit. Europa moet van richting veranderen en deze regio niet alleen zien als kans om te investeren, maar ook als een gebied dat soeverein is.’
Al Sayegh, de activist uit Irak, zegt dat de samenwerking tussen internationale bedrijven en de Iraakse autoriteiten niet zou moeten uitmonden in ‘verwoesting en kolonisatie’. ‘De Europese samenleving en organisaties moeten zich beseffen welke consequenties de beslissingen die op hun continent zijn genomen kunnen hebben voor de omgeving in Irak. De mensen hebben dorst, de dieren sterven, het meeste water is er niet meer en de bevolking komt daartegen in opstand. Het enige waar we nu om vragen is water.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

