Aan de vooravond van Keti Koti vraagt NiNsee-voorzitter Dave Ensberg-Kleijkers om meer bewustwording van de mensbeelden achter de slavernij. ‘Ook de manier waarop radicaal-rechts over migranten spreekt, baart mij zorgen.’
Dave Ensberg-Kleijkers wordt dagelijks aan het trans-Atlantische slavernijverleden herinnerd, zegt hij. Dat komt niet alleen door zijn functie als voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, maar ook door zijn achternaam Ensberg. Kleijkers is de naam van zijn echtgenote.
‘Mijn voorouders kwamen via de trans-Atlantische slavernij uit Afrika’, vertelt Ensberg. ‘De naam Ensberg kregen zij van de eigenaren van plantage De Drie Gebroeders in Suriname: de heer Van Emden en mevrouw De la Parra. Op 1 juli 1863, de dag waarop de slavernij werd afgeschaft, gaven zij die naam aan onze voorouder.’
Morgen, op Keti Koti, houdt Ensberg-Kleijkers een toespraak en legt hij een krans bij het Nationaal Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Daar wordt herdacht dat Nederland eeuwenlang betrokken was bij de slavenhandel en slavernij. Nederlandse schepen vervoerden meer dan 600.000 tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Noord- en Zuid-Amerika. Zij werden er verkocht aan plantage-eigenaren en moesten, net als hun nakomelingen, onder dwang werken.
‘Op Keti Koti vier ik de veerkracht van onze voorouders’
‘Hun leed was immens’, zegt Ensberg-Kleijkers. ‘Tot slaaf gemaakte mensen werden mishandeld en vermoord. Maar ondanks alles wisten zij hun waardigheid, menselijkheid en cultuur te behouden. Op Keti Koti vier ik de veerkracht van onze voorouders, die deze verschrikkelijke periode hebben doorstaan.’
Was u zich altijd bewust van de slavernijgeschiedenis?
‘Dat besef groeide toen ik ouder werd. Mijn ouders spraken er niet veel over. Het waren typische Afro-Surinaamse ouders die vooral vooruit wilden kijken. We hebben thuis bijvoorbeeld geen Surinaams of Sranantongo geleerd.’
Wat zijn de verhalen in uw familie?
‘Mijn moeder vertelde soms over voorouders die tot slaaf waren gemaakt. Maar over het algemeen was het slavernijverleden thuis geen prominent onderwerp.
Er zit ook Europees bloed in onze familie. Ik heb een DNA-onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat ik voor 19 procent Europees ben. In onze familiegeschiedenis zijn geen verhalen over liefdesrelaties tussen Europeanen en Afrikanen. Mogelijk ging het om verkrachtingen door slavenhouders of plantage-eigenaren, maar zeker weten we dat niet.
Er zijn geen familiedagboeken uit de tijd van de slavernij. Tot slaaf gemaakte mensen mochten in beginsel niet leren lezen of schrijven.’
Hoe is het om in Nederland te leven als nakomeling van tot slaaf gemaakten? Voelt u zich daardoor weleens kwetsbaar?
‘Soms wel. Tegelijkertijd leven we in een vrij en welvarend land.
Toch werkt het slavernijverleden nog altijd door. Ook in positieve zin. Binnen de Afro-Surinaamse en -Caribische gemeenschap is veel aandacht voor de kracht van onze voorouders, die iets verschrikkelijks hebben overleefd. Dat geeft ook volgende generaties kracht.
‘Witte Nederlanders hoeven zich niet schuldig te voelen voor wat eerdere generaties hebben gedaan’
Aan de traditionele Nederlandse kant zie ik minder bewustzijn. Nederland maakte eeuwenlang deel uit van een systeem dat werd gelegitimeerd door de staat, de wetenschap, het bedrijfsleven en zelfs de kerk. Lange tijd werd het idee verspreid dat zwarte mensen minderwaardig waren aan witte mensen.
Ik heb het niet over schuld. Witte Nederlanders hoeven zich niet schuldig te voelen voor wat eerdere generaties hebben gedaan. Maar we dragen wel verantwoordelijkheid voor wat we met die kennis doen. Onderzoek je je eigen aannames en privileges, of blijf je vasthouden aan oude denkbeelden? Die vraag is ook in 2026 nog relevant.’
De koning heeft in 2023 excuses aangeboden. Is er sindsdien dan niets veranderd?
‘De koning heeft een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Hij bood niet alleen excuses aan, maar vroeg ook om vergeving. Dat heeft veel losgemaakt binnen de Afro-Caribische gemeenschap.
Hij laat onderzoek doen naar de rol van zijn familie in het slavernij- en koloniale verleden. Daarmee geeft hij een belangrijk signaal af. Tegelijkertijd zijn er vermogende families die een deel van hun rijkdom aan dat verleden ontlenen, maar geen onderzoek naar hun eigen geschiedenis laten doen.’
Ook steden bieden excuses aan. Dat gebeurt meestal na een besluit van de gemeenteraad.
‘Amsterdam was daarin de eerste. Vaak komen excuses na onderzoek naar de eigen geschiedenis. Gemeenten kijken dan naar hun rol in de slavernij, kolonisatie en bijvoorbeeld de West-Indische Compagnie. Dat zie ik als een positieve ontwikkeling. Maar de verantwoordelijkheid die de koning, de premier en verschillende burgemeesters nemen, vraagt om een vervolg onder traditionele Nederlandse inwoners. Daar is nog een slag te maken.
Tegelijkertijd zie ik ook veel positieve initiatieven. Overal worden, mede dankzij NiNsee, lokale comités opgericht die mensen met elkaar in gesprek brengen. De vraag is alleen of we daarmee ook de mensen bereiken die vasthouden aan ideeën van witte superioriteit of die zulke denkbeelden steeds harder uitdragen.’
Is die groep heel groot, denkt u?
‘Als ik kijk naar de politieke ontwikkelingen van dit moment, dan maak ik mij daar wel zorgen over. Er zitten partijen in de Tweede Kamer die een wereldbeeld uitdragen waar ik me zorgen over maak.
Ook de manier waarop radicaal-rechts over migranten spreekt, baart mij zorgen. Er zijn regelmatig demonstraties en publieke uitingen vol xenofobie, anti-zwart racisme en intimidatie.
We kunnen niet achteroverleunen. Als we echt een samenleving willen waarin iedereen gelijkwaardig wordt behandeld, dan moeten we ons blijven uitspreken tegen uitsluiting, racisme en vreemdelingenhaat.’

De rol van het NiNsee is dus eigenlijk breder dan de slavernijgeschiedenis. Het gaat ook over racisme?
‘Nee, ik zie racisme als het probleem van mensen die racistisch gedrag vertonen. Wij lossen dat probleem niet per se op. Dat is iets voor bijvoorbeeld de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.
Wij zijn een kennis- en expertisecentrum, bijna vijfentwintig jaar geleden opgericht door leiders uit de Afro-Caribische gemeenschap. We willen werken aan blijvende bewustwording van het trans-Atlantische slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden.
‘Ik zie racisme als het probleem van mensen die racistisch gedrag vertonen’
Er is natuurlijk wel een relatie tussen de doorwerking van het slavernijverleden en racistische denkbeelden. Uiteindelijk gaat het om de manier waarop mensen naar elkaar kijken. Bijvoorbeeld bij traditionele Nederlanders die zich niet bewust zijn van onderliggende mensbeelden en nog steeds uitgaan van witte superioriteit.’
U heeft het over duurzaam herstel. Gaat het dan ook over herstelbetalingen?
‘Bij herstel gaat het in de eerste plaats om immaterieel herstel. Denk aan een gelijkwaardige plek voor alle culturen in kunst en cultuur, musea en de openbare ruimte. Ook het samen herdenken en vieren van het slavernijverleden hoort daarbij.
Daarvoor is uiteindelijk wel geld nodig. Net als voor het wegwerken van achterstanden in het onderwijs, de gezondheidszorg of voor vraagstukken als grondeigenaarschap. In Suriname hebben inheemsen bijvoorbeeld nog altijd hun grond niet terug die door Europeanen en Nederlanders is afgepakt.
Soms wordt gezegd dat zwarte mensen alleen uit zijn op geld. Dat is heel kortzichtig. Het gaat om een goed gesprek, het liefst via een waarheids- en verzoeningscommissie, zoals in Zuid-Afrika na de apartheid. Zo’n onafhankelijke commissie kan vaststellen wat er is gebeurd en hoe dat doorwerkt in het heden. Op basis daarvan kun je een duurzaam herstelprogramma opzetten en uitvoeren.’
Sommige Nederlanders steunen de excuses, maar hebben moeite met het idee van herstelbetalingen. Wat zegt u tegen hen?
‘Wat ik wel interessant vind, is dat Nederland er behoorlijk lang over heeft gedaan om de slavernij af te schaffen. In de discussie in het parlement in de negentiende eeuw ging het vooral over de vraag hoe de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen gecompenseerd moesten worden. Zij verloren immers hun eigendom en hun verdienmodel. Net als nu bij de boeren en de stikstofcrisis werd er jarenlang gesproken over financiële compensatie voor de eigenaren van tot slaaf gemaakte mensen. Toen was het blijkbaar heel normaal om jarenlang over geld te praten.
Je kunt niet de hele wereld beroven van grondstoffen en mensen en vervolgens denken dat daar geen reactie op komt. Je kunt niet in ruim veertig verschillende landen een koloniale en mensenrechtenschendende rol spelen en dan vervolgens verbaasd zijn dat mensen zeggen: hé, wat jullie in ons land hebben gedaan, was eigenlijk niet oké. Of het nu gaat om Indonesië, Zuid-Afrika, delen van Ghana, Suriname of het Caribisch gebied: op een gegeven moment komt dat verleden terug. En dat moment is nu.’
Moet Keti Koti een nationale vrije dag worden?
‘Het zou goed zijn als Keti Koti een nationale vrije dag wordt, als we daar als samenleving samen voor kiezen. Dat traditionele Nederlanders begrijpen waarom deze dag belangrijk is en dat Nederland beseft dat we hiervan iets te leren hebben. Vanuit een bepaald mensbeeld zijn grote fouten gemaakt en zijn mensen gedehumaniseerd. Dat willen we nooit meer.
Daarmee laten we ook zien dat anti-zwart racisme of afrofobie niet past bij hoe wij met elkaar omgaan. Net zoals we de Tweede Wereldoorlog blijven herdenken, is het belangrijk om ook hier elk jaar bij stil te staan.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

